'De spontaniteit moet terug in de huiskamer'

De mensen spiegelen zich te veel aan wat de woonbladen voorschrijven. Interieurs zouden iemands persoonlijkheid moeten weerspiegelen, vindt Jurgen Bey, internationaal gelauwerd ontwerper....

De trouwzaal die ik voor de gemeente Utrecht heb ontworpen? Dat is nou een voorbeeld van wat ik een rommeltje noem. Alles door elkaar. Ik moest bij het ontwerpen gebruik maken van spullen die al van de gemeente Utrecht waren, van de stad, en die in gemeentelijke archieven waren opgeslagen. Je zou kunnen zeggen: de ge kénde archieven. Maar ik wilde ook de ongekende archieven gebruiken, de zolders van de stad, de spullen die mensen thuis op zolder bewaren. Die dingen horen naar mijn gevoel net zo goed bij de geschiedenis van de stad. Ik ben naar de kringloopwinkel gegaan, dat is tenslotte ook een gemeentelijke instelling. Ze bleken er heel mooie spullen te hebben. Utrecht was een rijke stad en dat zie je daar terug. Prachtige tweedehands stoelen, heel verschillend, waarvan ik de rugleuningen heb gebruikt voor de banken in de trouwzaal.

'Elk ding, elk schilderij, elke kandelaar of lamp elk hoekje in die trouwzaal heeft zijn eigen verhaal. Het is tegelijk een soort huiskamer. Alles klopt. Al die dingen zijn wel duizend keer omgedraaid voor het goed was. Je gooit ze bij wijze van spreken in een bakje en je gaat net zo lang schudden tot het een heel eigen ding is geworden. Alles bij elkaar klopt het ook, hoewel je dat tijdens het opbouwproces niet meteen zag. De bouwvakkers die bezig waren met de zaal vertelden me dat ze er nog niet dood gevonden wilden worden. Dan zeg ik: als zo'n lamp bij je oma hangt vind je hem wel mooi!'

Vloeken

Rommel, scharrelen, tweedehands. Woor den die niet lijken te passen bij de status van een internationaal bekend ontwerper, begrippen die lijken te vloeken bij strak getrokken ruimten van design-celebrities of steriel gekwaste interieurs waarin een verdwaalde krant al een storend object is. Maar Jurgen Bey heeft zowel affiniteit met Malle Pietje als met Jan des Bouvrie. Niet omdat het verleden koste wat kost bewaard moeten blijven, zegt hij, zeker niet, maar in dit tijdperk van 'nieuw-nieuw-nieuw en snel-snel-snel' wordt de kwaliteit van bestaande dingen vaak met het grof vuil aan de straat gezet.

'Woorden als scharrelen en rommelen hebben een negatieve bijklank. Maar als je maar wat loopt te rommelen is ten eerste je hoofd leeg, kun je eindelijk een beetje nadenken en nieuwe ideeën ontwikkelen. En als je oude dingen niet meteen weggooit, loop je er op een dag weer tegenaan en dat is dan altijd het moment dat je ze nodig hebt. Dan ga je de kwaliteit van zo'n ding opnieuw benoemen. Tegenwoordig gebeurt dat weinig. Er wordt te weinig gerommeld. Te veel dingen worden klakkeloos weggedaan.'

Zijn werkplaats in het Rotterdamse havengebied is een levendige illustratie van zijn filosofie en werkwijze. Prototypen van tafels en stoelen die uiterst modern ogen, een bank van geperst hooi, een doos oud serviesgoed dat je op de vlooienmarkt alleen uit medelijden zou aanschaffen, archiefkasten, genummerde dozen, een halfje volkoren in een kapot kastje van oma, een hedendaagse variant op haar oude schemerlamp met tierelantijntjes, meubels die op een volgend leven wachten, een papieren tafelkleed bedrukt met plaatjes uit India en koffie uit een espressomachine in kopjes die je alleen nog vindt op een plattelandsbraderie; voeg daartussen de stoere werktafels van Beys medewerkers en een oude sportauto en je hebt een winkel-van-sinkel met een haast magische aantrekkingskracht.

Prestigieuze projecten

Uit deze havenloods kwamen prestigieuze projecten voort, zoals een ontvangstruimte en het gastenrestaurant voor verzekeringsbedrijf Interpolis in Tilburg, de Utrecht se trouwzaal of losse objecten zoals Beys Lightshade-shade: een strakke spiegelende lampenkap die bij het aanknippen een ouderwetse lamp laat zien die binnenin de foliekap is gemonteerd.

Maar het begrip 'rommel' en de waarde daarvan betekenen voor Jurgen Bey meer dan een kleurrijke verzameling brocanterie. 'Veel dingen in het leven, in de wereld, zijn zo aan strenge regels gebonden dat alle enthousiasme eruit wordt gehaald. De dingen zijn uitgekleed en komen zo strak in hun jasje te zitten dat ze klinisch worden.'

Het hedendaagse interieur is er maar een klein voorbeeld van. 'Ik verdiep me niet echt in particuliere interieurs, maar ik vind het leuk om het als verlengstuk van de bewoners te zien. Veel moderne interieurs zijn heel erg bedacht. Dingen die dagelijks terugkomen, zoals een krant, passen niet meer.

'Vroeger werd misschien gekeken naar wat de buren hadden, nu kijken mensen naar wat de bladen en die interieurprogramma's op tv voorschrijven. Daar spiegelen ze zich aan. Ik verbaas me er weleens over. Ben je op een feestje en dan hoor je jargon dat vroeger alleen door professionele ontwerpers werd gebruikt. Dan denk ik: ”Sjesus, is het al zó ver.”

'Als je vroeger vertelde dat je ontwerper was moest je aan iedereen uitleggen wat dat was. Als je nu met een raar gekleurd stoeltje over straat loopt, zeggen ze: ”Hé, jij bent zeker ontwerper.”'

Vergaarbak

Nee, in de hedendaagse huiskamer is de spontaniteit ver te zoeken, meent Bey, voor verrassingen moet je in de 'grote vergaarbak' zijn die openbare ruimte heet. Om de poëzie van een billboard te zien bijvoorbeeld, of de kleine, scharrelende junk die altijd middenin de stad terecht kon bij de oud-ijzerboer een gescharrel waar iedereen baat bij had: 'De rommel verdween van de straat, de junk verdiende een paar centen, de oud-ijzerboer was er goed mee. Totdat de ijzerhandel naar een industrieterrein werd verbannen omdat het bedrijfje niet meer paste in het stadsgezicht.'

Tijdens een architectuurreis naar India, twee jaar geleden, werden hem de ogen ge opend. 'Alles is daar nog bij elkaar. De ouderen en de gekken lopen allemaal gewoon op straat en hebben contact met andere mensen. Als je hier 65 wordt, lig je eruit en houdt niemand zich meer bezig met wat voor kennis en kunde jij hebt opgebouwd.

'Ik dacht vroeger dat India alleen over armoede ging, maar het is veel méér. Je snapt niks van die maatschappij als je het bekijkt vanuit ons oogpunt van doelmatigheid. Maar als je hier iemand nodig hebt en je gaat bellen, kom je in zo'n telefoonmenu terecht. Je moet acht keer wachten en vervolgens krijg je iemand aan de lijn die niks weet. We noemen dat alleen maar doelmatig omdat het technisch hoogstaand is.

'In India zie je mensen met een beiteltje het gras tussen de tegels weghalen. Heel inefficiënt, vinden wij. Maar de Indiase maatschappij functioneert óók, maar op een heel andere manier dan wij kennen. Dat is een kwaliteit, maar wij zeggen dat het waardeloos is, omdat het inefficiënt is in onze ogen. Er mag dan veel armoede zijn, maar ik heb daar geen lege ogen gezien, en die zie ik hier wel.'

Het India van Jurgen Bey, het land waar hij de tegenpool vond van de uitgeklede en klinische wereld, zit voorlopig opgeborgen in mappen, is vastgelegd in verslagen en op het tafelkleed in zijn werkplaats. 'Er gebeurt nog wel eens iets mee, maar wat precies, daar ben ik nog niet uit.'

De ontwerper heeft nog een andere reden voor zijn band met bestaande dingen, een praktische: 'Bij het ontwerpen begin ik met de wereld die er al is, ik kan niks verzinnen dat niet bestaat. Ik kan alleen maar iets laten groeien, iets kweken.' Zie zijn gastenrestaurant voor Interpolis. 'Ik dacht eigenlijk dat Interpolis een jong, Amerikaans bedrijf was. Dat was ook de uitstraling die ik daar zag; ik kwam in die kantoren niets tegen dat wees op de geboortegrond van het bedrijf. Blijkt het een oer-Hollands bedrijf te zijn met zijn oorsprong bij boeren en tuinders. Daarmee ben ik toen aan de slag gegaan.'

Bey dook in oude boeken over het boerenleven, zocht meubilair dat herenboeren hadden gereserveerd voor de opkamer, bestudeerde oer-Hollandse motieven van klederdrachten, ging te rade bij antiquairs en ambachtelijke bedrijven en verdiepte zich in de psychologie van het hogere zakenleven.

Restaurant

'Vroeger nodigden veel bedrijven hun zakengasten uit om buiten de deur te lunchen. Dan stap je na de vergadering allemaal in de auto, je rijdt een tijdje door het landschap en je komt terecht bij het beste restaurant in de buurt. Het voordeel hiervan is: je hebt je jas aangedaan, je bent even buiten geweest, je hebt gezien dat het regent of dat de zon schijnt en je zit een tijdje later samen aan tafel, helemaal los van het werk. Het eerste halfuur heb je meer dan genoeg onderwerpen te bespreken die niet in dienst staan van het werk. Dat is prettig, want dan kun je heel ontspannen het zakelijke gesprek weer opvatten. Blijf je in je eigen bedrijf dan is het laatste woord op kantoor ook het eerste woord aan de lunchtafel.'

Bey besloot dan maar zelf te voorzien in het ontbrekende landschap 'je ziet buiten wat ruitjes van andere gebouwen en verder was het ook al geen ideale plek' in het In ter polisgebouw.

'Ik wilde op alle borden, theepotten, tafellakens, vitrage, stoelen, tapijten en lampen een nieuw soort landschappen aanbrengen.' Geweven landschappen zijn te vinden in de vitrages en in het damast van de tafellakens, de lampen zijn een moderne echo van plafonds uit herenhuizen, antieke stoelen kregen een nieuwe kunststof coating, de bekleding werd gemaakt bij een ambachtelijk bedrijf waar de originele preegrollen tijdens de oorlog onder de grond verstopt lagen voor de bezetter. Een detail waar Bey aan hecht. 'Er zijn vrijwel geen bedrijven meer die nog op de oorspronkelijke manier bekleding maken. Je hoeft niet vast te houden aan alle oude dingen, maar als dit niet meer kan worden gemaakt in Nederland, moet je ook niet gaan zaniken dat alle spullen uit China komen. Het kan daar wel goedkoper zijn, maar je raakt je eigen technieken kwijt.'

Het gevaar dat het restaurant op een pannenkoekentent zou gaan lijken 'waar mensen met pakken en stropdassen zich niet thuis voelen' werd ondervangen door alles uit te voeren in bescheiden tinten grijs en grijsblauw. 'Het gaat om de mensen, ze moeten niet overschaduwd worden door het interieur.' Alleen de cateraar vreesde dat zijn culinaire inbreng zou ondersneeuwen. Hij eiste ongedecoreerde, witte borden.

En stel dat Interpolis nu eens niet stevig met zijn wortels in de Hollandse bodem was verankerd, maar een hele jonge, cleane Ame rikaanse firma was gebleken? 'Dan was alles heel anders geworden, echt heel anders. Ik had andere vertrekpunten genomen.'

Dierenarts

Alles was ook heel anders geworden als Jurgen Bey uit het Overijsselse Ommen zijn passie als twaalfjarige scholier was gaan volgen. Het was in de tweede helft van de jaren zeventig, de zoon van een Ommense barman wilde dierenarts worden, niet in de laatste plaats vanwege de indertijd populaire tv-serie James Herriot. Ook op de middelbare school dienden zich geen tekenen aan van een toekomst als ontwerper, of het moeten de kledingstukken zijn geweest die hij zelf in elkaar flansde tussen het sporten door. 'In die periode waren meer mensen daarmee bezig. Dat hoorde bij die tijd. Ik vond het wel leuk, waarom weet ik niet precies.'

Toen hij voor zijn studiekeuze stond moest het diergeneeskunde worden of 'iets met mode'. 'Ik bedacht dat de studie voor dierenarts uit veel stampwerk bestond. Leek me niet leuk. Vrienden uit het dorp studeerden al op de Design Academy Eindhoven, en dat trok me wel. Sommige dingen in het leven kunnen heel toevallig zijn.'

Het werd uiteindelijk niet de mode-richting, maar de nieuwe studie openbare ruim te. Van daaruit ontwikkelde hij zich verder, zonder meteen het gevoel te hebben dat hij echt op z'n plaats zat. Wellicht is Bey ook te pragmatisch voor dit soort vragen. 'Ach, het is zoals met de meeste dingen: er wordt een wortel voor je neus gehouden en daar blijf je een tijdje achteraan rennen. Mis schien dat ik over tien jaar iets heel anders doe.'

Niet lang nadat Bey zich in 1999 los maakte van zijn toenmalige ontwerppartner Jan Konings, kwam zijn grote doorbraak. Hij besloot de coconmeubelen, waarmee hij eerder een beginnetje had gemaakt, verder uit te werken. Bestaande stoelen en tafels werden samengevoegd en overtrokken met een huid van kunststof. Een schot in de roos. Van een boomstam maakte hij een tuinbank door er rugleuningen van oude, negentiende-eeuwse stoelen op te monteren. Een klapper. Een servies, nog een bank, succes op de jaarlijkse Salone del Mobile in Milaan.

'Nou ja, iets heel anders zal ik misschien niet gaan doen. In mijn werk maak ik eigenlijk verhaaltjes en dat zal ik wel blijven doen. Die verschillende rugleuningen op die boom stam staan voor de mensen die erop kunnen zitten, allemaal anders, net als mensen, een verhaaltje dus. Als je dingen bekijkt vanuit een ander perspectief, krijg je al snel een totaal andere wereld. Je ziet kwaliteiten die er daarvoor niet waren. Dat vind ik nou leuk aan dit werk. Als ik nu zou worden gevraagd om nog een ontvangstruimte of een trouwzaal te ontwerpen, zou ik dat moeilijk vinden omdat ik dan over hetzelfde onderwerp opnieuw moet gaan nadenken.'

De nieuwe projecten lijken zich voorlopig vanzelf aan te dienen. Om maar some thing completely different te noemen: Jurgen Bey buigt zich momenteel met een landschapsarchitecte over een mogelijk nieuw project voor de provincie Gelderland, een toeristische route, een paardenroute. Zijn partner in het project is Rianne Makkink. Begin september traden ze in het huwelijk. Niet in de Utrechtse trouwzaal van Bey, maar in een grote feesttent in het weiland bij de boerderij waar Rianne opgroeide.

Zwaan-kleef-aan

'We hadden een basisconcept bedacht en hebben alles rond de bruiloft zelf opgebouwd met drie ontwerpsters, met mensen die voor mij werken en met stagiaires een soort zwaan-kleef-aan-situatie. De inrichting, de catering, de muziek, het werd gemaakt door vrienden en kennissen. Er waren tijdens de voorbereiding best momenten dat ik dacht: shit, waarom hebben we niet gewoon het dorpshuis gehuurd, dan ben je in één keer klaar. Maar het mooie was dat tussen alles dat tot stand werd gebracht een soort liefde zat. Als je het professioneler doet, zit er meteen een ab stractie in. Het was prachtig: jong en oud werkten door elkaar, vaak tot heel laat. Mensen die we leuk vonden zijn op een bijzondere manier deelgenoot geworden van ons huwelijk. De middag, het trouwen zelf, was van ons tweeën. De avond gééf je. In de vorm van een feest voor de mensen die je warmte toedraagt.'

De gasten hadden zelf voor een verrassing gezorgd door Napoleon van stal te halen, het menpaard van het bruidspaar, en voor het stadhuis op te stellen. Door het gebruik van een stille disco met koptelefoons werden de oude ooms en tantes niet vroeg in de avond weggeblazen door harde muziek. 'Mijn oudste tante van 86 is tot half één gebleven en er was ook een baby van een halfjaar. Alles was helemaal goed', zegt Bey nog zichtbaar nagenietend.

Hij lijkt niet wakker te liggen van het volgende persoonlijke project dat zich onverwacht aandient. De ontwerper heeft juist gehoord dat hij binnen een maand zijn spullen moet pakken en zijn magische lab moet verlaten. 'Ik wil iets zoeken waar je leefruimte, woonruimte en werkruimte bij elkaar hebt. Een oude boerderij met allerlei bijgebouwtjes zou ideaal zijn ja. Dan kun je aan het einde van de middag, na het werk nog een beetje rondscharrelen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden