De Schelen revisited

Herman Pieter de Boer en Betty van Garrel schreven in 1973 de ongemeen grappige om-en-om-verhalenbundel 'Zalig zijn de Schelen', goeddeels vergeten, met een cultstatus in literaire kring. We brachten de auteurs voor het eerst in dertig jaar weer bij elkaar.

Er is iets met dat boek. Toen het de eerste keer uitkwam, in 1973, deed het niks. Bij de herdruk, in 1981, was het een hit. Een bescheiden hit, weliswaar, maar toch. In snel tempo werden er 5.000 van verkocht.


Het werd een van de favoriete boeken van Karel van het Reve, die er lovende dingen over schreef, en het is nog steeds het lievelingsboek van Wim Brands, de presentator van VPRO's Boeken. Tommy Wieringa, die het pas geleden voor het eerst onder ogen kreeg, schoot in de lach toen hij het opensloeg. Hetzelfde overkwam A.L. Snijders, winnaar van de laatste Constantijn Huygensprijs. 'Ik lachte heel hard', schrijft hij, 'wat in de wachtkamer van een ziekenhuis sterk opvalt'. Een prachtig boek, is Snijders' oordeel.


Wim Brands noemt het 'een schitterend tapijt van verhaaltjes' en 'een klein eerbetoon aan het verhalen vertellen.' Een boek dus dat een groot publiek verdient, zou je denken. Jammer dat er alleen mondjesmaat tweedehands exemplaren worden aangeboden.


En dan, opeens, drie decennia na de tweede uitgave, is er sprake van een derde editie. Vorige week namelijk meldde zich een uitgever bij de auteurs. De titel: Zalig zijn de schelen, want zij zullen God dubbelt zien! De schrijvers: Herman Pieter de Boer en Betty van Garrel. Tussen toen en nu, dertig jaar lang dus, hebben ze elkaar niet gezien.


Tot vandaag, een buiige septembermiddag. Betty (elegante korte coupe, rokje met luipaardprint, parelkettinkje om de slanke bruine hals, donkere nagellak en dito vest en kousen) is in haar woonplaats Bloemendaal op rode hoge hakken in de groene Volvo van de verslaggever gestapt.


Herman wacht in marineblauw kostuum met de fotograaf thuis in een buitenwijk van Eindhoven. Als ze binnenkomt, slaat hij zijn handen voor zijn mond. 'O lieverd! Wat zie je d'r goed uit! Laat me eens kijken! Wat heb je mooie benen, die had je toen ook al...' Het weerzien emotioneert hem zichtbaar. 'Ik moet er bijna om huilen.'


Zalig zijn de schelen is bedacht in het Amsterdamse journalistencafé Scheltema, waar De Boer, destijds Haagse Post-columnist, vaste klant was. Net verlost van de drank en een oorlogssyndroom ('sindsdien heb ik geen druppel gedronken') bruiste hij van de energie en ideeën. Dit was er een van: een associatief, om en om geschreven bundel met verhalen, invallen, anekdotes en plaatjes. Bovendien was er één centraal thema waarop de schrijvers altijd konden terugvallen, loensende of schele mensen.


Zijn leven lang, vertelt Herman, is hij gek geweest op schele meisjes. Toen hij Betty bij Scheltema zag zitten, stapte hij op haar af en vroeg: hou jij ook van schele mensen? Betty: 'Dat dat zo was, was natuurlijk toevallig. We kenden elkaar nauwelijks. Vooral dat associëren vond ik een steengoed idee. Daar moet Herman alle credits voor krijgen. Ik zei meteen ja. Rudy Kousbroek heeft het later ook nog gezegd, hoe goed dat was. Het ene verhaal lokte het andere uit.' Herman: 'Ik dacht: als ik met háár eens samen kon werken. Die kan dat. Zo ging het eigenlijk, intuïtief. Het liep meteen goed.' Boven de stukjes van Herman zetten ze een H, boven die van Betty een B. Zo simpel was het.


Net als Rijk de Gooyer, Peter van Straaten en Eelke de Jong woonde Herman destijds in Giethoorn, een kleine kunstenaarskolonie. Eens in de twee weken kwam Betty vanuit Amsterdam per trein naar Overijssel. Daar vertelden ze elkaar urenlang verhalen en maakten er notities van, die ze in hun eentje uitwerkten. De illustraties zochten ze samen uit. Herman is van jongs af een verwoed verzamelaar van bijzondere plaatjes; nog steeds draagt hij overal en altijd een schaar en een vergrootglas met zich mee.


Drieënhalve maand duurde het, toen was het boek klaar. 'We waren vlijtig hoor', zegt hij. 'We deden het naast ons gewone werk, Ik zat toen nog thuis Haagse Post te maken.' Betty: 'En ik Hollands Diep. Die stukjes voor het boek schreef ik puur voor mijn plezier. Al was het nog een klusje om het zo te doen dat het niet vervelend en oubollig werd.' Het talent had ze meegekregen, het vak van Armando geleerd, ook bij de Haagse Post, waar ze overigens al weg was voor Herman kwam.


Aandachtig glijdt haar blik over de wand. Pat Andrea, Peter van Straaten, Eppo Doeve, een foto van Steye Raviez, een sonnet van Herman, een Armando hangt er ook tussen, zwarte verf op wit linnen. 'Hij maakt nog mooie dingen. Dat was m'n chef dus.' Herman: 'En je geliefde.' 'Nou... Een twijfelgeval... Scheel is Armando niet, trouwens. Hij loenst wel een beetje.'


Wat betreft haar journalistieke werk, vertelt ze, heeft ze vooral aan één specifieke opmerking van hem veel gehad: 'Doe maar of je net van de maan bent komen vallen.' Met dat advies in haar achterhoofd zou ze een van de zeldzame journalisten worden die in de jaren 70 en 80 leesbaar over kunst schreven. Ze werkte voor NRC Handelsblad en verschillende kunstprogramma's en schreef boeken over de tekeningen van Willem den Ouden en over kunstenaar Henri Plaat, van wie ze vandaag als cadeautje een cd met geluidscollages heeft meegenomen.


'Weet je wat de Führer in de bunker tegen mij zei? Henri, wat neem jij veel suiker in je thee.' Herman is er blij mee: een absurdist. 'Schrijf je nog?' Ze knikt. De tekst voor een boek over Else Berg, een schilderes die in Auschwitz is vergast, is net ingeleverd, een ander boek staat op stapel. Herman: 'Ik ben aan mijn autobiografie bezig.' Hij werpt haar een vertederde blik toe. 'We hebben elkaar nooit meer gezien.' Een zoen op de wang, een aai over de onderarm. 'Je hebt dezelfde ogen nog. Zo lang hebben we elkaar niet gesproken. Jij woonde alsmaar in Bloemendaal.' Betty: 'En jij woonde alsmaar ergens anders.'


Twee, drie jaar, dan verhuisde hij meestal weer, soms met dezelfde, soms met een nieuwe vrouw. Zijn productiviteit had er niet onder te lijden. Hij schreef meer dan veertig boeken, werkte aan radio- en televisieprogramma's, maakte reclameteksten en honderden liedjes: Oh Waterlooplein, Visite, Ik heb zo waanzinnig gedroomd, Op een onbewoond eiland. Na twintig jaar Eindhoven wil hij nog één keer verhuizen, naar het Larense Rosa Spier Huis, een rusthuis voor kunstenaars en wetenschappers, dan is het mooi geweest.


En weg is hij weer, om terug te keren met een nieuwe stapel parafernalia. INFO, zijn 'maandblad voor de buitenmens en zijn vrienden in de stad' komt op tafel. Op de cover worstelt een jonge Jan Cremer met een schaap. Herman legt een wijsvinger op de foto. 'Jan logeerde vaak in Giethoorn. En anders wisten we altijd waar hij was.' Hij heeft de kaarten bewaard: New York, IJsland, Salzburg, Moskou - 'Groeten van Jan Cremer'.


Ook Betty kreeg vaak kaarten van Cremer, 'scabreuze'. Ze vertelt erover in het boek: 'Uit New York bedankte hij me een keer hartelijk voor een niet bestaand pakketje naaktfoto's van mij. "Ik wist niet dat je met een polaroid zulke goeie foto's kon maken," schreef hij bewonderend, waarna hij nog wat uitweidde over niet nader te noemen details op de foto. Hij had deze mededelingen getikt, zodat ze goed duidelijk leesbaar waren, en de ansicht toen te mijnen attentie aan de kunstredactie gestuurd.'


Ook Betty staat in het colofon van INFO, samen met Willeke van Ammelrooy, C. Buddingh', A. den Doolaard, André van Duin, Tosca Hoogduin, Annie M.G. Schmidt en een lange rij andere kunstenaars, celebrity's en aanverwanten. 'Zij die geschiedenis maakten!' Het is uit dat milieu waaruit in Zalig zijn de schelen veel wordt geput. Herman: 'Jij belde me toen nog: "Het ligt nergens. Kunnen we het niet in brillenwinkels leggen?" Maar opeens kwam het toch goed.'


Betty: 'Het was een sleeper, dit boek. En op een dag werd het gewekt. Karel van het Reve vergeleek het met het werk van een beroemde Russische absurdist. Ik vond dat zo gewichtig... Weet je dat er ook ansichtkaarten van waren?' 'Leeft je man nog?' wil Herman plotseling weten. Ze schudt van nee. 'In augustus was hij vijf jaar dood.' 'Mis je 'm nog?' 'Vreselijk.' 'Als je 'm mist, bel je maar op. Dan gaan we praten.'


Af en toe duikt Herman weer in de gangkast en komt terug met meer bundels, foto's en plakboeken. Een jaren-70-poster van een langbenige blondine wordt 'U aangeboden door Herman Pieter de Boer - U overigens graag van dienst voor textuele problemen.' Twintig jaar had hij een bureau in copywriting, samen met Hans Ferrée en Dimitri Frenkel Frank. Betty pikt een bundel uit de stapel: 'Je had enorm succes met De vrouw in het maanlicht. Maar ineens hield je op met de boeken. Ineens.'


Herman: 'O ja?' Micky, tegen Herman: 'Jawel, toen ben je spirituele liedjes voor Lenny Kuhr gaan maken.' Herman, tegen Betty: 'Ik heb jou nooit ontmoet met Lenny Kuhr. En je hebt me ook nooit ontmoet met Conny Vandenbos. Die is dood.'


Betty, tegen Herman: 'Conny Vandenbos, daar had je toch geen verhouding mee? O, nu kijk je wel heel listig.' Herman, tegen niemand in het bijzonder: 'Ik heb 40 liedjes voor haar geschreven.'


Micky, tegen de verslaggever: 'Er komt hier de laatste tijd een stroom aan kort gerokte dames op leeftijd langs.' Betty, tegen Micky: 'Maar Herman en ik hebben nooit iets gehad. Dat zweer ik je!'


Herman: 'Waren we verliefd?' Betty: 'Jij zei dat je een beetje verliefd op mij was. Ik was het niet op jou, maar ik vond je wel heel aardig. En sympathiek. En inspirerend.'


Herman: 'Vind je 't gezellig hier?' Betty, rondkijkend: 'Je hebt veel Betty Boop. En Marilyn Monroe. Herman: 'Weet je dat Marilyn Monroe heel interessante poëzie geschreven heeft?'


Nee, stil wordt het zelden - ook al door Hermans wat gebrekkig geworden kortetermijngeheugen. 'O ja, dat zei je al.' Hij lijdt nog niet onder zijn kwaal, zegt hij, alleen als hij is vergeten de deksel op de koektrommel te doen. 'Oude stroopwafeltjes vind ik zo vies. Rook jij nog?' Betty wel. Herman: 'Ik stond er 's nachts voor op, nadat ik gestopt was met drinken. Vijf pakjes per dag rookte ik. Maar nu doe ik het al twintig jaar niet meer.' 'Hoe heb je dat gedaan?' 'Opgehouden.'


Daarna gaat het over de wonderbaarlijke werking van het geheugen, waar Herman sinds hij aan zijn autobiografie begon in geïnteresseerd is geraakt. 'Het een onthoud je, het ander niet. Maar hoe of wat, dat weet niemand.' Als kind zat hij in een roeiboot in Hilligersberg. 'De rimpeling in het water, ik weet nog dat ik pinda's at. En de pindadoppen dreven weg, met de buik naar onderen, als bootjes. Ik denk daar nog vaak aan. Waarom?'


Betty heeft het met een trap. 'Het is een doodgewone trap. Hij is bekleed, heel breed, een beetje een deftige trap toch, er komen voeten af, ik krijg nog net die voetstappen in het vizier. Dan houdt het op.' Mysteries. Volgt een hilarische geschiedenis over de keer dat ze toevallig samen bij Johnny en Rijk in Duitsland waren ('dat mag je niet opschrijven'), dan vertelt Herman over zijn psychiater Hans Keilson, die hem in 1959 trots het eerste exemplaar van In de ban van de tegenstander liet zien. Pas 41 jaar later, Keilson was al 100, werd hij beroemd met die roman.


Ook Hermans vader werd 100; Betty's oom Paul, een binnenvaartschipper, bedroog zijn vrouw nog toen hij 103 was - 'Met een man.' Zo ging het dus, bijna veertig jaar geleden: om de beurt vertellen. Ze hebben plezier, Betty's oorbellen dansen. Hebben ze het niet erg gemist? Herman: 'Nee, er kwam steeds weer iets nieuws.' Hij draait naar haar toe. 'En jij was een heel drukke kunstjournaliste.'


Om zes uur nemen ze afscheid en gaat Betty terug naar de kust. 'Over de zee,' zegt Herman met instemming, 'kun je niet roddelen'. En die heruitgave? Moesten ze het maar doen? Jawel, hij komt er. Herman: 'Ik heb er vannacht na een heel lange tijd weer in zitten lezen en dacht: het is een verrekte leuk boek, zeg.'


H


Vooruitstekende tanden, dat is ook een sympathieke afwijking. Zo lief en kinderlijk. Doet aan duimzuigen denken.


Maar is het wel een afwijking? Let eens op hoeveel mensen met vooruitstekende tanden goed kunnen zingen. Of hoeveel vocalisten vooruitstekende tanden hebben: Corry Brokken, Ria Valk, Connie Vink, Ciska Peters, Ben Cramer.


Ben Cramer lijkt trouwens op Ria Valk, zijn gezicht dan.


Sommige mensen hebben heel vooruitstekende tanden, dat moet raar zoenen zijn. Ik heb vroeger nooit een meisje met zulke tanden gehad. En nu ik zo aardig getrouwd ben, zoen ik andere vrouwen niet op de mond. Ik zal misschien nooit te weten komen hoe het is om iemand met erg vooruitstekende tanden te kussen.


B


De kunstenaar Jan Schoonhoven kust bomen. Hij vertelde dat eens aan K. Schippers en mij toen we hem bezochten in zijn woonplaats Delft. Eén boom kende hij nog uit zijn jeugd.


'Lieve boom', zei hij, en hij omarmde haar. De boom begon te ruisen. 'Ja, Ich komme wieder zurück, Liebchen,' zei Jan.


De andere boom is een beuk die op een oud kerkhofje staat. Hij drukte zijn lippen op de schors en fluisterde: 'Ich küsse deine trockene Rinde.'


H


Woedende Duitse ambtenaar: 'Mensch! Das ist doch kein Kuckuck! Das ist ein Reichsadler!'


Rijk de Gooyer kwam op bezoek in de flat van Hans Boskamp. De wanden waren bekleed met behang van gefotografeerd bont. Boskamp zei trots: 'Hoe vind je mijn behang?' 'Afschuwelijk!' schreeuwde Rijk. Boskamp was slechts een tiende van een seconde beduusd. Toen riep hij: 'Precies! Daarom gaat het er ook af!'


Uit: Zalig zijn de schelen


Schele mensen! ik schenk ze mijn liefde en vertrouwen. Hoe kan ik anders? Uit hun ogen straalt een kinderlijke hulpeloosheid, ja een aan verdwazing grenzende verwondering die om tederheid roept. Denk maar eens aan Ben Turpin als hij verbaasd oprijst uit een meelton. Of aan een scheel meisje dat in de stadsbus ineens over de rugleuning naar je omkijkt. Of denk zomaar aan iemand die scheel is.


Met loense mensen ligt het even iets anders. Ik kan niet anders dan van ze houden, maar niets is ooit zeker. Ik krijg dikwijls het idee dat de loense mens iets ziet wat ik niet zie: één oog toeft in een andere dimensie. Spannend! Als de loense mens mij plotseling recht (??) aankijkt, gaat de spanning vaak over in aangename verwarring. Zwelt soms aan tot ontroering en opwinding.


Ik weet nog geen raad met het erotische aspect van scheel en loens. Ik weet alleen dat het er is, wat mij aangaat bij vrouwen, en vooral bij de filmster Karen Black.


Laat hij het zo zeggen: 'Je zit in een trein die stopt tussen de weilanden, in een coupé met een man of acht. En iemand begint een verhaal te vertellen. Dat lokt een ander verhaal uit, een derde mengt zich in het gesprek, een vierde, allemaal interessante of mooie verhalen, en - dat is belangrijk - zonder dat een van die acht een einddoel voor ogen heeft.


Maar langzaam aan, beetje bij beetje, ontstaat toch een collage, wordt een schitterend tapijt geweven - dat je pas ziet als je achteruit stapt. En als later, veel later, de locomotief gerepareerd is en de trein weer verder rijdt, heeft niemand het idee dat hij uren in de donkere Duitse nacht heeft gestaan. Dat gevoel roept dit boek bij me op.'


'Er zijn veel meer boeken via dit zwaan-kleef-aan-principe gemaakt, maar die hebben bijna allemaal iets geconstrueerds. Hier lees je op elkaar aansluitende biografische portretjes, opmerkingen en verhaaltjes die ook op zich staan. Je kunt het boek willekeurig openslaan, of van het midden teruglezen, het maakt niet uit. Dat vind ik er ook mooi aan.'


Daarnaast, vindt hij, is het bijzonder dat in het boek verschillende werelden bij elkaar komen. 'Herman Pieter de Boer was een ouwe reclamejongen, Betty van Garrel kunstjournaliste. Maar De Boer is ook pantomimespeler geweest, en wat al niet. Het is een variétéboek, variété op een heel grappige manier. Of je naar een toneel zit te kijken waarop iemand vertelt wat hem net is overkomen en opeens staat er een ander op een tuba te blazen of met kleine voorwerpen te goochelen.'


'En dan: hoeveel van die verhaaltjes je na één keer lezen bijblijven. Dat kan alleen als het heel goed geschreven is. De Boer die van huis wegloopt, Betty die in Americain Wim T. Schippers aan een derde voorstelt, waarop Schippers zegt: "Moet jij een schop voor je zak hebben?"


Een vlooienmarktboek is het ook. Ik bedoel: het is een boek voor mensen die van vlooienmarkten houden. Op het ene moment stuit je op een paar ontroerende ansichtkaarten van de Achterhoek in de oorlog, op het andere moment op de bureaulamp die je altijd al had willen hebben.


Zalig zijn de schelen staat vol onverwachte vondsten. Weet je, dat er zo veel mogelijkheden zijn om verhalen te vertellen, dáár word ik zo gelukkig van. Dat is het, dit boek: een klein eerbetoon aan het verhalen vertellen.'


Het favoriete boek van Wim Brands: 'Een schitterend tapijt van verhalen'

------------------------------------------


Niet-scheel

Herman Pieter de Boer is zijn leven lang gek op schele meisjes. Cootje Fey, bijvoorbeeld. ' Zij zat op de HBS B, ik deed A. Ze was écht scheel, Cootje. Verschrikkelijk mooi. Spannend is dat.' Met Micky, zijn huidige, jonge vrouw, is hij kort geleden naar Steenwijk gereisd, waar Cootje tegenwoordig woont. Ze had haar ogen laten rechtzetten. 'Ik bel haar af en toe op: Ben je nog steeds niet-scheel?'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.