De spannende musea vind je in de provincie

Want ze doen tegenwoordig juist wat hun grote broers in de Randstad níet doen. En met verve.

Tien jaar lang gesteggel over bouwvertragingen, te hoge aanbestedingen, de kleur van de muren, een fietstunnel en een omstreden aankoop van het pistool van Volkert van der G. - natuurlijk ligt het voor de hand om de heropening van het Rijksmuseum als het culturele hoogtepunt bij uitstek van 2013 te zien. Maar verrassender was de hernieuwde belangstelling voor musea in de regio.


Alleen in het afgelopen jaar zijn er maar liefst vier musea die hun verbouwing met succes hebben afgesloten: het Fries Museum in Leeuwarden, het Stedelijk Museum en Noordbrabants Museum in Den Bosch en De Fundatie in Zwolle. Al eerder had Museum Alkmaar zich een nieuwe entree en een paar gerenoveerde museumzalen veroorloofd. In 2011 werd de facelift van het Drents Museum in Assen voltooid. In 2010 kreeg de oudbouw van het Dordrechts Museum een nieuwe vleugel.


De bouwwoede buiten de Randstad is tekenend voor het belang dat de regio wenst in te nemen. Niet langer als het stiefkindje van cultureel Nederland (met een elite die nauwelijks zijn voet buiten de grote steden durft te zetten), maar als een volwassene die zijn onafhankelijke rol opeist. In de vorm van prestigieuze gebouwen, met een onderscheidend tentoonstellingsprogramma en aankoopbeleid, en een trotse zelfbewustheid. Hier zijn we! En we laten ons niet langer onder tafel moffelen!


Het komt niet uit de lucht vallen. Om een verdere leegloop van de regio tegen te gaan, richt de provincie zich de laatste tijd steeds meer met nieuw elan (en uit bittere noodzaak) op haar economische en toeristische aantrekkelijkheid. Nederlandse dagjesmensen, Duitse vakantiegangers, buitenlandse bedrijven, internationale studenten - alles en iedereen wordt naar de provincie gelokt. Met gunstige vestigingsmogelijkheden, snelle spoorverbindingen, ambitieuze opleidingen en attractieve vakantiebestemmingen.


En met nieuwe musea.


Helemaal nieuw is de gedachte niet. Al in de jaren zeventig en tachtig probeerden de regiomusea zich aan de haren uit het moeras van vergetelheid te trekken. Door zich te spiegelen aan hun grotere broers uit de Randstad. In navolging van het 'Boijmans' en het 'Stedelijk' kochten ze werken van Marlene Dumas, Henk Visch en René Daniëls. En organiseerden ze tentoonstellingen die de vernieuwingen in de binnen- en buitenlandse kunst lieten zien.


De achterliggende gedachte luidde eenvoudig: als ze daar in Rotterdam en Amsterdam furore mee maken, kunnen wij dat ook. Succes verzekerd.


Het was een doodlopende weg. De artistieke emancipatie bleek op deze manier contraproductief. Want waarom zou iemand vanuit Rotterdam naar Leeuwarden afreizen, of van Den Haag naar Alkmaar, als een vergelijkbaar kunstaanbod ook in de Randstad te zien is?


Tegenwoordig pakken de provinciale musea het slimmer aan. Een ezel stoot zich niet tweemaal aan dezelfde steen. Aantrekkelijkheid zit hem in een onderscheidend imago, zullen ze hebben gedacht. En afgaande op wat ze nu laten zien, zoekt ieder museum inderdaad naar een specialisme.


In het Fries Museum is dat - begrijpelijk - het eigen Friese verleden: het Zwaard van Grutte Pier, Mata Hari, Hindelooper kunst en de landschappen van Gerrit Benner. Het Stedelijk Museum 's-Hertogenbosch richt zich op de collectie kunstenaarskeramiek. Het Dordrechts Museum op de verzameling neoclassicistische schilderkunst. De Fundatie, in de 'moderne Hanzestad' Zwolle, ontpopt zich als een kruispunt van internationale, artistieke handelswegen.


Profilering, daarop komt het aan. Met als mooie bijkomstigheid dat door het bredere aanbod Nederland een gevarieerder kunstenland is geworden. De monocultuur van usual suspects uit de kunstwereld is verrijkt met ongewisse tendensen, plaatselijke coryfeeën, artefacten uit de provinciale geschiedenis en kunstwerken die nergens in de Randstad te zien zijn.


Zowaar een reden om in de trein of auto te stappen. Nu meer dan ooit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden