De somberte van de flugelhorn

De flugelhorn is het sombere neefje onder de koperblaasinstrumenten. Het is een trom petachtige, maar hij klinkt lager dan zijn brutale familiegenoot....

Roland de Beer

De flugelhorn blaast een lied van de rouw, of van de heimwee (Chet Baker, My funny Valentine). Wie een Flugelhorn concerto schrijft, zoals nu door Willem Jeths is gedaan in opdracht van het Concertgebouworkest, weet dat hij een 'gevoel' cadeau krijgt. De weltschmerz zit in de flugelhorn ingebakken.

Jeths, wiens Flugelhorn Concerto onder ideale omstandigheden in première is gegaan - solist was de meestertrompettist Peter Masseurs - heeft geen pogingen gedaan het instrument te ironiseren.

Integendeel, het hele stuk kon hem niet duister genoeg zijn. De orkestpartij is zo ingekleed, dat alle eigenschappen van de flugelhorn worden uitvergroot.

Je kunt ook zeggen: bij Jeths brengt de flugelhorn het orkest in de ban van zijn eigen somberte. Het orkest gedraagt zich als een waanzinnige mega-flugelhorn. Het begint met de uithaal van een reutelend soort dubbelbas, een combinatie van trombone en lions roar.

Dat Jeths geen geflierefluit wil, bewees ook de aanwezigheid van een contrabasklarinet, een blaffende contrafagot, een basmarimba, acht contrabassen, en een synthesizer die de contrabassen nog een octaaf lager verdubbelde.

In dit pandemonium klonk het instrument van Masseurs haast als een coloratuursopraan. Maar dan niet met die koketterie. Lamenterend in lange tonen, is de solist bijna zonder pauze aan het woord. Op hoogtepunten bijgevallen door gierende unisoni, van stofzuigerslangen die in het rond worden gezwaaid. Dat geluid is geen nieuwtje, maar in samenhang met Jeths' uitgekookte orkestraties bewijst het zijn meesterschap, waar het gaat om effectieve klankboetsering.

Of Jeths meer beoogt dan alleen materialen en 'sferen', is nauwelijks te horen. Je hoort een walvis in de nacht, een baltsende eland op een bergtop, wellicht een brulboei in de mist. Fantastische soundtrack voor een documentaire van National Geographic.

Het wachten is op een compositie van Jeths waarin de muziek een eigen, overmijdelijke loop neemt.

Maar het was weer wat anders, deze argeloze somberte, dan het geparafraseer in de omringende stukken die de dirigent Markus Stenz uitkoos.

In het ijzersterke Photoptosis van Bernd-Alois Zimmermann zijn de citaten in blokvorm opeengepakt. Bij Ives' Three places in New England liggen ze open en bloot, in verkwikkende chaos. Van de Short ride in a fast machine van John Adams zijn vijftien seconden bekend als herkenningstune van het radioprogramma A4. Die vijftien seconden zijn eigenlijk voldoende.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden