De rusteloze zoektocht naar vriendschap

Gewoon met een tractor vanuit Leiden naar Meppel rijden en terugkomen met groene laarzen.

Beeld de Volkskrant

Ik wil een tractor om boodschappen te doen. Om half zes 's ochtends de motor starten, een paar uur stationair laten brullen, in mijn stoel klimmen en dan met een hand losjes aan het stuur naar de supermarkt rijden om afbakbroodjes te kopen. Als ik weer buiten kom, staan er mensen om mijn tractor heen. Ze voelen aan de wielen. Ik klim weer in mijn ijzeren stoeltje en iemand 2 meter onder mij vraagt: hoe hard kan hij, meneer? Daarna zeg ik: 'Dat gaat je geen kiekert aan, homo. Tieten voelen, biertje pakken. Drie broodjes bamischijf met mayo, en nou wegwezen. Ik moet thuis iets in brand steken.'

Het zit zo. Ik zag maandagavond de documentaire Brommers kiek'n van Geertjan Lassche. Die stond als volgt aangekondigd: hoe is het om als jongere op te groeien op het platteland? Brommers kiek'n is een cinematografische ode aan de plattelandscultuur: kameraadschap, liefde, werk, toekomst en oneindige ruimte en vrijheid. Die oneindige ruimte en vrijheid voelde ik eerst niet helemaal. 1 uur en 40 minuten lang zag ik jongens en meisjes aan auto's sleutelen, dingen in brand steken, met een snelheid van 70 kilometer per uur frontaal op elkaar inrijden, tijdens een van de vele festivals hooi in elkaars broek stoppen en met kartonnen bekertjes spelen terwijl een leraar de Schijf van vijf probeert uit te leggen.

Tijdens het kijken was ik al op mijn hoede. Ik moest oppassen dat ik hier niet met de bekende randstedelijke arrogantie naar keek. In de Volkskrant had nog maar enkele dagen geleden een groot stuk gestaan van iemand die doodsbang was voor rijtjeshuizen. Die misplaatste wereldvreemdheid, daar wilde ik van wegblijven. Dat viel niet mee. Tijdens het kijken dacht ik: nee, Nico, dat is helemaal niet gek, met twaalf tractors in de rij bij de McDrive om een McFlurry Stroopwafel te bestellen. Het ontroerde mij juist. Al die jongens en meisjes, vol met zaad en eierstokken, en hoe ze wanhopig zochten naar vertier.

Dat herkende ik wel. Iets in brand steken, metaal ombuigen, een wiel optillen, achter in een veewagen naar de kermis en daarna weer iets in brand steken, dat herkende ik niet.

Er werd aan een van de jongens gevraagd of hij weleens in de stad kwam. Ja, dan moest hij even goed nadenken. Eigenlijk niet. Ja toch, hij was een keer in Meppel geweest en daar had hij nieuwe kleren gekocht. En dat wil ik nu dus ook. Ik wil in een tractor vanuit Leiden naar Meppel rijden en dan terugkomen met een paar groene laarzen. Waarom ben ik zo druk bezig met die documentaire? Wat raakt mij nu eigenlijk zo diep? Het is de rusteloze zoektocht naar vriendschap: een hand in je broek, samen in een weiland staan en kijken naar het vuur.

Dat herken ik, al groeide ik op in een stad. Ik stak niets in brand, maar hing rond in kelderboxen. Daar sprak ik met mijn vrienden over een meisje van zes straten verderop. Die had borsten. Ik keek maandagavond niet naar jongeren op het platteland, ik keek naar jongeren. Hoe ze tegen elkaar aan hangen omdat ze iets willen voelen, maakt niet uit wat. Die lieve jongens allemaal, met die stuurtjes in hun hand en dan maar botsen. Hoe ze opzij keken naar hun vriendin als ze iets lieten ontploffen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.