De Schiphol-lobby

Het campagneteam dat in 1994 Wim Kok naar het premierschap leidde, coördineerde de afgelopen jaren de lobby van Schiphol en de KLM om de luchthaven te laten groeien....

door Frank Poorthuis

HET WAS in de zomer van 1994 dat Jan van Ingen Schenau wel eens wat anders wilde. De PvdA-campagne zat erop. De partij was de grootste geworden en Kok stevende af op zijn eerste termijn in het Catshuis.

Een headhuntersbureau bracht hem aan tafel bij Schiphol-directeur Smits. Voelde hij ervoor hoofd communicatie te worden? Van Ingen Schenau hapte toe. Speelde zijn politieke voorkeur een rol? Volgens Smits was die niet relevant. Enkele weken later al vroeg Van Ingen Schenau zijn partij-vriend Dick Benschop om erbij te komen. Benschop was politiek assistent en adviseur geweest van PvdA-politici Den Uyl, Wöltgens en Kok. Met de premier onderhield hij nog steeds goede contacten. Na de campagne van 1994 was hij een eigen organisatie-adviesbureautje begonnen.

Benschop wilde zich wel voor twee dagen in de week aan Schiphol verhuren. Hij had een gesprek met Smits. De twee lagen elkaar, en met Van Ingen Schenau erbij bespraken zij de toekomst van de luchtvaart in Nederland. Of specifieker: hoe die veilig kon worden gesteld. De politiek ging zich juist op dat moment zeer intensief met Schiphol bemoeien, omdat een nieuw wettelijk besluit moest worden genomen over de grenzen van de groei.

Tot dan toe had Smits op zijn eigen manier al wel veel energie gestoken in de contacten met politici. Voor de sector was hij dé vooruitgeschoven post. Luchtvaartvoormannen als Schröder (Martinair) en Bouw (KLM) koesterden tot op dat moment nog vooral onbegrip voor de bemoeials op het Binnenhof.

Maar Van Ingen Schenau en Benschop constateerden dat zelfs het public relations-apparaat van Schiphol ver achter lag bij the state of the art. In snel tempo professionaliseerden zij het pr-beleid van de luchthaven. Zij introduceerden een onderzoeksprogramma met moderne technieken die zij ook in de PvdA-campagne hadden gebruikt. Er werd onderzoek in focusgroepen gedaan, bij allerlei groepen omwonenden en belanghebbenden. Openheid, betrouwbaarheid en geloofwaardigheid was wat Schiphol moest uitstralen. 'Pro-actief' zou het pr-beleid worden. Niet afwachten wat de politiek deed, maar haar vóór zijn. Smits, Van Ingen Schenau en Benschop begonnen aan 'rondjes Den Haag'. Op gezette tijden praatten zij met de fracties, met de specialisten en, wanneer het echt nodig was, met de betrokken ministers. Bij Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) kwamen zij overigens wat vaker dan bij De Boer (VROM), die niet zo van dit soort bezoekjes hield.

Dig Istha, nummer drie van het oude PvdA-campagneteam, was na de zomer van 1994 in dienst getreden bij het grote organisatie-adviesbureau Berenschot. Hij deed daarvoor allerlei klussen, vaak ook met politieke lading. Zo adviseerde hij D66-minister Sorgdrager. Vorig jaar klopte de KLM bij hem aan met een zo aanlokkelijk aanbod dat hij in dienst trad als vice-president corporate communications. Bouw was intussen opgevolgd door Van Wijk, die beter door had dat 'de blauwe dame' niet meer zonder goedkeuring van Den Haag kon opereren. Het aantrekken van Istha paste in dat streven naar meer overleg. Maar bij diens sollicitatie werd over zijn goede PvdA-connecties niet uitvoerig gesproken.

Istha vond de KLM autistisch optreden en begon net als Van Ingen Schenau en Benschop eerder bij Schiphol, aan een inhaalrace. In februari van dit jaar gaf de vroegere PvdA-campagneleider zijn visitekaartje af aan Den Haag. Hij organiseerde een protestbijeenkomst van duizenden werknemers van KLM, Schiphol en Martinair. Onder een spandoek met de tekst 'Kom je aan Schiphol, dan kom je aan mijn baan' liep Van Wijk tussen zijn mensen in naar het Binnenhof. Een oude campagnetruc.

Enkele maanden later verzonnen de lobbyïsten van KLM en Schiphol een politiek compromis voor de groei van Schiphol, dat ze zo goed verkochten aan de luchtvaartspecialisten in de Tweede Kamer, dat drie van hen het later als hun eigen idee claimden.

Intern ging Istha bij de KLM ook flink aan de slag. Hij introduceerde een wekelijks overleg van alle belangrijke mannen van de sector: Van Wijk, Smits, Schröder. En met Van Wijk begon hij aan hetzelfde rondje Den Haag als ook Smits maakte. Niet alleen de fracties en hun specialisten werden bezocht. Na de demonstratie op het Binnenhof had Van Wijk ook diverse gesprekken met Kok in diens torentje.

Of die gesprekken echt nodig waren, zal het geheim van het torentje blijven. Kok bleek in ieder geval op de momenten dat het er op aankwam, een groot pleitbezorger voor de groei van Schiphol. Hij is van de stroming in de sociaal-democratie die het economisch belang van Schiphol van 'majeure waarde' vindt voor de werkgelegenheid in Nederland.

H ET is een traditie die de PvdA-bestuurders in de Randstad bijna altijd hebben aangehangen als het om besluitvorming rond Schiphol ging. Als wethouder van Amsterdam en Commissaris van de Koningin in Noord-Holland is de inmiddels gepensioneerde Roel de Wit daarvan het beste voorbeeld. Maar zelfs onder oud-partijvoorzitter Rottenberg had de hoofdstedelijke PvdA nog besloten dat Schiphol best kon groeien.

Nadat de Schiphol-problematiek door de verkiezingen enige tijd uit beeld was verdwenen, speelde deze in augustus weer volop. Er bleek gesjoemeld met cijfers, Schiphol overtrad milieugrenzen en vooral: de luchthaven dreigde de grenzen van de groei veel sneller dan voorspeld en wenselijk was te overschrijden.

Tijdens de algemene beschouwingen van dit jaar hield Kok een bijna emotioneel betoog voor Schiphol. 'Het is een kwestie van nu alles uit de kast halen om te voorkomen dat er verdere vertragingen zullen ontstaan. Als wij pech hebben, kan het alsnog als zand tussen de vingers weglopen.'

Het was nodig, want vanuit allerlei hoeken werd kritiek geuit op de groei van Schiphol en de wijze waarop het milieu het onderspit zou delven. Het grootste probleem lag in Koks eigen PvdA. Fractievoorzitter Melkert, vertrouweling van de premier, voelde dat natuurlijk ook. Hij eiste van de nieuwe PvdA-minister van Verkeer en Waterstaat een 'schoonschip-notitie'.

I NTERN was de partij net toe aan de vorming van een commissie die een rapport moest schrijven over de groei van Schiphol. Het zou als discussiestuk gelden voor een partijcongres, dat de kwestie voor de PvdA voor eens en altijd uit de wereld zou helpen. Oud-vakbondsbestuurder en waarnemend PvdA-voorzitter Vreeman stelde de commissie samen. Het werd een breed samengestelde werkgroep, waarin alle meningen vertegenwoordigd waren. Voorstanders van een beheerst groeiend Schiphol waren er genoeg. Echte tegenstanders wat minder. De Boer, milieuminister onder Kok 1, wilde wel, maar werd tot haar verbazing niet gevraagd.

Als voorzitter zocht Vreeman De Wit aan. Hij is een goede kennis van oud-Schiphol topman Smits, die hij hogelijk waardeert. 'De partij weet waar ik voor sta', zegt De Wit desgevraagd. 'Nee inderdaad, wie geen uitbreiding van Schiphol wil, moet mij niet kiezen als voorzitter van deze commissie.' De Wit kreeg de net bij Schiphol vertrokken Van Ingen Schenau als secretaris aan zijn zijde. Aan de vooravond van de eerste bijeenkomst meldde onafhankelijk voorzitter De Wit zich bij Melkert op de kamer om de zaken door te spreken.

De werkgroep organiseerde twee bijeenkomsten. Op basis van de discussie daar schreven drie werkgroepleden een rapport, dat met de voorzitter en secretaris werd besproken en geredigeerd. De conclusie was dat Schiphol mocht groeien, als aan bepaalde milieu-randvoorwaarden werd voldaan. Mogelijk zou een eiland in zee kunnen worden gelegd. Dat was een optie die de luchtvaartsector zelf inmiddels had aangedragen en uitgedragen in diverse presentaties voor politici. Kok had het idee in kleine kring al omarmd en ook milieuminister Pronk voelde er wel voor.

Van Ingen Schenau wist, met al zijn politieke en pr-ervaring, wat de commissie in de vingers had. Hij waarschuwde De Wit: 'Dit wordt een grote zaak, Roel.' De PvdA bracht het rapport naar buiten met een persconferentie in een Amsterdams hotel. Het kreeg inderdaad enorme aandacht. De toon was gezet.

De voorzitter van Milieudefensie, die als kritisch lid in de PvdA-werkgroep was gevraagd en zich niet in het eindresultaat had herkend, begon nog een klein media-offensief om zijn gelijk te halen. Maar zijn offensief legde het af tegen alle andere stukken die lieten zien dat de PvdA nu eindelijk tot een duidelijk standpunt was gekomen. Kok zelf belde De Wit: hij was blij dat er weer beweging in de discussie zat.

Op 31 oktober zat het hele PvdA-smaldeel van het kabinet zwijgend vooraan in de schouwburg van Haarlem om te aanhoren hoe de partij discussieerde over het probleem Schiphol. Minister de Boer was er niet. Zij zat in het buitenland, voor andere zaken.

De PvdA-leden die op de discussie-bijeenkomst in Haarlem kwamen opdagen, konden geen 'partijbesluit' nemen omdat daarvoor een echte partijraad bijeengeroepen moest worden. De partijtop ontleende aan de informele bijeenkomst echter wel herhaaldelijk rechtvaardiging voor zijn verder handelen in de kwestie Schiphol.

En sindsdien gaat de discussie in het Catshuis en de Trèveszaal dus alleen nog over hóe Schiphol kan groeien en wanneer een eiland in zee soelaas kan bieden. De pr-mannen van Schiphol en KLM lopen zich dezer dagen op het Binnenhof nog wel de benen uit het lijf. Want er kan altijd meer worden binnengehaald. Maar ze zijn een stuk minder zenuwachtig dan voorheen. De eigenlijke klus is geklaard en net als in 1994 zijn de campaigners al weer bijna uitgevlogen. Op 18 december beslist het kabinet over de toekomst van Schiphol. Benschop kan dit van zeer dichtbij meemaken. Hij is intussen staatssecretaris geworden in het kabinet van Kok.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.