De smerige kantjes van de watersport

Nederland telt 2,6 miljoen watersporters, allemaal natuurliefhebbers. Alleen veroorzaken ze veel vervuiling. Diesel, pak's, E-colibacteriën en algwerende verfsoorten zijn funest voor het water.

Beeld Han Hoogerbrugge

Gracieus laveren de witte zeiltjes over het meer. De lucht is helblauw met her en daar een stapelwolkje. Enkele motorbootjes liggen voor anker en vanaf de groene waterkant hebben kinderen de grootste waterpret. Dat tafereel zal ook deze zomer volop te zien zijn op en rond het Nederlandse water. Maar het plaatje heeft een keerzijde, want in hun kielzog en onder de waterspiegel laten veel boten nog steeds een smerige troep achter. Terwijl dat toch echt anders kan.

Diesel en olie zijn een deel van het probleem. Watergekoelde uitlaten van de scheepsdiesels en buitenboordmotoren lozen kankerverwekkende pak's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) en vetgesmeerde schroefaslagers (ouderwets, maar heel betrouwbaar) drukken afgewerkt vet het water in. Olie- en diesellekkages van de motor komen in de bilge terecht (ruimte onderin de boot), om maar al te vaak overboord te worden gepompt.

Een speciaal probleem vormt het 'zwart water'; jargon voor het water van de scheepstoiletten. Het vaar- en zwemwater wordt daar niet frisser van. Jaarlijks worden in Nederland tienduizenden zwemmers ziek door het met bacteriën verontreinigd oppervlaktewater. 'Hoewel het water de laatste decennia een stuk schoner is geworden', schrijft het Watersport- verbond in een brochure, 'moet er nog veel gebeuren om ons recreatiewater voor de toekomst in stand te houden.'

Onderzoek

Ruim tien jaar geleden liet de branchevereniging Hiswa onderzoek doen naar de vervuiling die fecaliën van watersporters veroorzaken. Vooral rond onbeheerde steigers werd een te grote concentratie bacteriologische vervuiling aangetroffen. 'Zelfs in die mate, dat het zwemmen rond deze havens gevaar oplevert voor de volksgezondheid.'

Een groepje van twintig boten kan in enkele dagen ziekmakende niveaus van E.colibacteriën veroorzaken. Sinds 2009 is het dan ook verboden om fecaliën op het oppervlaktewater te lozen. Bootbezitters worden geacht een vuilwatertank aan boord te hebben en die in jachthavens leeg te laten pompen. Op papier een nette oplossing, maar zo'n dure en ruimtevretende tank is niet verplicht. Alleen een heterdaadje (het toilet doorspoelen voor het oog van de waterpolitie) levert een bon op.

'Het is onmogelijk hierop te controleren', zegt Michiel Zijlstra van Wetterskip Fryslan, het waterschap dat verantwoordelijk is voor wellicht de drukste meren, sloten en kanalen van Nederland. 'We rekenen erop dat watersporters hun verantwoordelijkheid nemen en zelf ook in schoon water willen zwemmen.' Alleen meet het Friese waterschap geen substantieel positief effect van het zeven jaar oude verbod op wc-lozingen. Wie een duik neemt in de buurt van een afgelegen steiger met enkele boten, is gewaarschuwd.

Beeld Han Hoogerbrugge

Dringen op het water

Een ander probleem is dat het steeds meer dringen wordt op het water. Nederland heeft ruim 2,6 miljoen watersporters die zich minimaal een dag per jaar op een bootje vermaken. Zij bezitten ruim 500 duizend vaartuigen, waaronder bijna 80 duizend kajuitzeiljachten en 60 duizend motorboten met kajuit. En dan zijn er de buitenlandse watersporters. Hun aantal is onbekend, maar elke schipper weet: als Noordrijn-Westfalen vakantie heeft, stromen de Nederlandse wateren vol.

Met een ander onderwaterprobleem leek het de afgelopen jaren beter te gaan. Bootbezitters gebruiken aangroeiwerende coating (antifouling) die de groei van algen, wieren en schelpjes op de huid van de boot tegengaan. Die aangroei verruwt het oppervlak en remt de boot af, wat onder meer brandstof kost. Antifoulings bevatten biociden; chemische middelen die aangegroeid onderwaterleven doden. Die slijten van het schip af (met 'zelfslijpende' antifoulings is dat zelfs de bedoeling) en vervuilen zo het water. Sinds begin jaren negentig is het zeer giftige tributyltin verboden en worden vooral koper- en soms zinkhoudende antifoulings gebruikt. Maar nu bevat het water op tal van plekken in Nederland te veel koper en zink.

Regelgeving niet waterdicht

Nederland hanteert strengere normen dan andere Europese landen, maar de regelgeving is niet waterdicht. Zo mogen 'professionele applicateurs nog wel antifouling aanbrengen met relatief veel koper', schrijft de Hiswa. Met andere woorden: laat de aangroeiwerende verf door een werf aanbrengen en je bent verzekerd van krachtige laag gif. En dan zijn er nog de Duitse en Belgische sites die antifouling verkopen die veel koper of zink bevatten. Ook mogen Duitse en Belgische schepen gewoon op Nederlands water varen, ook al is hun antifouling verboden voor Nederlandse schippers.

Er zijn milieuvriendelijkere antifoulings, 'maar onze klanten vragen er vrijwel nooit naar', zegt de eigenaar van een de grootste watersportwinkels in Nederland, die zijn naam liever niet in de krant ziet. 'Ze willen juist zwaar koperhoudende antifouling die ze al jaren gebruiken. Als ik zeg dat wij die niet mogen verkopen, bestellen ze die in het buitenland. Wij verkopen sowieso steeds minder antifouling. Het is vreemd. Watersporters zijn gek op de natuur. Maar als het om hun boot gaat, zijn ze ineens een stuk minder groen.'

Vragen over milieuvriendelijk gedrag of tips voor deze rubriek? Mail naar groen@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden