De snelwandelaar die in Duitsland zijn lot twee keer ontliep

De Israëlische snelwandelaar Shaul Ladany (76) ontsnapte aan de dood in het concentratiekamp en 28 jaar later opnieuw bij het bloedbad op de Olympische Spelen in München. Ladany loopt nog altijd duizenden kilometers per jaar, ook in zijn huis.

De snelwandelaar heeft vanochtend zijn dagelijkse 15 kilometer gelopen. Hij deed het in iets meer dan 2 uur. Nee, niet in de genadeloze zon die de woestijn buiten in brand zet. Daar krijgt hij maar huidkanker van. De snelwandelaar loopt de laatste jaren het liefst binnenshuis.

Linksom gaat het, langs de binnentuin, langs de 114 jaar oude bruidskist van zijn oma, langs de vleugel uit Belgrado die de Tweede Wereldoorlog overleefde, langs de kast met de bekers en de trofeeën.

Het wandelbaantje is smal en kort, exact 28 meter. Vaak stoot de snelwandelaar zijn ellebogen of handen aan de vleugel als hij met 7 kilometer per uur langs wandelt. Maar altijd contact met de vloer - zoals het hoort.

De radio staat op een Israëlische nieuwszender. Soms praat hij onderweg met Shosh, zijn vrouw die in de keuken scharrelt. De hond mag niet mee. Het beest moet buiten blijven, in de schaduw van de vruchtenbomen.

'Een dag niet gelopen, is een dag niet geleefd', zegt de snelwandelaar als hij uitgelopen is. Die dagelijkse 15 kilometer is trouwens een minimum. Er zijn ook dagen dat hij 60 kilometer of nog verder door zijn huis wandelt. Begint hij diep in de nacht. Wat vindt Shosh ervan? Ze weet niet beter.

Wisten we dat hij op zijn verjaardag zijn leeftijd in kilometers loopt? Is een familietraditie. Hij kijkt nu al uit naar 2 april 2013, dan wordt hij 77. Een mooie afstand, zegt de man die nog steeds het wereldrecord op de 50 mijl bezit.

C C C

Een enkele keer kan hij niet lopen. Dan klinken de sirenes, het is hier helaas een al te bekend geluid. Vallen er raketten in de buurt en moet hij de schuilkelder in. Gaza, bolwerk van Hamas, ligt hemelsbreed niet ver van het woestijndorp van de snelwandelaar.

Wéér die Palestijnen. Ze vormen sinds 1972 een rode draad in zijn leven, zoals ook de Duitsers dat al meer dan 70 jaar zijn. Palestijnen en Duitsers. Twee rode draden, die in de olympische maand september van het jaar 1972 ook nog eens op een gruwelijke wijze met elkaar verstrikt raakten.

Het verhaal begint op 6 april 1941 wanneer de stuka's van Adolf Hitler zijn geboortestad Belgrado aanvallen. Hij is 5. Zijn grootmoeder ligt boven op hem als de bommen vallen. Er dondert een kelderdeur half op haar, maar ze heeft geen schrammetje. De Duitsers krijgen haar later trouwens toch nog te pakken. Oma wordt vermoord in Auschwitz.

De snelwandelaar komt uit een welgestelde familie. Zijn vader heeft in het Duitse Karlsruhe chemie gestudeerd. Thuis wordt Duits, Servo-Kroatisch en Hongaars gesproken. Bourgeois milieu, niet religieus, al mag moeder op sabbatavond graag een kaars aansteken.

De familie vlucht na de komst van de Duitsers de Donau over. Naar Hongarije, waar de grootouders van moederskant wonen. Ze lijken de dans te ontspringen, totdat ook daar razzia's worden gehouden. Het familiehuis in Boedapest wordt gevorderd door Duitse Luftwaffe-officieren.

Het jongetje dat later snelwandelaar zal worden, is 8 als zijn vader hem naar een rooms-katholiek klooster brengt, in de hoop dat zijn kind daar de oorlog kan overleven. Bij de poort van het klooster haalt vader zwijgend de Jodenster van de jas van zijn zoontje, waarna een monnik hem meeneemt.

Het worden de verschrikkelijkste weken uit zijn leven. De jongen voelt zich ontheemd, eenzaam, weet zich geen raad te midden van de zwijgende monniken met hun vreemde rituelen. Nog nooit is hij zo angstig geweest. De monniken tonen mededogen, ze verwittigen zijn vader, die hem komt halen.

Enkele dagen later wordt de familie door de Duitsers op de trein gezet. Een deel van de familie gaat rechtstreeks naar de vernietigingskampen in Polen. De jongen komt met zijn ouders in Bergen-Belsen nabij Hannover terecht. Ze bereiken het kamp na een lange treinreis, onderbroken door een stop in Linz. Daar moeten de Joden onder de douche. Het is juli 1944, men weet inmiddels wat er in Oost-Europa gebeurt en de meeste gevangenen zijn doodsbang voor die douches. Maar er komt water uit.

C C C

Bergen-Belsen, het kamp waar Anne Frank de dood vindt, is geen vernietigingskamp zoals Auschwitz. Toch sterven er 70 duizend Joden. Van de honger, door ziektes en uitputting. Het urenlange wachten op de appèlplaats. Komen de tellingen van de nauwkeurige Duitsers weer eens niet overeen met wat ze in hun boeken hebben genoteerd. De snelwandelaar kan zich elke dag nog herinneren; de misère, de kou, de kampbeulen; vooral die ene, een sadist met een hazenlip.

Bergen-Belsen is ook het kamp van zogenoemde ruil-Joden, Joden die onder auspiciën van het Rode Kruis tegen Duitsers in Britse gevangenschap worden geruild. Zo is er sprake van een bizarre 'Palestinaruil': Nederlandse Joodse meisjes voor Duitse tempeliers uit Jeruzalem.

Anderen, zoals de familie van de snelwandelaar, worden 'vrijgekocht' door zionistische organisaties; geld voor Joden, het is een cynische voetnoot in de geschiedenis. Het is, oordeelt Ladany 68 jaar later, alsof je een deal met de duivel sluit. Maar natuurlijk ook een wonder: eind 1944 wordt de jongen met zijn ouders op een trein naar Zwitserland gezet.

Het paradijs: mannen in uniform aan de grens die niet slaan en schreeuwen, het eerste stuk chocolade.

Nog een herinnering: net buiten het prikkeldraad van Bergen-Belsen groeit in 1944 een tomaat. Eerst groen, later sappig, maar onbereikbaar voor de Joodse jongen. Nog steeds bestaat er voor de snelwandelaar geen groter traktatie dan een tomaat.

C C C

De jaren vijftig. De snelwandelaar is al enkele jaren in Israël, studeert voor ingenieur, dient in het leger. Hij hoort van Emil Zatopek, de Tsjechoslowaak die op de Olympische Spelen van 1952 gouden medailles wint op de 5.000 meter, de 10.000 meter plus de marathon.

Van de 'Locomotief' wordt gezegd dat hij in de training 120 rondjes op de 400 meter baan aflegt. 120 rondjes! En dan draagt hij ook nog legerkistjes.

De jonge Israëliër is onder de indruk. Hij gaat ook hardlopen. Op de gravelbaan, maar vooral op straat, waarbij hij steevast wordt nagewezen. Mesjoggene; hardlopen, hier in Israël, is hij wel goed bij zijn hoofd?

Jawel, hij is goed, maar niet goed genoeg. Hij loopt een eerste marathon in 1956, maar de Olympische Spelen van dat jaar en ook die van vier jaar later, haalt hij niet.

In die jaren wordt in Israël het snelwandelen over grote afstanden populair, als gevolg van de eerste deelname van een Israëlisch legerteam aan de Vierdaagse van Nijmegen. De jonge atleet heeft er aanleg voor en vergeet dat hele hardlopen. Hij snelwandelt of zijn leven ervan afhangt; ook bij nacht en ontij. Hij zal in totaal 28 maal kampioen worden van zijn nieuwe vaderland.

In de Verenigde Staten, waar hij in de jaren zestig als wetenschapper aan universiteiten werkt, komt de internationale aansluiting. De snelwandelaar leert veel van Amerikaanse toppers. Haalt met gemak de limiet voor de Spelen van Mexico in 1968.

Traint met het Amerikaanse track & fieldteam in Lake Tahoe. Daar trekken ook 'Black Power'-atleten als John Carlos en Tommi Smith hun sprintjes, het duo dat later op het erepodium de vuisten in de lucht zal steken uit protest tegen de positie van zwarten in de Amerikaanse maatschappij. 's Avonds discussiëren activistische zwarte sporters over een eventuele boycot van 'Mexico'. De snelwandelaar voelt zich solidair. In die jaren wordt Joden bij sommige Amerikaanse atletiekverenigingen nog de toegang geweigerd.

Zelf blijft hij later in Mexico ver weg van het podium. Toch niet goed genoeg. En hij is, hoe spijtig, ook buiten het Olympisch Stadion als Bob Beamon bij het verspringen atletiekgeschiedenis schrijft.

C C C

En dan is het de late zomer van 1972. De snelwandelaar is de enige atleet in het Israëlische olympische team in München. Koud gearriveerd in de stad van de - dan nog - fröhliche Spiele krijgt hij te horen dat het team een bezoek aan het nabijgelegen voormalige concentratiekamp Dachau moet afleggen.

Verplicht.

Waarom ik, vraagt hij. Ik ken die kampen, ik probeer te vergeten, ik kom hier om te sporten, wil me concentreren. Maar hij moet mee, blijft echter bij de ingang staan. Te veel negatieve ruis.

Een paar dagen later, op 3 september, wordt hij - heel teleurstellend - negentiende op de 50 kilometer snelwandelen. Een Duitse krant plaatst een foto: magere atleet, kale kop, grote hoornen bril. In de Oscar-winnende documentaire over de 20ste Spelen is hij kort te zien, naast de beelden van gouden sportlegenden als John Akii-Bua, Olga Korbut en Mark Spitz.

4 september 1972. Op zijn eerste vrije avond gaat Ladany met teamgenoten naar een voorstelling van Anatevka. Ze gaan na afloop met de hoofdrolspeler op de foto. Voor elf van hen is het de laatste foto.

De snelwandelaar verblijft met zeven teamgenoten in kamers in appartement 2 in de Connollystrasse 31, in het olympisch dorp. Hij geeft die avond zijn wekker aan worstelcoach Moshe Weinberg, die de volgende dag vroeg op moet. Weinberg slaapt in appartement 1. Hij zet de geleende wekker op half zes.

De snelwandelaar gaat in appartement 2 pas om half drie slapen. Eerst moet hij zijn knipselboek bijwerken.

Twee uur later dringen acht Palestijnse terroristen, gewapend met kalasjnikovs en handgranaten, de Israëlische appartementen 1 en 3 binnen. Er wordt gevochten, er vallen meteen twee Israëlische doden. Negen anderen worden gegijzeld.

Om half zes wordt de snelwandelaar in het aanpalende appartement wakker van vreemde geluiden. De atleet kijkt, gekleed in pyjama, om een hoekje. Bij appartement 1 ziet hij vier Duitse agenten staan, een van hen is een vrouw. Ze praten met een man met een skimasker op. Wees bitte humaan, laat ons de slachtoffers ophalen, zegt een van de agenten. Waarop de gemaskerde man antwoordt dat Israëliërs ook niet humaan zijn.

De snelwandelaar trekt zich schielijk terug in appartement 2, waar in de andere kamers iedereen inmiddels is aangekleed. Zijn teamgenoten weten meer: Moshe is dood, het zijn Arabieren, we moeten hier weg.

De snelwandelaar kleedt zich aan. Oh ja, hij doet nog een plas - elk detail van die zwarte dag staat in zijn geheugen gegrift.

Daarna brengt hij zich met zijn teamgenoten via de achterkant in veiligheid. De anderen rennen, hij loopt. De snelwandelaar denkt nog: lafaards.

Het einde is bekend. Na onderhandelingen mogen de terroristen met hun negen Israëlische gijzelaars naar vliegveld Fürstenfeldbruck, waar de Duitse politie er een puinhoop van maakt. Alle negen Israëliërs sterven, ook vijf terroristen en een politieman komen om.

In de chaos daarna wordt ook de snelwandelaar doodverklaard. Snelwandelaar kan zijn lot in Duitsland niet voor een tweede keer ontlopen, schrijft een Israëlische krant. Een Amerikaanse sportvriend brandt kaarsjes voor hem.

Maar de snelwandelaar is niet dood. Hij vliegt terug naar Israël, samen met acht atleten en elf doodskisten.

De Spelen gaan ondertussen door, na de omstreden woorden The Games Must Go On van IOC-baas Avery Brundage. De hele wereld spreekt er schande van, maar de snelwandelaar geeft Brundage groot gelijk. Hij wil ook blijven. Door weg te gaan lijkt het alsof de terroristen de slag gewonnen hebben. Maar alle Israëlische sporters moeten terug. Op bevel van premier Golda Meir zelf. Het harde oordeel van de snelwandelaar: Golda, geen sportvrouw.

C C C

De zomer van 2012. Opnieuw zijn er Olympische Spelen. Er zal in Londen straks tijdens de olympische openingsceremonie geen moment stilte zijn ter nagedachtenis aan de Israëlische sporters en trainers die precies 40 jaar geleden vermoord werden. De snelwandelaar haalt de schouders op. Hij had niet anders verwacht.

Sportpolitiek. Breek hem de bek niet open. Hij heeft nooit door een deur gekund met sportbestuurders, nee, ook in Israël niet. Decennialang had hij ruzie met die blaaskaken.

De snelwandelaar heeft andere plannen. Hij ontvlucht deze olympische zomer opnieuw de hitte van de woestijn. Hij gaat in Europa lopen. Heel veel lopen.

Er zijn elf interessante bergmarathons in Oostenrijk. En vergeet ook de Haervejsvandring niet, een prachtige langeafstandsloop tussen Schleswig en Viborg.

Vijf weken. 1.200 kilometer. Het wordt een schitterende zomer.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden