‘De spelers worden soms uitgekleed’

Redbad Strikwerda..

Van onze verslaggever Mark Misérus

apeldoorn Na een uur praten liggen de heilige huisjes aan stukken en zijn alle zekerheden een voor een onder de voeten weggeslagen. Een gesprek met Redbad Strikwerda is als een alternatieve reis door het volleybal, de sport die niet vooroploopt in progressiviteit.

Volleybal is de teamsport bij uitstek, want een speler mag de bal niet meer dan één keer raken en heeft dus zijn teamgenoten nodig om te kunnen scoren. Maar in de ogen van de Dynamo-coach is het begrip team een lege huls die de kwaliteiten van spelers tekortdoet of hun falen juist maskeert.

‘Het gaat altijd maar over het team, en dat is onzin. Als Tony Krolis geblesseerd raakt, is dat een verzwakking voor het team. Maar dan komt Mathijs Mast in het veld en weet hij dat het moet gebeuren. Dus doet hij wat hij moet doen. Maar als Tony vervolgens weer fit is en Matthijs moet hem tijdens de wedstrijd vervangen, bakt hij er ineens niks meer van. Dat is geen toeval. Dat ligt aan hemzelf. Het team heeft er niets mee te maken.’

Een team, dat zijn voor Strikwerda zes spelers plus een libero. Niemand zal hem kunnen betrappen op de uitspraak dat zijn team hem in de steek heeft gelaten. De spelersgroep spreekt hij ook zelden als groep toe. ‘Maar ik zeg wel eens tegen ze: jullie hebben elkaar nodig. Dat is wat anders.

‘Teamgevoel bestaat niet. Die uitspraak is controversieel, maar die spelers willen toch allemaal de beste zijn? Ik draag dat ook uit, met mijn assistent. Het is niet toevallig dat, elke keer als wij een gesprek met iemand hebben gehad, hij twee weken lang de pannen van het dak speelt.’

Hij daagt zijn spelers ook in de play-offs, die zaterdag van start gaan met de best-of-seven-serie tegen het Rotterdamse Nesselande, uit eigen initiatief te ontplooien. ‘Wat iemand met zijn service doet, zoekt hij maar lekker uit. Als jij beter kunt serveren dan de beste passer aan de andere kant van het net de bal kan ontvangen, dan knal je hem maar gewoon overhoop. Je moet je vooral niet gevangen voelen door een opdracht waarmee we als team spelen.’

Strikwerda daagt zijn spelers uit, prikkelt, bouwt op en breekt soms af. Hij noemt zichzelf liever eigenzinnig dan eigenwijs, maar heeft lak aan tradities en wetten. Met het begrip scherp beginnen – ‘een loze kreet’ – heeft hij ook al weinig.

‘Je kunt beter zo snel mogelijk bij de acht punten zijn, dan over scherpte praten. Want het team dat die grens doorbreekt, wint in 85 procent van de gevallen die set.’

De zoon van Rein Strikwerda, de beroemde knieëndokter die zichzelf eens genas door eigenhandig zijn meniscus te verwijderen, is sinds enkele weken de bezitter van een horloge. Hij vertelt het met trots, omdat hij heeft gehoord dat mensen die een horloge bezitten, gedisciplineerd zijn en zich beter aan afspraken houden. Vooral dat laatste lijkt Strikwerda wel wat, als kind van een gezin waarin het ‘doe maar wat’ als dogma gold.

Zijn inmiddels overleden vader kende geen middenweg. Junior ging naar een reformatorische school en heeft het zwart-wit-denken van zijn vader overgenomen. ‘Maar in de omgang met mensen wil ik juist de diepte in en stel ik mezelf de vraag: hoe kan ik echt tot iemand door dringen?’

Strikwerda (44) heeft een blindelings vertrouwen in de benadering van de spelers als individu. ‘Avondvullende programma’s’ zijn de gesprekken vaak die hij met ze voert. ‘De spelers worden soms uitgekleed, maar ze weten dat de assistent-coach en ik hun vertrouwen niet beschamen. Ze weten dat wij het doen om ze voorbij een punt te helpen waarop ze vastlopen.

‘Ik geloof heel sterk in wat mensen drijft. Waar komen ze vandaan, waarom volleyballen ze, waarom spelen ze op dit niveau? Wat zijn hun drijfveren: willen ze prijzen halen, de beste zijn, haantjesgedrag vertonen? Willen ze beter zijn dan hun broer, als ze met hem in een team spelen?

‘Misschien heeft niemand de speler zien staan in het verleden, en dacht hij: ik wil me daarvoor revancheren. Misschien speelt iemand omdat hij over een paar jaar in een warm land geld wil verdienen. Die drijfveren verschillen per persoon. Dus heeft iedereen een andere benadering nodig om hem beter te maken.’

Tijdens een autorit vroeg zijn trainer bij DOS Schoonhoven de speler Strikwerda waarom hij op hoog niveau wilde volleyballen. ‘Toen kwam naar voren dat ik dat deed om beter te worden dan mijn vader. We hebben het er ook nooit meer over gehad, want als je het hebt uitgesproken, is het klaar. Hoogstens kun je een speler in mijn situatie nog eens prikkelen door te zeggen: ik zie dat je weer tegen een schim uit het verleden staat te spelen.’

Alleen door spelers ‘in de kern’ te raken, denkt hij te weten hoe hij ze moet coachen. ‘We moeten de speler helpen, zo zie ik dat. En hij moet ons duidelijk maken hoe wij dat kunnen doen. Ik ga dus niet als een clown staan schreeuwen langs de kant, zoals je sommige andere coaches ziet doen. Dan kan ik beter tegen een speler zeggen: coach jij je teamgenoot die op een meter afstand van je staat.’

Strikwerda, 2 meter 6 lang en schoenmaat 50,5 – huldigt deels het conservatisme in zijn sport, maar wil ook grenzen doorbreken. Hij zou graag zien dat de ‘mensen met kennis’ een denktank vormen in de A-league, om de eredivisie naar een hoger plan te tillen. Het kan hem niet schelen dat een bevriende krachttrainer bij Nesselande in dienst is. ‘Ik leg hem nieuwe oefeningen voor, hij praat mij bij. Zo moeten we het doen.’

Bij de aanstelling van de nieuwe staf van de nationale mannenploeg werd de assistent van bondscoach Blangé in mei 2006 door technisch directeur Alberda geprezen om zijn nieuwsgierigheid. Aan het vergaren van kennis kent hij als coach zelfs meer gewicht toe dan het behalen van kampioenschappen. ‘Ik kom niet voor een jaar naar een club om een prijs te pakken en weer weg te gaan.’

Toch heeft zijn aanstelling als hoofdtrainer – kort voor de play-offs van vorig seizoen volgde hij als assistent Arnold van Ree op – de club uitsluitend succes opgeleverd. Dit jaar werd de landskampioen en bekerwinnaar nauwelijks in verlegenheid gebracht door de achtervolgers. Het krachtverschil met het jonge Nesselande, waar de Apeldoornse dominantie zelfs leidde tot duw- en trekwerk van Rotterdamse spelers, lijkt alleen maar gegroeid.

Alleen al op basis van uitstraling werden de laatste onderlinge confrontaties winnend afgesloten door Dynamo. Maar Strikwerda vindt dat zijn team zich nog nadrukkelijker op de borst mag slaan. ‘Ik ga voorop in die strijd. Dan zeg ik in de krant dat het sufferds zijn in Doetinchem, bij Orion. Of roep ik vlak voor een wedstrijd tegen Nesselande dat we dat team even een pak slaag gaan geven. Je moet laten zien dat je geen angst hebt. Want de tegenstander loert en pakt je altijd op een zwak moment.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden