De slinger mag weer een tikkie terug

Prima dat scholen weer strenge eisen aan hun leerlingen stellen. Maar vernieuwend leren is nu bijna overal taboe. En dat is ook weer overdreven.

Je moet goed kijken om de leraar te ontwaren. 'Expert' heet zij op het Amadeus Lyceum. Ze zit tussen de examenklassers in het 'gamma-domein' op de derde verdieping van het lichte schoolgebouw in Vleuten achter een laptop aan een tafel.


Dat domein is hier de variant op de schoolklas. Alleen fors groter, want een stuk of negentig leerlingen moeten er tegelijk aan het werk kunnen zijn. De ene groep krijgt instructies van een 'expert', de andere overlegt over opdrachten, weer anderen zijn zelfstandig aan het werk. Stil is het niet bepaald, maar rumoerig of onrustig kun je het ook niet noemen. Iedereen is bezig. 'Dat wordt echt wennen, straks', zegt Merel Doeser (16, 6-vwo), 'tweeënhalf uur doodse stilte bij het eindexamen.'


Kan het dan toch, vernieuwend onderwijs met goede resultaten? Krantenartikelen over onderwijs uit de afgelopen acht jaar wekten vaak een andere indruk. 'Veredelde speeltuinen' was de term die toenmalig CDA-Kamerlid Jan de Vries in 2005 muntte voor Iederwijs, de experimentele scholen waar kinderen volledig werden vrijgelaten in hun leren. De publicitaire storm die daarop volgde, voedde een kritisch klimaat waarin pioniers moeilijk overleefden.


Net voordat de tijdgeest omsloeg, is het Amadeus opgericht. 'Eigentijds' heet de onderwijsstijl hier in Vleuten: uitgaan van de ontplooiingsmogelijkheden van de kinderen zelf, hen daarbij begeleiden met moderne hulpmiddelen. Eenderde van de uren op school is 'KWT', oftewel keuzewerktijd: leerlingen bepalen dan zelf met welk vak ze zelfstandig aan de slag gaan; een 'domeinbeheerder' (iets tussen een leraar, een conciërge en een onderwijsassistent in) of expert is altijd in de buurt. Huiswerk, niet verplicht, heet thuiswerk: schoolwerk dat je thuis doet. 'We proberen onze leerlingen voor te bereiden op een snel veranderende samenleving', zegt Jeanine Vlastuin (53), rector sinds dag één. 'Daar horen vanzelfsprekend computers en internet bij, maar ook zelfstandigheid en creativiteit.'


De school groeide van 95 leerlingen in 2004 naar 1.200 nu. De laatste jaren doet het Amadeus het goed, maar dat is niet altijd zo geweest. 'In het begin bleven de examenresultaten achter bij onze verwachtingen', zegt Vlastuin. Het team paste de aanpak aan: in het motto van de school bleef de 'vrijheid aan de voorkant', maar werd de 'structuur aan de achterkant' steeds belangrijker. De vrijblijvendheid uit de eerste jaren was een valkuil, erkent Vlastuin. 'In die fase was onwillekeurig de gedachte gegroeid dat je geen eisen zou mogen stellen. Maar je moet ook iemand de maat kunnen nemen in een toets.' De school houdt nu de vorderingen van de leerlingen meer in de gaten.


De beoordelingen van de onderwijsinspectie werden de afgelopen jaren steeds beter. De vmbo-t- en de vwo-afdelingen doen het nu goed. Voor de havo zijn verbeteringen doorgevoerd die tot een voldoende moeten leiden.


Voorlopers en doordouwers

Tot halverwege het eerste decennium had de vernieuwingsbeweging de wind mee. Dat was op de scholen te zien, waar - van harte gesteund door de commerciële pedagogische adviescentra - het ene na het andere moderne onderwijsmodel werd ingevoerd. Bewindslieden haalden voorlopers en doordouwers naar het ministerie om overal dat veelbelovende zelfstandig leren in te voeren.


'Het nieuwe leren', dat meer uitging van het zelf ontdekkende kind en minder van de docerende leraar, was eind jaren negentig met 'het studiehuis' voor de bovenbouw van havo en vwo zelfs officieel beleid geworden. Het moest de oplossing zijn voor twee hardnekkige problemen in het onderwijs: de slechte motivatie van veel pubers om te leren en de schooluitval van vele tienduizenden. Het gevoel in een tijdsgewricht van grote maatschappelijke veranderingen te verkeren, voedde de urgentie.


Want al hadden de jaren zeventig, tachtig en negentig hun uitwerking niet gemist, het voortgezet onderwijs was nog altijd zo georganiseerd als de Mammoetwet van 1968 voorschreef. Nu computers en internet alles flexibeler en individueler maakten, vond men het steeds vreemder dat het onderwijs was gestoeld op 19de-eeuwse principes: dertig leeftijdgenoten bij elkaar in een lokaal met één almachtige en alwetende leraar ervoor. Volgens onderwijspsychologische inzichten moesten leerlingen zich actief inzetten om kennis te verwerven: leren is eerder het zelf opbouwen van iets ('constructie') dan het van een ander aangereikt krijgen ('overdracht').


Zo zag 'het nieuwe leren' het licht: alle ruimte aan de zoekende leerling die dan weer hier, dan weer daar, alleen of in groepjes, zijn informatie bij elkaar scharrelde. Niet te veel parate kennis graag, alles was immers 24/7 te vinden op internet; investeer liever in vaardigheden.


Het waren de universiteiten die hier een jaar of tien eerder om hadden gevraagd, memoreert ex-rector en -topambtenaar Clan Visser 't Hooft (77), een van de vernieuwers, nu met iets van verbolgenheid. 'Zij klaagden dat de nieuwe studenten de vaardigheden om zelfstandig te leren en presenteren misten. Het voortgezet onderwijs moest daarin voorzien.'


Die beweging was rond de eeuwwisseling zozeer de norm geworden dat tegengeluiden niet op prijs werden gesteld. De Groningse hoogleraar Greetje van der Werf merkte het begin 2005 aan de reacties op de oratie waarin ze waarschuwde voor de gevolgen van het nieuwe leren. 'Men vond mijn benadering te negatief. Ook op het ministerie. Terwijl mijn onderzoek aantoonde dat de prestaties achteruit holden.'


Maar later in 2005 trok het hoger onderwijs dat eerder om de nieuwe benadering had gevraagd zelf aan de bel. In de Volkskrant van 19 oktober luchtten studieleiders en universitair docenten hun hart. Het kennisniveau bij nieuwe studenten was enorm gedaald, hun taalvaardigheid was belabberd, en dat vonden ze zelf niet eens erg, constateerde Rens Tacoma, docent oude geschiedenis aan de Universiteit van Leiden. 'Een tekst foutloos inleveren, lukt ze van geen kant.' Niks geen betere aansluiting, zei ook Vincent Tassenaar van de Groningse universiteit. 'Ze zijn mondeling vaardiger, denken alles te kunnen bediscussiëren. Ze hebben altijd een excuus als ze iets niet goed hebben kunnen doen en proberen overal een regelingetje voor te treffen.'


Tsja, constateert Visser 't Hooft in retrospectief, je kunt niet alles hebben. 'Staatssecretaris Nel Ginjaar-Maas, die het studiehuis invoerde, zei ook steeds: er gaat maar één liter in een melkfles. Als je meer aandacht besteedt aan vaardigheden, gaat dat tijdelijk ten koste van kennis...'


Ze hadden het meer tijd moeten geven, de docenten veel beter moeten scholen, denkt Visser 't Hooft. 'Zo'n vernieuwing vergt zeker vijftien jaar.'


Maar die tijd kreeg het studiehuis niet. Half november trok onderwijsminister Maria van der Hoeven er in een interview met de Volkskrant al de stekker uit. De kritiek was te groot geworden om nog te negeren. Het model dat de bovenbouw van havo en vwo moest voorbereiden op zelfstandig leren, was in zes jaar synoniem geworden aan versnippering van vakjes, verdwenen kennisoverdracht en een zinloze stoet van werkstukjes en groepsprojecten. Kranten gaven voor het eerst lucht aan frustraties bij leraren: in de tien jaar ervoor hadden die steeds meer het gevoel gekregen dat hun kennis niet werd gewaardeerd en dat ze eigenlijk hun vak niet meer mochten uitoefenen. 'De slinger is te ver doorgeslagen', zei nu ook de CDA-bewindsvrouw. 'Je moet ook gewoon kennis overdragen. Dat hebben we ondergewaardeerd.'


Rekentoetsen

Een slinger die zijn uiterste punt heeft bereikt, hangt een fractie van een seconde stil, en valt dan de andere kant uit. Sinds eind 2005 gebeurde dat. Zelfstandig, autonoom of ontdekkend leren werd taboe, en in zwang kwamen juist minimumniveaus voor taal en rekenen, verscherpte exameneisen, verplichte Citotoets, prestatieafspraken, rekentoetsen en langstudeerboete. Er kwamen ranglijstjes van scholen, de onderste werden door de inspectie openlijk te kakken gezet als 'zeer zwak'.


De slechtnieuwsberichten uit het onderwijs bleven elkaar opvolgen: literatuurhistoricus en canon-ontwerper Frits van Oostrom wees in februa- ri 2006 op het gebrekkige kennisniveau van de jongeren ('Was er voor de Tweede Wereldoorlog ook een eerste? Vast wel, maar die heb ik niet gehad'). De rekenprestaties hollen achteruit op de basisschool, constateerde in april de vereniging voor reken- en wiskundeonderwijs. Onderwijssocioloog Jaap Dronkers legde in juni 2006 een steeds groter verschil bloot tussen de prestaties van eindexamenkandidaten voor het centraal schriftelijk en het, kennelijk te makkelijke, schoolexamen. Eerder dat voorjaar was de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) opgericht, om de teloorgang van het onderwijs tegen te gaan. Allerlei onderzoeken en cijfers, ook internationaal, onderbouwden de niveaudaling.


In de loop van 2008 begon het ministerie van Onderwijs aan wat je een 'restauratie' kunt noemen. Reken- en spellingtoetsen werden verplicht op de pabo, en in het basis- en voortgezet onderwijs werd afgesproken aan welke niveaus de leerlingen wanneer moeten voldoen. Toen nog staatssecretaris Van Bijsterveldt verscherpte de exameneisen en haar collega Dijksma vond dat er op de basisschool veel meer aandacht nodig was voor de basisvaardigheden rekenen en taal, en minder voor modieuze leergangen als burgerschap en obesitasbestrijding. Later kwamen er centrale examens in het middelbaar beroepsonderwijs bij, en een verplichte Citotoets op de basisschool.


De vraag is wat de slinger op dit moment doet: in volle vaart door? Alleen maar extra eisen? Of is hij alweer op de weg terug: mag een klein beetje vrijer onderwijs, gericht op ontplooiingskansen en bredere vorming, weer? Het hangt er maar vanaf waar je naar kijkt, vindt Eric Reith, die twaalf jaar geleden met zijn school Wonderwijs in het Gelderse Loenen aan de wieg stond van Iederwijs. In de politiek is de nieuwe strengheid nu de teneur, vindt hij. Kortzichtig, want de prestaties blijven achter en in plaats van een andere oplossing zoeken, bieden we méér van hetzelfde en vanaf jongere leeftijd.


Toch waait op allerlei gewone scholen de laatste tijd een andere wind. Iets van de vernieuwing sijpelt in het traditionelere onderwijs door. 'Scholen eisen ook weer meer vrijheid op: minder toetsen, minder administratief vastleggen', zegt Reith.


Ook Clan Visser 't Hooft, de 'moeder van het studiehuis', denkt dat de vernieuwing ondanks het tegengas van de laatste zeven jaar doorzet. 'Die trend is niet te keren. Als je nu naar leerlingen kijkt, met al hun ict-middelen, hebben ze hun leraar soms helemaal niet meer nodig.'


Precies dat is het schrikbeeld van mensen als de Groningse onderwijskundige Greetje van der Werf en VU-filosoof Ad Verbrugge, voorzitter en oprichter van de vereniging Beter Onderwijs Nederland. Zeker, zij zien ook dat het debat over vernieuwing niet meer zo gepolariseerd wordt gevoerd. En gelukkig bouwt het onderwijs merkbaar aan een steviger kennisbasis. 'Maar ik ben stilletjes bang dat het nieuwe leren nog steeds doorgaat', zegt Van der Werf. 'Want voor taal en rekenen hebben we nu wel niveaus vastgesteld die de minimale beheersing moeten garanderen, maar voor andere vakken, van aardrijkskunde tot de natuurwetenschappen, zie je toch de neiging het meer volgens het ontdekkend leren te doen. Ik ben er niet gerust op.'


Helemaal fout!

Ad Verbrugge van BON erkent de kentering ten gunste van meer basiskennis in het voortgezet onderwijs. Maar in het mbo en hbo zijn de problemen nog levensgroot, meent hij. De rol van de docent met zijn surplus aan vakkennis is gemarginaliseerd ten gunste van de coachende instructeur. Helemaal fout! 'Daardoor vallen ook zoveel jongens uit. Die willen een voorbeeld voor de klas. Dat onthouden we hun.'


Anderen, zoals Kete Kervezee, nu landelijk vertegenwoordiger van de basisscholen, maar jarenlang de hoogste baas van de onderwijsinspectie, zien in het debat niet per se onverenigbare tegenstellingen, eerder wisselende accenten. 'Het is goed dat nu meer wordt geëist op cognitief vlak. Maar andere opbrengsten van het onderwijs, sociale vaardigheden en de motivatie om te blijven leren, zijn ook belangrijk.' Steeds krijgt dan weer dit, dan weer dat meer aandacht. Maar de laatste jaren slaagt het onderwijs erin tot een gezond evenwicht te komen, vindt ze.


En wat is er over van de claim dat het nieuwe leren een antwoord was op de motivatiecrisis bij leerlingen? 'Volkomen onzin', zegt Greetje van der Werf. 'Die crisis is er altijd, hoe je kinderen de stof ook aanbiedt. Het idee bestond dat je iets vooral leuk moet maken voordat het geleerd wordt. Maar zo werkt het niet. Je moet eerst een basis opbouwen, en leerlingen dan stapje voor stapje laten zien dat ze die kunnen uitbreiden. Dát motiveert. Veel vrijheid niet.'


Geen hard gerinkel

Terug naar het Amadeus, de vernieuwende school die toevallig werd opgericht in het jaar voor de omslag naar kennis en verplichtingen. Hier gaat geen bel. Al drie uur binnen en nog altijd niet het harde gerinkel, elke vijftig minuten, dat een middelbare school kenmerkt. 'Die bel hebben we bewust niet', zegt rector Jeanine Vlastuin. 'Het is ieders eigen verantwoordelijkheid op tijd te zijn, en zonder die massale verplaatsingen is er veel meer rust op school.'


'Ze zijn een stuk strenger dan een paar jaar geleden', zegt Julia Harder (15), leerlinge van vwo-4. 'Het is hier niet zo vrij. We moeten ook strak op tijd onze spullen inleveren en presentaties geven.'


'Ik merk het aan mijn oudere broer die hier eerder zat', zegt Damayanti Hazenbos (14, 3-havo/vwo). 'Die werd veel meer vrijgelaten. Wij kregen direct in de eerste bijgebracht dat dat niet kon.'


'En bij mijn broertje van 14 is het weer strenger dan bij ons', zegt Merel Doeser (16) uit 6-vwo. 'Wij mogen in de keuzewerktijd zelf bepalen wat te doen, maar we moeten wel overal voldoende voor staan. Anders komen ze met je praten.'


Hun school geldt desalniettemin als een vreemde eend in de bijt. 'Kinderen van andere scholen noemen het hier luilekkerland', zegt Steven Bosch (16) uit vwo-5. 'Ze zeggen: jullie krijgen veel minder strak les en huiswerk wordt niet gecontroleerd. Het klopt: als ik daar een dag geen zin in heb, is er niets aan de hand. Maar ik moet me de stof toch eigen maken.'


'We worden opgeleid om verantwoordelijkheid te dragen', zegt Damayanti. 'Het is net als bij toneel waar ik op zit. Ik moet zelf zorgen die tekst te kennen, anders kan ik niet meedoen.'


We zitten nu in een flow, zegt rector Jeanine Vlastuin, we worden beter. Toch heeft ze liever niet dat andere scholen dit model zomaar navolgen. 'Ik denk dat variatie heel belangrijk is. Die wat ik maar 'BON-scholen' noem, moeten er zijn, met hun traditionele aanpak, maar ook deze vernieuwende scholen.'


Voor een nieuwe minister van Onderwijs de slinger weer een zwiep geeft, de ene of de andere kant op, doet hij er goed aan zijn licht op te steken in Vleuten.


De auteur: Robin Gerrits


Kleurrijke omgeving vol beloften


Robin Gerrits (1964, Dongen) is redacteur van de Volkskrant. Sinds 2005 volgde hij het onderwijs. 'Onderwijs is het mooiste onderwerp om over te schrijven. Kinderen maken scholen kleurrijk. Docenten, traditioneel of vernieuwend, proberen hen ergens beter in te maken. Het is een omgeving vol beloften.'


It's the teacher, stupid!


Zolang CDA-minister Marja van Bijsterveldt het onderwijsveld bestuurt, ligt de focus op kennis als fundament voor een onderwijsloopbaan. Ook haar opvolger zal moeten kiezen tussen streng, vrij of iets ertussenin. De kwaliteit van de leraar maakt het verschil, zeggen onderwijswatchers. Het beleid van de afgelopen jaren stelt hen niet gerust.


'Ik vind het zorgelijk hoe lang men erover doet om de minimale vakkennis weer te versterken bij docenten', zegt Ria Bronneman-Helmers, die het onderwijsbeleid namens het So- ciaal en Cultureel Planbureau bestudeerde. 'Bij het hbo wordt er al te lang over gepraat. En als je dan naar de bijspijkercursussen voor de huidige docenten kijkt: allemaal pedagogiek en didactiek, geen pure vakkennis.'


De docent moet zo goed zijn in zijn vakgebied dat hij verschillende kinderen en niveaus kan bedienen, zegt BON-voorzitter Ad Verbrugge. 'Hij moet niet kunnen vluchten in andermans toetsjes.' Ook literatuurhistoricus Frits van Oostrom, onderwijskundige Sjoerd Karsten, oud-rector Clan Visser 't Hooft en oud-inspecteur-generaal Kete Kervezee maken zich zorgen om het niveau van leerkrachten.


Frits van Oostrom legt momenteel de laatste hand aan zijn boek over 14de eeuwse literatuur, maar hij overweegt daarna in een busje door het land te toeren, om overal leerkrachten te bemoedigen. 'Dat gebeurt te weinig. Als je eenmaal in het vak zit, wordt niet meer naar je omgekeken.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden