De Slag van Beverwijk, van hi ha . . . naar een ongegeneerde moordpartij

Op 23 maart 1997 sterft Ajax-supporter Carlo Picornie op een grasveld bij Beverwijk aan de gevolgen van een georganiseerde vechtpartij met Feyenoord-fans. Zijn dood vormt de climax van jaren voetbalgeweld.

Voetbalfans met een groot historisch besef noemen Feyenoord-speler Piet Romeijn graag de grondlegger van het voetbalgeweld. Hij maakt op 7 december 1969 scheidsrechter Van Gemert in de uitwedstrijd tegen Twente uit voor 'hondelul'. Supporters nemen dit over en zo wordt 'hi ha hondelul' een graag gezongen lied als de arbiter in de ogen van de benadeelde partij een foutieve beslissing had genomen.

Dit verhaal ken ik slechts uit de overlevering. Zoals ik ook het treffen tussen aanhangers van Stompwijkse Boys met die van de club uit het naburige dorp, SJZ, alleen ken uit de verhalen van vader op zoon. Op de wedstrijddag sprak de dorpsjeugd af om te knokken bij de hoge brug over de Noord Aa.

Boerenzonen met een overdosis testosteron op zoek naar een zondags verzetje. Eerst naar de kerk, dan lekker knokken en daarna in de voetbalkantine met een pot bier in de gehavende vuist stoer vertellen over de nederlaag van het andere dorp.

Begin jaren zeventig zie ik voor het eerst een eredivisiewedstrijd van nabij. Fans van Telstar verkeren broederlijk met die van de tegenpartij. De zon schijnt, het publiek juicht en iedereen is tevreden.

De eerste keer dat ik angst voel in een voetbalstadion is op 10 maart 1971, als in het Olympisch Stadion de Schotse kampioen Celtic komt spelen. Groepen dronken Schotten lopen die avond met whiskyflessen te zwaaien en vallen bijna om. Ik ben 9 jaar en schrik van lallende mannen die een taal zingen die ik niet versta. Mijn angst is ten onrechte, Amsterdammers en Schotten vieren samen een voetbalfeest.

Een jaar later mag ik mee naar De Kuip voor een bekerfinale. Niets aan de hand, humor zelfs, tussen Rotterdammers en Amsterdammers. Begin jaren zeventig is voetbal leuk, ook al vliegt er weleens een bierblikje van de tribune naar het veld. Maar áls dat gebeurt, haalt het de krantenpagina's.

De eerste keer dat ik haat en agressie met voetbalfans verbind, is op 3 oktober 1984 in Leiden. Tijdens de viering van Leidens ontzet speelt een accordeontrio het Feyenoord-lied Hand in Hand Kameraden. Een fan van Ajax maakt een afkeurende opmerking. Een tafeltje verder springt meteen iemand woedend op. Een paar vrienden volgen hem en in een oogwenk is er slaande ruzie in de tent. In alcohol gedrenkte clubliefde als lont in een kruitvat.

Verderop in de jaren tachtig zie ik het echte voetbalgeweld. Eerst op televisie, 29 mei 1985, als kijker naar de Europa Cupfinale Juventus - Liverpool in het Heizelstadion van Brussel. Ik kom te laat een café binnen om de wedstrijd te bekijken. Ik vraag naar de stand en krijg als antwoord: tientallen doden aan Italiaanse kant. Met open mond en bonkend hart zie ik een wereld waarin de waanzin regeert.

In maart 1987 sta ik in het Haagse Zuiderparkstadion op het neutrale vak. De leiding van FC Den Haag doet de sympathieke geste aan de fanatieke Ajax-aanhang om frisdrank in plastic bekertjes te schenken. De Amsterdamse fans schatten het gebaar op waarde. Na enig trek- en sjorwerk zijn de hekken gesloopt en veranderen literflessen Coca-Cola, Fanta en 7 - Up in projectielen om de harde kern van de FC Den Haag-fans op Midden Noord mee te bekogelen. Over mijn hoofd slingert het glaswerk naar de overkant. De Hagenaars zijn inmiddels begonnen met het slopen van de eigen tribune en zo vliegen per kerende post stoeltjes, stukken hout en brokken gewapend beton over mijn hoofd naar het Ajax-vak. In de paniek worden mensen onder de voet gelopen. Heizel is ineens heel dichtbij.

Tien jaar en veel supportersgeweld later, kijk ik op 16 februari 1997 rond het middaguur uit het keukenraam van mijn flatwoning in Amsterdam-Noord. Waar normaal slechts auto's over de ringweg A10 razen, zie ik nu opgeschoten jongens lopen. Ze lijken in paniek. Druk gebarend vluchten ze weg van het viaduct over de snelweg. Het lijken jongens die op speed, coke en pillen hebben doorgehaald na een gabberfeest.

Ik loop de galerij van de flat op en hoor geschreeuw. In de berm staan schots en scheef auto's geparkeerd. De meeste jongens zijn duidelijk de weg kwijt en rennen onze wijk in. Ik zie nergens een voetbalsjaal of een clubvlag. 's Avonds brengt het NOS Journaal opheldering. Het blijkt te gaan om een mislukte confrontatie tussen de harde kern van Feyenoord en Ajax.

De Rotterdammers passeerden Amsterdam-Noord op weg naar de uitwedstrijd van hun club tegen Volendam. De Ajax-fans probeerden hun vijanden vanuit een hinderlaag aan te vallen.

Maar de Rotterdammers waren met veel meer en de Ajax-fans sloegen op de vlucht. Als de NOS een Feyenoordfan aan het woord laat, zegt hij: 'Die Ajacieden zijn mietjes.'

De provocatie slaat bij de Ajax-fans in als een bom. Ten overstaan van het land mietje genoemd worden door een 'kakkerlak' schreeuwt om wraak. Een maand later komen Feyenoord-fans weer langs Amsterdam voor de wedstrijd in Alkmaar tegen AZ. En dan zullen de Ajax-fans toeslaan.

Maar het loopt faliekant anders. Na een korte, bloedige clash op een weiland nabij Beverwijk vertrekken de Feyenoord-hooligans ongehinderd naar de wedstrijd tegen AZ en betreurt het Ajax-kamp een dode. Carlo Picornie, 35 jaar oud, Amsterdammer, vader van twee zoontjes, overlijdt op weg naar het ziekenhuis als gevolg van messteken in de rug. Hij was al jaren niet meer actief als F-side hooligan, maar had voor Beverwijk een uitzondering gemaakt.

Picornie was ongewapend en is volgens een ooggetuige afgeslacht door naar schatting vijftien aanhangers van Feyenoord. 'Hij werd geslagen, gestoken en geschopt. Het deed me denken aan de jacht op zeehondjes. Ze stonden zich echt te verdringen om hem met hamers en knuppels te kunnen slaan. Diverse mensen hebben op hem ingestoken. Ze leken verblind door woede en drugsgebruik.'

Dertien jaar later is het onderwerp Beverwijk nog altijd niet bespreekbaar met de betrokkenen. Te gevoelig, te gevaarlijk en te pijnlijk. Op internet leeft de Slag van Beverwijk nog voort. Een YouTube filmpje van FANATIK.R8 toont de beelden die een bewakingscamera van Rijkswaterstaat maakte.

We zien brandende autowrakken van bezoekers aan de nabijgelegen Zwarte Markt. Daarvoor loopt een groep in jeans en korte zwarte jacks geklede mannen rustig in de richting van de camera. Ze scanderen onhoorbare teksten. Ze zijn op de terugtocht. Ajax-fans zijn niet te zien.

Op de achtergrond is te zien hoe een paar Feyenoord-fans op een gevallen tegenstander afloopt. Ze geven hem nog een paar klappen en duwen hem om. Dan lopen ze weg en sluiten zich juichend aan bij de anderen.

Met walging kijk ik naar de beelden. Voetbal als alibi voor een moordpartij. De mannen steken rustig de snelweg over naar hun op de vluchtstrook geparkeerde auto's. Motoragenten kijken toe en garanderen een ordentelijke aftocht. De colonne Feyenoordfans vervolgt onder politiebegeleiding zijn route naar Alkmaar. Kijkt naar de wedstrijd en laat op de tribune met bloed en modder besmeurde kledingstukken achter. Geen bewijs meer te vinden. 28 Fans worden aan de stadionpoort gearresteerd. De dader wordt niet gepakt. Een bij de veldslag aanwezige fotograaf heeft na een paar klappen zijn fotorolletje moeten inleveren bij de daders.

De politie kamt die middag het slagveld uit en komt terug met een luguber arsenaal van slag- en steekwapens. Honkbalknuppels, houten palen, hamers, bijlen, scherp geslepen paraplu's, messen, kettingen en ploertendoders.

Wat er aan voorafging, laat zich niet moeilijk reconstrueren. Om 10.00 uur 's ochtends vertrekt de harde kern van Feyenoord naar Alkmaar. Een uur later verzamelen ongeveer 150 Rotterdamse fans zich bij het brugrestaurant over de A4. Politie en pers zijn op de hoogte van de telefonische afspraak van de hooligans om elkaar vandaag ergens in Noord-Holland te bevechten. De ME is met drie busjes paraat, maar hier gebeurt niks.

Om 11.45 uur vertrekken de Rotterdammers plotseling omdat het gerucht gaat dat het ergens knokken is. De politie rijdt mee en is ook paraat bij de Zwarte Markt in Beverwijk, bij het wegrestaurant van Akersloot en nabij de Wijkertunnel. Op de snelweg wordt het steeds drukker met busjes en auto's vol mannen. Als er eentje stopt voor een plaspauze op de vluchtstrook, stoppen alle auto's en ligt de snelweg plat voor een massale plaspauze. Twee motoragenten zien machteloos toe.

De Ajax-fans hebben zich dan al verzameld bij de Zwarte Markt in Beverwijk. Een betrokkene: 'De opkomst was veel hoger dan enkele weken eerder bij de A10. Ook de oudere generatie was gekomen en dat gaf een bemoedigend gevoel. We kochten op de Zwarte Markt nauwelijks spullen omdat de ouderen zeiden dat we die niet nodig zouden hebben. We zouden ze ook zonder loden pijpen, messen en traangas wel pakken.'

Om 12.50 komt het Feyenoord-konvooi uit de Wijkertunnel. Een man schreeuwt 'Joden' en wijst naar links. De groep stopt voor de tweede maal. Honderden mannen klimmen uit auto's en pakken hun munitie uit de kofferbak. Vijfhonderd meter verderop staat een groep van zo'n honderd Ajax-fans. Ze schreeuwen: 'Fuck you Feyenoord.' De voorhoede van de Rotterdammers stormt over de snelweg, tussen het naderende verkeer door. De ordedienst roept: 'Bij elkaar blijven. Allemaal eropaf. Nu'!

De groep houdt het tegemoetkomende verkeer op de snelweg tegen en rent op de tegenstanders af. Een groepje begint te vechten met messen en slagwapens. Achterblijvers slaan auto's kort en klein en steken ze in brand. De Ajax-hooligans trekken zich terug omdat ze niet goed zijn gegroepeerd en met een overmacht aan tegenstanders worden geconfronteerd.

Een betrokkene zegt: 'Het werd een korte clash. We moesten rennen voor ons leven en we liepen verspreid met nog maar twintig, dertig man tussen al die kakkerlakken in. Ik kon met mijn knuppel nog iemand vol in zijn porem slaan en was samen met Carlo een van de laatsten die daar nog liep. De hele groep die hem achternazat begon op hem in te slaan. Langzaam maar zeker werd hij door een man of vijftien naar beneden gebeukt.

Ik hoorde de knuppels op zijn hoofd neerkomen en vanaf dat moment heb ik een black-out gekregen. Ik weet niet of ik toen al in mijn rug was gestoken, maar ik kon helemaal niks meer.'

Carlo Picornie zou toen nog tegen zijn aanvallers hebben gezegd: 'Jullie hebben me nou, laat me leven. Jullie zijn de geksten, jullie hebben de eer.'

Om 13.05 uur arriveren twee ME-wagens en vluchten beide kampen. De gewonden worden afgevoerd door de eigen mensen. De ME verklaart het late ingrijpen aldus: 'Het geweld was zo hevig en zo plotseling dat er luchtlandingstroepen nodig zouden zijn geweest om tussenbeide te komen.'

Beverwijk lijkt die middag een stad in oorlog. Overal klinken sirenes. Hulpdiensten rijden af en aan. Om kwart voor twee staat Feyenoord-voorzitter Jorien van den Herik in een file van 15 kilometer die is veroorzaakt door de rellen. Hij zegt: 'Ik zie auto's in de fik staan, helikopters vliegen over en politieauto's scheuren voorbij. Het is krankzinnig.'

De nabij Picornie neergestoken Ajacied belandt zwaargewond in het Beverwijkse ziekenhuis. 'Eigenlijk voelde het vooraf al niet goed, want wat hadden wij nou in dat weiland te zoeken? Wij zijn city kids. We zijn goed in de straatguerrilla en weten precies welke tegel we eruit moeten trekken. Maar een weiland? De meeste van ons hadden nog nooit in een weiland gelopen.'

De dagen na de veldslag zijn Rotterdam, Amsterdam en politiek Den Haag in verwarring. De roep om keiharde maatregelen klinkt, afschuw wordt uitgesproken en er moet een voetbalwet komen. Een geluid dat nog steeds niet is verstomd.

De begrafenis van Carlo Picornie verloopt rustig. In het boek F-side is niet makkelijk staat: 'Onder het gefluit van vogeltjes komt uit de verte een groep van vijfhonderd zwijgende mannen onze kant op lopen. Het zonnetje schijnt, maar ik krijg het ijskoud. (...) Ik voel me sterk, maar bij de eerste tonen van Kleine jongen van André Hazes wordt het me teveel. 'Kleine jongen, als je later groot bent, is je vader er misschien niet meer'. Een goedhartige Amsterdamse lobbes, een vader van twee zoontjes die zich gekrenkt voelde door een Rotterdams broekie, dat zijn Amsterdam op televisie belachelijk maakte. En dat zou hij hem met zijn blote vuisten wel even duidelijk gaan maken'.

De Feyenoord-fans lijken geschrokken . Ze plaatsen een rouwadvertentie in De Telegraaf met de tekst: 'Voor ons was je Carlos. Ook bij ons genoot je aanzien en respect. Dit had nooit mogen gebeuren. Harde Kern Feyenoord'

Een verzoeningspoging op initiatief van het Ajax-fanzine De Ajax Ster loopt op niets uit. Vijf jaar na de gebeurtenissen van Beverwijk zegt een Ajax-fan van de jonge generatie: 'De haat is groot en het gevoel leeft dat we iets moeten doen. Er is een gevoel dat we met 1-0 achterstaan en omdat een gelijkspel niet bestaat, zullen we met 2-1 voor moeten komen. Dat is geen grootspraak. Als het een keer tot een confrontatie komt, zal de strijd meedogenloos zijn'.

Confrontaties in het stadion zijn niet meer mogelijk, nu beide clubs geen fans meer meenemen naar de onderlinge wedstrijden. Maar de haat blijft. Vorige week nog hoorde ik een collega over de dood van een Ajax-fan vrolijk zeggen: 'Zo, weer eentje minder.' Voetbal. Leuke sport.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.