De ruimte als tegenspeler

Beeldende kunst..

Annette Embrechts

utrecht De grootste vijand van het locatietheater wordt direct bij binnenkomst bestreden: regen. Gewapend met een tentoonstellingsparaplu ondergaat de toeschouwer na de toegangspoort een douche. ‘Locatietheater is een merkwaardig verbond tussen kunst en werkelijkheid’, zegt een stem van een theatermaker tussen het gedruis van de druppels. En dan sta je, schoongespoeld, midden in dat ‘merkwaardige verbond’: een naïef dorp van oranje huisjes rond een grote blauwe kubus in het midden. Een gele ommuring houdt de echte, stadse buitenwereld op afstand. Hier loop je in een vers dorp over geurige houtsnippers.

Het Theater Instituut Nederland (TIN) vroeg samen met de Vrede van Utrecht en deelnemende festivals aan ontwerper Theun Mosk (bekend van werk met Boukje Schweigman, Robert Wilson en Lotte van den Berg) een reizende tentoonstelling vorm te geven over een fenomeen dat in Nederland een extreem hoge vlucht heeft genomen: locatietheater. In weerwil van het klimaat – wind en regen – zoeken theatermakers steeds vaker hun inspiratie op plekken buiten reguliere theaterzalen. Vaker dan waar ter wereld, zeggen de samenstellers Tuja van den Berg en Nathalie Wevers van het TIN .

Op het waarom van die ontwikkeling hebben ze geen sluitend antwoord gevonden, wel suggesties. Groepen als BEWTH, die eind jaren zestig met hun ‘vage mime’ in theaters niet werden geprogrammeerd, annexeerden kerken en fabriekshallen als vertoningplek, om alras te ontdekken dat hun architectuur een fantastisch ruimtelijke ‘tegenspeler’ werd. Andere gezelschappen zoals Hollandia brachten theater naar nieuw publiek door in afgelegen schuren te spelen, op boerderijen, in kassen of op autosloperijen.

Daar lagen verhalen voor het oprapen, over vernachelde boeren en stugge autohandelaren. Of het nu strand is, duin, kerk of landgoed, aan alles kleeft een geschiedenis die in spektakels dankbaar theatraal kan worden gemaakt. Ook al moet je daarvoor water en elektriciteit aanleggen. Vandaar Mosks keuze voor een tentoonstellingsdorp: ‘Als maker kijk je eerst naar de lucht – wat wordt het weer? – en dan strijk je neer met planken en aggregaten.’

De tijdsbalk-tafel in de grote kubus is beplakt met recensies en veel spectaculaire foto’s van groepen die één specifieke locatie als inhoudelijk onderzoeksmateriaal gebruiken, zoals PeerGrouP, Dries Verhoeven, Boukje Schweigman, Vijfde Kwartier en Lotte van den Berg, en oude rotten als Krisztina de Châtel, Vis à Vis, Jos Thie en het inmiddels opgeheven Dogtroep.

Nieuwe analyses geeft de tentoonstelling Ergens & Overal niet. Daarvoor zijn de interviews met makers op video’s te beperkt. Wel sluit het concept van Mosk mooi aan bij het ervaringstheater dat vaak in het verlengde ligt van locatietheater. De oranje huisjes dragen thema’s als strand, water, kerk en lucht en die onderga je bijvoorbeeld liggend op een paardendeken, zittend op een draaistoel of oog in oog met een andere bezoeker.

Bij festivaltijgers zullen de videofragmenten talloze herinneringen bovenhalen van in uithoeken bezochte voorstellingen. Misschien is de populariteit van het locatietheater wel vergelijkbaar met de Nederlandse liefde voor kamperen: tijdelijk afzien en terug naar de basis, om je geconfronteerd te voelen met magische krachten groter dan onszelf. Zoals regen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden