De schaamte van een strand-eskimo

'Niet míín leven is escapisme, maar dat van mensen met kantoorbanen.' Hij zingt niet-bestaand Afrikaans, zijn gitaar mist twee snaren en hij is zes jaar lang dag en nacht bezig met onmogelijke strandbeesten....

Aan het ontbijt met zijn kinderen wordt Theo Jansen nogal eens betrapt.

Op naar buiten staren.

En tijdens een conversatie is hij geneigd gauwer te letten op de bewegingen van iemands gezicht, dan op het gesproken woord zelf.

Altijd een dromer geweest.

Het stond vast dat hij een kanjer zou worden, zegt zijn omgeving. Een kanjer in de schilderkunst. Een Henneman. Een Van Elk. Een Dibbets, wie weet. Er wachtten hem wereldroem en fortuin.

Juist op dat moment haakte Theo Jansen af. 'Iedereen die zich een beetje concentreert, kan schilderen; het is een kunstje.' Dat was zo ongeveer z'n motivering.

En hij werd uitvinder. Uitvinder van de schildermachine; een apparaat van hout dat via een elektronisch oog objecten fotografisch naschildert op een wand. Jansen werd vooral pater familias van strandbeesten. Zes jaar is hij met ze in de weer. 'Dag en nacht.' Hij noemt ze Animari. Jansen hoopt de Animari in kuddes te kunnen uitzetten op de Nederlandse stranden. Het staat in zijn boekje Klimmen in de lucht (SUN, ¿ 24,50) dat volgende maand verschijnt. Dus het is waar.

Het is waar dat de Animaris sabulosa (zandstrandbeest) op het strand van Scheveningen kon lopen, al was het even, via wind die tegen aandrijf-vinnen blies. Tijdens het wandelen verzamelde het ding met behulp van een soort schepje steeds wat zand in de punt van zijn staart. Telkens als de Animaris op moeilijk terrein (mul zand, branding) terecht kwam, keerde zijn looprichting, strekte hij zijn staart en wierp hij op dat omkeerpunt kleine schepjes zand op. 'Deze hoopjes liggen precies op een strategische plek om duinen te laten ontstaan', zo staat er, heel serieus, in Jansens overzichtscatalogus.

Want de vraag is: hoe krijgen we meer zand op onze duinen, naarmate de zeespiegel stijgt? 'Om dat te bereiken, heb ik enkele beesten bedacht die net zoals de bevers in de Biesbosch het ecologisch evenwicht moeten gaan beïnvloeden.' Het stond al in zijn zaterdagse Volkskrant-column Reflectie; en de Jansen-computer ontwierp poten, soms 48 in één specimen, die niet hobbelen doordat het heupgewricht op dezelfde hoogte blijft als bij een breakdancer.

Zes generaties Animari verder treffen we de uitvinder-columnist in een vroegere school voor moeilijk lerende kinderen te Delft. In enkele schoollokalen liggen de op bamboe lijkende restanten van zijn troetelkinderen ontzield te wezen. 'Paleontische relikwieën' noemt Jansen ze. Zoals het prototype dat met plakband werd bijeengehouden en dan ook prompt door zijn poten zakte (Animaris vulgaris). In zijn atelier wacht een nieuw exemplaar op voltooiing. Zo eentje waarvan de verbindingen niet meer zijn geconstrueerd met behulp van plastic envelop-sluiters, maar met touw. Met touw? Met touw.

'Kijk, zo loopt ie.'

Een duwtje van de schepper en een karkas van elektriciteitsbuizen komt met gepiep tot leven. Twaalf poten die in verbinding staan met stangetjes, krukassen, scharnierende gewrichten: het is alsof er een reuzengeraamte met tentakels uit de biologieles door de klas stiefelt. De toeschouwer denkt: even een fluorescerend verfje er overheen en het horrorfilm-genre heeft er een monster bij.

Ofwel, er is weer een Animaris geboren. De Animari beheersen Jansens bestaan, zoals geldzucht iedere ademtocht van Dagobert Duck beheerst.

'Ik ben ervan begonnen te dromen', zegt de maker. Hij staat achter een cirkelvormige plaat waarop machientjes beginnen te zoemen en te schudden. Hiermee vervaardigt Jansen de basisconstructie: door verhitting kan het materiaal op maat gemaakt, naar believen worden gebogen en van een inkeping worden voorzien. Ventilatoren zorgen voor afkoeling. Het materiaal is pvc-buis: van dezelfde makelij als die waardoor vele naoorlogse generaties schoolkinderen pijltjes van papier naar elkaar bliezen tijdens indiaantje spelen. Onder de werkbank liggen hopen versneden rest-pijpjes, een soort holle magnum-spaghetti.

'Ik krijg het spul tegenwoordig cadeau van de fabriek', zegt Jansen. Hij zet een video aan die de maker aan de arbeid toont in zijn zomerse werkplaats op het strand van Scheveningen. Het was toch geen gezichtsbedrog wat zich daar op het strand voortbewoog? Daar golfde de Animaris currens ventosa majestueus met vinnen als vleugels van een rog; een gevaarte van zes bij vier bij drie meter dat uit de verte gezien veel weg had van een Romeinse galei.

Maar ja, het mulle zand hè. Daarom had Jansen een verkenner bedacht voor het strandbeest; een verkleind exemplaar dat via een navelstreng met het moederbeest (Animaris speculator) was verbonden. Kreeg dit verkennertje het moeilijk door mul zand of branding, dan keerde de looprichting om. De Animaris accelerata (strandbeest met vertraging) bezat nog de mogelijkheid om zich bij storm via een driftig op een haring tikkend hamertje in het zand vast te pinnen. Als een robot.

Zeventien mille ('inclusief btw') telde de gemeente Delft neer voor zo'n Jansen-beest. Een koopje, als je bedenkt dat er een manjaar werk in zit. De creatie is op de afdeling Bouwkunde van de Technische Hogeschool te bewonderen.

Zes jaar Animaria, betekent dat zes jaar leven van de wind?

Theo Jansen, 48 jaar en vader van drie kinderen, lacht de lach van een gepriviligeerde; de mondhoeken ternauwernood gekruld.

Hij zegt: 'Ik verdien wat bij met lezingen, stukjes schrijven voor de krant. En het Fonds voor de Beeldende Kunst is mij de laatste jaren gunstig gezind.

'Ik ben nu bezig na te denken over massaproductie, ze moeten uiteindelijk in kuddes over het strand lopen, zodat die het strand kunnen ophogen en het land kunnen behoeden voor overstroming door de stijgende zeespiegel. Ik wil ze in elkaar laten zetten door gedetineerden, of langdurig werklozen. Heb ik vijftig strandbeesten bij elkaar, dan kan ik zien waar de fouten zitten, welke verbeteringen er nodig zijn.'

Tegen handtastelijke strandwandelaars en vandalen moet de soort zich kunnen verdedigen. De Animari krijgen uiteindelijk zelfverdedigingsmiddelen. 'Scherpe punten, die onverwacht kunnen toeslaan net als bij wespen.'

Exportmogelijkheden ziet de bedenker niet zo, al was het alleen maar doordat in omringende landen de Aha-Erlebnis zal uitblijven. 'Zulke pvc-buizen voor elektra zijn een typische Nederlandse aangelegenheid.'

Het komt er stoïcijns uit.

Geen leukere uitvinder dan Theo Jansen. Geen leuker gezelschap ook. Zeggen al z'n vrienden. Dit voorjaar ontving hij voor zijn originaliteit de Max Reneman-prijs, genoemd naar de tandarts-kunstenaar die de term 'Nederland is bijna klaar' bedacht. Theo Jansens dankwoord was geheel in het Swahili getoonzet.

In 1980 brengt een vliegende schotel van vier meter doorsnede Delft in rep en roer. Er worden licht- en geluidsignalen waargenomen. Ufo-loog Chriet Titulaer wijdt er voor de VPRO-televisie een gewichtig commentaar aan. Enfin, ex-natuurkundestudent Theo Jansen mag nog lang lol van zijn grap beleven. Een dergelijke stunt met ovaal gevormde ballonnen zal in Parijs overigens mislukken doordat de wind ze veel te hoog optilt en aan het oog onttrekt.

Wat wilde hij als jochie worden?

'Piloot.'

'Mijn vader had een boerderij in Kortenhoef. Die heeft hij in de crisistijd moeten verkopen. Hij is als boerenkecht gaan werken in Tuindorp-Oostzaan. Want in Kortenhoef als knecht, dat was een schande. Toen het gezin in Scheveningen terechtkwam, ben ik geboren. Voor mijn ouders was de komst van Duitse badgasten een verlichting. Wij sliepen altijd met ons elven in de voorkamer op luchtbedden. Daar moesten ook de Duitsers ontbijten, dus om acht uur 's ochtends moesten wij daar wegwezen.

'We zaten in zo'n huis waar tijdens de oorlog Duitse soldaten hadden gebivakkeerd. Het was een katholiek blok. Tegenover ons was het minder sociale blok, dat ze De Magneet noemden. Ik ben daar nooit geweest. Het was de tijd van West Side Story-achtige jeugdbendes, ze hebben me ook een keer te grazen genomen.

'Ik schijn een vreemde eend in de bijt geweest te zijn, zo iemand die als zeventienjarige met een pijp op het strand ging wandelen. In z'n eentje. Ik ontwierp ook vliegtuigen. De tekeningen heb ik nog steeds bewaard. Het was een droom van me om te vliegen. Die werd door de overheid gestimuleerd met gratis zweefvliegcursussen aan scholieren. Maar ja, ik kreeg een bril. En in die tijd mocht je als piloot geen bril hebben. Tijdens het zweefvliegen ben ik een keer het veld kwijtgeraakt, ik wist niet meer waar ik was. Toen heb ik het toestel maar in een weiland tussen de paarden neergezet.'

De helft van zijn familie emigreerde. Hij heeft zowel een hts-er als een gepensioneerde vrachtwagenchauffeur onder zijn broers. Vlak voor z'n kandidaats verliet hij de TH in Delft om te gaan schilderen. Tien jaar geleden schreef hij zijn eerste stukje in het wetenschapskatern van de Volkskrant. Slimme stukjes waar je over na moet denken. Hij riep ooit alle automobilisten van Nederland (vergeefs) op om op een zeker tijdstip te remmen in westelijke richting, zodat de aarde een duw zou krijgen en hij langzamer zou gaan draaien.

Logica in diezelfde column: Nederland ligt 25 duizend kilometer ten westen van Nederland, ligt dus 24 uur achter op het tijdschema. Citaat: 'Ik ga mezelf van gisteren bellen. Inderdaad ging gisteren rond een uur of zeven de telefoon, maar ik was bezig in het schuurtje, zodat het toestel net ophield met rinkelen toen ik aankwam. Dom dom dom, ik had zo graag een gesprek gehad met mezelf van gisteren.

'Ik wil de fantasie van de mensen prikkelen', zegt hij nu. Armen over elkaar, bewegingloos. 'Neem de spiegel. Als je probeert erin te komen, komt er van de andere kant ook een vinger, die de jouwe tegenhoudt. Dat is een vrij voor de hand liggende gedachte, maar er kunnen door zo'n stukje dingen naar boven komen die dieper in het onderbewuste zitten. Mensen herkennen zich daar soms in. Er zijn perioden dat ik op elk stukje minstens één brief kreeg.

'Ik zie de maatschappij niet als een bedreiging waarvoor je moet vluchten, maar er zijn mogelijkheden om aan de grauwheid te ontsnappen. Nu heb je de grauwheid van: iedereen doet Internet. Voor mij was de grauwheid destijds die vreselijke tijd op de mulo. Een pesterige sfeer, mekaar een hak zetten. Ik zou eens voor de klas aan een wiskundelaraar een som uitleggen. Ik wist precies hoe ik die som maken moest, maar bij het bord wist ik het ineens niet meer. Toen maakte die man de klas duidelijk dat ik het wel verzonnen zou hebben. Op dat moment ervoer ik: o, dus zó gaan mensen met elkaar om.

'Pas bij de paters op de hbs, die hun leven voor de jeugd gaven, ging er een stimulerende wereld voor me open. Die was het tegengestelde van dat hakkerige wat je ook wel ziet in het middenkader, het ambtenarenmilieu. Het is dezelfde nare sfeer die ik opvang als ik kaalgeschoren jongelui in het speeltuintje voor mijn huis hoor praten. De mulo-sfeer van vroeger.

'Ik laat me weer vrolijk stemmen door muziek.'

Want Theo Jansen is ook nog zoiets als de drijvende kracht achter de formatie Les Kingo Star (met een knipoog naar Ringo Star van The Beatles). Al is hij geen leider.

Theo Jansen speelt gitarillo.

Een gitarillo is een gitaar waarvan twee snaren zijn verwijderd. Die vond hij maar lastig, Theo Jansen. Zangeres-saxofoniste Trudie van Starrenburg: 'Mensen van de studio waar we onze cd hebben opgenomen, zeiden: hoe krijgt ie het voor elkaar. We hebben nog nooit iemand gehoord die zo fantastisch kan spelen op een gitaar waar maar vier snaren op zitten. Theo trekt mensen aan, hij geeft gezicht aan de band. Hij is een soort anti-held maar dan op een positieve manier. Vanwege zijn motoriek alleen al. Theo beweegt als enige precies tegen het ritme in. Een heel gek gezicht, je kunt heel lang naar hem kijken.'

Les Kingo Star, gewild op feestavonden, drijft op een mixture van Zuid-Amerikaans en Afrikaans repertoire. De teksten maken een authentieke indruk, maar waar het eigen composities betreft, zijn de klanken 'fonetische onzin', verzonnen door Theo Jansen. 'Soms', zegt Trudie van Starrenburg, 'soms vragen Afrikaanse mensen ons: uit welk land komt dit prachtige lied? Nou ja, uit het land van Theo dus. Uit het brein van Theo. Zonder Theo zou onze band er heel anders uitzien. Hij is heel muzikaal en tegelijkertijd heel ontspannen. Zo ontspannen als hij met z'n strandbeesten omgaat, zo gaat hij met de muziek om. Hij heeft absoluut geen ster-allures. En gaat het fout, dan gaat het fout. Hij is de eerste die dan in lachen uitbarst.

Theo heeft wel eens gezegd: als ik met die beesten van me klaar ben, ga ik misschien iets in de muziek doen.'

Er is een café in Delft, zegt Theo Jansen peinzend, waar de tien muzikanten van de band samen nauwelijks inpassen. 'En daar gebeurt af en toe een wonder, als we er optreden. Het maakt voor mij niet uit of er tien man publiek is of duizend man. We zijn op bruiloften geweest waarvan je dacht: mijn god, straks komen de sketches, hebben ze een diner achter de kiezen en dat wordt dus niks met dansen. Maar het werd onverwacht een uitzinnige boel. En bij jongeren in Wageningen heb ik laatst ge-stagedived. Dat is van het podium afspringen in de hoop dat iemand je opvangt.'

Hoe kan dat nou, deze zo ogenschijnlijk flegmatieke verteller?

'Misschien is het de gespletenheid van de persoon', reageert de kunstenaar, die via zijn vrouw ('ze is heel mooi, werkt in een artotheek in Den Haag en vindt het heel leuk wat ik doe') bij zijn passie en tevens favoriete gespreksonderwerp vliegen zal belanden. Hij laat een foto zien van een wafelparachute waar een soort wagentje aan hangt. 'Heb ik gekocht in Amerika. Daar vlieg ik dan bijvoorbeeld mee over Estremaduras, een dun bevolkt gebied onder Madrid waar je de herders kunt zien lopen. Uiteindelijk ben ik dan toch piloot geworden.'

Door de herfstmiddag dwarrelt geklingel van Delftse klokkentorens wanneer Theo Jansen vaststelt dat al zijn bezigheden terug te brengen zijn op één axioma: het eskimo-gevoel.

'Jazeker, ik ontleen veel aan eskimo's. Mensen die elke dag voor nieuwe uitdagingen staan. Ze moeten zich achter zo'n wit zeiltje op hun kajak verschuilen om zo'n beest te grazen te nemen. Thuis zitten ze vaak met een nagelvijltje aan een hard steentje te slijpen om er een beeldje van te maken. Volgens mij zit in ieder mens een eskimo. Door de maalstroom van de mulo, zeg maar, is die eskimo helaas uit ons weggehaald, maar diep in ieders herinnering zitten de ervaring van de eskimo.

'Als ik zo op het strand sta te hannesen met die beesten dan voel ik me ook zo. Dat is het echte leven. Niet mijn leven is escapisme, maar wat al die andere mensen met hun kantoorbanen doen, dat is pas escapisme.

'Misschien had ik veel geld kunnen verdienen met schilderen. Ik weet het niet. Je zou kunnen zeggen dat ik me heb gespecialiseerd in het me niet specialiseren. En die mensen moeten er toch ook zijn? Het vreemde is dat geld me bijna altijd toegestroomd is, al is het niet in grote hoeveelheden. Mijn carrière laat zich niet plannen. Het is meer een soort lot. Ik heb het ontzettend naar mijn zin in dit leven. Net zoals de eskimo's gewend zijn aan de kou, ben ik aan onzekerheid gaan wennen.

'Hoe meer je jezelf een eskimo kunt voelen, hoe meer diepte je bestaan krijgt. Dan zie je dingen voor je die je niet meegemaakt hebt: toendra's, de uitvinding van het wiel, kunst uit de tijd dat kunst nog geen kunst heette en techniek nog niet bestond. Dat klinkt als heimwee, maar is het niet. Ik heb het idee dat je in deze barre wereld van virtual reality nog steeds als een eskimo kunt zijn. Al was het alleen maar door te vissen aan de waterkant. Zelf krijg ik dat oergevoel terug met muziek. Zingen is het mooiste dat er is.

'Als mijn vader nog geleefd had, zou hij niets van me hebben begrepen. Toen ik het huis uitging, was daar nog nooit het woord kunst gevallen. Gek genoeg hield hij wél van flamenco-muziek. Door Scheveningen liep hij altijd op klompen, zoals uit de tijd dat hij bij de boeren langs moest om melkmonsters te nemen voor de tuberculosebestrijding. Veeartsen, dat waren z'n bazen. Hij wilde graag dat ik veearts werd. Nou ja, in zekere zin ben ik dat ook.

'Volgens een van de vrouwen met wie ik vroeger een relatie heb gehad, komen mijn artistieke neigingen voort uit de behoefte om me te bewijzen tegenover mijn oudere broers en zussen. Daar zit misschien wat in, ik schijn vroeger een driftig kereltje geweest te zijn. Maar kijk, de rage van dubbeltalenten daar wil ik even niet aan meedoen. Ik wil niets denigrerends zeggen over Jeroen Krabbé of Leonie Jansen, want ik weet dat het allemaal niet onverdienstelijk is, het gezang en het geschilder. Zelfs mijn favoriete schrijver Henk van Woerden (Moenie kijk nie) ontkomt er niet aan. Schildert ook. Maar ik wil zo absoluut niet genoemd worden: dubbeltalent.

'Meestal verzwijg ik het, dat ik ook nog zing. Niet om redenen van bescheidenheid. Maar omdat ik niet de indruk wil wekken: jonge, jonge, daar heb je weer zo'n dubbeltalent. Het is meer een soort schaamte.'

We gaan wat drinken in Delft. Op de Beestenmarkt, dat spreekt.

Die beesten, daar moeten we het trouwens nog even over hebben. Op de video lijkt het of ze echt kunnen lopen, de Animari. Maar in bijna alle gevallen blijken de trouvailles in werkelijkheid te worden voortgetrokken: met een onzichtbaar nylon draadje. De uitvinder wil het ten slotte niet loochenen dat hij zelf het draadje pleegt vast te houden. Ach, het is zijn grote voorbeeld Panamarenko, de vliegende Homo velox uit Antwerpen, toch ook niet gelukt om zich aan de wetten van de zwaartekracht te onttrekken? 'Het stréven is eigenlijk het doel. . . Eigenlijk zou iemand anders dat over mij moeten zeggen.

'Heb ik je nou teleurgesteld', vraagt hij later. Het klinkt bijna timide.

Nee hoor, de aangesprokene laat zich niet kennen. Bejjegek. Hij heeft immers net in het manuscript van Theo Jansens bundel met Volkskrant-columns een allerleukst stukje gelezen over het verstoppen van voorwerpen in plaatsen die Jansen bezocht: van een sok in een kampeerboerderij te Denekamp tot een sigarenblikje met scheermesjes drie meter hoog achter een regenpijp op de Place Dauphine in Parijs. En zie, na veertien jaar waren de scheermesjes er nog, doch helaas bot geworden.

'Ook niet waar, dit verhaal', zegt Theo Jansen. 'Maar maakt dat wat uit? Kijk, wat ik doe is precies het tegenovergestelde van wat een journalist behoort te doen. Als kunstenaar is het namelijk een verdienste om te liegen en te verbeelden.'

Even is het stil.

'Die wijsheid heb ik trouwens niet van mezelf hoor.'

Van een eskimo?

'Die heb ik inderdaad van een eskimo. Van een eskimo die ik laatst tijdens vakantie heb ontmoet. Op de Noordpool. Waar anders?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.