De sex en de machinaties in het Rolduc van Gijsen

Een recent verschenen boekje deed hem besluiten niet langer te zwijgen. Ex-priester Vincent van Opstal verhaalt van zijn seksuele relatie als student met de toenmalige conrector van het grootseminarie Rolduc....

VOOR een beeld van Maria, de Moeder Gods, zwoeren de Rolduc-student Vincent van Opstal en de conrector van Rolduc, dr A. Lemmens, elkaar eeuwige trouw. De student en de conrector gaven elkaar ringen en zeiden de geloofsbelijdenis op. Het was de plechtige bezegeling van een intieme relatie. Van Opstal, even in de twintig, noemt Lemmens sinds kort 'moeder'. Zijn eigen moeder is overleden, en hij loopt verweesd op het seminarie rond. Lemmens neemt haar plaats in.

Van Opstal komt uit een groot katholiek gezin. Hij wil graag priester worden, al weet hij niet goed waarom. Zijn moeder steunt hem daarin en Van Opstal, hoewel Amsterdammer, gaat eens kijken in Rolduc. De sfeer bevalt hem, er zitten nog meer Amsterdammers, en hij besluit de zesjarige opleiding aan het groot-seminarie te volgen.

Rolduc is de trots van bisschop Gijsen. Het statige complex in het diepe zuiden van Limburg herbergt enige tientallen jongemannen die tot priester worden opgeleid. Voor Gijsen is Rolduc een spirituele oase in een seculiere woestijn. Zijn priesters zullen vanuit Limburg het bisdom kerstenen en liefst de hele kerkprovincie. Het Vaticaan steunt Rolduc van harte.

Eenmaal op Rolduc leidt de dood van zijn moeder ertoe dat Van Opstal zijn hoofd niet bij de colleges kan houden. Met Kerstmis krijgt hij van de leiding te horen dat hij beter zijn best moet doen, anders moet hij weg. De conrector, tevens zijn biechtvader, biedt hem hulp aan. Lemmens is een veertiger en in alle opzichten de tegenpool van de verkrampte Gijsen. Tot groot plezier van de studenten vertelt hij op Rolduc nog wel eens een schuine mop.

Van Opstal klampt zich aan Lemmens vast en besluit in te gaan op de suggestie van zijn biechtvader om hem als een moederfiguur te beschouwen. Zijn 'moeder' geeft hem een boek met de opdracht dat Van Opstal en hij 'hand in hand' aan de opbouw van Gods rijk gaan werken en tekent met 'Moeder'. 'Behalve dat boek ontving ik ook briefjes van Lemmens, die getekend waren met ''moeder'' of kortweg ''m'' Vanaf die tijd beginnen ook de eerste seksuele contacten', zegt Van Opstal.

Hij heeft behoefte aan zelfbevrediging, maar wordt geacht celibatair te leven. Hij spreekt er met Lemmens, zijn biechtvader, over, die begrip toont en hem wel wil helpen. De daarop volgende jaren helpen 'moeder en zoon' elkaar. Maar de bijzondere verhouding tussen de twee begint op te vallen. Van Opstal: 'Lemmens zat altijd aan tafel naast mij. We trokken samen op, we gingen samen op vakantie. Daar heb ik van genoten. Ik leerde klassieke muziek kennen, allemaal dingen waar ik niets van wist.' Medestudenten praten erover dat Van Opstals kamer hele nachten onbenut blijft, maar ze kijken wel uit om Lemmens, de onbetwiste heer en meester in het seminarie, voor de voeten te lopen.

De geruchten dringen ook door tot de rector van Rolduc, dr H. van der Meer sj., de rechterhand van Gijsen. Hij besluit niet in te grijpen. Van Opstal: 'Lemmens was onze docent catechese, en hij was de schrijver van een catechismus voor kinderen, in opdracht van Gijsen. Ik was niet de enige met wie hij een relatie had. Daarvóór trok hij op met een jongen die zijn vader had verloren. In dat geval speelde hij de vaderrol, en de jongen moest hem ''papke'' noemen. Van der Meer praatte daarover met die jongen tijdens een mondeling tentamen en vroeg of de relatie tussen hem en Lemmens wel ''netjes'' was.'

Daarop valt Lemmens woedend uit naar Van der Meer en vraagt hem waar hij zich mee bemoeit. Vanaf dat moment voelt Van der Meer er weinig voor om Lemmens, een vertrouweling van Gijsen, nog verder lastig te vallen. De bisschop heeft een enorme bewondering voor Lemmens, die alle eigenschappen heeft die hijzelf mist. De docent is populair, kan goed met mensen omgaan en houdt leuke preken. Van der Meer houdt bezorgde studenten voor dat het wel meevalt en dat het wel zal overgaan.

Van Opstal maakt zich soms zorgen over het masturberen en biecht dat bij zijn biechtvader Lemmens. Van Opstal: 'Lemmens zelf biechtte geregeld bij twee biechtvaders. Bij de man die hem ''papke'' noemde en die inmiddels tot priester was gewijd, en bij een topfunctionaris in het bisdom.' Zij vergeven hem zijn zonden, hij vergeeft de zonden van Van Opstal.

Ongeruste studenten besluiten naar de bisschop te stappen, die Lemmens ontbiedt. De conrector wijst de bisschop erop dat het een persoonlijke zaak betreft. Gijsen bindt in en drukt hem op het hart dan toch ten minste niet zo opzichtig naast Van Opstal aan tafel te gaan zitten.

Van Opstal: 'In het laatste jaar van de opleiding raakte ik verliefd op een vrouw die ik buiten Rolduc ontmoette.' Hij staat dan vlak voor zijn diakenwijding. Als het meisje wil trouwen, zal hij de opleiding vaarwel zeggen. Maar het meisje wil graag non worden.

'Ik wist niet wat ik moest doen en besloot een andere biechtvader te nemen', zegt van Opstal. Hij gaat te rade bij dr Th. Willemssen, die Van der Meer als rector is opgevolgd. 'Hij drong erop aan dat ik een einde maakte aan de relatie met Lemmens, en dat heb ik ook gedaan. Ik heb mijn ''moeder'' begraven.' Intussen staat zijn priesterwijding voor de deur, maar Van Opstal heeft een vrouw ontmoet op wie hij verliefd is geworden. Ze is getrouwd en heeft kinderen. Van Opstal weet niet wat te doen.

Hij kan niet met de vrouw verder, want dan zou ze moeten scheiden en zouden haar kinderen de dupe zijn, vindt hij. Op weg naar de wijding bidt hij om een wonder. Het wonder blijft uit en Van Opstal wordt gewijd. Hij weet inmiddels dat hij nooit celibatair zal kunnen leven. Zijn nieuwe liefde zit tijdens de wijding in de kerk. Ze is zwanger van Van Opstal. Tijdens de wijding ontmoet hij ook zijn oude vriend Lemmens en de top van het bisdom. Ze keren hem allemaal de rug toe.

Een paar dagen later maakt hij een afspraak met Gijsen en laat hem weten dat hij wil uittreden omdat hij een relatie heeft met een vrouw die een kind van hem verwacht. De bisschop doet een beroep op Van Opstal om priester te blijven. Het bisdom zal dan wel voor vrouw en kind zorgen. Van Opstal: 'Ik vond dat een schandalig aanbod waar ik niet op in wilde gaan.'

Gijsen is razend en schrijft in het bisdomblad een artikel waarin hij Van Opstal van verraad beticht. Rolduc gaat door een periode van loutering. God zal Rolduc bijstaan en van Opstal straffen. 'Ik ben toen naar de bisschop gestapt en heb hem verteld van mijn relatie met Lemmens. Gijsen vroeg me toen of ik niet mijn zonden moest biechten, maar dat heb ik geweigerd. Ik wilde dat er een proces gestart zou worden waardoor ik van mijn belofte zou worden ontslagen. In zo'n proces zou het hele seminarie worden doorgelicht. Ik vond dat Gijsen en Van der Meer de zaak op hun beloop hadden gelaten.

'Hoewel ik nog veel respect heb voor Lemmens, heeft hij niet juist gehandeld. Dat moest aan de kaak worden gesteld. Gijsen speelde dat heel slim: als ik bij hem had gebiecht, zou hij nooit bij een onderzoek betrokken kunnen worden omdat hij zich dan op het biechtgeheim zou kunnen beroepen. Ik vertelde hem ook dat hij Lemmens moest ontslaan en dat ik dispensatie moest krijgen van mijn belofte. Anders zou ik de zaak publiek maken.'

Gijsen geeft toe en stuurt de conrector met ziekteverlof. Lemmens wijkt uit naar Duitsland.

Van der Meer, intussen als officiaal werkzaam bij de kerkelijke rechtbank, wordt belast met de procedure om de wijding van Van Opstal ongedaan te maken. Van Opstal: 'Ik had een bevriende kerkjurist geraadpleegd, die de stukken van Van der Meer las. Hij merkte dat hij op nietigheid aanstuurde, met andere woorden: dat het aan mij gelegen had en dat de wijding daarom ongedaan moest worden gemaakt. Met geen woord ging hij in op de situatie in Rolduc, of op zijn eigen rol.

'Ik heb toen een viertal priesters ingeschakeld die delen van het dossier hebben verspreid op plekken waar mensen kwamen die dicht in de buurt zaten van de nuntius. Ik wilde dat het Vaticaan zou beoordelen wat er was gebeurd. Ik eiste dat Van der Meer werd vervangen omdat hij partij was. Daarop heeft de bisschop op aandrang van het Vaticaan de officiaal van het bisdom Breda aangesteld.'

De officiaal praat met Van Opstal en met docenten van Rolduc. Het dossier gaat naar Rome, en het Vaticaan krijgt een heel andere kijk op Rolduc. De positie van Gijsen is nu onhoudbaar geworden. Tijdens het verplichte vijfjaarlijkse bezoek van de bisschoppen aan Rome in januari 1993 hoort de bisschop bij de congregatie die het dossier behandelt, dat de paus Van Opstal in maart dispensatie zal verlenen.

Tijdens de procedure dringt Gijsen er bij Van Opstal op aan vooral niet de publiciteit te zoeken. Van Opstal zwijgt. Van Opstal: 'Ik ben in de loop van de jaren anders tegen Gijsen aan gaan kijken. Het is een heel eerzuchtige man. Ik ben ervan overtuigd dat hij de eer aan zichzelf heeft gehouden. Zijn positie in Rome was onhoudbaar, en hij was bang dat Rolduc weer in de schijnwerpers zou komen te staan. Ik denk dat hij daarom ontslag heeft genomen. Ik heb hem daar uiteindelijk toe gedwongen.

'De laatste jaren heb ik gezwegen, maar er is net een boekje uit van J. Spanjaard, de oud-perschef van Gijsen. Daarin schrijft hij dat hij niet geloofde dat Gijsen wegens gezondheidsredenen weg was gegaan. Hij sprak daarover met Gijsen, en die noemde het die Führung Gottes. De perschef schrijft dan dat hij die woorden eerder had gehoord, namelijk bij mijn vertrek. Gijsen zou daar volkomen kapot van zijn geweest. Dat verhaal klopt niet, en daarom wil ik niet langer zwijgen.'

Na Gijsens vertrek wordt Van der Meer gekozen als diocesaan administrator. Hij is nu de topman in het bisdom. Van der Meer vreest dat de homoseksuele praktijken op Rolduc weer volop in de publiciteit komen als Van Opstal vanaf begin maart vrij als een vogeltje is. Het bisdom kan dan niet langer een beroep doen op de loyaliteit van de priester. Een paar weken na het onverwachte ontslag van Gijsen vlucht bisschop Bär van Rotterdam naar de Ardennen. Begin maart wordt hem eervol ontslag verleend. Tegenover de Volkskrant geeft hij toe dat hij wegens geruchten over homoseksualiteit is vertrokken. Hij spreekt van 'de Limburgse mafia' die achter de geruchtencampagne zit.

In de korte tijd tussen het onverwachte vertrek van Bär naar België en zijn ontslag belt woordvoerder A. Jansen van het bisdom Roermond veelvuldig met de kerkprovincie. Hij maakt op een indirecte manier duidelijk dat 'de bom op barsten staat'. Dit is door de kerkprovincie bevestigd.

Docenten van Rolduc peperen het Rotterdamse bisdom in dat ze nu een koekje van eigen deeg krijgen. Het bisdom Rotterdam overweegt een formele klacht in te dienen over deze gang van zaken, maar ziet ervan af. Het wil de zaak niet op de spits drijven. Een jaar later verklaart de woordvoerder van het bisdom Roermond tegenover het bisdom Rotterdam tijdens een gesprek in Rolduc dat hij in opdracht van Van der Meer heeft gehandeld.

Van der Meer wilde de zaak-Bär in een stroomversnelling en in de publiciteit brengen om de aandacht af te leiden van het desastreuze besluit in de zaak-Van Opstal. Dit is bevestigd door het bisdom Rotterdam.

De woordvoerder van het bisdom Roermond ontkent dat hij in opdracht van de diocesaan administrator heeft gehandeld. Jansen: 'Dat kan ik naar eer en geweten verklaren. Ik heb hierover nooit contact gehad met Van der Meer. Tijdens de affaire-Bär heb ik verscheidene malen uit collegiale bezorgdheid met de kerkprovincie gebeld. Meer niet.'

Hij wil niet bevestigen dat Van Opstal dispensatie is verleend, 'omdat het bisdom over zulke zaken helemaal geen uitspraken mag doen'. Dr H. van der Meer was niet voor commentaar bereikbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.