De SPD heeft reden om bang te zijn voor Die Linke

Gevraagd naar een reactie op het vertrek van vijf jonge partijgenoten naar Die Linke, antwoordde de SPD-voorzitter van de deelstaat Nedersaksen: ‘Ik zal geen traan om hen laten.’ Dat was een ongelukkige uitspraak....

Want de SPD is bevangen door paniek over de vestiging van een partij ter linker zijde die zich als ‘de ware erfgenaam’ van de sociaal-democratie positioneert, en die daarmee ook nog in een behoefte van het electoraat blijkt te voorzien. Met een kiezersaandeel van iets meer dan 25 procent is de SPD nog slechts een schim van de grote volkspartij die ze ooit was.

In de Bondsdag vormen afgevaardigden van de SPD-afsplitsing WASG en de postcommunistische PDS al sinds de verkiezingen van 2005 één (54-koppige) fractie. Maar dit weekeinde zal de fusie officieel worden beklonken, met het eerste gezamenlijke congres van de betrokken partijen. De ambiance waarin dit gebeurt, een glanzend congrescentrum aan de Berlijnse Sonnenallee, is met het zelfbeeld en de aspiraties van Die Linke volledig in overeenstemming.

Dat het überhaupt zover is gekomen, is voor Die Linke al een bron van grote genoegdoening. Want een verbintenis lag alleen op karakterologische gronden al niet voor de hand. De WASG bestaat overwegend uit vakbondsfunctionarissen en sociaal-democraten van middelbare leeftijd die zich identificeren met de verzorgingsstaat, die – in hun perceptie – door Gerhard Schröder is kapot hervormd.

De PDS, de erfgename van de Socialistische Eenheidspartij van de DDR, bestaat uit oude communisten, ex-communisten en postcommunisten. Voor de ene factie was de DDR het beloofde land, voor de andere was de DDR een goed bedoeld, maar jammerlijk mislukt experiment. Partijvoorzitter Lothar Bisky (die in 1959 als 18-jarige de Bondsrepubliek voor de DDR verruilde) slaagt er al sinds 1993 in beide standpunten te vertolken. Met strijdkreten als: ‘Kop omhoog, niet de handen!’ appelleert hij nadrukkelijk aan de eigenwaarde van de vroegere DDR-burgers.

Ex-bondskanselier Schröder onderkende al vroeg het gevaar van een fusie tussen WASG en PDS. Zijn besluit in mei 2005 de Bondsdagverkiezingen een jaar te vervroegen, zou zelfs zijn ingegeven door de wens het fusieproces door tijdnood te frustreren. Het tegenovergestelde gebeurde: oud-SPD-voorzitter Oskar Lafontaine plaatste zich aan het hoofd van de WASG en ging een lijstverbinding aan met de PDS. Dat wil zeggen: de PDS plaatste een aantal WASG’ers op een verkiesbare plaats, en veranderde haar naam, vooruitlopend op de eigenlijke fusie, in Linkspartei. Voor de PDS fungeerde de WASG als bruggenhoofd in de westelijke deelstaten. Bij de verkiezingen van 2005 verwierf ze 8 procent van de stemmen. Haar Bondsdagfractie is groter dan die van De Groenen.

Onder aanvoering van Lafontaine en Gregor Gysi heeft de Linkspartei zich in de Bondsdag als slagvaardige en gedisciplineerde oppositiepartij gemanifesteerd. Ze hamert op de vermeende sociale tekorten van de grote coalitie en ageert tegen de inzet van Duitse troepen in Afghanistan. De WASG-bloedgroep reageert vergenoegd op de getergde reacties waartoe Lafontaine zijn vroegere partijvrienden weet te verleiden. Zij ziet voor Die Linke vooral een oppositionele rol weggelegd.

De PDS’ers willen Die Linke echter als regeringspartij profileren. Dit impliceert de bereidheid om impopulaire maatregelen te nemen, zoals de PDS als coalitiepartner van de SPD in Berlijn en in de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern heeft laten zien. Dit impliceert zelfs de bereidheid om het onbegrip van de eigen achterban te trotseren. De SPD hoopt dat deze tegenstelling tussen ‘realo’s’ en ‘fundi’s’ Die Linke op termijn fataal zal worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden