De slangenverkoper

Een koekje van eigen deeg voor een inhalige toerist. Het verhaal heeft een lekker ritme en knappe overgangen tussen dialoog en gebeurtenissen. Het stuk zou nog beter zijn geweest in de tegenwoordige tijd en zonder de laatste alinea.

In een Indiase bus kocht ik een cobra, geheel ontdaan van alles behalve zijn velletje. Cobrahuiden zijn zeldzaam, en ik wilde er graag een hebben. Ik kocht hem van een jongetje van een jaar of tien. Hij stond naast de bus en vroeg 80 rupees, een bedrag dat hij nog nooit in zijn leven bij elkaar had gezien. 10 rupees leek me een reëlere prijs. Voor dat jongetje nog altijd een bedrag waar zijn familie een dag van kon leven. Ik noemde hem een afzetter. Zijn antwoord droop van verontwaardiging. 'Me cheater? No sahib. Me no cheater.' Hij wees naar de eerste de beste collega-straatverkoper en zei: 'He cheater, yes. But me, me no cheater.' En onmiddellijk deed hij de helft van de prijs af.


Ik had ruim de tijd voordat de bus zou vertrekken, en pakte het professioneel aan. Ik veinsde niet de minste belangstelling. 'Hoeveel bied je?', vroeg het jongetje toen maar.


'Niets.'


'Ik geef 5 rupees korting.'


'Ik haat slangen.'


'Ik geef 10 rupees korting.'


Toen de bus op het punt van vertrekken stond, stapte ik in. Ik zat nog niet of het jongetje verscheen onder het glasloze busraampje. De vraagprijs zakte tot 20 rupees. 'Last price', zei hij, met een blik alsof hij zijn familie ruïneerde uit louter goedheid om mij aan een slangenhuid te willen helpen. Ik zweeg.


'15 rupees', zei hij. 'Very last price.'


Ik haalde een biljet van 10 rupees uit mijn zak en liet hem dat zien.


'15 is no much', zei het jongetje. Daar had hij natuurlijk gelijk in, maar zo speelden we het spel vandaag niet.


De chauffeur startte de bus. De conducteur sprong op de treeplank en riep de bestemming van de vertrekkende bus uit over de zandvlakte die als busstation dienst deed. Het jongetje liep onder mijn raampje mee. Hij keek omhoog, met een smekende blik in zijn ogen. '14 rupees,' zei hij. 'Last price.'


Ik wapperde met het bankbiljet.


'13, very very last price.'


De bus versnelde, het jongetje dribbelde mee. Toen draaide de bus de weg op. '12!' riep hij nog, bedacht zich toen, stak de opgerolde huid omhoog en greep het bankbiljet. Ik haalde de slangebuit binnen, zwaaide naar het jongetje dat hijgend midden op de weg achterbleef en riep: 'It's nice doing business with you.'


Trots op mijn handelsgeest ontrolde ik mijn nieuw verworven bezit. De aankoop van goederen heeft in dit land heel wat voeten in de aarde, dacht ik nog. Toen kwam de ware slang uit de huid. Hoewel het jochie me steeds een cobra had laten zien, zat ik nu met een pythonhuid op schoot. Die kun je op iedere straathoek voor hooguit 5 rupees kopen.


Op hetzelfde moment stond bij de uitgang van het busstation een hijgend jongetje de bus naar Krishnarajasagar na te kijken, een biljet van 10 rupees stevig in zijn hand geklemd. 'It's nice doing business with you too', mompelde hij grijnzend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden