De roofvissen van de wereldzeeën

De verontwaardiging van de Europese Unie over het enteren van een Spaanse vissersboot door Canada is meer dan gespeeld. Alle vissende naties lappen afspraken en regels aan hun laars....

DOOR het Zeerechtverdrag van 1982 (Unclos genaamd: United Nations Convention on the Law Of the Sea, en vooral bekend geworden door de twist over mangaanknollen) is de zee in twee stukken gedeeld.

De kustwateren, die zich uitstrekken tot 200 mijl uit de kust, destijds een revolutie in het zeerecht, en de vrije wereldzee daarbuiten.

Binnen de 200-mijlszone hebben de aanliggende landen ongeveer alles te vertellen wat er op zee maar te vertellen is. Daarbuiten geldt een regime waar het vooral op de samenwerking aankomt.

Maar de regelingen voor de visserij zijn nog niet vastgelegd. In 1982 werd afgesproken dat die nog nader zouden worden ingevuld. Volgende week komen de onderhandelaars in VN-verband voor de vijfde keer bijeen om over dit vraagstuk te praten. Aanvankelijk wilden de meeste landen hier vrijblijvende aanbevelingen, een soort gedragscode, maar de laatste jaren wordt de roep om een meer verplichtende regeling steeds luider.

Komende week ligt er voor het eerst een ontwerp-tekst voor een bindende regeling, compleet met controle en met sancties tegen landen die zich niet aan de regels houden. De bedoeling is dit jaar nog tot een verdrag te komen.

Er zijn sinds 1982 wel voorlopige, op vrijwilligheid gebaseerde regelingen, maar die willen niet erg helpen. 'Het vrijwillige systeem van regulering is niet succesvol geweest', zei directeur Jacques Diouf van de wereldvoedselorganisatie FAO vorige week tijdens een FAO-conferentie over visserij. Aan beide zijden van de 200-mijlsgrens wordt de zee leeggevist. Overigens is veruit het interessantst wat er binnen die zone gebeurt, want daar bevindt zich 80 tot 90 procent van de vis.

In de kustwateren van Canada wordt de laatste jaren gedemonstreerd wat er in de internationale visserij allemaal mis kan gaan. Spanjaarden en Canadezen beschuldigen elkaar ervan de zee leeg te vissen. En beide hebben ze gelijk.

De historie van de heilbot op de Grand Banks voor Canada is zeer interessant. Van 1980 tot 1990 schommelt de totale vangst van Canadese heilbot tussen 15 en 30 duizend ton. De Canadezen zelf vangen veruit het meest. Op een enkel jaar na vangen zij 50 tot 97 procent van de vis. Voornamelijk binnen de 200-mijlszone.

Sinds 1987 neemt het aandeel van de Europese Unie in de vangst van Canadese heilbot toe. Eerst nog 6,2 procent, in 1989 al 48 procent en in 1993 zelfs 83 procent. In de laatste jaren neemt ook de vangst plotseling fors toe: van 27 duizend ton in 1990 tot 53 duizend ton in 1993.

Wat er gebeurd is, is duidelijk. De Canadezen hebben eerst jarenlang roofbouw gepleegd op de heilbot. Op andere vis trouwens ook; de kabeljauw is in hun contreien vrijwel uitgemoord. Toen ze in de gaten kregen dat het definitief mis ging met hun visstanden, namen ze dramatische stappen: de visserij werd verboden.

Dat maakte de Canadese minister van Visserij Tobin niet erg populair, want sindsdien zitten 35 duizend Canadese vissers werkloos thuis en zien op de tv hoe de Spaanse vissers hun vangsten steeds verder opvoeren. Buiten de 200-mijlszone.

De Spanjaarden hebben de afgelopen jaren hun vloot gemoderniseerd. En omdat de schepen nog steeds niet worden toegelaten in de Noordzee, zoeken ze in de internationale wateren naar vervangende vangsten. Toen de Canadese heilbot eenmaal was ontdekt, gingen steeds meer Spanjaarden op weg naar de Grand Banks.

Zo hebben Canadezen en Spanjaarden elk om de beurt hun aanslag op de visstand gepleegd, en ze geven elkaar nu de schuld. Maar als er één ding duidelijk is, dan is dat wel dat het zeerecht van Unclos niet effectief is bij het beheren van de visstanden.

De kunstmatige scheiding van vis binnen en vis buiten de 200-mijlszone werkt niet, daarover is iedereen het eens. Als de vis aan de ene kant van de grens is beschermd, wordt hij gewoon aan de andere kant gevangen.

Canada heeft er een heel eigen oplossing voor: de internationale wateren moeten worden genationaliseerd. Canada heeft al een wet aangenomen waarin staat dat de visstanden op de Grand Banks, het zeegebied voor de kust, toebehoren aan Canada. Dat betekent dat Canada zich een jurisdictie toemeet die zich uitstrekt tot ver buiten de 200 mijlszone.

Voor de EU is dat onaanvaardbaar, want het tast de vrije zee aan. De Europese Unie stelt de omgekeerde oplossing voor: het internationaliseren van de nationale wateren. Weliswaar moet een land binnen zijn 200-mijlszone zijn gang kunnen gaan, maar er moeten wel internationale afspraken worden gemaakt over het beheer van de vis, vindt de EU.

Dat kan nog leuk worden. De Canadezen zijn ongetwijfeld niet heilig, maar de Europese Unie gedraagt zich al jarenlang als de hyena van de wereldzeeën. De 'samenwerking' in de regionale visserijorganisaties in de Atlantische Oceaan is daarvan een voorbeeld.

IN DE Unclos is overeengekomen dat landen die in een gebied vissen, zich aaneensluiten in regionale organisaties teneinde de visstand te beheren die, geheel of gedeeltelijk, buiten de 200-mijlszone zwemt (straddling stocks). Van dergelijke organisaties zijn er tientallen.

De meeste beheren een gebied, maar sommige beheren ook visstanden van bepaalde soorten. Met name de echte reizigers onder de vis, zoals tonijn, zalm en paling, laten zich niet in een regionale organisatie beheren.

De regionale organisaties stellen vast hoeveel vis van een bepaalde soort in een regio mag worden gevangen. In vaktermen heet dat de TAC, de Total Allowable Catch (totale toegestane vangst). De TAC wordt vervolgens verdeeld in quota voor de deelnemende landen, die hun quotum vervolgens weer moeten opdelen in quota voor hun vissers.

Maar omdat het systeem gebaseerd is op vrijwillige medewerking, is er een ontsnappingsclausule. Een land kan bezwaar maken tegen het hem toegewezen quotum, en kan dan eigenlijk zijn gang gaan. Sinds Spanje en Portugal in 1986 lid werden van de EU, maakt de EU daar steevast gebruik van.

In 1986 kreeg de EU voor kabeljauw, een van de tien vissoorten waar de Noordatlantische visserij-organisatie NAFO over gaat, ruim 25 duizend ton toebedeeld. De EU tekende protest aan, eiste voor zichzelf een quotum van 110 duizend ton op maar viste 172 duizend ton op.

Het jaar 1988 werd een toppunt in zeeroof. De NAFO vond dat de EU het met 13 duizend ton moest doen. De EU tekende protest aan en stelde eenzijdig haar eigen quotum vast op 163 duizend ton.

Maar omdat die vis er domweg niet was, haalden de vissers slechts 85 duizend ton op. Twee jaar later was de kabeljauw in het gebied vrijwel verdwenen.

Eenzelfde procedure volgde de EU bij het 'bevissen' van de heilbot. Waar de Canadezen hun kustwateren leegvisten, zorgden de Europeanen voor het afmaken van het werk op de internationale wateren.

Voor dit jaar bijvoorbeeld werd de TAC voor heilbot vastgesteld op 27 duizend ton. De EU kreeg daarvan 3400 ton toegewezen, maar de EU protesteerde en wees zichzelf bijna 19 duizend ton toe, dus 70 procent van wat ze zelf als de maximaal toegestane vangst beschouwt.

De Canadezen stelden nog een afkoelingsperiode voor van 60 dagen om de kwestie in der minne te schikken, maar de EU verwierp dat voorstel op 3 mei. Een week later, op 10 mei, werd de Spaanse visser Estai door de Canadezen opgebracht. Waardoor de populariteit van visserijminister Tobin weer stukken steeg.

In New York zal de werking van de 200-mijlszone weer ter discussie worden gesteld, en zal een poging worden ondernomen de regionale organisaties een verplicht karakter te geven. Iedereen is het erover eens dat de vissoorten die zowel binnen als buiten de 200-mijlszone leven als een biologische eenheid moeten worden beschouwd.

Maar de vraag is wie die eenheid beheert: de kuststaat of de internationale gemeenschap. Zeker is dat de conferentie er de komende weken niet uitkomt, want een vervolg is al gepland voor juni. De grote vraag is of ze er dit jaar uitkomen. Gezien de enorme belangen die op het spel staan, lijkt dat onwaarschijnlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.