De schoonheid van het alledaagse

VORMGEVING


Hidden Heroes


Het Designmuseum laat gebruiksvoorwerpen als pleisters en paperclips zien. Dat zou interessant kunnen zijn, maar de tentoonstelling is vooral saai.

Eindhoven - Het is een stoel die bestaat uit lange vierkante latjes waarvan een ingenieus frame is gespijkerd. De rugleuning en de zitting bestaan uit twee schuine planken. Op de kopse kant hebben de dunne latjes primaire kleuren; de rest van de stoel is zwart. Zelfs in deze summiere beschrijving zullen veel mensen onmiddellijk de Rood-blauwe Stoel van Gerrit Rietveld herkennen. Toch heeft bijna niemand de stoel in huis, hoewel hij nog gewoon te koop is bij het Italiaanse designlabel Cassina. Het is namelijk helemaal geen prettige stoel die Gerrit Rietveld - 'zitten is een werkwoord' - in 1918 ontwierp.


Wat iedereen wél in huis heeft, is een pleister. Een brok tijdloze efficiëntie is het. Sterker nog, zeg pleister en iedereen kan hem zo uittekenen, die oerdegelijk Hansaplast met dat witte verbandje onder een vleeskleurig plakband met vier ventilatiegaten. Maar wie dit onmisbare product ooit heeft ontworpen? Niemand die het weet.


We omringen ons dagelijks met tientallen van zulke praktische producten waarvan we de herkomst niet eens weten, laat staan de ontwerper. Ze zijn er gewoon. De expositie Hidden Heroes in het Designmuseum is geheel gewijd aan deze anonieme helpers die het dagelijks bestaan zo verlichten. Daarvoor zijn 35 van deze iconische producten letterlijk op een voetstuk gezet, variërend van onverwoestbare merknamen als de BIC-pennen tot het Tetrapak tot technische innovaties als het klittenband.


Zo leren we op Hidden Heroes dat al in 1882 octrooi werd verleend aan de Duitse apotheker Paul Beiersdorf voor medisch gips gemaakt van gaas en rubberlijm. Overigens zou het nog veertig jaar duren voordat zijn bedrijf de uiteindelijke Hansaplast op de markt zou brengen. Sindsdien heef de pleister nog tientallen andere verbeteringen ondergaan, blijkt uit tientallen soorten pleisters die worden getoond.


Jammer genoeg is niet bij alle 35 producten op deze expositie evenveel moeite gedaan om de herkomst en latere variaties te tonen. Het potlood bijvoorbeeld wordt geëerd met alleen een filmpje van de productie op de lopende band. Een aanpak die wellicht prima past bij school-tv maar te karig is voor een serieuze designexpositie die het ontwerpprincipe achter iconische producten wil blootleggen.


Daarbij heeft veel van de toelichtende informatie ook nog eens een hoog Triviant-gehalte. Leuk om te weten dat het Melitta koffiefilter in 1908 is uitgevonden door Melitta Benz, een huisvrouw uit Dresden. Maar zo op een voetstuk, voorzien van zulke nietszeggende informatie oogt het koffiefilter meer als een archeologische opgraving dan als een onmisbaar gebruiksvoorwerp. Waarom dan niet de Senseo-koffiezetter of een Nespresso-apparaat ernaast gezet? Door het tonen van deze erfgenamen zou het koffiefilter - hoeveel mensen onder de achttien zouden het tuitzakje nog kennen? - de eer krijgen die het verdient.


Van misschien wel de meest tot de verbeelding sprekende hidden hero, de paperclip, is zelfs niet eens bekend wie de ontwerper is. Het lijkt wel alsof er hij er opeens gewoon was; op de achtste dag door God geschapen.


Naast de archetypische paperclip, niets meer dan een kunstig gevlochten ijzerdraadje, liggen tientallen varianten, van plastic knijpertjes in de vorm van een hartje tot kunstzinnige vouwwerkjes van metaal. Het is fascinerend dat het onverslijtbare ontwerpadagium form follows function toch nog zo veel variaties kan opleveren. Maar zonder zelfs maar een summiere toelichting waan je je eerder in een kantoorhandel dan in een museum.


Het had zo leuk kunnen zijn, een expositie die de onverwachte schoonheid van het alledaagse belicht. Dat een soepblik ook kan worden gebruikt om ballen tegenaan te gooien. Of dat kunstenaar Jasper Johns zijn collage-schilderijen met pleisters verfraaide. En niet te vergeten hoe met LEGO de Rood-blauw stoel van Rietveld kan worden nagebouwd. Maar wat is het saai, dit eerbetoon aan de onontdekte klassieker uit de keukenla. Nergens is te zien hoe gebruikers zich deze producten hebben toegeëigend. Wat rest, is slechts een gortdroge presentatie van 35 vitrines met louter triviale productinformatie. Daardoor blijven al die kleerhangers, wasknijpers en lucifers vooral onopvallende gebruiksvoorwerpen - alles behalve onvolprezen helden dus.


Jeroen Junte


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden