De roofvogelman

Rob Bijlsma doet al meer dan 40 jaar onbezoldigd onderzoek naar roofvogels. Hij schreef er een boek over. Op bezoek bij de roofvogelman. 'Ik ben een goede beunhaas.'

Hij is een opvallende verschijning, vroeg in de ochtend in het Drents-Friese Wold: een oude hippie met lang grijs haar en vervaarlijke stijgijzers in zijn rugzak, die zich op een oude fiets door het bos spoedt. De boeren in de omgeving noemen hem De Roege. Rob Bijlsma heeft net zijn dagelijkse ronde langs de plaatselijke roofvogelnesten en nestkastjes gemaakt.

Bijlsma - geen vrouw, geen kind - woont al decennia als een moderne Henry David Thoreau in een eenzaam boshuis aan een ven in de buurt van het Wapserveld. Rieten dak, een merelnest naast de deur. Binnen een chaos van boeken en oude kranten. Van achter zijn bureau kan hij buizerds, wespendieven en haviken bespieden. Dit voorjaar landde een zwarte ooievaar bij zijn ven.

Autodidact Bijlsma, opgegroeid in Ede in een gereformeerd gezin, doet al meer dan 40 jaar op eigen houtje en grotendeels onbezoldigd onderzoek naar roofvogels. Hij schreef er een opmerkelijk boek over, nu al vierde druk, Mijn roofvogels. Een mix van ornithologie, autobiografie, ongezouten meningen en 'particuliere gektes'. Zoals de verklarende woordenlijst die hij opnam: 'Natuurherstel: ruilverkaveling.'

Hij is zelf een vreemde vogel op het Drentse platteland, met zijn vreemde bezigheden en solitaire, spartaanse levensstijl. Wie echter denkt dat Bijlsma een wereldvreemde zonderling is heeft het mis. Hij heeft gewoon internet in zijn boshuis en geeft hoog op van de mogelijkheden van geolocators en dataloggers in de ornithologie, apparaatjes waarmee de omzwervingen van vogels veel exacter kunnen worden geregistreerd dan met de aloude ringen.

'Die dataloggers hebben het roofvogelonderzoek in een stroomversnelling gebracht', zegt Bijlsma. Zo hebben ze bevestigd hoezeer roofvogels (zoals alle dieren) individuen zijn, iets wat mensen zelden beseffen, maar Bijlsma uit ervaring al wist. 'Bij roofvogelkuikens zie je in het nest al verschillen. De een is macho, de ander heel timide. Dat werkt door in hun latere leven.'

Zo wezen dataloggers uit dat Veluwse wespendieven soms vele tientallen kilometers van hun nest fourageren, op zoek naar wespenbroed. 'Eentje vloog regelmatig naar Dronten. Een ander vloog naar de Strabrechtse Heide (NB), overnachtte daar en kwam dan terug. Zoiets roept allerlei nieuwe vragen op. Hoe beslist zo'n vogel dat zo'n verre, riskante tocht de moeite loont?'

Een echte wetenschapper is hij niet, zegt Bijlsma. 'Ik ben toch meer een beunhaas, een goede beunhaas. Biologen zoeken een onderwerp, bedenken een hypothese en verzinnen een experiment om hem te toetsen. Ik verzamel observaties en metingen, zo veel en zo breed mogelijk, en probeer daarin een gemene deler te vinden. Veldwerk dus, zoals Darwin - iets wat veel biologen zich niet meer kunnen permitteren.'

Bijlsma is trots op zijn samenwerking met biologen van de Rijksuniversiteit Groningen. 'Die zijn getraind in het wetenschappelijk doordenken van dingen, en dat is voor mij enorm verrijkend. Omgekeerd zijn zij blij met mij, want ik houd al 40 jaar de fenologie van bonte vliegenvangers en de zaadzetting van bomen bij. Niemand anders doet dat.'

Enige weerzin heeft hij tegen de theoretische biologie. Modellenbakkers, gnuift hij, lekker makkelijk is dat. 'Er wordt tegen de klippen op gepubliceerd, maar die modellen worden zelden aan de werkelijkheid getoetst. Daar heb ik dus geen hoge pet van op.

'In hun publicaties gaat het ook niet meer over een bonte vliegenvanger op de Veluwe, maar over een time-constrained long-distance migrant. Humbug. En het wordt erger en erger, want de wereld zit vol met biologen die moeten publiceren en die voor hun grants worden afgerekend op hun H-factor.'

Het bevestigt Bijlsma in de juistheid van zijn eigen carrièrepad: dat van een gedreven amateur-veldbioloog die aan niemand verantwoording hoeft af te leggen. 'Ik heb nooit steun getrokken. Dat is het mooie van Nederland: we zijn zo rijk en welvarend dat je ervoor kunt kiezen om je hele leven lang op eigen kosten te doen wat je wilt en daar dan iets goeds van proberen te maken.'

Het enige wat hem verbaast, is dat niet meer mensen dat doen. 'We leven in een land waar alles kan, en dan bewandelt iedereen dezelfde weg: school, studie, vriendin, trouwen, kinderen, huis met hypotheek, een dure auto. Terwijl je zoveel andere opties hebt.'

Waarom kon hij het wel? 'Omdat ik al snel in de gaten had dat ik vrij onstuurbaar was. Het was al moeilijk genoeg om in de schoolbanken te zitten, laat staan de universiteit, waar ik een jaar sociale geografie heb gedaan. Dus het lag voor de hand iets te gaan doen waar ik gepassioneerd over was en waarin ik mijn eigen koers kon varen. En ik was van jongs af al gek op vogels.'

Bijlsma staakte dus zijn studie en werd freelance veldbioloog. Hij begon met roofvogels, maar dat werd snel breder. 'Als je naar wespendieven kijkt, moet je ook naar wespen kijken. Als je iets aan buizerds doet, ontkom je niet aan studie van muizen en konijnen.' Hij werkte eerst op de Zuidwest-Veluwe, maar dat gebied was te groot. In 1990 verkaste hij naar het Drents-Friese Wold, een compacte streek waar hij een huis van Natuurmonumenten kon huren.

Al die jaren heeft Bijlsma voornamelijk geleefd van losse onderzoeksklussen. Het helpt natuurlijk dat hij weinig nodig heeft. Hij heeft geen auto. 'Ik doe alles op de fiets.' Hij heeft geen tv. 'Ik heb mijn boeken.' Hij kookt zelden. 'Eten is zonde van de tijd.' En hij gaat nooit naar het café. 'Stadse fratsen.'

Boven in het huis klinkt gestommel. Jeugdvriend Richard Stouthamer, nu hoogleraar entomologie aan de universiteit van California, Riverside, logeert een paar dagen. Leuk? 'Nou, ik zit ook graag in mijn eentje. Maar hij zit hier gewoon te werken hoor. Als ik om vijf uur 's ochtends de deur uitga, is hij al bezig. Ook een calvinist. Als we klaar zijn, drinken en lullen we wat.'

Heeft Bijlsma nooit spijt gehad van zijn keuzen? Mist hij bijvoorbeeld geen gezinsleven? 'Nou, dat lijkt me geen gemis. Dat lijkt me alleen maar iets positiefs. Het merendeel van mijn vrienden is getrouwd en heeft kinderen. Die bewandelen ook wel hun pad, maar zijn toch geremd door hun gezin.'

Het gevoel van onthechting van de mensheid wordt sterker nu hij ouder wordt. 'Je wordt eenkenniger. Veel dingen die mensen doen, interesseren mij geen moer. Al dat gedoe in steden, terrasjes en winkels, dat is zo'n absurde wereld voor mij, daar heb ik zelfs bij benadering geen raakvlak mee. Krantenbijlagen, Twitter, Facebook: waar gaat dat over? Ook dat politieke gebeuzel interesseert me geen bal meer. Sinds ik naar vogels begon te kijken zijn er negentien kabinetten voorbijgetrokken, en het heeft niks uitgemaakt.'

Bijlsma heeft Mijn roofvogels dan ook niet geschreven om meer mensen naar het Wapserveld te krijgen. 'Die site Beleef de lente, die vind ik dus fantastisch. Laat mensen maar via een webcam naar een slechtvalkennest kijken. Het is een mythe te denken dat je de natuur kunt beschermen door mensen er naartoe te halen. Het enige wat natuurbeschermers nu doen, is consumenten creëren die denken dat de natuur er voor hén is. Daar ben ik mordicus op tegen.'

Die natuurbeschermingsorganisaties zijn Bijlsma's bête noire, clubs vol 'praatvolk' met utopische ideeën over nieuwe natuur. 'Ze zijn opgericht om de natuur te beschermen tegen de mens, maar ze richten de natuur nu helemaal in voor die mens, alsof die de bedreigde diersoort is! Overal bordjes, paden, toestanden. Ik zou liefst grote delen van natuurgebieden afsluiten voor de mens. Zeg 30 procent. Dan blijft nog genoeg over om in te mountainbiken.'

De natuur gaat intussen naar de filistijnen. 'Vooral het boerenland, dat is totaal uitgekleed, en wordt zelfs voor generalistische opportunisten als buizerds en eksters te onvriendelijk. Iedereen die voor de eerste keer in het beekdal van de Vledder Aa komt zegt: wat is het hier mooi. Maar dat is het effect van de glijdende perceptie. Eind jaren zestig broedden hier nog 120 paren grutto's - nu nul. Kieviten, veldleeuweriken, ook weg. Dus als mensen zeggen wat is het mooi, zeg ik: nou, het is wel stil.'

Bijlsma ziet desondanks met lede ogen aan dat zijn biotoop steeds drukker wordt. 'Het loopt hier vol met bejaarden in huifkarren, fietsers, nordic walkers, atb'ers, you name it.' Tijd om weer eens te verkassen? 'Geen denken aan. Ik ben een arme sloeber en ik woon op een van de mooiste plekken van Nederland. Nee, hier ga ik dood.'

Dan kan Bijlsma zich niet meer bedwingen: hij moet echt een buizerdnest gaan inspecteren. Op weg door het Wapserveld wijst hij op een geelgors links, een dassenburcht rechts. Bij een grove den bindt hij zijn klimijzers om en klautert omhoog. Even later haalt hij met een draad twee klapwiekende buizerdkuikens uit het nest op een zijtak.

Weer beneden weegt Bijlsma de kuikens, een mannetje en een vrouwtje, en meet ze aan alle kanten op. Ook controleert hij hun vleugels op 'hongermaliën', zwakke plekken in de veren die wijzen op voedseltekort. De vogels laten het zich allemaal rustig welgevallen. Daarna klimt hij weer omhoog en mikt ze terug in het nest. 'Het betere basketballen', grijnst hij naar beneden.

Een week later mailt hij dat de twee jonge buizerds zijn uitgevlogen. 'Ze zitten nu te bedelen buiten het nest.'

Rob Bijlsma: Mijn roofvogels. Atlas; 415 p.; € 29,95; ISBN 978 90 450 2126 3.

CV Rob Bijlsma

1955 Geboren te Nijmegen (7 april)

1972 Eindexamen hbs

1972-1973 Studie sociale geografie, Utrecht

Vanaf 1973 Freelance vogelonderzoeker

1993 Ecologische atlas van de Nederlandse roofvogels

2009 Living on the edge - Wetlands and birds in a changing Sahel (medeauteur)

2012 Mijn roofvogels

Rob Bijlsma is niet getrouwd.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden