Reportage Rotterdamse Haven

De Rotterdamse haven is opeens twee keer zo veel waard, en toch zijn ze armer geworden

Voor de belastingbetaler moest het Rotterdamse Havenbedrijf de totale waarde en inkomsten exact taxeren. Maar hoe bereken je de waarde van een haven? En ook niet fijn: België en Frankrijk mogen nog een jaar wachten.

De Rotterdamse haven: op papier goed voor 9,1 miljard euro. Beeld Raymond Rutting

‘Op papier zijn we nu twee keer zoveel waard, en toch zijn we armer geworden.’ De situatie van het Havenbedrijf Rotterdam is tamelijk paradoxaal, erkent financieel topman Paul Smits. Ja, de grootste haven van Europa staat nu voor 9,1 miljard euro in de boeken, tegen 4,2 miljard vorig jaar. En ja, daardoor is hij nu tientallen miljoenen euro’s extra kwijt.

Hoe dat in vredesnaam kan, legde Smits donderdag geduldig uit bij de presentatie van de halfjaarcijfers van het Havenbedrijf Rotterdam. Ziet u, de haven moest – net als de vijf andere Nederlandse zeehavens - over 2017 voor het eerst in haar bestaan belasting betalen. Eerder waren de havens uitgezonderd van het betalen van vennootschapsbelasting, maar dat was tegen het zere been van Brussel, dat de exceptie als verboden staatssteun zag.

Goedkope kades

Maar voor het berekenen van het verontschuldigde belastingbedrag moest de financiële havenbaas eerst weten hoeveel zijn bedrijf daadwerkelijk waard is. De waarde die in zijn eigen boekhouding stond, was daarvoor niet toereikend, want daarin hield Smits de historische aanschafprijzen aan. Die prijzen geven een vertekend beeld van de werkelijkheid. Een kade die het Havenbedrijf in 1970 voor relatief weinig guldens liet bouwen, is nu veel meer waard.

Zo kan het dat de waarde van het hele havenbedrijf in één jaar meer dan verdubbeld is. ‘Daar hebben we niets aan’, benadrukt Smits. ‘Het is papieren waarde.’ Wél is hij over 2017 ruim 30 miljoen euro kwijt aan vennootschapsbelasting. Een bedrag dat de helft lager uitvalt dan dan de schatting van 60 miljoen euro die Smits eerder maakte, maar toch. ‘Vanaf nu zijn we elk jaar tientallen miljoenen euro’s kwijt. Ook voor een bedrijf van onze grootte is dat echt geld.’

Herculeswerk

Maar hoe bereken je de waarde van een haven, van kademuur tot zeesteiger en van vaargeul tot ponton? ‘Dat was een enorme klus’, zegt hij. ‘In een gebied van 125 vierkante kilometer moesten we ineens alle infrastructuur in cijfers uitdrukken.’ Eén troost voor Smits was dat hij niet ook de raffinaderijen of hijskranen hoefde te taxeren. Die zijn eigendom van klanten als Shell en ECT, bedrijven die hun locatie aan het Rotterdamse water van het Havenbedrijf huren.

Alsnog was het herculeswerk. In 2012 nam Smits al een fiscaal expert aan – de dreiging van een door de Europese Commissie geordonneerde belastingplicht hing al langer in de lucht. De laatste anderhalf jaar zwoegde een klein team van (ook externe) experts op het waarderen van de haven. Vanuit de Belastingdienst stond een vast team de Nederlandse zeehavens bij.

De experts keken naar hoeveel geld er precies met het werk aan één kade of op één ponton binnenstroomt, maar ook naar de vervangingswaarde van een havenonderdeel: hoeveel zou het kosten om deze zeesteiger te vervangen door een gloednieuw exemplaar? Daarnaast onderzocht het Havenbedrijf de taxaties van grote havens in het buitenland. Smits’ experts gooiden de resultaten in de mixer, en de waardering van 9,1 miljard euro was het resultaat.

Energietransitie

De energietransitie raakt de Rotterdamse haven hard, zo laten de cijfers over het eerste halfjaar van 2018 zien. Mede door de sluiting van kolencentrales daalde de overslag van kolen met 12 procent. Ook kwam er 8 procent minder ruwe olie binnen. De overslag van containers groeide wel (6 procent), maar dat kon niet voorkomen dat de totale overslag meer dan 2 procent daalde ten opzichte van 2017. Het Havenbedrijf Rotterdam presteert daarmee aanmerkelijk slechter dan de grote concurrent in Antwerpen, die de overslag met 6,5 procent zag stijgen.

Oneerlijke concurrentie

Dat het Havenbedrijf voortaan belasting moet betalen vindt de financieel topman ‘niet meer dan normaal’. Wat hem wél steekt, is dat zeehavens in Frankrijk en België in 2017 nog geen vennootschapsbelasting hoefden te betalen. In deze landen genieten de zeehavens eveneens een vrijstelling, maar omdat Brussel eerder aan het onderzoek in Nederland begon, hoeven concurrerende havens als die in Antwerpen en Le Havre pas over 2018 hun aangifte te doen.

‘Een ongelijk speelveld’, concludeert Smits. ‘Wij zijn dit jaar tientallen miljoenen euro’s meer kwijt dan zij.’ Veel is er niet meer aan te doen: in mei wees het Europese Hof van Justitie nog een eis van het Havenbedrijf Rotterdam af om de drie vennootschapsbelastingen tegelijk te laten ingaan.

Waar het bedrijf nog wel hoop op heeft, is een toename in de investeringen van het Rijk in de Rotterdamse haven. In 2014 bleek uit een studie van onderzoeksbureau Ecorys en de Erasmus Universiteit dat België en Duitsland veel meer geld steken in hun havens dan Nederland. Het kabinet is bereid tot een ‘herbezinning’ op de verdeling van de kosten, blijkt uit het regeerakkoord. Het biedt Smits uitzicht op het terugverdienen van de belastingmiljoenen.

LEES VERDER

De tweede Maasvlakte bestaat bijna vijf jaar en het gebied raakt steeds beter gevuld. Toch liep niet alles volgens planning. En is het al tijd voor een derde Maasvlakte?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.