De Rolodex-aantekeningen

Hij was destijds verantwoordelijk voor het veelbesproken onderzoek en heeft zijn aantekeningen er bij gehaald. 'De naam van Demmink komt in het onderzoek niet voor.'

'Er wordt nu zoveel onzin over het Rolodex-onderzoek gezegd. Ik vind dat ik erover mag praten. En nee, de naam van Joris Demmink komt niet in het onderzoek voor.'


Het is donderdagavond als René Ficq (74) het Van der Valk-hotel in Vught binnenstapt. Vrijdag gaat hij op vakantie, maar dit verhaal wil hij kwijt. Hij heeft er nooit eerder over gesproken. Hij heeft zijn aantekeningenboekjes uit die tijd meegenomen en leest eruit voor. Keurige post-it's tussen de pagina's waar het om gaat, waar 'Demmink' en 'Vrakking' is geschreven in ballpoint, en korte verslagen van telefoongesprekken.


Als procureur-generaal was Ficq in 1998 verantwoordelijk voor het Rolodex-onderzoek - de zaak die inmiddels uitgegroeid is tot een bijna mythisch verhaal waarin een elitair pedofielennetwerk jongens misbruikt, politieonderzoeken saboteert en elkaar de hand boven het hoofd houdt. 'Ik weet dat jaren geleden in De Telegraaf al eens is gesuggereerd dat ik het Rolodex-onderzoek in de doofpot zou hebben geduwd. Dat hoorde ik van iemand op de Rotary-club. Toen ben ik eens gaan googlen, iets wat ik nog nooit eerder had gedaan, en dan kom je dat stukje inderdaad tegen. Nou niets is minder waar. Ik vind dat ik nu mag praten, want er worden mensen beschadigd die dat niet verdienen.'


Hij leest voor uit de twee schriftjes met zijn aantekeningen uit die tijd. 'Ik maakte altijd notities van zaken die ik belangrijk vond, of waar ik iets mee moest.' Het is allemaal 16 jaar geleden, zegt hij, en welk mens weet nog wat hij 16 jaar geleden precies deed?


Ongeveer hetzelfde zeiden deze week Leen de Koter en Jaap Hoek, de twee ex-rechercheurs die voor de rechter getuigden over Demmink en het Rolodex-onderzoek, waar zij aan werkten. Voor het eerst werd in de Utrechtse rechtbank onder ede verklaard over de kindermisbruikverhalen die oud-secretaris-generaal Joris Demmink al jaren achtervolgen. En niet alleen de naam van Demmink viel, ook drie hoofdofficieren werden genoemd als mogelijke verdachten. Initiatiefnemer van deze civiele procedure is de Roestige Spijker, een stichting die als doel heeft de waarheid boven tafel te krijgen en daarom negen getuigen heeft gevraagd te vertellen wat ze weten. Ficq is niet opgeroepen.


Het is 26 mei 1998 als Ficq, destijds waarnemend voorzitter van het College van Procureurs-Generaal, wordt gebeld door hoofdofficier Hans Vrakking. Hij krijgt verontrustend nieuws: in april heeft een vrouw aangifte gedaan. Haar vriend zou haar 12-jarige dochter hebben verkracht. En dat niet alleen: hij zou samen met iemand die Duitse Willie werd genoemd een kinderpornonetwerk exploiteren. Daarbij zouden behalve een hoogleraar ook twee leden van de top van het Openbaar Ministerie zijn betrokken. Aanvankelijk werd de naam van toenmalige hoofdofficier van het landelijk parket genoemd. En later kwam daar die van de hoofdofficier van Zutphen bij. In het zakboekje van haar vriend zou ze nummers hebben gezien van deze 'hooggeplaatsten', die ze in nood moest bellen. 'Vrakking sloot de mogelijkheid van een bewuste aantasting van de positie van de officieren niet uit', noteert hij in zijn aantekeningboekje. 'Maar toch, we moesten het uitzoeken. Want dit was heftig', zegt hij.


Wel vaker tijdens zijn carrière heeft hij in het geheim onderzoek in moeten stellen naar collega's nadat criminelen, verdachten of 'anderen die interessant wilden doen' verhalen over hen verspreidden. Nooit was er iets uit gekomen. 'Maar als dit waar was? Dat zou heel erg zijn. Bovendien was het heel ongemakkelijk want ik kende ze persoonlijk. Kort nadat ik het hoorde zat ik tijdens ons maandelijks overleg tegenover een van hen. Ja, dan zeg je niets. Je moet professioneel blijven.'


Ze besluiten een team te formeren onder leiding van toenmalig officier van justitie Fred Teeven. Er wordt een 'printeractie' opgezet, wat betekent dat wordt bijgehouden wie er naar de telefoon in het huis van een van de hoofdverdachten belde, en wie er gebeld werd. Het ging om de telefoonlijn van hoogleraar Ger van R. Hij zou de spil zijn in het netwerk, en in zijn woning seksfeestjes met kinderen organiseren.


Naast het politieonderzoek schakelt Ficq na overleg met de secretaris-generaal ook de veiligheidsdienst BVD in. 'Ik wilde rechtsom of linksom weten: is er iets waar van de verhalen dat de hoofdofficieren bij een kinderpornonetwerk betrokken waren. Want je kunt je voorstellen: als deze informatie waar was en als deze mannen deel uitmaakten van een kinderpornonetwerk, dan zou dat kunnen rondzingen in het criminele circuit.'


De naam van Demmink komt in het onderzoek niet voor, aldus de Ficq. Wél duikt de toenmalige directeur-generaal Vreemdelingenzaken op in zijn aantekeningen. 'Ik heb mijn aantekeningenboekje er speciaal op nagezocht', zegt Ficq al bladerend door de schriftjes. 'Kijk, hier op 2 december 1998, schrijf ik: ik word gebeld door Vrakking, omdat hij is gebeld door secretaris-generaal Borghouts. Deze was aangesproken door Demmink. Hij had vernomen dat hij voorwerp van onderzoek zou zijn in Amsterdam, als mede een hoofdofficier van justitie. Ik heb daarbij geschreven: hoe kan dat? Er loopt helemaal geen onderzoek tegen Demmink.'


Ficq probeert het uit te zoeken. Hij vraagt het na bij Borghouts. Deze vertelt dat Demmink het had vernomen van weer een andere hoofdofficier. 'Mogelijk was er sprake van verwarring. Ze hebben met elkaar gesproken over een onderzoek, dat hij misschien op zichzelf heeft betrokken. Hij is waarschijnlijk naar Borghouts toe gegaan omdat hij helderheid wilde.'


Uiteindelijk krijgt de OM-baas in februari 1999 het eindrapport. Hij weet het nog goed. Hij zat 's ochtends vroeg in zijn dienstauto. Dat was het beste moment voor ingewikkelde zaken, dan was het 'hoofd nog fris'. Hij moest zich voorbereiden, want het onderzoek stond op de agenda van een speciaal ingeplande vergadering bij het college van procureurs-generaal.


'Het was helemaal geen dik dossier. Een paar velletjes, maar. En ik dacht: is dit het nu? Heb ik me hier zo druk over gemaakt? Uit zowel politieonderzoek, als uit het onderzoek van de BVD, kwam geen enkel bewijs tegen de twee hoofdofficieren. En sterker nog: er was sprake van aantoonbare onjuistheden in de beschuldigingen.'


'Het is goed om dit een keer te vertellen.' René Ficq pakt zijn schriftjes en staat op. 'Want weet u, er wordt van alles beweerd, ook over mij. Maar dit is nog maar de tweede keer dat een journalist mij belt. De eerste keer was in 2002. Toen heb ik de journalist moeten doorverwijzen naar het College van Procureurs-Generaal. Ik was destijds raadheer in Den Bosch, en vond het niet gepast om te praten. En de tweede keer is nu. Ik heb me daar altijd over verwonderd. Het had veel onheil kunnen voorkomen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.