De 'roodharige furie' blijkt dement

'Jee, wat bijzonder', roept de violiste Vera Beths, als haar in Hans Kellers documentaire Bad girls of music een stuk bladmuziek van de componist George Antheil wordt aangereikt....

Bad girls of music. Nederland 3, 23.17 uur.

Wat zou ze er bijzonder aan vinden? Is het een pas ontdekt vioolstuk? Of een kostelijk manuscript van een van de Antheils die ze al heel lang (en heel goed) speelt? Of een kopie? Wie reikt haar de trouvaille aan, Hans Keller? Bij verrassing, of zit Vera Beths te acteren?

Hoe het ook zij, Beths zit even later in een trein, vergezeld door de pianist Reinbert de Leeuw. Want het stuk 'keert terug naar Olga Rudge', de violiste 'voor wie het was bestemd'.

Zo staat de intrige op poten van een wazige, ietwat gekunstelde documentaire. Een oude musicienne en een jongere: Vera Beths bezoekt de vrouw met wie de Amerikaanse futurist Antheil zijn lyrische en onbesuisd-krankjoreme duostukken zeven decennia geleden uitvoerde.

Met Antheil trad Rudge in de jaren twintig op in Parijse avantgarde salons, waar de componist Satie en de schrijvers Cocteau, Hemingway en Ezra Pound tot de habitués behoorden. Pound was haar minnaar. In zijn kielzog verzeilde ze in het Italië van de door Pound bewonderde Mussolini. Ze ging zich verdiepen in het werk van Vivaldi.

Keller illustreert het met oude foto's en filmbeelden, waarvan de interessantste maar zijdelings met het onderwerp te maken hebben. Hij doorsnijdt het met een verhaal over Vera Beths.

Het talent uit Haarlem. Haar intrede in de Amsterdamse scene. Het nachtleven van toen, met vrienden als Campert. Mendelssohn spelen in New York, met broer Gijs en Anner Bijlsma, op Stradivari's van de rijke man Axelrod.

En in de trein naar Italië, voor een documentaire van Hans Keller. Tussen de rails ontspint zich een gesprek over de Russische componiste Oestvolskaja - een vreemde eend in een film over Olga Rudge.

De vrouw om wie het is begonnen, blijft lang uit beeld. Aan het slot blijkt waarom. Olga Rudge, Pounds muze, de kleine donderstraal, door Antheil beschreven als een 'roodharige furie', is dement. Er komt geen zinnig woord meer uit. De film is te laat gemaakt.

In haar glazige blik breekt herkenning door, als De Leeuw en Beths de razernij van Antheils tweede sonate achter de rug hebben - gevolgd door een stil slot, waarin De Leeuw de piano verwisselt voor een conga (de drumpartij was ooit bedoeld voor Ezra Pound). Even eerder heeft Beths de oude vrouw een kasteeltrap opgehesen, en heeft Rudge haar eigen viool uit een bestofte kist gehaald.

Dat ontroert. Maar de parabel die eraan voorafgaat - Beths als reïncarnatie van Rudge - is te lang en te geforceerd. Daarbij leidt de Kelleriaanse montage, een soort visueel mompelen, uiteindelijk tot de indruk dat Beths een concert van Vivaldi naar Oestvolskaja heeft 'teruggebracht', vioolspelend met Remco Campert aan boord van een vaporetto in de Hudson.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.