De socialist, de kapitalisten en het fatsoen

Wouter Bos zat op 17 december als lijdend voorwerp op de eerste rij in de Rode Hoed, een kerk aan de Amsterdamse Keizersgracht die dienst doet als centrum voor debat....

Bos handelde zelfs in strijd met de sociaal-democratische beginselen. De PvdA van Bos, meende de oud-minister voor Ontwikkelingssamenwerking en van VROM, ‘is er vooral op uit de verworvenheden van de middenklasse, háár middenklasse, uit te breiden’.

Die middenklasse, was het argument van Bos, betaalde nu eenmaal de rekening van de verzorgingsstaat. Dus moest die middenklasse ook profiteren van de collectieve sector. Solidariteit wortelt nu eenmaal in welbegrepen eigenbelang, en kan alleen gestalte krijgen door anderen daarvan uit te sluiten. Bos: ‘Insluiting en uitsluiting horen bij elkaar. Wie met iedereen solidair is, is uiteindelijk met niemand solidair.’

Het opvrijen van de middenklasse zag Pronk daarentegen als een verloochening van de opdracht die de sociaal-democratie zichzelf had gegeven. Niemand mag buitengesloten worden – en zeker niet met het argument dat er onvoldoende draagvlak zou zijn bij degenen die al comfortabel binnen zitten in het huis van de verzorgingsstaat.

Jan Pronk (Scheveningen, 1940) is al dertig jaar aanvoerder van ‘oud-links’ in de Partij van de Arbeid. ‘Oud-links’ tussen aanhalingstekens, want het waren juist de jongeren in de partij die Pronk ertoe overhaalden zich te kandideren voor het partijvoorzitterschap. Pronk ging er prat op met Bos geen enkel contact te hebben en positioneerde zich zo tegenover het partij-establishment. Dat haalde opgelucht adem toen Pronk, met behulp van een onnavolgbaar systeem van stemmentellen, op het nippertje door Liliane Ploumen werd verslagen.

Maar Bos bleek dus nog niet van Pronk af te zijn. De partijleider antwoordt zijn criticus in het zojuist verschenen nummer van Socialisme & Democratie, het tijdschrift van de Wiardi Beckman Stichting (zie ook Forum van 7 februari). Solidariteit is geen free lunch, zegt Bos nog maar eens. Hij geeft Pronk toe dat een moreel appèl om verantwoordelijkheid te nemen voor het wel en wee van anderen de grondslag moet blijven voor solidariteit met de onderklasse. Maar de grootste uitdaging van de sociaal-democratie ligt in het versterken van de lotsverbondenheid en saamhorigheid tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Dat vraagt om aandacht voor de betaalbaarheid van de verzorgingsstaat en voor de belangen van de middengroepen. Het vraagt ook om pijnlijke keuzen. Want, schrijft Bos, ‘er lijkt een tegenstelling te bestaan tussen een uitgebreide verzorgingsstaat enerzijds en een genereus migratiebeleid anderzijds’. En: ‘een te grote bescherming van werknemers kan een belemmering betekenen voor de kansen op een baan voor werkzoekenden’.

Bos maakt een andere analyse dan Pronk van het verfoeide kapitalisme, want dat heeft ervoor gezorgd dat ‘honderden miljoenen mensen aan de andere kant van de wereld hun levensstandaard hebben zien stijgen’. Bos laat dat zwaarder wegen dan het feit dat de verschillen tussen arm en rijk zijn toegenomen. Dat laatste geldt niet alleen mondiaal, maar ook in Nederland.

Bovendien, verzucht Bos, ‘herverdelen wordt in een open economie steeds moeilijker. Dat is een waarheid als een koe: hoe mobieler kapitaal en arbeid worden, hoe smaller de herverdelingsmarges voor overheden’.

De conclusie van Bos is dat het oude socialistische principe van de gelijkheid tekortschiet, omdat het niets zegt over de kwaliteit van het bestaan voor individuele burgers. Vandaar dat hij (samen met Ruud Koole de belangrijkste auteur) in het nieuwe beginselprogramma van de PvdA het recht op een fatsoenlijk bestaan voor iedereen heeft opgenomen: een norm van waardigheid. Daaronder, schrijft Bos, ‘laten we niemand zakken’. Bewoners van een verzorgingshuis hebben meer aan een fatsoensnorm dan aan recht op gelijkheid, want dat kan ook een gelijke mate van verwaarlozing betekenen.

Pronk bracht hier tegenin dat deze norm van een fatsoenlijke bestaan, dat verschillende bevolkingsgroepen bij elkaar moet houden, wel erg netjes, burgerlijk, minimalistisch is. Het klinkt verstandig, maar ook berustend en vaag. Je onderscheidt je er niet mee, je kunt er in de politieke agitatie niet mee uit te voeten.

Pronk: ‘Daar mobiliseer je geen mensen mee. Een fatsoenlijk bestaan is het resultaat van overleg, niet van strijd. Terwijl we te maken hebben met botsende beschavingen, met geweld, met conflicten.’ Sociaal-democratie is meer dan pragmatisch besturen, wil Pronk maar zeggen. Zeker wanneer je te maken hebt met een ontketend kapitalisme.

Een beroep op de redelijkheid en het fatsoen maakt inderdaad een nogal machteloze indruk bij kapitalisten in de grotere herenmaten. Lees het na in Bos’ toespraak tot de Bilderbergconferentie van 2 februari. ‘Excessen in de sfeer van beloning zijn funest voor het draagvlak voor ondernemerschap, handel en economische globalisering’, sprak Bos dreigend. Ondernemers, gedraag u een beetje! Leg uit wat u gepresteerd heeft voor uw geld. Want anders krijgt u te maken met ‘nationalistische en protectionistische reflexen’ bij de ‘verliezers van de globalisering’. Met andere woorden, dan krijgt u te maken met Wilders en Marijnissen in plaats van met mij, Wouter Bos. De kapitalisten zijn gewaarschuwd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden