De sheriff van Srebrenica is nog niet verslagen

Geruchten in Servië willen dat hij dood is. Maar Naser Oric, de ex-lijfwacht van president Milosevic die het verzet tegen de 'etnische zuivering' van oost-Bosnië heeft geleid, regeert als een sheriff in de bergen van Srebrenica....

GENSPIREERD DOOR Yasser Arafat vecht hij voor de terugkeer van zijn volk naar de door Serviërs bezette en gezuiverde Drina-vallei.

In zijn eerste interview sinds de val van Srebrenica - meer dan een jaar geleden - dreigt de 27-jarige Moslim-commandant met een nieuwe veldslag om de verloren gebieden te heroveren. 'Er kan geen vrede zijn zolang er Cetniks wonen in Moslim-huizen', zegt hij op het terras van een ski-hotel in Srebrenica.

Op papier is hij een verslagen veldheer: in ruil voor de ontwapening van zijn troepen hebben de Serviërs in april vorig jaar een contingent VN-soldaten in het dal toegelaten. Maar de thai- en kickbokser (hij heeft handen als kolenschoppen) gaat nog altijd gekleed in een camouflagepak met op de rechtermouw een Wassende Maan en een trotse nummer 1.

In de enclave Srebrenica - geïsoleerd als een lepra-kolonie - wonen veertigduizend in de val gelopen vluchtelingen. Als Oric zich te paard of in zijn Renault 5 - hij is de enige met een auto - in de Maarschalk Tito-laan begeeft, wordt er met veel respect over hem gefluisterd; hetzij als de koning van de zwarte markt, hetzij als de held van het Moslim-verzet.

'Oric kan ontzettend goed met paarden overweg', vertellen de Nederlandse VN-soldaten, die vermoeden dat hij in de bergen nog twee- tot drieduizend geweren achterhoudt. 'Vergis je niet. Hij is geen cowboy. Hij is heer en meester van het gebied.'

De commandant zit op een plastic stoeltje met uitzicht op de laatste onaangeroerde moskeeën van oostBosnië. 'Naser laat zijn volk nooit in de steek', zegt Naser. 'Er is teveel bloed gevloeid om Srebrenica op te geven.'

Naar zijn regering in Sarajevo luistert hij niet, want hij hoeft alleen verantwoording af te leggen aan God. Toch is hij, ondanks zijn mujahedin-baardje, geen fundamentalist. 'Wij willen geen land voor Moslims alleen', zegt hij.

Maar kunnen de Moslims en de Serviërs dan ooit nog zij aan zij leven? 'Het zal nooit meer zijn zoals vroeger. De Serviërs die geen vuile handen hebben zijn welkom. Maar we kunnen hen natuurlijk niet dwingen om met ons samen te leven. Als zij dat niet willen, dan moeten ze oost-Bosnië ontruimen en aan de andere kant van de Drina, in Servië, gaan wonen.' Tito, zegt hij, heeft een grote vergissing gemaakt: de maarschalk heeft van de Moslims een natie gemaakt maar hij heeft ze geen land gegeven. 'De geschiedenis zal uitwijzen dat ik minder tijd nodig heb om mijn doel te bereiken dan Yasser Arafat.'

Het Beest Oric, zoals de Serviërs hem noemen, werd op 3 maart 1967 geboren in het gehucht Musulmanski Potocari dat samen met het buurdorp Pravoslavna (orthodox) Potocari onder de jurisdictie van het mijnstadje Srebrenica valt. In de jaren tachtig volgde hij in Belgrado de training van de special forces van de politie, terwijl hij 's nachts bijverdiende als uitsmijter in een discotheek.

Oric werd ingezet als stakings- en oproerbreker in Kosovo. Toen Albanese mijnwerkers de Trepca-mijn dreigden op te blazen uit protest tegen de Servische inlijving van hun provincie, daalde hij in de schacht af om de explosieven onschadelijk te maken. Hij kreeg voor die actie een medaille en klom op tot bodyguard van het echtpaar Milosevic.

'Als agent van de special forces heb ik in Kosovo meegeholpen aan dingen waar ik later spijt van heb gekregen: de onderdrukking van de Albanezen, een volk met dezelfde religie als ik', zegt hij nu. Oric zegt dat hij op het bordes in Kosovo Polje heeft gestaan toen Milosevic zijn Groot Servië-speech hield op de 600ste gedenkdag van de Slag op het Lijsterveld. 'Ik dacht: Hij is een weg ingeslagen en kan niet meer terug. Vandaag moeten de Albanezen het ontgelden, morgen misschien de Moslims.'

Tegenwoordig noemt hij zijn vroegere patroon Stalin. 'Zijn vrouw Mirjana denkt dat ze Tito is. Over hun huwelijk kan ik zeggen: Stalin en Tito hebben elkaar nooit gemogen.' Oric vertelt dat de First Lady zich de laatste jaren erg ongelukkig voelde. 'Als haar man 's ochtends achterin de limousine op haar zat te wachten, ging zij soms met veel misbaar voorin zitten, naast de chauffeur.'

In 1990 begon Oric de etnische spanning in zijn naaste omgeving te voelen. 'We hadden een hechte groep van bodyguards, maar Senta (de primus inter paris die in de villa naast de president woont, red.) en de anderen begonnen mij te mijden. Ze luisterden naar Servische liedjes die vroeger verboden waren en maakten grappen over Moslims.'

Toen de oorlog in Joegoslavië uitbrak nam Oric z'n ontslag. Maanden later dook hij op als leider van het Moslim-verzet in de bergen van oost-Bosnië. In april 1992 overvielen doodseskaders uit Servië met hulp van het Joegoslavische Volksleger de Bosnische steden Zvornik, Bratunac en Visegrad, en vermoordden en verjoegen de Moslimmeerderheid.

Mannen, vrouwen en kinderen vluchtten door de bergen naar het afgelegen Srebrenica. Met de wapens uit het politiebureau (vijftien kalasjnikovs en vier grote machinegeweren) en een aantal jachtgeweren zette Oric drie gevechtseenheden op van veertig tot vijftig man. Tijdens hun verblijf in de bossen oefenden ze op het messenwerpen, omdat niet iedereen een geweer had.

De Serviërs omsingelden Srebrenica, maar wisten het stadje niet in te nemen. Toen in de herfst van 1992 het voedsel in de enclave opraakte, lanceerden de Moslims guerrilla-overvallen op Servische dorpjes in de buurt. Een gebied van zeventig kilometer van Zepa in het zuiden tot Zvornik in het noorden, kwam in handen van de troepen van Oric.

Maar de uitvallen waren wanhopige plundertochten om aan eten te komen. Na de overval in januari 1993 op het dorp Skelani aan de Drina waren er geen te brandschatten Servische dorpjes meer over en begon het tij te keren. Met steun van het leger van Milosevic werd de enclave in tien weken tijd opgerold.

'We waren veel zwakker dan je op grond van onze veroveringen zou denken', vertelt Oric. 'Ik had mannen genoeg, maar ik kon ze niet te eten geven.'

Op de laatste dag van de slag om Srebrenica raakte Oric door een tankgranaat gewond aan zijn been. Hij liep een infectie op maar is nu weer net zo fit als in de dagen dat hij de president van Servië moest beschermen. Het bericht van vorige week op TV-Belgrado dat het Beest Oric bij een vuurgevecht is gedood, doet hem zichtbaar deugd.

Frank Westerman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden