De schuimvalligheid van de mens

Gli sfiorati, de oorspronkelijke titel van Nauwelijks geraakt, de tweede roman van Sandro Veronesi uit 1990, verwijst onverhuld naar De onverschilligen , het boek waarmee Alberto Moravia in 1929 debuteerde....

In Nauwelijks geraakt, de derde roman van Veronesi die in het Nederlands is vertaald, waart het virus van de onverschilligheid eveneens verraderlijk rond, al is het in een in de tijd lichtelijk gemuteerde vorm. We maken kennis met hoofdpersoon M op het moment dat zijn vader met diens tweede vrouw, Virna, op huwelijksreis naar New York vertrekt. Daardoor zit M voor de duur van hun afwezigheid opgescheept met zijn zeventienjarige halfzus Belinda, op wie hij heimelijk verliefd is.

'Dat hij een zwakkeling was, een dn en een stommeling, daar was M intussen wel achter gekomen', schrijft Veronesi over zijn held, en tijdens de dagen dat we hem volgen zijn er weinig aanwijzingen dat dat bezijden de waarheid is. Alsof het theater van de buitenwereld zich afspeelt aan gene zijde van een vuistdikke glazen wand, gaat het leven aan M voorbij. Hij houdt zich onledig met grafologie, handschriftkunde. Deze op veilige afstand van de buitenwereld beoefende studie biedt M de gelegenheid om zich terug te trekken in de beslotenheid van zijn werkkamer, waar hij 'jarenlang over honderden boeken gebogen gezeten' heeft. Door het handschrift van zijn medemensen te analyseren kan hij doordringen tot de kern van hun karakter.Dankzij zijn vorsingen denkt hij een nieuw grafologisch kenmerk op het spoor te zijn dat iets zegt over de geesteshouding van de hedendaagse mens en dat hij 'schuimvalligheid' heeft gedoopt: 'het is geen oppervlakkigheid, geen pure slechtheid, geen wispelturigheid, geen lichtzinnigheid, geen simpele lamlendigheid, of louter verstrooidheid, dromerigheid', maar 'een soort legering' daarvan.

Zijn revolutionaire vondst moet hem ooit beroemdheid brengen. Behalve zijn fixatie op handgeschreven letters heeft M weinig beslommeringen van praktische aard; zijn huishouden wordt bestierd door het Filippijnse echtpaar dat ook zijn bemiddelde vader verzorgt.

Als verzachtende omstandigheid voor de lethargie waar M toe neigt, geldt dat hij een 'slechte tijd' doormaakt, zoals de verteller onderkoeld aangeeft. Zijn moeder is zes maanden eerder gestorven, en hij is pas kortgeleden in Rome komen wonen, een stad die zich in zijn ogen niet erg gastvrij presenteert (op koude winteravonden is het centrum 'zo luguber als de Styx').

Wanneer zijn vader en Virna hem vragen om tijdens hun afwezigheid een oogje op Belinda te houden omdat haar adolescentengedrag hun zorgen baart, zoekt M aanvankelijk juist allerlei aanleidingen om het huis te ontvluchten feesten, afspraken met vrienden, nachtelijke zwerftochten langs uitgaansgelegenheden , kortom, afleidingsmanoeuvres om 'zijn ongezonde hartstocht voor Belinda' te ontlopen.

Belinda betoont zich tijdens de logeerpartij daarentegen ongedwongen en schaamteloos het tienermeisje dat ze is. Ze blowt zich daas van de hasj die haar vriendje verbouwt op een kerkhof, hangt stoned op bed, doet met minimale inspanning haar huiswerk en bezoekt 's nachts duistere feesten. Daar waar M voortdurend naar zichzelf kijkt, lijkt Belinda het leven te nemen zoals het is, zonder vragen te stellen. Een geval van schuimvalligheid.

Op een van de laatste avonden vde terugkomst van zijn vader en stiefmoeder roept M het welhaast onontkoombare over zich af. De verlokkingen van Belinda worden hem langzamerhand te machtig. Tijdens een gezamenlijke blowsessie bedrijft hij de liefde met zijn halfzus. Maar wat M zo heeft gevreesd en waar hij zo naar heeft verlangd, wordt genadeloos geabsorbeerd door de onverschilligheid waarin de mens zich beweegt: 'Er gebeuren in de wereld geweldige, vreselijke, fantastische dingen, zo dichtbij dat ons leven er voor altijd door getekend wordt, en toch, als ze voorbij zijn, merken we dat ze ons nauwelijks hebben geraakt, en kunnen we er ons alleen maar een voorstelling van maken, alsof ze helemaal niet gebeurd zijn.' En dus herneemt het leven zijn gewone gang, als een trein die dreigde te ontsporen maar toch gewoon in de rails is gebleven.

Na deze Moraviaanse ontknoping, waarbij niets ontward wordt, ontvouwt Veronesi in een soort epiloog een wonderlijk tafereel: M blijkt zich te hebben teruggetrokken op de Filippijnen, zonder dat we te weten komen of dat zijn ultieme vorm van boetedoening is, of dat er een ongebreidelde daadkracht over hem vaardig is geworden die hem radicaal heeft doen veranderen, of dat we wellicht in een droom zijn beland.

Nauwelijks geraakt is een merkwaardige remake van een niet te overtreffen boek. Maar waar bij Moravia de existenti wanhoop peilloze diepten aanboort, gloort bij Veronesi de hoop, niet in de laatste plaats door zijn sprankelende vertelplezier en humor. Net als in Waar gaat die vrolijke trein naar toe en In de ban van mijn vader toont Veronesi zich bij vlagen al te manistisch en koket, zoals in de sc waar halfbroer en halfzus gemeenschap hebben met op de achtergrond Radio Vaticaan: 'Gloria Patri et Filio et Spirito Sancto.' Maar daar staan passages tegenover, zoals die waarin de auteur geniale grappen uithaalt met het vertelperspectief, die je makkelijk kunnen verlokken tot de opmerking dat Sandro Veronesi met Nauwelijks geraakt een groots boek heeft geschreven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden