De ruimterekenaars van noordwijk

HET HOUSTON VAN EUROPA LIGT IN NOORDWIJK. ELFHONDERD WETENSCHAPPERS UIT ALLERLEI LANDEN WERKEN BIJ ESTEC AAN RUIMTEVAARTPROJECTEN. 'HET MEEST OPWINDENDE IS EEN NET NIET WERKENDE SATELLIET.'..

Wie vanuit Noordwijk richting Katwijk rijdt, tussen duinen en bollenvelden, en vlak voor de bebouwing rechtsaf slaat, komt op een bochtig weggetje dat doodloopt op een slagboom. Douaniers van een particuliere beveiligingsdienst controleren passen en papieren. De streekbus maakt rechtsomkeert, de politie mag het terrein niet op. Hier eindigt Nederland.

Voorbij de slagboom wapperen vijftien vlaggen in de zeebries. Een donkerblauw doek met een gestileerde e in een witte bol, een beetje zoals het beeldmerk van drogisterijketen Etos. Daarachter een golvend terrein met loodsen en kantoorgebouwen, parkeerterreinen en sportvelden. Veertig hectare, evenveel als Vaticaanstad, zegt Heidi Graf, de voorlichtster die als een soort poortwachter fungeert en buitenstaanders een pasje kan bezorgen. Vaticaan stad, de wereldvreemde enclave midden in de wereld van alledag. Verge lijk baar? 'Wij kijken dieper.'

Wij, dat is Estec, het onderzoekscentrum van de Europese ruimtevaartorganisatie Esa. Hier wordt gerekend, getekend en getest, aan satellieten, ruimtesondes en astronauten. De Amerikanen hebben Houston, Europa heeft Noordwijk. De Esa heeft nog een paar andere vestigingen, zoals een hoofdkantoor in Parijs, een vluchtleidingscentrum in Darm stadt en een instituut voor de verwerking van satellietwaarnemingen bij Rome, maar de elfhonderd rekenaars in Nederland vormen bij elkaar bijna tweederde van het totale personeelsbestand.

Tel daarbij op de honderden zogeheten contractors, de hightech klusjesmannen die namens tientallen Duitse, Franse, Engelse, Italiaanse, Bel gische, Spaanse, Nederlandse en Zweedse ruimtevaartbedrijven hun werk doen bij Estec, en je zit al gauw aan tweeduizend man. Een mini-Europa op Nederlands grondgebied.

'Hier zie je echt hoe Europa werkt', zegt Gaele Winters, de Nederlandse baas van Estec, vanachter zijn bureau in het hoofdgebouw. Aan de muur posters van exotische ruimtevoertuigen, naast ingelijste foto's van astronauten met handtekeningen. 'Wij doen concrete projecten, in Brus sel werken ze alleen met papier. Deze organisatie produceert tenminste iets.' Niet dat ze dingen fabriceren, hier. Dat gebeurt elders, verspreid over de lidstaten. Wanneer een land aan een bepaalde satelliet meebetaalt, krijgt het een evenredige portie aan opdrachten binnen. Die snippers worden aan elkaar geplakt en komen dan naar Noordwijk, voor een maandenlang verblijf in de testmachines.

Bij een zij-ingang arriveert een pakketje: stukken satelliet uit Duitsland. In de laadruimte van een grote vrachtwagen staan een stuk of tien witte stalen containers die met heftrucks naar binnen worden gereden. Tussen de kisten staan ook een racefiets en een gitaar.

Volgens directeur Winters bevalt het de meeste ruimtevaarders wel, hier in Nederland. 'Ingenieurs en wetenschappers zijn eigenwijze types. Denken dat ze overal verstand van hebben. Ze leren snel Nederlands en burgeren redelijk rap in.' Daarna blijven de bekende klachten over. Het klimaat, de medische zorg. Dat je eerst een recept bij de huisarts moet halen, voor je naar de apotheek kan. Of neem die zieke Italiaan die veertien dagen moest wachten voor hij kon worden geholpen. 'Die is dus maar teruggevlogen naar Italië. Via die buitenlanders krijg ik de mindere kanten van Nederland uitvergroot te zien.'

Vanuit Winters' raam zijn de duinen te zien en de rest van het hoofdgebouw, een groepje houten gebouwen ontworpen door architect Aldo van Eyck. Behalve de belangrijkste directeuren huisvesten ze het restaurant, vergaderzalen, een bank en een reisbureau. Het lijkt op een ruimtestation, de zeshoekige modules die via smalle knooppunten aan elkaar zijn gekoppeld. Ook de lange brede gang, die vanuit deze commandotorens naar honderden andere vertrekken leidt, heeft iets van een ruimteschip. Groepjes mensen lopen gehaast door de gang. Geroezemoes in elf talen. Groenige kleuren in ijl halogeenlicht.

Aan uniformen en wapens doen ze niet, bij de Esa. Alleen voor vredelievende doeleinden gaan we de ruimte in, zegt artikel 2 van de Europese ruimtevaartgrondwet. Oorlog is exclusief voorbehouden aan de aarde.

Dus wijzen de bordjes in de hoofdgang de weg naar minder gewelddadige ruimtevaarttoepassingen, en hun bijbehorende afdelingen in de zijgangen. Telecommunicatie, aardobservatie, navigatie, wetenschap. Hon derden kamertjes, elk met een bureau, een computer, een raam, stapels rapporten en naslagwerken. 'Een droomplek', vindt David Jarvis, materiaalkundige. De Brit werkt inmiddels een jaar in Noordwijk, woont in Leiden en heeft een Nederlandse vriendin. Er wordt zo veel bedacht, dat van alle ideeën misschien een kwart uiteindelijk in concrete voertuigen wordt omgezet, vertelt hij. De rest valt af.

Eén van de satellieten die het wel hebben gehaald is de Integral, die onlangs is gelanceerd vanuit Baikonoer, Kazachstan. Een ruimtetelescoop die op zoek gaat naar zwarte gaten en andere hete plekken in het heelal. Hij arriveerde hier in juli vorig jaar, na een tocht van vijf dagen per convoi exceptionnel uit Turijn.

Daarna is hij meer dan een jaar getest. Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn, met dat heelal. Dus willen satellietenbouwers van alles weten, voor ze hun voertuigen loslaten. Of ze de trillingen van de lancering aan kunnen, de herrie van de raket, het vacuüm, de stra ling, de temperatuurwisselingen van de volle zon en de nacht.

'Eerst even kijken of hij niet aanstaat', zegt Jeroen Schouwerwou, manusje-van-alles in de testruimtes. Hij opent twee zware deuren, en staat dan in een merkwaardige ruimte, bekleed met duizenden blauwzwarte, puntige uitsteeksels. Een binnenstebuiten gekeerde egel. In de hoek een grote toeter, die, wanneer hij aanstaat, allerlei soorten straling produceert, om te testen in hoeverre de antennes van een ruimtevoertuig daarvoor gevoelig zijn. 'Geen goed idee om hier op het verkeerde moment naar binnen te gaan', zegt Schouwerwou. 'Alsof je een eitje in de magnetron stopt.' Zijn stem klinkt dof, hier in de ruimte die alle geluiden absorbeert. Wanneer hij bij het verlaten van de ruimte de deur aanraakt krijgt hij een schok. Doet hem weinig. 'Maar een paar duizend volt.'

Het ergste moet dan nog komen. De ruimte zelf. Om te kijken of een satelliet bestand is tegen de hitte, de kou en de straling, gaat hij in Noordwijk altijd de grote ruimtesimulator in, een zwarte tank met een grote nepzon, die via een grote spiegel zijn licht op de satelliet afvuurt. Het heelal op aarde. Wie dit doorstaat mag verder, voor het echte werk.

Naast de Integral stond hier een paar maanden geleden de Rosetta, die januari volgend jaar op pad gaat richting komeet 46p/ Wirtanen, een modderige ijsberg met een dikte van ongeveer zeshonderd meter. Rosetta komt daar in 2011 aan, en laat na een paar verkennende rondjes in 2013 een lander neer. Dat bij een snelheid van 135.000 kilometer per uur. Alsof je een in Japan afgevuurde pistoolkogel wilt bestuderen door er hiervandaan een camera ter grootte van een zandkorrel naartoe te schieten. 'Het vergt wat rekenwerk, maar we denken dat we het optimale traject hebben gevonden', zegt projectleider John Ellwood. Dat traject gaat via Mars, en nog twee keer langs de aarde. Dankzij die paar extra zwiepers kan het voertuig de komeet uiteindelijk inhalen.

Ellwood is de eerste mens die probeert een lander op een komeet neer te zetten. Probleem is dat er maar een periode van twee weken is, het zogeheten lanceervenster, waarin de aarde, de komeet en Mars op de goede plekken ten opzichte van elkaar staan, zodat Rosetta op weg kan. Daar na is de kans verkeken. Sinds oktober vorig jaar werkt Ellwood daarom met vijf ploegen per dag aan de satelliet. 'Ik heb mijn mensen dit jaar acht dagen vakantie gegeven. Hoewel het eigenlijk niet kon.'

Twaalf verschillende nationaliteiten werken mee aan de Rosetta. 'Soms is dat inefficiënt.' Allemaal verschillend opgegroeid en opgeleid. Duitsers zijn pragmatisch, Fransen zeer theoretisch, Italianen willen alles tegelijk doen. 'Maar we zijn allemaal techneuten. Dat helpt.'

De Rosetta ziet eruit als de meeste ruimtevoertuigen. Een sinterklaassurprise, verpakt in zilverfolie en vuilniszakachtig materiaal en voorzien van diverse uitsteeksels, zoals antennes, camera's en bijstuurraketjes. Ellwood, snor, rossige krullen, staat erbij als een wielrenner naast zijn fiets. Het verschil is dat ruimtevoertuigen en hun berijders niet zo gestroomlijnd hoeven te zijn. Geen last van luchtweerstand.

Even verderop staat de lander van de Rosetta op de shaker, een tafel die door twee grote mechanische knuisten door elkaar wordt geschud. 'Een fiets trilt hierop binnen een paar seconden uit elkaar', zegt Philippe Kletzkine, de Fransman die verantwoordelijk is voor de lander. Een met zonnecellen beplakte doos, met drie uitvouwbare pootjes en een gaatje waaruit straks, over elf jaar, een harpoen tevoorschijn zal komen om het voertuig bij gebrek aan zwaartekracht aan de komeet te verankeren.

Een paar Italianen zitten gebogen over laptops, een Duitse kruipt over de shaker, op zoek naar stofjes. 'De lander moet schoon zijn', zegt Kletzkine. 'Volledige sterilisatie is niet nodig, maar we moeten wel zeker weten dat we straks niet onszelf meten, als we monsters uit de komeetbodem nemen.'

Daarom zitten zijn grijze krullen ingepakt in een soort badmuts, is zijn pak is verborgen onder een stofjas, en zitten er witte zakjes om zijn schoenen. Voordat de wetenschappers de testruimte betreden stappen ze op een kleverige blauwe deurmat, die het stof zo veel mogelijk van hun voetzolen afhaalt. Zoals dat ook in normale laboratoria gebeurt. Alleen werken ze daar vaak met millimeters, met microscopen en pincetten. Hier zijn hijskranen, veiligheidshelmen en stalen trappen. Een laboratorium als een scheepswerf.

De triltafel wordt aangezet, en er gromt een licht gebrom door de ruimte, dat overgaat in zoemen, steeds hoger, tot het onhoorbaar wordt en vervolgens weer stil. Op de beeldschermen verschijnen grafieken, de betrokkenen peinzen en trekken conclusies. Om de beurt komen ze even langs bij Kletzkine, voor een gefluisterde discussie. Daarna weer terug naar de tafel. Er zijn veel mensen die iets over het project te zeggen hebben, maar Kletzkine weet er wel raad mee. 'Als ik alle adviezen moet opvolgen van iedereen die iets met het project te maken heeft, dan krijg ik het ding nooit de lucht in. Niemand is honderd procent zeker dat alles werkt zoals het hoort, iedereen heeft zo zijn twijfels. De kunst is om desondanks een besluit te nemen.'

Wel lastig is het feit dat er op het moment suprème, over elf jaar, bijna niemand van het projectteam meer over zal zijn. 'Dat is een van de problemen bij dit soort missies. Mensen vertrekken, gaan dood, vergeten wat de bedoeling was.' Dus laat hij voortdurend aantekeningen maken, foto's en video's. 'Toch missen we nogal eens wat. Wetenschappers houden niet alles bij, die zeggen vaak: dat zien we dan wel weer.'

Ellwood hoopt dat hij er nog wel bij zal zijn, over elf jaar. Maar zover denkt hij nog niet. Eerst de lancering. Het is een paar maanden na de testen, Ellwood zit in zijn kamer. Aan de muur foto's van geslaagde lanceringen, op een kast 28 champagnekurken op een rijtje. Ellwood zit klaar voor vragen, papier en pen bij de hand, zoals de meeste mensen hier, wanneer een buitenstaander op bezoek komt. Een ruimtereis leg je uit met lijnen, getallen en snelle staartdelingen.

Hij is net terug uit Frans-Guyana, de Europese 'ruimtehaven' in Zuid-Amerika waar de Rosetta inmiddels is uitgeladen en wordt klaargestoomd voor de lancering. Vooral nu is het hectisch. Pen delen tussen Frans-Guyana, Noord wijk en het vluchtleidingscentrum in Darm stadt. Op 13 januari moet de sonde worden gelanceerd, daarna gaat Ell wood, net als het voertuig, een tijdje 'in winterslaap'. Zeilen, skiën. 'Dat heb ik wel nodig. Een geslaagde lancering is psychologisch lastig. Er is tien jaar aan de Rosetta gewerkt. Het is moeilijk om je daarna voor een nieuw project op te laden.'

En als het mis gaat, op 13 januari? Psychologisch nog lastiger. 'Die lancering is a hell of a moment.' Hij zucht. 'Ik denk weleens bij mezelf: waarom doe ik mezelf dit aan?'

In zijn werkkamer ligt een verbrand brokstuk op de vensterbank. Over blijfsel uit 1996, van de laatste keer dat hij probeerde een satelliet vanuit Frans-Guyana te lanceren. Ellwood zat in een bunker te kijken hoe de restanten in het moeras stortten. Drie uur lang moesten ze daar blijven, uit angst voor de giftige dampen die rond de lanceerplek door de lucht zweefden. Lange uren. Daarna de after-launch-party, zoals dat gaat bij raketlanceringen. Heel gezellig, althans, als de lancering slaagt. 'We hebben er een wake van gemaakt, zoals de Ieren dat ook doen als er iemand overleden is. Zo gaat de drank ook op.' En: er is altijd hoop. 'Binnen 24 uur waren we aan het praten over een tweede poging.'

Vier jaar later lanceerden ze dezelfde satellieten opnieuw, nu met een Russische raket, vanuit Baikonoer in Kazach stan. Tja, Baikonoer, zegt Ellwood dromerig. Een lelijke oude sovjetbasis, midden in de kale steppe. Maar het heeft zo zijn charmes. Ellwood zorgt ervoor dat zijn mensen daar nooit langer dan drie weken zijn. 'De eerste dagen wil je zo snel mogelijk weer terug naar huis, maar na drie weken wil je nooit meer terug.'

Hij onderbreekt, moet even telefonisch vergaderen met een contractor die vertraging heeft opgelopen. 'Kom straks maar weer terug, dan praten we verder.' Hoe druk het ook is, er is altijd tijd voor extra uitleg.

De Rosetta en de Integral hebben samen ruim 1,5 miljard euro gekost, een forse uitgave voor wetenschap, vindt ook de Esa. Ruimte vaartwetenschap zit enigszins in het verdomhoekje, sinds vorig jaar de overheidssubsidie werd teruggeschroefd. Aardobservatie, navigatie en telecommunicatie zien er veel nuttiger uit, vooral in magere tijden.

Op wetenschap moet worden bezuinigd, 15 procent, om precies te zijn. Dat betekent een kleine revolutie, in Es tec. 'We moeten meer georganiseerd gaan werken', zegt David South wood, directeur wetenschap van Esa. Hij kijkt streng. Grijze krullen, hoekige bril. Professor David Southwood, dus hij weet waarover hij het heeft: 'Wetenschappers hebben niet de discipline die ruimtevaartuigen vereisen. Als zich in de verte problemen aandienen, zeggen wetenschappers: ik denk dat het wel goed komt, we vinden wel een oplossing. Maar dan, twee jaar later? Dan is het team weg, zijn er geen reserveonderdelen.'

Dat moet anders. Hij laat harde woorden vallen: planning, productieteams, deadlines, samenwerking, coördinatie. 'Begrijpt u wat ik bedoel? 15 Procent minder budget! Meer striktheid, meer discipline!'

Dat was in ons geval onmogelijk, zegt Kai Clausen, verantwoordelijk voor de Integral. 'De Integral kon niet sneller, goedkoper, beter, zoals men tegenwoordig wil.' Groot en duur, dat was onvermijdelijk. Om zeker te weten dat het allemaal werkt, straks. Hij heeft wel wat op de lanceerkosten weten te beknibbelen. De lancering vanuit Baikonoer, afgelopen donderdag, was gratis. In ruil daarvoor mogen de Russen de telescoop een kwart van de tijd gebruiken.

Tien jaar zat er tussen het moment dat de Integral werd goedgekeurd en de lancering, en dat had echt niet korter gekund, zegt Clausen. Toch wel, vindt Massimo Bandecchi, in zijn kamertje in een houten bijbouw op het Estec-terrein. Een bouwkeet, zo lijkt het. Maar naast Ban decchi's kantoortje bevindt zich de hypermoderne Concurrent Design Facility, de plek waar toekomstige ruimtevaartmissies geboren worden. De baarmoeder van de Europese ruimtevaart, volgens projectbegeleider Bandecchi. De kasten met computers bevatten alle beschikbare informatie over raketten, zonnepanelen en ons zonnestelsel. In een soort klas lokaal hangen drie elektronische schoolborden. De daarop geprojecteerde plaatjes kun je met speciale stiften meteen aanvullen met nieuwe schetsen en krabbels, waarna de computer ook die nieuwe plaatjes in het geheugen opslaat. Alles blijft bewaard.

In het lokaal staan twee rijen tafels in u-opstelling achter elkaar, met bij de zitplaatsen bordjes als 'voortstuwing', 'energievoorziening', 'warmtehuishouding'. Op elke plek gaat de bijbehorende specialist zitten. 'Zo gaan we een nieuwe reis naar Mars ontwerpen', zegt Bandecchi. Wat er vroeger nog weleens mis ging: dat elke deskundige in zijn uppie in zijn studeerkamer iets bedacht, dat vervolgens in een vergadering naar voren schoof, waarna de anderen teruggingen naar hun kamertjes om hun onderdelen aan te passen, enzovoort. Nu gebeurt dat allemaal tegelijkertijd, hier, in het klaslokaal. 'Ik heb natuurlijk het verschijnsel samenwerking niet uitgevonden', zegt hij bescheiden. Maar wel verbeterd, wil hij maar zeggen. Hij kijkt ernstig. Nu vernieuwd! Samen wer king! Dit is wat Southwood zoekt. De meeste missies kunnen 30 procent goedkoper, zegt Bandecchi. En de tijd die nodig is om de missie naar Mars te ontwerpen? 'Van tien jaar naar vijf jaar.'

Dat moet nog steeds betrouwbare voertuigen opleveren. Want daar doe je het allemaal voor, niet? De bouwers aarzelen. 'Een goed werkende satelliet is het één na mooiste dat je kunt meemaken', zegt Ellwood, uitvergaderd. 'Maar het meest opwindende is eigenlijk een net niet werkende satelliet. Om die weer aan de praat te krijgen.'

Gilles Coup & 130; komt binnen, een Belgisch teamlid van Ellwood. De Rosetta is zijn laatste missie. Niet zijn mooiste. Dat was een project in 1995, zegt hij, toen een ruimtevoertuig er de brui aan gaf en hij en zijn collega's het weer wisten te reanimeren. Dat komt niet vaak voor, in de ruimtevaart is het meestal nul of één, goed of fout. Alleen als het een beetje misgaat kun je als ingenieur laten zien wat je waard bent. 'Maar dat geluk heeft niet iedereen.'

Ook David Jarvis hoopt stiekem op dat geluk. Hij gaat de komende week naar Baikonoer. Jarvis is verantwoordelijk voor een experiment dat moet worden uitgevoerd door Frank de Winne, de Belgische astronaut die op 28 oktober met een zogeheten taxivlucht voor tien dagen naar het internationale ruimtestation gaat, dat in een baan rond de aarde draait. Want ook al heeft de Esa geen Space Shuttle of eigen raketten om astronauten de lucht in te schieten, ze heeft wel een afdeling Bemande Ruimtevaart, verantwoordelijk voor alles wat Europa in het ruimtestation doet.

Jarvis, onder de dertig, doet werk wat het dichtst in de buurt van het astronautendom komt. Maakte, om zijn experiment te testen, met een speciaal vliegtuig gewichtsloze vluchten. Hij mag 'zijn' astronaut instrueren, en straks meelopen tot aan de raket. Na de lancering gaat hij in het controlecentrum zitten, dat speciaal voor deze vlucht in Noordwijk is ingericht. Zoals het hoort, volgens de film. Twintig tafels met computers, een paar grote beeldschermen met informatie, een wereldkaart met de locatie van het ruimtestation. Als het gaat zoals het hoort te gaan, heeft Jarvis straks niet veel meer te doen. Alleen in abnormale situaties is er werk aan de winkel. 'Ik hoop natuurlijk niet op een major hick-up', zegt Jarvis. 'Maar een beetje gedoe zou wel leuk zijn.'

Technische verwarring, bedoelt hij dan. Niet het gedoe dat in het Rus sische ruimtestation Mir tot vetes leidden tussen de Russische en Ame ri kaanse bemanningsleden. Geen Babylonische of andersoortige culturele verwarring. Ook al vallen die culturele verschillen niet te ontkennen, ook niet op Estec, vinden de eters in de rij bij het zelfbedieningsrestaurant, dat vandaag de keuze biedt uit onder andere pimientos en abado, Sp & 132;tzle, andouilette grill & 130;e en torta di mele al cioccolato. Aan tafel Fransen met een wijntje, ... 0,57 euro, Nederlanders met een broodje kaas en een glas melk. Een van hen: 'Laat ik dit zeggen: stereotypen zijn waarheden en alle waarheden zijn waar.' Elk land heeft zo zijn eigen stijl. 'Iedereen werkt natuurlijk hard. Maar ik zie wel dat Italianen bijvoorbeeld iets snellerellipse eh, afgeleid zijn. Aan de andere kant: het blijven ingenieurs en weten schappers.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden