De rijstschuur van Thailand

De Nederlandse waterbouwkundige J. Homan van der Heide stond ooit een grootschalige irrigatie van de Chao Phraya-delta voor ogen. Eerste aflevering van een serie over deze Thaise delta....

Bij Chainat, honderdvijftig kilometer ten noorden van Bangkok, ligt een dam in de Chao Phraya. Die dam in Thailands levensader werd in 1957 voltooid en maakte effectieve irrigatie van de uitgestrekte delta mogelijk. De rijstproductie van Centraal-Thailand werd drastisch verhoogd en tot begin jaren tachtig was de export van rijst de voornaamste bron van buitenlandse valuta.

Behalve het uit de sluisdeuren spuitende water en het vergezicht over de rivier is er weinig te zien. Er komen overwegend lokale toeristen die al gauw neerstrijken bij de eetstalletjes en restaurantjes. Wel trekt een torenhoog bord de aandacht, dat de viering van het honderdjarig bestaan van het Thaise departement van irrigatie op 13 juni 2002 aankondigt. Han ten Brummelhuis' proefschrift over de beginjaren van de Siamese irrigatie leert me echter dat het departement pas in 1903 was opgericht, zonder dat dit op een bepaalde datum kan worden gepind. Vanwaar dan 13 juni 1902?

Op die dag arriveerde Homan van der Heide in Siam. Zijn komst was op verzoek van koning Chulalongkorn die ooit op Java onder de indruk was gekomen van de Hollandse irrigatiewerken. Homan van der Heide ging direct enthousiast aan de slag en kwam in 1903 met een uitgewerkt masterplan voor de dag. Vanwege zijn bezielende deskundigheid noemde Chulalongkorn de Nederlander 'de waterkoning'. De grootschalige irrigatie bleef evenwel steken in geldgebrek, ruzie en bureaucratie. Homan van der Heide werd met de dag gefrustreerder en maakte zich tenslotte onmogelijk door zijn personeel te laten staken. Zonder dat de koning hem nog eens wilde ontvangen, keerde hij naar Nederland terug. Siam bleef op irrigatiegebied een achterloper.

Pas na de Tweede Wereldoorlog werd irrigatie een prioriteit. De stuwdam bij Chainat verrees op exact dezelfde plaats die de Nederlandse ingenieur een halve eeuw eerder had voorgesteld.

Nergens is de rijstbouw, met twee of meer oogsten per jaar, zo dominerend als in het gebied tussen Chainat en de oude hoofdstad Ayutthaya: een oceaan van rijstvelden, slechts hier en daar afgewisseld met suikerpalmen, een eendenfokkerij of een boomgaard. In het verleden stelden westerlingen vaak smalend dat de Siamezen tot slechts één ding in staat waren, namelijk rijst verbouwen. Als een gebied het predikaat 'het echte Thailand' verdient, dan is dit het. Na een bezoek aan de tempelruïnes van Ayutthaya rijden de reisgezelschappen er echter in één ruk doorheen, uitgezonderd een enkel groepje agrotoeristen. Ook voor liefhebbers van oude geschiedenis en moderne monumenten die het glorieuze verleden bejubelen, is er veel te zien.

In de 15de eeuw groeide Siam uit tot de machtigste staat van Zuidoost-Azië. De hoofdstad Ayutthaya was al even topzwaar als Bangkok in het moderne Thailand, volgens reizigers in de 17de eeuw groter en rijker dan Parijs. In het achterland, de rijstschuur, waren ook kleinere steden tot bloei gekomen, waarvan de meeste, net als Ayutthaya, tijdens het 18de-eeuwse oorlogsgeweld tot puinhopen werden gereduceerd. Het platteland werd later weliswaar met krijgsgevangenen en vluchtelingen herbevolkt, maar ten tijde van Homan van der Heide was er nog een overvloed aan onontgonnen land - reden dat niet iedereen warm liep voor het opvoeren van de rijstproductie met irrigatie.

Ten noorden van de dam worden irrigatiekanalen door de rivier gevoed. Voor de sluizen heeft zich waterhyacint opgehoopt, erachter vissen jongens met snoeren vol blanke haken in het bruisende water. Ik volg de Noi, een zijtak van de rivier, die door Homan van der Heide met zorg was geselecteerd als 'natuurlijk irrigatiekanaal' om op graafkosten te bezuinigen. De scheepvaart is er beperkt tot een enkel peddelbootje. Na vijftien kilometer stroomt het met hoge rietkragen en imposante regenbomen omzoomde riviertje door het schilderachtige Sangkhaburi met zijn talloze verspreide ruïnes, waaronder een unieke chedi in de vorm van een carambola. In het stadscentrum prijkt het bronzen beeld van een lokale verzetsheld.

Verder in zuidelijke richting bewijzen aan bomen en palen getimmerde reclameborden voor pesticiden en kunstmest dat water er niet meer de beperkende factor is in de rijstbouw. Nergens zo veel rijstmolens als hier, waaronder kolossale constructies van roestend golfplaat met erachter tien meter hoge bergen kaf. Op hectaren betonnen velden wordt de aangevoerde rijst door bulldozers verspreid; tractoren met harken zorgen voor de fijnverdeling, opdat de rijst snel in de zon droogt.

In Ang Thong getuigt Thailands grootste liggend boeddhabeeld (50 meter) van het glorieuze verleden. Vijftien kilometer westelijker is bij de Muang-tempel een nog reusachtiger zittend boeddha beeld in aanbouw. Tussen die giganten is het land bezaaid met ruïnes en monumenten. Ik koers naar Khai Bang Rachan, waar een bronzen beeldenpartij van boeren, bewapend met speren, zwaarden, bijlen en een enorme waterbuffel op het gebied van patriottisme en spierbundels niet onderdoet voor de beste socialistische sculpturen.

Heldhaftig hielden deze rijstverbouwers tijdens de Birmese invasie van 1766-'67 stand tegen een vijandelijke overmacht. Ze konden echter niet voorkomen dat Ayutthaya, alle defensieve inundaties ten spijt, na een maandenlange belegering werd ingenomen en met de grond gelijkgemaakt.

De val van Ayutthaya (1767) is nog steeds een nationaal trauma, maar de heldhaftigheid in Khai Bang Rachan verzacht het oud zeer enigszins. De heldendaden werden enkele jaren geleden in een drie uur durend drama van gutsend bloed op het witte doek verbeeld, waarbij een sprekende gelijkenis van de acteurs met de beelden was nagestreefd.

In oorspronkelijke bronnen is vreemd genoeg weinig over deze helden te vinden. Het populaire en invloedrijke Onze oorlogen tegen de Birmezen uit 1917 geeft daarentegen een rijkdom aan details die louter verzinsels moeten zijn. Het werk was geschreven door prins Damrong, de minister van Binnenlandse Zaken ten tijde van Homan van der Heides verblijf in Thailand.

Een standbeeld van 'de vader der Thaise irrigatie' ontbreekt tussen de rijpende rijstaren. Daarvoor druiste het eigenzinnige gedrag van de in 1945 overleden Nederlander te zeer in tegen de Thaise goede manieren. Met hier en daar zijn portret aan de muur van het departement en een datum als cryptisch eerbetoon moet de ingenieur het doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden