BESCHOUWING

De schedels van Fabre in het werk van Van Gogh

Zwagerman kijkt naar Jan Fabre en Vincent van Gogh

Dankzij Jan Fabres keverschedels zie je ineens de fonkelende strepen van hun vleugeltjes terug in het portret La Berceuse van Vincent van Gogh. Kleur heeft zo zijn eigen betekenis gekregen.

(1) Jan Fabre, Doodshoofd met verfkwast(rund), 2013. (Met dank aan Linda & Guy Pieters, Knokke). Beeld Foto: Pat Verbruggen

Kijk nou eens, een woest bespikkelde schedel in het Van Gogh Museum. Hoog in een hoek van één van de zalen op de eerste verdieping is het merkwaardig glinsterende doodshoofd aan de museumwand bevestigd. Zou Damien Hirst een 'Van Goghje' hebben gedaan, in vervolg op zijn For the Love of God, de met meer dan achtduizend diamanten ingelegde blingblingschedel?

Bijna goed. Niet Hirst, maar Jan Fabre nam deze schedel onder handen. Hij overdekte de schedel met talloze zeegroene dekschilden van kevers, Thaise juweelkevers om precies te zijn. Stukken minder kostbaar, maar het knal-effect is er niet minder om. Fabres blauwgroene doodshoofd, hier en daar doorschoten met bruine kevervleugels, fonkelt en glinstert dat het een aard heeft. Tegelijk is het alsof de tijd er, net als over wit marmer in de buitenlucht, een groene aanslag overheen heeft gelegd.

Keverschilden

Jan Fabre is al sinds de jaren negentig in de slag met keverschilden. Hij maakte er manshoge sculpturen mee, hol van binnen, maar aan de buitenkant minutieus 'bekeverd'. In 2010 bracht Fabre met een team van bijna dertig assistenten een 'laklaag' aan van miljoenen keverschildjes op de plafonds van het Koninklijk Paleis in Brussel. Dat zag eruit alsof er een complete onderwaterflora huisde op en in die plafonds. Sprookjeskunst.

Samen met 22 andere kunstenaars en schrijvers ontving Jan Fabre van het Van Gogh Museum de uitnodiging om te reageren op een brieffragment van Vincent van Gogh dat speciaal voor hen was geselecteerd. Het resultaat is te zien in de tentoonstelling When I give, I give myself, vernoemd naar een dichtregel uit Walt Whitmans bundel Leaves of Grass (1855) die Van Gogh had gelezen en waaruit hij in sommige brieven enthousiast citeerde, zich vereenzelvigend met Whitmans messiaanse natuurlyriek.

Fabre ontving een passage uit een brief uit 1882 waarin Vincent aan zijn broer Theo vertelde dat hij voor een onweersbui was gaan schuilen onder 'een dikken boom'. Na het onweer was hij op zijn knieën in de modder gaan zitten, om een aantal opvliegende kraaien te observeren. Zijn kleren raakten besmeurd met modder, maar dat was niet erg, want hij droeg 'een gewoon arbeiderspak'.

Jan Fabre in 2008. Beeld anp

Hekel

Alleen al aan de hand van deze passage kun je direct fantaseren over de mythe waarin de kunstenaar Van Gogh zit vastgebeiteld: de schilder als onbegrepen en spartaans levende eenling, nederig op de knieën teneinde al het levende in de natuur te kunnen bestuderen. Niets uit de natuur was hem te min. Alles, inclusief het schijnbaar nutteloze, verdiende naar eigen zeggen zijn aandacht. Naar die mythe van Van Gogh als geïsoleerde eenling verwijst Fabres doodshoofd, maar vooral die deklaag van kevers. Het insect wordt door de mens gezien als nutteloos en lastig. Boeren hebben een hekel aan het dier, vanwege de schade die ze berokkenen aan gewassen. Voor de weinigen in de kunstwereld die überhaupt van hem hadden gehoord, berokkende de lastige Van Gogh alleen maar schade aan de toen leidende smaak van het publiek.

Jan Fabre bezorgde het Van Gogh Museum niet één maar drie bekeverde doodshoofden. Deze schedels gaan vergezeld van schilderskwasten (1). Dicht tegen het plafond van de museumzaal werpen de drie doodshoofden een denkbeeldige slagschaduw over twee schilderijen uit de vaste collectie van het Van Gogh Museum: Pastorie te Nuenen en Stilleven met Bijbel, beide uit 1885.

De dominante kleur in de twee schilderijen is een sober en mistroostig ogend bruin, verwant aan De aardappeleters even verder op in de zaal. Het oer-Hollands grijsbruin van regenluchten, pas gerooide aardappels, opgedroogde modderkluiten en de grauwe bladzijden van een Statenbijbel krijgen dankzij Fabres sprookjeskunst met kevertjes een injectie van glimmend groen. Alsof in het museum al die kleine voorvleugels van de kevers dagelijks met boenwas worden opgewreven. Het groen spettert van de antracietgrijze museumwand.

Mistroostig bruin

Dat klaterende groen lijkt óók vooruit te wijzen naar Van Goghs radicale verandering van kleurgebruik nadat hij zich in 1888 had gevestigd in de Provence. Het mistroostig bruin ging in de ban. Tevoorschijn kwam het luidkeelse, extraverte groen.

Van Gogh gebruikte dat groen waar je die kleur niet zou verwachten: op het plafond in het Nachtcafé uit 1885, in de gezichten van geportretteerden, in de bolvormige sterren die door de nacht lijken te suizen in Sterrennacht boven de Rhône.

Maar vooral ontdek je dankzij Fabres bekeverde schedels zomaar ineens de fonkelstreepjes van die kevervleugels in La Berceuse (1888), in de collectie van museum Kröller-Muller. La Berceuse is het portret van de echtgenote van de postbode Joseph Roulin uit Arles, bij wie Van Gogh in 1888 in de straat was komen te wonen. Misschien mogen we dankzij Fabre constateren dat mevrouw Roulins jurk bij uitstek juweelkevergroen is.

Vincent van Gogh, La Berceuse, 1889. Beeld Collectie Kröller-Müller Museum, Otterloo

Trillin van de kleur

Omstreeks dezelfde tijd dat hij La Berceuse schilderde, schreef Vincent aan broer Theo: 'Ik zou mannen of vrouwen willen schilderen met dat ondefinieerbaar eeuwige, waarvan vroeger de nimbus het symbool was en dat wij proberen te bereiken door de schittering zelf, door de trilling van onze kleur.'

Het wekt geen verbazing dat voor Van Gogh de nimbus als traditioneel symbool in de kunst had afgedaan. Wat hij ervoor in de plaats stelde, is opmerkelijk: het 'ondefinieerbaar eeuwige' laat zich niet meer uitdrukken in iets aanwijsbaars en concreets, maar in de kleur zélf: in 'de schittering' en 'de trilling van de kleur'. Kleur geeft niet langer betekenis aan iets anders; de kleur is in zichzelf de betekenis geworden.

Naar aanleiding van die overweging van Van Gogh krijgen de kleine schilden van de juweelkever op hun beurt een nieuwe betekenis. Na de bewerking door Fabre, representeren die schilden, vanwege de autonome kleurschittering, het 'ondefineerbaar eeuwige', zeker als ze verkleefd zijn aan de doodshoofden.

(2) Jan Fabre, Doodshoofd met verfkwast(synthetisch haar), 2013. Beeld X

Penseel

Er bestaat nóg een, veel concreter, verband tussen Fabres doodshoofden en de kunstenaar Van Gogh. In mei 1889, iets meer dan een jaar voor zijn zelfmoord, werd Vincent vanwege 'acute manische en delirante toestand' opgenomen in een kliniek in het Zuid-Franse plaatsje Saint-Remy. Daar raakte Van Gogh met de behandelend arts, Théophile Peyron bevriend. Die trok zich zijn lot aan en maakte zich zorgen over het schildersmateriaal dat hem ter beschikking was gesteld. In het medisch rapport schreef Peyron dat Van Gogh had geprobeerd zichzelf te vergiftigen door 'verf op te eten'. Ook had hij geprobeerd petroleum te drinken. Toen hem die was afgenomen had hij nogmaals geprobeerd zich te vergiftigen door te zuigen op in verf gedrenkte penselen.

In de mondholte van één van Fabres doodshoofden (2) hangt het uiteinde van een omgebogen penseel, dat lijkt op het handvat van een paraplu. Die omgebogen kwast, vastgeklonken in de mondholte van de doodskop, oogt bijna als een triomf, een trofee. (3) In de mondholte van het tweede doodshoofd steken twee penselen, waarvan de uiteinden zijn verbonden door dun touw. Hier lijken de penselen op een wapen. Al met al suggereren die penselen allesbehalve de tragiek en nederlaag waarmee de mythe van Van Gogh zo vaak wordt gestoffeerd. Bij Fabre benadrukken de penselen een ongebroken kracht - het penseel overleeft de maker. De verfkwasten in de mondholte van de schedels belichamen, in de woorden van Van Gogh zelf, 'het ondefinieerbaar eeuwige'.

When I give, I give myself, t/m 16/1/ 2016 in het Van Gogh Museum, Amsterdam. In april verscheen bij uitgeverij Meulenhoff een nieuwe editie van Vincent van Gogh. Een leven in brieven.

(3) Doodshoofd met verfkwast(eekhoorn-geit), 2013. (Met dank aan Linda & Guy Pieters, Knokke). Beeld Foto: Pat Verbruggen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.