De smaak van ironie

Nederlandse interieurontwerpers vallen op in het buitenland. Vooral de ironische gedachte achter de meubels en accessoires van Droog Design gooit hoge ogen, zoals onlangs in Milaan....

Milaan. Magisch begrip voor designers en meubelfabrikanten. Een hype, zeggen sommigen vermoeid en haken vervolgens - heel chic - een jaartje af. Of je er nu moet zijn geweest of er je neus voor ophaalt, zeker is dat de magie van de Salone di Mobile niet is uitgewerkt omdat de beurs ieder jaar de oogst toont van de nieuwste ontwerpen. Hoe pril ook, ze laten zien in welke richting de vormgeving zich ontwikkelt. Vroeg of laat sijpelt het resultaat door in het interieur.

Nederland roert zich sinds enkele jaren, dankzij het Droog Design-concept dat internationaal furore maakt, tot in New York toe waar Dutch Design is doorgedrongen tot het Museum of Modern Arts. Wat 'droog' is, is nog steeds moeilijk te zeggen, je zou het een verzamelbegrip kunnen noemen voor meubels en artikelen die franjeloos ogen, een lichte tongue in cheek bezitten en van gewone materialen zijn vervaardigd. Typisch 'droog' is een bankje met rugleuningen van Richard Hutten, waarbij je je de vraag stelt: kan ik erop zitten of stal ik er mijn schalen met salades op uit? 'Droog' zaait verwarring maar nooit zo dat je er een nacht minder door slaapt.

Droog Design bracht een element in de vormgeving - en dus ook in het interieur - dat we daarvoor niet kenden: ironie. Een riskant speelgoed, want ironie grenst aan camp (dus een vorm van belachelijk maken) en aan flauwiteit. Het nadeel van ironie is dat de grap snel uitgewerkt kan zijn, en zie dan maar eens je huwelijk met dat attribuut in je woonkamer tot een goed einde te brengen.

Ironie was er volop in de Via Milano-presentatie van het jonge Ne derlandse talent. Een extract van de Salone di Mobile, een lofwaardig initiatief van de Be roepsvereniging van Ne derlandse Ontwerpers na de opheffing van het Vorm gevings instituut. Als we zouden kwartetten zou ik vragen, mag ik van de ironie de lamp van Edward van Vliet en de salontafel van Marcel Wanders? De lamp is een hoerig hotellobby-exemplaar met een kap die rozerood geplisseerd satijn suggereert. De voet is, om het nog erger te maken, verzilverd. Het geheel heeft het uiterlijk van een voetbaltrofee, die slechts een ding wil: succes reflecteren. Een gevierd ontwerper als Gijs Bakker laat zich in met Keltumplate, het summum van bourgeoisie. Zover heeft Van Vliet het niet laten komen. De schemerlamp zit geraffineerder in elkaar dan een glimmende kaasstolp van Bakker. Gelikt, zou ik zeggen. De stof van de kap blijkt geplooid glas waartussen stof is geklemd. Dat kan dus ook de betekenis van ironie zijn, een dubbele laag aanbrengen aan een afgekauwd of zelfs beladen voorwerp.

Het blad van Wanders' salontafel is bezaaid met bloemblaadjes die met een computergestuurde loep lijken te zijn gebrand in het donkere hout. Dat blad steunt op vier schuine, stompe ronde poten, alsof ie uit de Flint stones-woonkamer is weggelopen. Zijn of lijken, dat is

de kwestie. Ironie brengt ons in het schemergebied van droom en nachtmerrie. Of we daar blij moeten zijn is aan the morning after.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden