De Schaatsplek van Nilgün Yerli: Heerenveen

Nilgün Yerli (42) is cabaretière en schrijfster. Ze treedt deze weken op met de voorstelling Weer met Henk.

Waar schaats je het liefst?

Kiezen is zo lastig. Als ik een mooi liedje hoor, zeg ik al snel: dit is mijn lievelingsliedje. En dan komt er iets anders voorbij, en dan is dat mijn favoriete nummer. Zo passeren er op een dag wel acht lievelingsliedjes. Dat heb ik van mijn moeder. Die bestelde in een restaurant ook zo'n beetje alles van de kaart. Er zijn zoveel mooie schaatsplekken. Laat ik daarom kiezen voor de locaties waar de meeste herinneringen liggen: de recreatieplas De Heide in Heerenveen en de schaatsbaan in Thialf.


Welke herinneringen zijn dat?

Ik was 10 toen ik in Heerenveen kwam wonen. Weggeplukt uit Anatolië, zo in de polder geplant . Het was meteen een strenge winter, die van 1979-1980. De klas waarin ik zat ging twee, drie keer per week het ijs op. De Heide is een meer met bomen en heide erom heen, andere delen zijn meer moeras. Ik had van die houtjes onder, maar ik vond het prachtig. Binnen een maand had ik het onder de knie. Maar ik oefende veel op het slootje voor ons huis. Alleen. Ik was immers Turkse. Vieze Turk. Kinderen kunnen wreed zijn als je afwijkt. Het ijs was mijn vriend, mijn schaatsen mijn vriendinnetjes, zo voelde ik het. Later ging ik naar Thialf, de avonden disco and ice. Rondjes draaien op kunstschaatsen en dan hopen dat je stoere jongens tegenkwam. Maar die kwamen natuurlijk pas om 10 uur. En dan moest ik al thuis zijn.


Niet de gelukkigste herinneringen.

Het was niet gemakkelijk, zeker in het begin niet. Met Jeroen Zijlstra heb ik er een lied over geschreven, een verzoeningslied, Alleen voor Heerenveen. Ik ben het meisje dat bij jullie leerde schaatsen, ik heb hier ontdekt dat je kunt lachen van de kou. Toen ik dat daar twintig jaar later opvoerde, zat de zaal te huilen. Dat is belangrijk voor me geweest.


Ben je een fanatieke schaatser?

Ik hou heel erg van het cultuurtje. Warme chocolademelk, pannenkoeken, erwtensoep. Als ik van koek-en-zopie naar koek-en-zopie schaats, hou ik het urenlang vol. Als het gaat om tochten, ben ik geloof ik nooit verder geweest dan 10 of 11 kilometer. Maar dan ben ik zo aan het genieten. Het landschap, dat is sprookje en werkelijkheid tegelijk. Zo bijzonder: je krijgt het gevoel dat je iets mist als je niet op het ijs bent geweest. Het heeft ook te maken met Friesland. Daar zit het zo in de genen. Als mijn ouders me hadden aangemoedigd, had ik het nog wel ver kunnen schoppen, denk ik. Een gouden medaille voor Nederland, en ook een beetje voor Turkije, dat was echt een droom.


Turken vinden het zeker maar raar, dat geschaats.

Van mijn generatie zie je bijna niemand op het ijs. Onze ouders stimuleerden het niet. Mijn moeder was vooral bezorgd. Van die kou kon je ziek worden, altijd de kans op een breuk. Als ik met de fiets door de sneeuw moest, dan kreeg ik een theelepeltje cognac. Zo bleef ik in elk geval van binnen warm. Maar ik heb wel het idee dat er iets verandert. Ik heb nu toch ook wat Turkse en Marokkaanse kinderen op schaatsen gezien. Maar het vooroordeel bestaat ook aan de andere kant. Nederlanders zeggen altijd: jij schaatst zeker niet.


Nog schaatsplannen?

Ik sta geregeld met mijn zoontje op de ijsbaan in Haarlem. Ik moet oppassen dat ik hem nu niet te veel ga pushen. Dit weekeinde wil ik naar Franeker. Onder bruggetjes door, cafeetjes langs, even naar een dorpje verderop. Misschien moet ik toch maar proberen me in te schrijven bij de elfstedenvereniging.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden