De sax van Dulfer is een dubieus verhaal

'Fantastisch ding hè', verzucht Hans Dulfer. Hij is trots op de eerste 'straight tenor'-sax van Nederland - alleen op bestelling te krijgen - die ook te horen is op zijn nieuwe cd....

HANS DULFER staat voor de spiegel en probeert zijn nieuwe saxofoon, op zoek naar de voordeligste hoek tussen mens en instrument. Geen sinecure, want zijn nieuwe sax is een rare langgerekte pijp - een blikvanger van jewelste, maar hou 'm maar eens zo vast dat ie én lekker speelt én de showman in de muzikant tevreden stelt.

'Dit is dus niks', moppert de saxofonist in zijn werkkamer, als de anderhalve meter lange toeter recht tussen zijn benen naar beneden hangt. Het oogt wat al te fallisch. Een lichte diagonaal - 'zoals Lester Young 'm hield '- staat al aanzienlijk interessanter. 'Maar ja, zodra je 'm een beetje beweegt, veeg je meteen de bierglazen van de tafels.'

Het is er nog niet helemaal, concludeert Dulfer. Maar toch, de euforie overheerst. Hij heeft tenslotte de eerste straight tenor in Nederland, een nieuw, uitsluitend op bestelling gebouwd product van de Amerikaanse firma L.A. Sax. Het bedrijf is erin geslaagd een goed klinkende tenorsax te maken, waarvan alle ingewikkelde kronkels in een lichte, sierlijke boog zijn weggestreken. Dulfers exemplaar is helemaal een conversation piece: het is diep zwart gelakt, met glanzend gouden kleppen en applicatuur, zijn achternaam prijkt in fraai gegraveerde kapitalen onderaan op de beker.

'Fantastisch ding hè', zucht Dulfer nog eens tevreden. 'Het is de decadentie ten top.' Als serieuze saxofoonverzamelaar - veertien merendeels zeldzame exemplaren staan speelklaar in zijn oefenruimte - wist hij meteen dat hij zo'n rechte tenor moest hebben, zodra hij er de eerste berichten over las. De praktijktests zijn inmiddels alleszins bevredigend verlopen. Het kostbare apparaat reisde afgelopen zomer mee op een promotietoer naar Japan (de buitenmaatse saxkoffer dwars over drie stoelen in de JAL-jet), waar Dulfer zijn pas verschenen cd Skin Deep! aan de man bracht.

'Ooohoooohoo, sassofono', klonk overal het geïmponeerde commentaar als het zwarte gevaarte uit zijn koffer kwam. 'Het is een geweldige ankeiler voor elk interview', merkte de 58-jarige Amsterdammer tijdens zijn zegetocht door Japan, waar hij sinds zijn hit Hyperbeat (1995) een enerverend dubbelleven leidt als de in leer en zonnebril gehulde cool cat voor de teenybopper-generatie.

Zo was er een gastoptreden geregeld met SMAP, de Japanse versie van de Backstreet Boys - 'die hebben een nummer van me gecovered, financieel ook heel leuk voor me '-, in een muziekshow op tv, die tegelijk een kook- en familieprogramma is. 'De cameralui werden wild, vooral toen ik die tenor als truc even recht op mijn kin liet balanceren. De volgende dag was er tumult in de kranten: de uitzending had veertig miljoen kijkers getrokken, een record. Ja, niet door mij natuurlijk, maar mooi toch?'

Laat er geen misverstand over bestaan dat het Dulfer niet alléén om de show te doen is. 'Want wat is het erge: ik had verwacht dat het een veredelde autotoeter zou zijn, maar hij blijkt dus fantastisch te klinken. Hij is spatzuiver, hij mengt goed met andere instrumenten, en het laag is ook ontzettend mooi. Was het maar niet zo, want als straks iedereen met zo'n ding loopt, is de lol er af natuurlijk. En nu moet ik elke avond denken: waar zal ik vanavond eens op spelen?'

Dat is een steeds terugkerende kwelling, legt de saxofonist uit, want die veertien tenors verzamelde hij niet voor niets. 'Het begint ermee dat ik een oude foto zie van Ike Quebec of een andere held van me, en dan zit ik net zo lang met een vergrootglas te loeren tot ik de naam op de saxofoon ontdek. Die wil ik dan ook hebben, en dan begint het zoeken.

'Hoe moet ik dat uitleggen? Ik ben iemand die altijd denkt dat het beter kan. Dat ik een mooier geluid uit een saxofoon kan halen, dat er nog andere muziek moet worden gemaakt. Ik lees literatuur, ik kijk op de sax-sites op Internet, zit dagen te experimenteren met rieten en mondstukken en studeer ook veel, op mijn manier. Elke middag zet ik een boek voor mijn neus, waar ik twee of drie oefeningen uit doe - mijn favoriete, dus niet de moeilijkste. En dan ga ik m'n eigen dingetjes spelen. Liefst nog zet ik er tv en Internet bij aan, hou ik de telefoon onder handbereik en zet ik een cd-tje op.'

Al dat zoeken moet ooit eens leiden tot iets 'ultiems', waarbij Dulfer meteen duidelijk maakt dat hij zich daar niks concreets bij kan voorstellen. 'Ik kan goed inschatten of iets echt goed is. Maar ik word nooit een genie.' Ook weer niet erg: 'Je wilt de Mount Everest op, maar je laat je toch niet met een helikopter op de top zetten? Want wat wil je nou op die top? Het gaat om het spel, om alles wat erbij komt kijken, dat is je verhaal. Heb ik met alles hoor. Ik probeer even fanatiek uit te vinden hoe ik hier de kiezelsteentjes tussen de tegels weg kan krijgen.'

Hij doet een mime-stukje, piekert hardop: 'Als ik nou eens twee bezems neem, de een naar voren en de andere tegelijk naar achteren. . . Ben ik weer dagen zoet.'

V ANDAAR OOK die saxofoonverzameling, met pronkstukken als een antieke Conn (model Chu Berry), diverse Selmer-types en een King 20 Silver Bell, die allemaal hun eigen klankkarakter hebben. Zijn eerste King, met 'zilveren nek en gouden bloemen', deed hij in een opwelling van de hand, en kwam in bezit van de alle-dertien-goed-blazer André Moss. 'Later heb ik gelukkig weer een ander exemplaar gevonden, maar ja', (treurige blik), 'dat is eigenlijk niks hè?'

Ondanks die rijke collectie kiest hij bijna altijd voor zijn oude Selmer Mark VI, waar hij sinds 1961 onafgebroken op speelt. Als hij een concert heeft, selecteert hij een mooi exemplaar en neemt hij de tijd om hem in te blazen. 'Het kost moeite om zo'n sax stemmend te krijgen, dat is bij elk instrument anders. Goed, ik zit dus de hele middag te blazen, terwijl de telefoon gaat en alles, en uiteindelijk héb ik 'm. Maar dan is het zes uur en moet ik vertrekken, en dan denk ik: jezus, wie maakt het wat uit, straks sta ik in de kroeg tussen loeiende bassen. Dus pak ik toch die oude sax waar ik altijd op speel. Ik bega steeds dezelfde fout, terwijl ik het weet. Ik moet gewoon mijn hele leven blijven spelen op die ene sax met dat ene mondstuk, dan wordt het vanzelf beter.'

Hij is verknocht aan die 'ene', afgebladderde Selmer, ook al omschrijft hij het zelf als een vreemd exemplaar. 'Het is een beetje een legende geworden. Andere blazers noemen 'm vaak de Stradivarius. Ik heb er een goed geluid op, heel breed. Dat hebben zij niet, dus dan moet je oppassen. Want dan zeggen ze: ja, hij heeft ook wel een héél goeie saxofoon, weet je wel.

'Aan de andere kant: Ferdinand Povel heeft 'm ooit eens geprobeerd, en die zei dat er iets mee mis is. Ik denk zelf ook dat ie in de hoogte van zichzelf iets te laag is, waardoor ik automatisch ga knijpen om het te compenseren. Het zal er aan hebben bijgedragen dat mijn muzikale gehoor een beetje is verkankerd. Hij is dus heel goed en ook weer niet goed. Het is een beetje een dubieus verhaal. Dat zijn wel altijd de mooiste natuurlijk.'

Had hij al verteld dat hij ooit serieuze plannen had om een eigen saxofoonmerk te beginnen? Hij kwam er een paar jaar geleden op, toen horden kinderen, vooral meisjes, in navolging van zijn dochter Candy saxofoon wilden spelen. Samen met twee instrumentenmakers bedacht hij een model voor een lichte, eenvoudige plastic saxofoon, met 'witte, roze en blauwe kleppen voor kleine vingertjes', voor een paar honderd gulden te koop bij gewone winkels als V & D. Door gedoe kwam het er niet van. 'Ik kreeg het toen net waanzinnig druk met Big Boy.' Nog geen jaar na die cd begonnen Dulfers avonturen in Japan.

Ach ja, Japan: Skin Deep! - een verrassend subtiele wending in Dulfers mix van jazz en beats - is daar nu al met ruim 100 duizend exemplaren aan goud toe. Wordt Nederland hem niet te benauwd? Bij zo'n vraag past een anekdote: pal voor huize Dulfer belandde onlangs een huurauto in de sloot. De saxofonist trok de ongelukkigen op de kant. Het bleken twee verdwaalde muziektoeristen uit Tokio. Een aardige verrassing voor ze, dacht hij, en wees op zijn borst: 'DULFER! HYPERBEAT'. 'Wat denk je? Nóóit van gehoord. Zo beroemd ben ik nou in Japan.'

Dulfer: Skin Deep! EMI 4699772 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden