De slimme, kieskeurige vos is al sinds mensenheugenis vervolgd

De vos

Vossen worden vaak afgebeeld als aaibaar en intelligent óf als kwaadwillend en roofzuchtig. Voor bioloog Jaap Mulder zijn ze vooral studiemateriaal. Roofdier, omnivoor, plaatsgebonden en een beetje familieziek, zegt hij.

`De natuurlijke vijand van de vos is de vos zelf. Vossen zijn heel territoriaal.' Beeld Anne Geene

'Hij is slim. Ik zou niet zeggen: sluw, want dat impliceert met voorbedachten rade en menselijke eigenschappen dicht ik de vos niet toe. Maar intelligent is hij wel. In de zin dat hij leert van eerdere gebeurtenissen. Hij is ontzettend voorzichtig en heeft een scherp oog voor dreigend gevaar. Zo zijn vossen bijna niet te vangen in kooien, ook al ligt er iets heel lekkers. Hij ruikt voorzichtig, met zijn neus naar voren en de poten naar achteren, en dan draait hij zich om en loopt weg. Die voorzichtigheid is in de vos gaan zitten door eeuwenlange bestrijding, door de wedren tussen de slimste jager en de slimste vos. De vossen met de beste tactiek, vossen die bijvoorbeeld nachtactief werden, hebben zich voortgeplant, de anderen niet.

'Daarnaast weet hij juist heel goed gebruik te maken van de mogelijkheden die zich voordoen. Hij is een opportunist, en een omnivoor, hij eet bijna alles. Het liefst konijnen en woelmuizen, zoals veldmuizen, dat is zijn hoofdvoedsel, maar hij kan ook uren onder een kersenboom doorbrengen, hij houdt van gevallen fruit, hij eet bessen en in de duinen eet hij vogelkers. In de Oostvaardersplassen leven vossen in het voorjaar bijna volledig van ganzenkuikens. Ook eet hij volop dode beesten.

De Vos (Vulpes vulpes)

Familie
Hondachtigen

Afmetingen
60 - 80 cm. Staart: 40 - 50 cm. Het mannetje (rekel) is groter dan het vrouwtje (moer).

Verspreiding
Roofdier met wereldwijd de grootste verspreiding. Overal op het noordelijk halfrond, niet in het hooggebergte. In Nederland vroeger alleen op de hogere gronden, nu ook overal in het laaggelegen westen en noorden.

Leefgebied
Overal waar voldoende voedsel en dekking is, tot aan (de randen van) dorpen en steden. De grootte van territoria varieert in Nederland, afhankelijk van het voedselaanbod (en bestrijding), van 50 tot 900 ha.

Kieskeurig

'Sommige dieren eet hij dan weer niet. Kikkers en padden negeert hij, mollen en spitsmuizen vindt hij niet lekker. In Engeland zijn proeven gedaan naar de voorkeuren van de vos. Ze hebben allerlei soorten vlees langs een looproute van een vos gelegd. Met een volle maag gedroeg hij zich heel anders dan met een lege maag. Ook met een volle maag at hij een veldmuis direct op. Maar vogels bewaarde hij. Die vindt hij eigenlijk helemaal niet lekker. Hij eet ze pas als er niet voldoende ander voedsel voorhanden is.

'Ik heb hier een hele reeks boeken staan met vossen in de hoofdrol, kinderboeken vooral. In sommige boekjes is hij echt een schurk, in andere boekjes is het een lief dier. Ik krijg ook vaak cadeautjes van mensen, knuffelvossen. Het tekent onze dualistische kijk op de vos. Enerzijds is hij aaibaar, vanwege die mooie, intelligente kop, die aansprekende kleur en die witte staartpluim. Anderzijds is de vos sinds mensenheugenis vervolgd, als roofdier waar we last van hadden, en vanwege zijn wintervacht waarvan je prachtige jassen kunt maken.

'We zaten vroeger alle roofdieren achter de vodden. Jachtopzieners waren de hele dag bezig om het favoriete wild van jagers in leven te houden, en de concurrentie te bestrijden. De vos kwam in de jaren vijftig van de vorige eeuw alleen nog voor in het oosten en zuiden van ons land. En ook daar niet algemeen, vanwege het gif en de klemmen. Die vorm van bestrijding is eind jaren zestig verboden. De jachtwereld kreeg toen ook minder invloed. Sindsdien heeft de vos zich weer verspreid over het land.

Natuurlijke vijand

'De natuurlijke vijand van de vos is de vos zelf. Vossen zijn heel territoriaal. Dat betekent dat het na een tijdje vol zit en dat er niet meer bij komen. Een vossenpaar heeft een territorium, met een burcht, waarvan ze eigenlijk alleen gebruik maken in de voortplantingstijd. In dat territorium blijven ze in principe hun hele leven, dat kan zomaar acht jaar zijn. Begin april worden doorgaans drie tot zeven jongen geboren, afhankelijk van de voedselvoorraad en de populatiedichtheid. Als je gaat bestrijden en je verdunt de populatie daadwerkelijk, neemt het aantal jongen in een worp toe. Want het territorium kan groter worden, waardoor de vrouwtjes in betere conditie komen. In een natuurlijke populatie daalt de grootte van de worp naar 3 tot 4 jongen.

'Die jongen krijgen vanaf augustus geen voedsel meer en gaan dan in het najaar een eigen plek zoeken. In die zoektocht sterven veel eerstejaarsvossen. Want ze begeven zich voortdurend in de territoria van andere vossen. Dat ruiken ze, dat geeft stress, en ze worden overal weggejaagd. Daardoor hebben ze ook geen tijd om te jagen. Zo vermageren ze sterk en sterven vaak. Die sterfte blijft onzichtbaar, dat weet je alleen als je ze een zender meegeeft. In de ogen van veel mensen is de enige dood van de vos het geweer, de natuurlijke sterfte zien ze niet.

Jongen

'Als de voedselrijkdom in een territorium groot is, sluiten zich vaak meerdere vrouwtjes aan bij een paartje, vaak dochters uit vorige worpen. In dit soort populaties neemt slechts 30 tot 40 procent deel aan de voortplanting. Mannetjes uit andere territoria passeren wel, en paren met die vrouwtjes, maar de vrouwtjes resorberen hun embryo's, die worden weer opgenomen in hun lichaam. Als ze toch geboren worden, eet de moeder ze op. Vermoedelijk omdat ze, als tweede vrouwtje, geen ondersteuning heeft van een mannetje.

'Toch komt het soms voor dat er twee worpen zijn in een territorium. Die tweede vrouwtjes brengen hun jongen dan naar hetzelfde nest als die van het alfavrouwtje. Haar jongen profiteren zo mee van de prooiaanvoer van het alfamannetje. Blijkbaar wordt dat, incidenteel, getolereerd.

'Dit soort gedrag bij vossen is onbegrijpelijk als je niet ook hun verleden hebt bestudeerd. Ze leven lang en in dat lange leven ontwikkelen zich allerlei verhoudingen. Ze weten wie hun buren zijn, soms raken families met elkaar vervlochten. Veel gedrag is uit al die individuele en onderlinge geschiedenissen te verklaren. Dat maakt vossen ook zo fascinerend. Het gebeurt niet meer tegenwoordig, maar het zou een prachtig project zijn: tien jaar lang een lokale groep vossen volgen. Pas dan krijg je werkelijk inzicht in al die gecompliceerde verhoudingen en het gedrag van individuele dieren. En uiteindelijk heb je dan een familie-epos.'

Jaap Mulder (64) is bioloog, gespecialiseerd in roofdieren. Hij is bekend vanwege zijn onderzoek naar vossen en was hoofdrolspeler in de documentaire Rotvos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.