Minder rookplekken

De roker verliest steeds meer leefgebied – en ondergaat dat gelaten

Zelfs de Stichting Rokersbelangen hield zich deze week koest, terwijl er toch genoeg ‘onheilstijdingen’ waren. Met het oprukken van het rookvrije terras verdwijnt opnieuw een stuk leefgebied voor de roker. 

Een patiënt van het Meander ziekenhuis drukt haar sigaret uit op een nieuwe, afgelegen rookplek. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Nog altijd steekt ruim één op de vijf volwassenen in Nederland af en toe een sigaret op, een op de zes rookt dagelijks. Diverse media gingen dan ook op zoek naar gedupeerden op de perrons en terrassen. Hoezeer ze ook hun best deden: de woedende luchtvervuiler leek in rook te zijn opgegaan. Gelatenheid overheerste.

Menig roker weet: er komt nog veel meer aan en er is al veel gaande. Honderden sportterreinen hebben zichzelf rookvrij verklaard, net als alle voetbalstadions van de eredivisie. In het Zeeuwse Renesse is op het strand een 500 meter brede rookvrije zone ingesteld.

Het aantal verkooppunten van tabakswaar neemt in rap tempo af. Vanaf 1 januari zien alle sigarettenpakjes er hetzelfde uit, de sigarettenautomaat wordt verboden, de tabaksboer moet de waar straks in een afgesloten kast bewaren. Per 1 augustus volgend jaar zijn alle terreinen van onderwijsinstellingen bij wet rookvrij.

Meelijwekkende hulpbehoevenden

Veel van deze ingrepen zouden vijftien, twintig jaar geleden tot een verhit nationaal discours hebben geleid met grote woorden als ‘de persoonlijke levenssfeer’ en de staat als ‘moraalridder’. Toen bestonden nog de felle botsingen tussen de rokers en de antirokers. De tijden zijn veranderd. Veel rokers weten het mogelijk nog niet, maar ze zijn – in de ogen van de tabaksbestrijders – getransformeerd: van asociale hinderveroorzakers in meelijwekkende hulpbehoevenden.

Wie een rondje maakt langs overheden, organisaties die het roken bestrijden en instellingen die daadwerkelijk maatregelen treffen, hoort overal de mantra: niet roken moet de norm zijn. Ook in het publieke domein moet dat zichtbaar worden gemaakt. Hoe? Nederlanders houden niet van verbodsbepalingen. Effectiever is het ‘de-normaliseren’.

Ontmanteld

Het Meander Medisch Centrum in Amersfoort is donderdag de zoveelste zorginstelling waar de roker met zijn storende gedrag wordt geconfronteerd. Een rookabri, pal voor het ziekenhuis, wordt ontmanteld. Borden melden dat hier, in navolging van vele zorginstellingen, een rookvrij gebied is ontstaan. Bij dit door veel groen omzoomde ziekenhuis is de roker vanaf 1 augustus echt uit het zicht: ergens achter en tussen de bomen mag de verslaafde zich verschuilen.

Dat doet denken aan de sketch van de Haagse cabaretier Harry Jekkers (inmiddels gestopt met roken) uit 1997. Die wist: binnen vijf jaar kwam de roker terecht achter hekken, in een rokersreservaat op de Veluwe. In het weekeinde zouden de niet-rokers met hun kinderen komen kijken naar deze bedreigde menssoort: ‘Kijk, kijk, kijk, daar gaat er één!’

In werkelijkheid neemt het aantal rokers in Nederland maar heel geleidelijk af, met 1 of 2 procent per jaar. ‘Vooral in de lagere sociale klasse gaat het veel te langzaam’, zegt emeritus hoogleraar Frits van Dam van de kritische website TabakNee. Hij stelt mismoedig vast dat jongeren in het vmbo nog altijd snel voor de verleiding bezwijken.

Rookvrije generatie

En dat terwijl de overheid nu juist een nieuwe, rookvrije generatie voor zich ziet, zoals verantwoordelijk staatssecretaris Paul Blokhuis niet moe wordt te beklemtonen. Met het adagium: ‘Zien roken, doet roken’ richt het beleid zich op plaatsen waar veel jongeren samenkomen: schoolterreinen, sportvelden, speelplaatsen, kinderboerderijen. Sommige gemeenten verbinden er hun subsidievoorwaarden aan.

Let wel: sommige. Bij de Alliantie ­Nederland Rookvrij – een initiatief van KWF Kankerbestrijding, Hartstichting en Longfonds – hebben zich 28 gemeenten (waaronder de grote vier) als partner aangemeld en zijn vier gemeenten partner-in-wording. Wat doen die vooral? Subsidie verstrekken aan voorlichtingsprojecten en soms bordjes bekostigen met het opschrift ‘Rookvrije Zone’.

Waar Blokhuis in zijn Preventieakkoord tal van maatregelen aankondigt om het roken te ontmoedigen (volgend jaar gaat een accijnsverhoging van één euro in) staan veel gemeenten kennelijk in een stand van afwachten. Dat is begrijpelijk: anders dan in de strijd tegen overmatig alcoholgebruik is het Rijk, volgens de Tabakswet, voor verbodsbepalingen in de openbare ruimte de eerst aangewezene. De gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV) schiet hier vaak tekort.

Proefproces

Jurist Wouter Koelewijn, gespecialiseerd in het sociaal domein, zou het zo gek niet vinden als een gemeente eens een proefproces uitlokt met een rookverbod voor pakweg een winkelstraat waar veel kinderen komen. Een creatieve toepassing van de Tabakswet of aanpassing van de APV met een ‘hinderelement’ zou uitkomst kunnen bieden. Groningen heeft dit jaar iets dergelijks gedaan door drie (delen van) straten rookvrij te verklaren middels een trucje: de APV rept hier van ‘hinderlijke rookgassen’ (dus niet alleen die van tabaksproducten, maar ook die van bijvoorbeeld de barbecue).

Koelewijn ziet de kritiek op een écht rookverbod voor zich: symboolpolitiek, niet te handhaven. Daar stelt hij tegenover dat gedragsverandering bij rokers wel degelijk binnen bereik ligt met ingrepen als deze. Wie zeurt er nog over het rookvrije restaurant?

Actiegroep Clean Air Nederland heeft ervaring in het afdwingen van maatregelen via rechtsgang. CAN-voorzitter Tom Voeten hoopt volgende maand bij de Hoge Raad te bereiken dat horecagelegenheden met rookruimten, die van Blokhuis nog even in gebruik mogen zijn, alsnog de boel moeten sluiten.

Strijd van lange adem 

Voeten bepleit nu dat gemeenten aan de vergunningverlening voor festivals de verplichting koppelen dat ze rookvrij moeten zijn. Zijn eigen CAN gaat onderwijl voort met de strijd voor meer rookvrije terrassen. Bij de deze week – door CAN zelf bekendgemaakte – ‘groei’ past wel een kanttekening: het zijn er nu in Nederland, voor zover bekend, hooguit 150 van de vele duizenden.

Tot dat selecte groepje behoort lunchzaak Corezon, in hartje Amersfoort. Eigenaar Dirk Jan Stip besloot vorig jaar de aanduiding ‘rookvrij’ op zijn vier picknicktafels te plakken. ‘Geen enkel probleem gehad, rokers hebben er alle begrip voor’, laat hij monter weten.

Stip signaleert wat ook veel tabaksbestrijders opperen: de meeste rokers weten zelf zo langzamerhand wel dat de hinder niet goed te praten valt, dat het maatschappelijke draagvlak voor verdergaande maatregelen groeiende is. Dat ze uiteindelijk hun verlies zullen moeten nemen. Want de gemeenten voeren een prudente strijd, van lange adem. En daarover beschikt de verstokte roker nu eenmaal niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden