De romantiek van het lijden

De Pyreneeën doken 100 jaar geleden voor het eerst op in de Tour de France. Toen was het voor het peloton een ongewis avontuur....

De kwestie is: Floyd Landis of Lance Armstrong. De Beatles of de Stones. Ajax of Feyenoord. Het is een kwestie van de Alpen of de Pyreneeën: de een is boven alle twijfel verheven, de ander kan geen verkeerd doen. En je moet kiezen.

Bergen zijn niet overal hetzelfde, zeker niet voor een wielrenner. De Pyreneeën zijn lager, het wegdek is er ouder en slechter, de lucht zwoeler. De Alpen zijn mondainer, toegankelijker, toeristischer. Een mens heeft een voorkeur voor het een of het ander.

Meestal wordt de Tour beslist in de Alpen, dit jaar zijn het de Pyreneeën die de eindwinnaar zullen aanwijzen, daar waar toch al de mooiste Touranekdotes zijn opgetekend. Sommige zijn klassiekers geworden. Octave Lapize leeft voort in de wielergeschiedenis door zijn scheldpartij op de organisatie van de Tour boven op de Aubisque in 1910, het jaar waarin de Pyreneeën werden geïntroduceerd – ‘Jullie zijn moordenaars!’ – en niet vanwege zijn eindzege of de winst in Parijs-Roubaix.

Nergens is de romantiek van het lijden, de voedingsbodem voor de aantrekkingskracht van de sport, mooier dan in het hooggebergte. Toen de Pyreneeëncols voor het eerst opdoken, dachten de renners daar nog anders over. Van de 136 ingeschrevenen trokken 26 zich voor de start terug. Uit angst voor het ongewisse avontuur.

Directeur Henri Desgrange schrok er zo van dat hij besloot een bezemwagen mee te laten rijden. Niet om vermoeide renners een toevluchtsoord te bieden, maar om te controleren of ze wel echt over alle cols reden.

In tegenstelling tot Lapize en zijn generatiegenoten weet het peloton tegenwoordig precies waaraan het begint. Er is geen renner met ambities voor het klassement die aan de start van de ronde staat zonder de sleuteletappes verkend te hebben, het hoort bij de nalatenschap van zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong. Het rijden van een bergetappe is als de planning van een militair offensief: toeval bestaat niet meer.

Zondagochtend pakt Adri van Houwelingen zijn logboek erbij en neemt hij met zijn troepen de mogelijke problemen door zoals hij die met Robert Gesink en Laurens ten Dam – afwezig in deze Tour na een zware val in de Ronde van Zwitserland – een aantal weken daarvoor heeft gesignaleerd. Hoewel logboek misschien een groot woord is. Het is gewoon een kladblokje, waaruit de ploegleider van Rabobank elke dag een blaadje scheurt en aan het einde van de dag in de prullenbak mikt.

Rit 14: Revel - Ax-3-DomainesCols: Port de Pailhères, Ax-3-Domaines
VERLEDEN: In het eerbetoon aan de Pyreneeën is het zondag de beurt aan de cols die hun plaats in de historie van de Tour nog moeten verdienen. Drie keer werden de Port de Pailhères (buitencategorie) en Ax-3-Domaines (eerste categorie) pas beklommen. De Pailhères is een slopende klim, 15 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 8. En met 2.001 meter welgeteld één meter hoger dan de Col de la Madeleine in de Alpen, tot nu toe het dak van de Tour. Cols boven de 2.000 meter zijn vrij uitzonderlijk voor de Pyreneeën.

Zeven jaar geleden kende Jan Ullrich de Pailhères niet en nam hij ook niet de moeite het onontgonnen Tourterrein te verkennen. Hij miste daardoor de kans om rivaal Lance Armstrong op achterstand te zetten. Armstrong kende een slechte dag, maar Ullrich dacht dat de Amerikaan zijn zwakte voorwendde, net als hij in 2001 deed op weg naar Alpe d’Huez.

Ullrich sommeerde zijn ploegmaats niet langer op kop te rijden. Pas in de slotklim naar Plateau de Bonascre, zoals de klim naar Ax-3-Domaines toen werd genoemd, zag hij de ernst van de situatie in. Het leverde hem een terreinwinst van welgeteld zeven seconden op.

HEDEN: Een renner richt zich bij een verkenning op de belangrijkste beklimmingen, maar na de klassiekers van april reden Robert Gesink en Laurens ten Dam liefst 140 kilometer van de veertiende etappe. Het bleek geen verkeerde keuze.

Op de kaart is het misschien niet te zien, maar voordat de Port de Pailhères begint, gaat het volgens Ten Dam al op en af. ‘Ik weet het nog goed. Voordat je aan de col begint, rij je langs een rivier. Je verwacht het niet, maar dat is echt een heel smerig stuk vals plat.’

De col van de buitencategorie geldt als een typische Pyreneeënklim: steil, met smalle, slechte stukken weg. Hij begint volgens Ten Dam breed, maar gaandeweg moeten de renners steeds meer vechten voor hun plek. De scherpe haarspeldbochten in de laatste zes kilometer staan hem nog goed bij.

Sneeuw, stortregens en mist maakten de verkenning tot een barre exercitie. Ten Dam: ‘Ik weet nog dat ik tegen Van Houwelingen zei dat ik het echt lastig vond. Gelukkig antwoordde hij: veel lastiger dan dit krijg je ze hier ook niet.’

De afdaling naar Ax-les-Thermes was in het winterweer achteraf gekkenwerk. Tijd om om zich heen te kijken hadden ze niet. Ten Dam: ‘De slotklim naar Ax-3-Domaines heeft nog twee lastige stukken van 10 procent of meer. Hij is zeker niet te onderschatten.’

Rit 15: Pamiers – Bagnères-de-LuchonCols: Portet d’Aspet, des Ares, Port de Balès
Maandag betonen de renners hun eer aan de bergen die er 100 jaar geleden bij waren tijdens de eerste doortocht door de Pyreneeën: de Portet d’Aspet en des Ares. En aan de finishplaats van toen: Bagnères-de-Luchon. Het dorpje is dit jaar voor de 46ste keer gastheer van de Tour.

VERLEDEN: Octave Lapize kwam in 1910 op de Portet d’Aspet als eerste boven. Hij won na 289 kilomer de rit van Perpginan naar Luchon, en later de Tour. De andere cols die werden beklommen waren de Portel en de Port.

Op de Portet d’Aspet werd ook de zwartste bladzijde uit de Tourgeschiedenis geschreven. In 1995 overleed Fabio Casartelli in de afdaling. Drie dagen later won Lance Armstrong de etappe naar Limoges. Hij was toen nog niet de legendarische klassementsrenner die hij later zou worden – en in deze Tour plotseling niet meer is. Misschien kan Armstrong maandag de cirkel rond maken en in de huid kruipen van de renner die hij vijftien jaar geleden was.

Net als toen is het nu niet de zwaarste van de bergetappes in de ronde. Wel moeten de renners nog over de Port de Balès. Die col ligt voor de tweede keer op het parcours.

HEDEN: Het wordt wringen geblazen, voorspelt Ten Dam op de Port de Balès. De scherprechter van de dag is 1.755 meter hoog en 9 kilometer lang, maar de eerste helft ervan is vlak. Ten Dam: ‘In het begin denk je: het valt wel mee. Maar dan komt er een bocht naar rechts en pats! Daar begint het.’

Borden langs de kant van de weg geven het stijgingspercentage aan van de volgende kilometer. Veel te zien onderweg is er niet, omdat er vooral door het bos wordt gereden. Op de top ligt een weiland. De koeienstront die in het voorjaar over de weg lag uitgesmeerd, zal volgens Ten Dam vast zijn opgeruimd.

In de afdaling namen ze geen risico’s, maar Ten Dam kreeg toch een goed indruk van de weg naar Bagnères-de-Luchon. ‘Er is een bocht naar rechts waar ze goed moeten uitkijken. Als je rechtdoor rijdt, knal je zo een huis binnen.’

Rit 16: Bagnères-de-Luchon – PauCols: Peyresourde, Aspin, Tourmalet, Aubisque
VERLEDEN: Het parcours van deze klassieke etappe – over de Pyeresourde, Aspin, Tourmalet en Aubisque – is gemaakt om een saluut te brengen aan Eddy Merckx. In 1969 werkte de Belg op een vergelijkbaar parcours aan een van zijn grootste meesterwerken. De vijfvoudig winnaar van de Tour vertrok vlak onder de top van de Tourmalet en reed 140 kilometer alleen op kop.

Merckx was zo boos op zijn ploeggenoot Martin van den Bossche, die het jaar erop voor een andere ploeg zou gaan rijden, dat hij hem persoonlijk tot de orde riep toen die in de aanval ging. Aan de finish had de Kannibaal 7.56 minuten voorsprong op de concurrentie. Merckx was teleurgesteld dat het geen acht minuten was, maar de ronde was beslist.

De cirkel des doods, zoals de combinatie van de vier klassieke cols ook wel wordt genoemd, zal op deze Tour waarschijnlijk minder invloed hebben. De finish in Pau, voor de 58ste keer aankomstplaats, ligt op 61 kilometer van de top van de Aubisque, de laatste klim van de dag.

HEDEN: Ten Dam en Gesink waren het er over eens: mocht Gesink op een hopeloze achterstand staan in het algemeen klassement, dan moet hij in de zestiende etappe maar zijn slag slaan voor de bergtrui. Het zal er dinsdag niet van komen, maar met twee cols van de buitencategorie en twee van de eerste categorie, is de rit berucht.

Van de eerste klim, de Peyresourde, raakte Ten Dam niet onder de indruk. Samen reden ze er in een rustig tempo omhoog, keuvelend. Op de top viel hun oog op Bar Peyresourde, waar ze door van Houwelingen en een verzorger werden opgewacht. Na een stapel pannenkoeken stapten ze in de auto om de Col d’Aspin te inspecteren.

Ten Dam kreeg er minder van mee dan wanneer hij op de fiets zou hebben gezeten. ‘Ik had hem al twee keer eerder in de Tour gereden. Hij is steil op het eind, maar duurt niet echt lang. Er gaat daar niets gebeuren. Daarvoor ligt hij te vroeg in het parcours.’

Hetzelfde geldt voor de Tourmalet, de attractie van de Tour. De renners wordt een rustdag gegund tussen de twee beklimmingen ervan, maar Ten Dam en Gesink reden hem op, af en keerden om, om weer naar boven te rijden. ‘Het was peanuts. We hadden een korte broek en een shirt aan. De Tourmalet is natuurlijk niet kinderachtig, maar alle renners kennen hem goed. En ja, de Aubisque is de Aubisque. Een rustige aanloop, zelfs soms vlak en met middenin stukken van 8 procent. Alleen heb je er niet zo gek veel aan als er daarna nog 60 kilometer te koersen is.’

Etappe 17: Pau – Col du TourmaletCols: Marie-Blanque, Soulor, Tourmalet
VERLEDEN: De laatste bergrit van deze Tour doet voor de tweede keer de Col du Tourmalet aan. En met recht. De Tourmalet is met afstand de bekendste klim in de Pyreneeën en werd ook het vaakst beklommen: dit wordt de 79ste keer. De Ausbisque is met 72 een goede tweede.

Tot 1910 was de Tourmalet (2.114 meter hoog) niet meer dan een doorgangsweg voor handelaren. Tourdirecteur Henri Desgrange werd door de Luxemburgse journalist Alphons Steines overtuigd om de berg op te nemen in zijn parcours. Tijdens de verkenning in maart bleef de auto van Steines steken in de sneeuw, waardoor hij zijn tocht te voet moest voortzetten. Hij bracht desondanks een positief verslag uit aan Desgrange.

Om de deelnemers extra aan te moedigen, besloot die een premie uit te loven voor degene die per fiets de Tourmalet zou bedwingen. Het geld was niet weggelegd voor Lapize. Die beklom de Tourmalet met de fiets aan de hand. Gustave Garrogou wist als enige renner de col in het zadel te beklimmen.

Nog nooit kwam op de Tourmalet een Nederlander als eerste boven. Wat Joop Zoetemelk ooit verleidde tot de veelzeggende reactie: ‘De Tourmalet is de Tourmalet.’

HEDEN: De zeventiende etappe, met finish op de Tourmalet, zal de Tour beslissen, daar waren Gesink en Ten Dam het snel over eens. Ten Dam: ‘Op die manier keken we er ook in de verkenning naar. Van de eerste col, de Marie-Blanque weet ik dat het slot erg steil is. Maar ik herinner me er niet veel meer van, net als van de Col du Soulor, de tweede klim van de dag.’

De tweede beklimming van de Tourmalet begint met een lange, brede aanloop. Al voor Bareges, een dorp waar het steil omhoog gaat, liggen gevaarlijke haarspeldbochten op de loer. Het weggetje dat Ten Dam zich herinnert, op acht kilometer van de top, slaat schuin naar rechts en is smal. Via een paar lange lussen volgt een taai slot. Een buste van Henri Desgrange ontvangt er de eerste renner, en waarschijnlijk ook de winnaar van het evenement dat hij 107 jaar geleden in het leven riep.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden