De sfeer van een clubblad, maar wel van de foute club

Stel je bent een boze, blanke Hollandse jongere in de 21ste eeuw en je bent op zoek naar ideeën die de wereld in simpele termen van zwart en wit samenvatten. Is het dan een zegen dat vrijwel het hele Nederlandse archief aan oorlogskranten vanaf morgen maar een paar muisklikken van je is verwijderd, inclusief de NSB- en nazibladen?

Niet zo een-twee-drie. Voor je het weet zit je straks online het maandblad Hamer te lezen. Mooie zwart-witfoto’s van oud-Hollandse klederdrachten, ambachten en volksfeesten, dat wel. Maar ook de begeleidende teksten laten zich lezen als een oud-Hollandse krentenwegge – er is geen doorkomen aan.

Stijlbloempjes van de toen populaire ‘heem- en sibbekunde’ zijn het. En om te weten wat dat is, heb je tegenwoordig al een woordenboek nodig. De Dikke van Dale zegt over ‘sibbe’: ‘Synoniem voor familie, clan: in de Germaanse samenleving nam de sibbe een voorname plaats in.’ Het draaide er in Hamer inderdaad om te bewijzen dat Nederland ten diepste verbonden is met de Germaanse cultuur. De Duitse bezetting moest daarom als een voorrecht worden beschouwd.

In de aanloop naar het via internet beschikbaar maken van de hele NSB-leesmap ontstond enige ophef over de gevaren daarvan (zie inzet). Maar de digitalisering van de oorlogskranten door de Koninklijke Bibliotheek behelst veel meer. Naast de ‘foute kranten’ zijn ook het hele archief van verzetskranten van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), én bijna alle huis-, tuin- en keukenbladen uit de oorlogsjaren online te lezen en te downloaden.

De rijkdom schuilt in de volledigheid. ‘Aan het begin van de oorlog verschenen er ruwweg 120 titels legaal, aan het eind was dat afgenomen tot 50’, zegt Edwin Klijn, die bij de KB de digitalisering van de kranten leidt. De illegale bladen maakten precies een tegenovergestelde ontwikkeling door: een paar dagen na de Duitse inval was er één (het handgeschreven Geuzenactie) en vlak voor de bevrijding waren er tussen de 1.200 en 1.300 bladen in omloop. Alles bij elkaar komen er 300 duizend pagina’s met oorlogsnieuws op het internet – en daarop kun je bevreemdende ontdekkingen doen.

Afsluitdijk


De voorpagina van De Stem uit Breda heeft een rubriek ‘In ’t kort’. Op 24 mei 1945 staat daarin als zevende bericht dat Adolf Hitler vermoedelijk op 1 mei is omgekomen door een injectie, en dat zijn lichaam is verbrand. De redactie achtte het nieuws dat de Afsluitdijk behouden de oorlog was doorgekomen van groter belang.

In het Zeeuwsch Dagblad komt meteen nadat Nederland in zijn geheel is bevrijd een discussie op gang over de zinsnede ‘van Duitsen bloed’ in het volkslied. Kan dat nog wel, gezien de recente geschiedenis? Een lezer stelt voor het te veranderen in ‘van Dietsen bloed’. Maar dat is tegen het zere been van een briefschrijver uit Axel. Diets, betoogt hij, zou ‘te veel’ naar ‘heem- en sibbekunde’ rieken. ‘Wie daarmee bedoeld worden, zal naar ik hoop geen toelichting behoeven.’

Met het vrijelijk beschikbaar stellen van het krantenarchief uit de Tweede Wereldoorlog geeft de Koninklijke Bibliotheek in de eerste plaats een ongekende inkijk in het debat en de taal van de oorlogsjaren. De bladen waren altijd al op aanvraag in de KB of bij het NIOD te lezen, en de bekendste verzets- en nazikranten waren zelfs redelijk eenvoudig via antiquariaten te bemachtigen.

Nog ouderwets bladerend in de leeszaal van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag valt op dat veel van de Nederlandse nazistische periodieken zijn gevuld met verhandelingen die slecht zijn geschreven of anderszins moeilijk te volgen zijn.

‘De Leider’


De NSB-partijkrant Volk en Vaderland ademt toch vooral de sfeer van het clubblad. Leden bleven er op de hoogte van de lezingen die ‘de Leider’ in het land hield. De toon is meestal op het knullige af. In april 1945, als hun het water aan de lippen staat, gooien de NSB’ers er geen antisemitische scheldkanonnade tegenaan, maar opent de krant met de kop: ‘Eng, Eng, Engeland – De krokodillentranen van lords en de liefdadigheid van ladies kunnen we missen.’

Ook het NSB-blad Fotonieuws en het nog rijker geïllustreerde Signaal – dat nazi-Duitsland in maar liefst twintig talen uitbracht – bevatten geen artikelen waarin hitsig tot de uitroeiing van de Joden wordt opgeroepen. Het waren propagandabladen waarin de bezetters en hun handlangers een zo gunstig mogelijk beeld van zichzelf schetsten, met gelikte en vaak kunstzinnige fotoreportages.

Harder gaat het eraan toe in de Storm SS, het blad van de Nederlandse SS-afdeling. In december 1940 vaart de redactie nog eens uit tegen premier Hendrik Colijn. Dat ging dan zo: ‘Het Joodse uitschot is door Colijn voorgetrokken boven de arme volksgenoten.’ Maar ook hierin clubbladnieuws zoals de overlijdensadvertenties van ‘kameraden’ die waren gesneuveld aan het Oostfront. In de kolommen daarnaast kon dan zomaar het chique Amstel Hotel in Amsterdam zijn ‘schitterend gelegen terras’ aanprijzen.

Eigenlijk is er maar één krant die je als boze, blanke, Hollandse jongere op slechte ideeën kan brengen: De Misthoorn. Al in de jaren dertig verscheen die met als ondertitel: ‘Onafhankelijk en onpolitiek orgaan tot wering van den Joodschen invloed.’ Dat was haatzaaierij van de eerste orde. Veel jaargangen zijn er niet, want de krant hield al in 1942 op te bestaan na hoogoplopende ruzie met het NSB-kader rond Anton Mussert.

Het is echt een ‘smerig blad’, zegt René Kok, als onderzoeker van het NIOD nauw betrokken bij de digitalisering van de oorlogskranten. Ook in Volk en Vaderland zijn wel wat nare karikaturen te vinden. Maar, zegt hij, de NSB kreeg al snel door dat de van dik hout zaagt men planken-propaganda niet werkte. ‘In 1941 werd een gruwelijk affiche opgehangen voor de propagandafilm De eeuwige Jood. Maar dat sloeg niet aan. Veel gevaarlijker waren de radio-uitzendingen van Max Blokzijl, die geraffineerd te werk ging. Die zei bijvoorbeeld dat hij ook Joodse vrienden had, maar dat het niet om hen ging, maar om de Joden in het algemeen. Of hij bood excuses aan voor het vervelende gezicht als Joodse buren uit huis werden weggehaald, en hield dan de luisteraars voor dat ‘wij’ onze eigen zorgen hebben.’

De invloed van Blokzijl was ook de makers van het ondergrondse blad De Duikelaar niet ontgaan. Twee Joodse onderduikers maakten in de kelder van de gereformeerde kerk in Nieuwlande dat weekblad op zakformaat voor andere onderduikers die rond het Drentse dorp verstopt zaten. Geschreven in een minuscuul maar helder handschrift en gelardeerd met pentekeningen brachten ze tussen november 1943 en juni 1944 een mengeling van faits divers en hard oorlogsnieuws. Op de ene pagina gaat het over dameskousen (‘reeds voor de oorlog waren deze het zorgenkindje van de vrouwelijke sekse’), terwijl op de volgende Max Blokzijl van onder uit de zak krijgt. Hun hoefde je niks wijs te maken, want ze wisten dat ‘de SS in Polen met een mitrailleur weer tienduizend Joden hun eigen gegraven massagraf in schiet’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden