DE SCHOOL IS VAN IEDEREEN EN NIEMAND

HET ene Kamerlid was nog onnozeler dan het andere. Wim van de Camp van het CDA tegen verslaggever Raoul du Pré in de Volkskrant van 6 december: 'Het is bij ons nooit van harte gegaan met die basisvorming....

Ursie Lambrechts van D66: 'We hebben lang gedacht dat het gelijkheidsideaal onze kinderen zou opstoten in de vaart der volkeren. Nu moeten we ervoor uitkomen dat leren op eigen niveau belangrijker is.'

Met de basisvorming willen de meeste Kamerleden liever niet meer geassocieerd worden. De basisvorming - het woord alleen al - geldt immers als hét schoolvoorbeeld van overspannen beleidsdrift-van-bovenaf, van een geloof in de maakbaarheid van de samenleving dat op z'n best vertedering oproept.

Het was bovendien een project van Jacques Wallage, staatssecretaris van Onderwijs en vooral van de PvdA. Wat zijn leermeester Van Kemenade niet gelukt was, namelijk het invoeren van de middenschool, moest en zou Wallage via de basisvorming voor elkaar krijgen: hou de leerlingen zolang mogelijk bij elkaar, ongeacht hun verschil in talent.

Dus krijgt, met terugwerkende kracht, diezelfde Wallage de schuld van het falen van de basisvorming. Aad Nuis, stond er in 1993 als onderwijsspecialist van D66 bij en keek er naar: 'Het was voor Wallage dé kans om een PvdA-ideaal te verwezenlijken. Ook toen het een erg ingewikkeld compromis werd, wilde hij doorzetten. Die houding maakte zich van veel Kamerleden meester: het ziet er misschien niet al te fraai uit, maar het wordt zo langzamerhand tijd dat we een besluit nemen.'

Maar dit is slechts de halve waarheid. Want de basisvorming was weliswaar al zeven jaar eerder, in 1986, uitgevonden door Kees Schuyt, lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, maar dat was wel een andere basisvorming dan die van Wallage. Want het gemeenschappelijke programma zou niet op één, maar op twee niveaus moeten worden ingevoerd. De verschillen tussen twaalfjarige leerlingen zijn immers te groot om iedereen hetzelfde programma op te dienen.

Nog één keer Van de Camp: 'Kees Schuyt heeft eens gezegd dat we zijn plannen voor de basisvorming hebben verkracht. Daar heeft hij gelijk in. Maar ja, de politieke realiteit zit helaas vaak anders in elkaar dan de wetenschap.'

En dus voerde Wallage zijn middenschool-variant van de basisvorming in. En moesten alle leerlingen tussen twaalf en vijftien, van gymnasiast tot ambachtsscholier, in maar liefst vijftien vakken hetzelfde programma volgen.

Althans, op papier. Want die 'politieke realiteit' van Van der Camp bleek niet alleen een bewuste ontkenning van de wetenschappelijke, maar ook van de praktische werkelijkheid. Op de scholen wordt slechts de helft van het verplichte programma ook daadwerkelijk behandeld. De kinderen zelf worden keurig voorgesorteerd naar hun CITO-score en de schoolboekenuitgevers zorgen voor leermethodes op twee, soms zelfs drie verschillende niveaus.

Veertien jaar na Schuyt en zeven jaar na Wallage zit staatssecretaris Karin Adelmund met de brokken. De basisvorming-van-het-ene-niveau is niet te handhaven, zo gaven alle fracties (op GroenLinks na) deze week toe. Dus suggereerde Adelmund, altijd monter en opgeruimd, dat we het plan-Schuyt gewoon alsnog moeten invoeren.

Dit lijkt het ei van Columbus. Maar de situatie is veel ernstiger dan de betrokken politici in al hun onnozelheid - ik citeer ze niet voor niks uitvoerig - denken. De erkenning van de politiek dat zij in haar beleidsdrift te ver is gegaan, komt te laat. Het wantrouwen tussen degenen die onderwijs bedenken en degenen die onderwijs geven is daarvoor te groot.

De leraren hebben het gevoel als een marionet vast te zitten aan de draden die vanuit Zoetermeer worden gesponnen. Zij verschansen zich in de scholen en spijkeren de ramen dicht, beducht als ze zijn voor nieuwe aanvallen uit Zoetermeer.

Ook de leerlingen zelf voelen feilloos aan dat hun invloed marginaal is. Spijbelen en zonder diploma de school verlaten zijn voor hen de enige manier om zich aan het pedagogisch regiem te onttrekken. De ouders tenslotte zijn altijd welkom als leesmoeder of hulpsinterklaas. Maar wie de school echt op zijn falen wil aanspreken, moet dat via de rechter doen. Kortom: de verantwoordelijkheid voor het onderwijsbeleid is vervluchtigd; de school is van iedereen en niemand.

De VVD heeft aan deze toestand de minste schuld; zij is altijd tegen de basisvorming geweest. Minister Hermans is dan ook de aangewezen persoon om de impasse te doorbreken en de verantwoordelijkheid voor het onderwijs terug te geven aan scholen en de leraren zelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden