De rust van niets meer moeten

Het boeddhisme schiet stilaan wortel in Nederland. Er zijn al boeddhistische geestelijk verzorgers in instellingen, er is een boeddhistisch hospice en er is een collectieve ziektekostenpolis....

Hij haalt me op van het station in een rammelende Land Rover. De wierookstookjes dansen op het dashboard en achter de versnellingspook zit een foto van ‘zijne heiligheid’ de Dalai Lama. Martin Hof (25) buigt zijn bovenlichaam lichtjes voorover, vouwt twee grote boerenhanden om mijn hand en kijkt me aandachtig aan. Zo stel ik me voor dat de Dalai Lama mensen begroet. Niet onplezierig, trouwens. Hof is Tibetaans boeddhist. Compleet met een fladderende rode monnikspij en bruine kralenketting. Vanwege de vorst heeft hij zijn slippers tijdelijk verruild voor dichte schoenen. ‘Ik ben een aparte hoor, een flierefluiter’, glimlacht hij. ‘Zeker in dit boerenland. Ze denken soms dat ik op een bezemsteel door de lucht vlieg.’ Hof maakt deel uit van het groeiend aantal boeddhisten in Nederland. Hoeveel het er precies zijn is onduidelijk, want boeddhisten zijn doorgaans onzichtbaar en staan vaak nergens geregistreerd. Schattingen lopen uiteen van vijftig- tot 250 duizend aanhangers. Het boeddhisme lijkt hard op weg een nieuwe zuil te vormen, met een boeddhistisch hospice, boeddhistische geestelijk verzorgers in ziekenhuizen en gevangenissen en zelfs een collectieve ziektekostenpolis.

In zijn kleine flat in Coevorden, waar hij samen met zijn vriend woont, zegt Hof als boeddhist te zijn geboren. Hij ziet zichzelf als een gereïncarneerde monnik.

‘Als 6-jarig jochie maakte ik al mala’s, traditionele Tibetaanse kettingen met 108 kralen, en hulde ik mezelf het liefst in lappen, terwijl ik nog nooit van Tibet of Boeddha had gehoord. Op een dag liepen mijn ouders hier twee Tibetaanse monniken tegen het lijf. Of mijn ouders boeddhist waren, wilden ze weten. Want hoe kon het anders dat ik zulke gebedskettingen droeg? Vanaf dat moment mocht ik geen kettingen en lappen meer dragen. Nu accepteren mijn ouders dat ik er zo uitzie, al staan ze nog steeds niet te juichen omdat hun zoon in een rok loopt. Het is boerenland hier, hè?’ Gevraagd naar de kern van het boeddhisme, kijkt hij naar buiten, waar vrolijke Tibetaanse vlaggetjes aan het balkon wapperen. Dan schikt hij zijn pij en paardestaart en gaat er eens goed voor zitten. ‘Jezelf losmaken van zelfvernietigende emoties en gedachten, zoals haat, irritatie, jaloezie en woede. Iedereen heeft een innerlijk stemmetje dat zegt: wat een irritant mens is dat. Of: waarom heeft hij een mooier huis dan ik? De kunst is om dat soort emoties in jezelf te onderkennen en erachter te komen waarom je ze voelt. Zodra je dat doet, verliezen die negatieve gedachten hun kracht. Dan voel je vanzelf respect en mededogen voor alle levende wezens.’ Zelf moet hij vaak genoeg negatieve emoties bestrijden, zoals boosheid. Met zijn vriend bestiert Hof een bedrijfje dat diervriendelijke oplossingen bedenkt om de overlast van ganzen tegen te gaan. ‘Laatst zag ik op Texel een groepje vogelaars die een bijzonder vogeltje bestudeerden door hun telelens. Ik zei: ‘Kijk eens naar het weiland hierachter. Daar worden honderden ganzen gevangen om vergast te worden. Ze draaiden zich niet eens om. ‘Daar zijn we niet voor gekomen’, kreeg ik te horen. Dan moet ik mijn best doen om niet boos op ze te worden.’

Wanda Sluyter (42) verdient haar brood als webdesigner en is zenboeddhist. Haar huis in Eindhoven is te herkennen aan een plaatje op het raam van een mediterend poppetje dat het zusje van Nijntje zou kunnen zijn. Ze zit met geloken ogen in de lotushouding te mediteren. Sluyter ontdekte het boeddhisme toen ze 16 was. ‘Ik was zoekende. Ik vroeg me af waarom er zoveel verdriet om me heen was. Mijn ouders hadden een café en raakten dat van de ene op de andere dag kwijt. Die klap zijn ze nooit te boven gekomen. Ik begon me af te vragen hoe ík er weer bovenop zou kunnen komen na zware tegenslag.’ En dus ging Sluyter een tijdje elke zondag naar de, katholieke, kerk. Maar die bood geen praktische handvatten. Bovendien beviel het haar niet dat er tussen haar en God een intermediair stond, een priester. ‘Ik wilde het vooral zelf doen.’ Toen ze korte tijd later een artikel las over hoe je met meditatie innerlijke rust kon verwerven en inzicht in het lijden, wist ze: ‘Dat ga ik doen.’ Nu is ze zenleraar. Kortgeknipt haar. Strenge zwarte bril. ‘Maar ik ben niet streng, hoor.’ In het sobere kamertje met rijstpapier voor de ramen liggen twee zwarte meditatiekussentjes tegenover elkaar. In de hoek staan twee comfortabele stoeltjes. Een thermoskan met kruidenthee is binnen handbereik. Innerlijke rust heeft Sluyter inmiddels gevonden. ‘Ik ben een perfectionist. Iemand die meer dan het maximale uit zichzelf wil halen. Een 9 is nog niet goed genoeg. Met zo’n instelling kukel je makkelijk over de rand. Is ook gebeurd. Toen ik 17 was, raakte ik overspannen. Met behulp van het boeddhisme kun je dat patroon doorbreken; dan zie je dat je een perfect plaatje van jezelf hebt geschapen en dat je jezelf voortdurend dwingt aan dat plaatje te voldoen, zelfs als het ten koste gaat van jezelf.’ Met hulp van het boeddhisme kon ze bij zware tegenslagen haar ‘balans’ terugvinden: ‘Als je relatie stukloopt of je je baan kwijtraakt, wat ik meerdere keren heb meegemaakt, ga je twijfelen aan jezelf. Maar het boeddhisme leert je dat je eigenwaarde niet in een relatie zit, laat staan in een baan. Dat relativeert enorm. En dan hervind je je balans.’ Veel ongeluk creëren wij bovendien zelf – dat ziet althans Sluyter elke dag om zich heen gebeuren. ‘Ik las deze week in het Eindhovens Dagblad interviews met buurtbewoners over de heiwerkzaamheden bij het Philipsstadion. De ene buurtbewoner gaat elke dag de decibellen meten en als ze over de schreef gaan, schakelt hij een advocaat in. De andere buurtbewoner wacht het rustig af en als hij het zat is, zet hij de radio wat harder. Punt.’ De laatste buurtbewoner is volgens haar beter af dan de eerste; omdat hij zich niet nu al druk maakt over overlast die wellicht best meevalt. ‘Die eerste mijnheer gaat hoe dan ook last krijgen van het lawaai.’ In haar eigen tuin is Sluyters geliefde appelboom op sterven na dood. ‘Onze buurman had een partytent in zijn tuin gezet. Een plotselinge windvlaag tilde het ding op en kwakte het op onze appelboom. Dan kun je boos worden en klagen dat de buurman de partytent niet goed had vastgezet, dat het altijd zo’n lawaai is op die feestjes van hem en dat hij eens moet leren om zijn vuilnisbak op de goede dag buiten te zetten – want zo gaan die conflicten. Het is 99 procent emotie. Emotie die losstaat van het werkelijk gebeurde.’ Dus boos worden en klagen, dat doet Sluyter niet meer. In plaats daarvan mediteert ze. Elke dag, liefst ’s ochtends vroeg, zit ze minstens twintig minuten op haar kussentje om zich te concentreren op haar ademhaling. ‘Dat lukt vier keer en dan komt er een gedachte voorbij. Dat ik mijn mail nog moet checken. Dat ik niet moet vergeten waspoeder te kopen. Voor je het weet ben je drie minuten verder. Maar ik ga telkens terug naar die ademhaling. Het duurt zeker tien minuten voordat die boodschappenlijstjes in mijn hoofd weg zijn. Dan komen er gedachten over zaken die me niet lekker zitten, waarover ik boos of gefrustreerd ben. Ook dan ga ik met mijn aandacht terug naar de ademhaling. Zo leer je je geest om bij de les te blijven. Om in het hier en nu te leven. Dus niet denken: als ik nou eerst even dit regel of als ik later dat voor elkaar heb. Nee, rust is niet straks of dan. Het is er nu.’ Dat mediteren heeft Sluyter nodig. Haar man niet. Die is ook geen boeddhist. ‘Hij is een onverstoorbaar type. Hij heeft het boeddhisme niet nodig om een prettig mens te zijn.’ Heeft Wanda Sluyter de verlichting al bereikt? Het ultieme stadium waarin iemand geen lijden meer ervaart. De zenleraar lacht. ‘Soms.’ Wanneer niet? ‘In mijn auto heb ik een sticker: be a Buddha behind the wheel. In het verkeer moet ik mijn best doen me niet te laten meesleuren door al die korte lontjes. Zeker wanneer ze een middelvinger opsteken of gaan bumperkleven, kan ik enorm in mezelf zitten mopperen.’

Jenneke Blanken (27) werkt als jurist op het ministerie van Justitie. Door haar vakanties in Azië werd ze nieuwsgierig naar het boeddhisme. ‘Ik toerde twee jaar geleden in Cambodja rond met de brommer. Op een dag holde een paar straatschoffies met ons mee. Ze lachten voortdurend naar ons. Ik kreeg een onprettig gevoel alsof ik in de maling werd genomen. We vroegen aan de gids wat er aan de hand was. ‘They just want to share their smile with you’, zei hij. Daar werd ik door geraakt. Ze waren broodmager, hadden nauwelijks kleren aan hun lijf, maar het weinige dát ze hadden, hun glimlach, wilden ze nog delen.’ Terug in haar woonplaats Den Haag zocht ze contact met het Boeddhistisch Centrum Haaglanden, waar ze trouw een keer per week naartoe gaat. Om met hetzelfde clubje mensen te praten over het leven, en om te mediteren. Wanneer Blanken mediteert, concentreert ze zich op vriendelijkheid. ‘Eerst op vriendelijkheid voor mezelf. Dan voor vrienden. En uiteindelijk op vriendelijkheid voor iedereen, zelfs voor mijn vijanden, bij wijze van spreken.’ In haar kamer staat een piepklein altaar met een kleurige doek uit India aan de muur, een zelfgemaakt houten krukje om op te mediteren, wierookhoudertjes en een paar boeddhabeeldjes – niet de glimmende van Intratuin en Blokker; die vallen bij ‘echte’ boeddhisten niet in de smaak. Elke dag probeert ze bij het altaartje te mediteren. En als dat er niet van komt, probeert ze het in de tram of in de trein, ogen dicht en de handen gevouwen in de schoot. ‘Het brengt me rust. Als ik niet oplet, werk ik voortdurend lijstjes af in mijn hoofd. Dan bedenk ik dat ik het huis moet opruimen, het avondeten moet inslaan, stukken voor mijn werk moet lezen. Als je constant bezig bent te bedenken wat je allemaal moet doen, vergeet je te leven.’ Blankens vader is dominee. Ze vertelt het een beetje besmuikt. ‘Ik ben zelf nooit door het geloof geraakt, zoals mijn ouders. Maar door hen ben ik wel gaan beseffen dat je meer uit het leven kunt halen dan de zichtbare dingen. Een geloof of een levensleer betekent toch een plusje in je leven. Wat mij zo in het boeddhisme aantrekt, is dat het zo realistisch is. Er ís pijn, er zíjn zorgen en ziekten, maar door je handelen kun je zelf bepalen wat het effect daarvan is op jouw leven.’ Hoe brengt een jonge, moderne en ambitieuze jurist zoiets in de praktijk? Blankens ogen dwalen door haar studentikoze onderkomen: een wat haveloze etage boven een treurig café in een Haagse volksbuurt. ‘Tja. Mijn vriend en ik zouden wel een beter huis willen. En ik verlang naar allerlei zekerheden, bijvoorbeeld in mijn relatie. Maar het boeddhisme leert je te leven met onzekerheden. Te genieten van de dingen die er wel zijn in plaats van jezelf te kwellen met gedachten over dingen die er niet zijn.’ Maar of ze daarmee verlicht is? De domineesdochter glimlacht. ‘In het begin dacht ik: als ik klaar ben met de cursus, ben ik verlicht. Dat is cool! Maar dat heb ik losgelaten. Als je verwachtingen gaat koesteren, word je ongelukkig als die niet uitkomen. Ik merk wel dat ik me tegenwoordig beter kan concentreren. Ik laat me minder afleiden door allerlei gedachten. En ik neem de dingen meer zoals ze zijn. Ik ben niet verlicht, maar ik ga wel lichter door het leven.’

Het christendom, dat ook naastenliefde propageert, is voor de drie boeddhisten nooit een alternatief geweest. ‘Ik heb het over respect voor alle levende wezens, dus ook voor dieren’, zegt vegetariër Martin Hof. ‘Volgens de bijbel is het dier er om de mens te dienen. Er zijn pastoors die de geweren zegenen voor de jacht. Stel je voor.’ Voor zenleraar Wanda Sluyter, die graag een wijntje drinkt en van plan is dat vooral te blijven doen, is het belangrijk dat het boeddhisme geen ‘in steen gehouwen regeltjes’ kent, zoals het christendom. ‘Het is weliswaar beter om geen vlees te eten of bedwelmende middelen te gebruiken, maar zo’n verbod slaafs naleven heeft geen nut als je er diep in je hart de zin niet van inziet.’ En ook domineesdochter Jenneke Blanken omarmt het ontbreken van dogma’s. ‘De boeddha zei: ‘Hier is mijn leer, maar neem hem niet klakkeloos over. Ervaar zelf wat voor jou belangrijk is.’ Nou, ik hou van een feestje op zijn tijd en daar hoort een borrel bij. Mijn vriend is kok. En een carpaccio is zo nu en dan niet te versmaden. Maar het roken begint me een beetje tegen te staan nu ik vaak op mijn ademhaling let.’ Dus daarmee moest ze maar eens gaan stoppen, zegt, meer hoopvol dan overtuigend. ‘Misschien groei ik er vanzelf naartoe?’

Geen doen maar middel

Het boeddhisme is een verzamelnaam die door Westerse onderzoekers is bedacht voor de vele religieuze stromingen die in Azié zijn ontstaan vanaf de 6de eeuw voor Christus. De kern van de leer is dat alle menselijke ontevredenheid en menselijk lijden voortkomt uit onwetendheid en begeerte. Wie die twee obstakels overwint, rekent af met het lijden. De basis van de leer is gelegd door Boeddha, een prins die leefde in de 6de eeuw voor Christus in het huidige Nepal. Boeddha betekent letterlijk: iemand die ontwaakt is. Het boeddhisme wordt doorgaans niet gezien als een godsdienst, maar als een levensovertuiging en een praktische handleiding voor het leven van alledag. Zelf zei Boeddha: ‘Geloof alleen is blind.’ Nederland telt ongeveer 29 boeddhistische stromingen die vrijwel allemaal zijn aangesloten bij de Boeddhistische Unie Nederland. Iedereen die zich boeddhist voelt, kan zich zo noemen. Er is geen registratiesysteem. Veel boeddhisten willen zich bovendien nergens bij aansluiten. De meeste boeddhisten in Nederland zijn Tibetaans of zenboeddhist. Daarnaast zijn er tal van kleinere stromingen – er zijn net zoveel verschillende boeddhisten als gereformeerden. Jenneke Blanken hoort bij het Westers boeddhisme, een stroming die in Nederland probeert een eigen vorm uit te vinden. Wanda Sluyter is zenboeddhist, maar de eerste om het belang daarvan te relativeren: ‘Welke filosofie je omarmt, maakt niet zoveel uit. Als het je maar helpt om een aardig mens te zijn.’ Of, zoals Martin Hof zegt: ‘Het boeddhisme is een middel. Geen doel op zich.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden