'De roman is een vrijplaats'

Joke Hermsen (1961) is filosoof en schrijfster. Ze schreef een vijftal filosofische boeken en een roman. Volgende week verschijnt bij De Arbeiderspers een nieuwe roman van haar hand: Tweeduister....

HERMSEN verontschuldigt zich haast voor de onwaarschijnlijk idyllische omgeving waarin het gesprek plaatsvindt. Het heeft hard gesneeuwd in Drente. De winter heeft van haar buitenplaats bezit genomen. Ze lijkt niet het type om daar lang bij stil te staan. Eerst naar boven om lang en enthousiast over haar werk te praten, en pas daarna naar buiten voor een sneeuwballengevecht met de kinderen. De serieuze filosofe met de aanstekelijke lach lijkt het ideale evenwicht tussen schrijven en leven te hebben gevonden.

Dat gaat haar voornaamste personages minder goed af. In Tweeduister zijn die rollen weggelegd voor Virginia Woolf en T.S. Eliot. Het is niet met zekerheid te zeggen of dit boek een historische roman is, een geromantiseerde biografie, een verslag van een tijdperk, een filosofische analyse van het schrijverschap, een oorlogsroman of een detective. 'Een kathedraal', noemt Hermsen het zelf schertsend.

Rode draad in het verhaal is de zoektocht van een vrouw, de Nederlandse Martha, naar haar verdwenen vader die nooit uit de Great War is teruggekomen. Martha's speurtocht duurt van 1924 tot 1936, en voert haar langs de beroemdheden van haar tijd. Ze werkt als secretaresse bij Eliot, drinkt thee bij de Woolfs, eet een visje met Netty Nijhoff en loopt zelfs Ghandi tegen het lijf. Ze wordt door Marlow Moss voorgesteld aan Djuna Barnes en Colette, en in de conversatie met haar Nederlandse vriendinnen komen Du Perron, Ter Braak en Mondriaan ter sprake.

Zo wordt in Tweeduister haast onnadrukkelijk een belangrijk deel van het interbellum in kaart gebracht. Toch was het niet de bedoeling van de schrijfster om als tweede boek een historische roman af te leveren: 'Ik heb niet geprobeerd de historische werkelijkheid zo nauwgezet mogelijk weer te geven. Het boek vertrekt vanuit de filosofische vraag naar de verhouding tussen kunst en leven, kunst en politiek. Ik heb die vraag eerder al in mijn proefschrift en vervolgens in essays behandeld, maar dan stuit je altijd op een bepaald punt waar je als filosoof niet verder kunt.

'Daarom ben ik van de filosofie naar de literatuur afgedwaald. Dat wil niet zeggen dat er filosofietjes in de roman staan. Ik heb een hekel aan schrijvers die ook iets van filosofie weten en dat maar lukraak in hun roman smijten, en zo de lezer allerlei ideeën tegen wil en dank door de strot duwen. Als schrijver moet je de dingen op een andere manier aan het licht zien te brengen.'

Omdat er in de roman vier personages voorkomen die afwisselend op de voorgrond treden, krijgt de lezer verschillende meningen te horen. Over de vraag bijvoorbeeld, of Engeland nu wel of niet vredesverdragen met Hitler moest blijven sluiten, heeft iedereen een andere opvatting. Hermsen: 'Dat is een van de rijkdommen van de literatuur, je kan meerdere stemmen tegelijk laten horen. We hebben het in de filosofie voortdurend over postmoderne begrippen als ''pluraliteit'' en ''polymorfisme'', maar die worden met een enorme eenduidigheid verkondigd, als een nieuwe waarheid. Het mooie van literatuur is dat je niet hoeft te kiezen uit alle stemmen en standpunten.'

Dat geldt niet alleen voor de politieke, maar ook voor de meer persoonlijke vraagstukken in het boek. Omdat de personages elk hun eigen hoofdstuk krijgen, is de sympathie van de lezers verdeeld. Tom Eliot maakt zijn vrouw het leven onmogelijk, maar heeft zelf minstens zoveel te lijden van zijn talent en godsdienstwaanzin. Hij lijkt er niet goed in te slagen om kunst en leven met elkaar te verbinden. Vindt Hermsen dat mannelijke kunstenaars daar minder goed in zijn dan vrouwelijke?

'Virginia Woolf kon het ook niet. Maar over het algemeen kun je zeggen dat degenen die de levenskunst met het kunstleven proberen te verbinden vaak vrouwen zijn. Mannen, Eliot ook, zijn er sneller van overtuigd dat je niet naast het werk ook een rijk leven kan hebben. Die hanteren de romantische notie van de kunstenaar die moet lijden en zijn eigen leven moet offeren voor de kunst. Eliot vluchtte bovendien in het geloof: je kan wel zeggen dat hij de Willem Jan Otten van het interbellum is. In de tien jaar uit Eliots leven die ik in Tweeduister beschrijf, wordt hij steeds fanatieker, de nuances raken zoek.'

Toch luiden Eliots laatste woorden in het boek: I wonder, I wonder. De religieuze twijfel lijkt al op de loer te liggen.

Hermsen zegt beamend: 'Uiteindelijk kiest Eliot toch niet voor het klooster maar voor de kunst. Voor mij is zijn twijfel interessant, net als de vraag hoe religie en kunst zich tot elkaar verhouden. Heel lang gaan ze samen op: zowel religie als kunst zijn vormen van transgressie. Op een gegeven moment gaan ze onherroepelijk weer uit elkaar. Religie biedt een onderdak. Je bent er veilig in Gods huis, en dan stopt het denken. Terwijl het in de kunst nooit af is, er altijd dóórgevraagd wordt.'

Eliots vrouw Vivien wordt ondertussen gek van eenzaamheid. Bovendien gaat ze gebukt onder het gebrek aan erkenning voor haar schrijftalent. Ook tussen Virginia Woolf en haar man heersen wedijver en jaloezie. Hermsen vormt zelf een schrijverskoppel met de dichter en filosoof Henk van der Waal. Is er een overeenkomst? Ze lacht hard als dat ter sprake komt: 'Zoals Nietschze zegt: Mihi ipsi scripsi. Je schrijft altijd over jezelf. Al zoek je nog zoveel andere verhalen erbij, een andere tijd, een ander land, toch kom je altijd weer bij jezelf uit!

'Met de Woolfs en de Eliots heb ik ook twee typen huwelijk willen laten zien. Het huwelijk van de Woolfs was gestoeld op gelijkheid en kameraadschap, met weinig hartstocht. Dat gaat heel lang goed totdat Virginia steeds succesvoller wordt. Het tweede type huwelijk is dat van de Eliots. Dat wordt gekenmerkt door verschil, in talent, achtergrond, karakter, inzet en overtuiging, en vooral sociale status. Eliot is al snel een bekende dichter, en Vivien heeft niet vanaf het begin een gelijkwaardige rol in dat duo gehad, alleen een ondersteunende.'

Zowel Virginia als Vivien heeft te lijden onder de betutteling van haar echtgenoot?

'Ja, vooral onder de moraal van goede bedoelingen, zoals Hannah Arendt dat noemt. Leonard Woolf en Tom Eliot dachten dat hun vrouwen ziek werden van het schrijven. In een brief vertelt Leonard dat hij Virginia af en toe verbiedt om te schrijven; dan mag ze alleen melk drinken en een beetje wandelen. In dat afpakken van de vrijheid van de ander ligt de kiem voor de conflicten en de onverenigbaarheden. Ik ga in mijn boek heen en weer van het macroniveau van de grote oorlogen, naar het microniveau waar de oorlog begint: tussen twee mensen. Waarom is samenleven zonder terreur onmogelijk? Waar begint de oorlog?'

In Tweeduister is het vrijheidsstreven van vrouwen een belangrijk thema; het kiesrecht voor vrouwen komt ter sprake. In haar filosofische werk, zoals in de bundel Het denken van de ander, liet Hermsen vrouwelijke denkers aan het woord. Ze zegt: 'Ik vind het kwalijk dat de Nederlandse academische filosofie zich verre houdt van politiek, en dus van de samenleving. Mijn filosofische werkelijkheid is altijd heel politiek bewust geweest, en dat heeft gestalte gekregen in het nadenken over de verhouding tussen de seksen.

'Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat je een intelligente vrouw bent en die vraag niet stelt. Tegelijk moet de literatuur niet expliciet geëngageerd zijn. Dat zegt Virginia ook ergens over haar eigen roman: het moet geen speaker's corner worden. Daarom schrapt ze alle pacifistische passages uit haar manuscript. De roman is een vrijplaats. Als je er een pamflet van maakt, neem je de personages hun autonomie af en is de meerstemmigheid snel verdwenen.'

Vrouwenkwesties komen vooral terloops ter sprake, zoals de rechtzaak over Radclyffe Halls expliciet lesbische roman, of in Martha's kennismaking met de vrouwelijke kunstenaars in Parijs. 'Paris was a woman, zeggen ze. Het was minder masculien dan het Engelse interbellum. Vrouwen hadden hun eigen salons, boekhandels en uitgeverijen. Vergeleken met Engeland was Frankrijk in die tijd heel feminien. Maar zowel in Parijs als Londen werd met nieuwe vormen van samenleven geëxperimenteerd. Tijdens het interbellum probeerde men alternatieve gemeenschappen te vormen door de klassieke formule van het gezin open te breken. Die vrijheid en dynamiek moeten ook invloed hebben gehad op de kunst. Veel van wat er in die periode geschreven is, is oneindig veel moderner dan het proza dat nu gemaakt wordt. Spannender, interessanter en sterker.

'Wanneer je onze tijd vergelijkt met de jaren dertig zijn wij ongelooflijk burgerlijk. Om een hele boude veronderstelling te doen: zou het niet kunnen dat het steeds platter en realistischer worden van onze literatuur voortkomt uit die vertrutting van de naoorlogse manier van leven?'

Literatuur moet voor Hermsen dus wel filosofische vragen over de politieke en culturele werkelijkheid stellen, maar mag niet alleen maar realistisch zijn.

'Realisten maken een kopie van een slecht origineel. Ze denken dat de werkelijkheid voor het oprapen ligt, terwijl ze die in hun werk juist moeten scheppen. Een beetje kunstenaar laat zich voeden door inzichten en verwachtingen waarvan de herkomst niet direct te duiden is. Ik noem dat ''het andere gebied'', Heidegger noemt het ''Lichtung'', de open plek. Vanuit die oningevulde plek kan je een werkelijkheid scheppen die wel geënt is op de wereld, maar deze niet klakkeloos reproduceert.'

Is dat ook het schemergebied waar Eliot naar op zoek is? Tussen chaos en contemplatie?

'Precies. Een plek die niet is ingevuld, waar je boven je sociale, alledaagse identiteit uitstijgt en weer contact krijgt met het innerlijke zelf. Schrijven is voor mij een soort herkansing. Al schrijvende krijg ik zowel vat op mezelf als op de wereld.

'Niet dat je je volledig in dat andere gebied moet terugtrekken, want dan verval je in een soort boeddhistische leegte. Een kunstenaar heeft beide nodig: het sociale, talige ik én iets onzegbaars - dat andere gebied dat ik ''tweeduister'' heb genoemd. Als de artistieke mens werkt op de drempel tussen die twee, komt hij daarna terug in de wereld met een boek, een schilderij, of een idee, dat getuigt van de ervaring van dat tussengebied. Dát is het revolutionaire aspect van echte kunst.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden