Nieuws Boeddhamuseum

De rijkste man van Hongkong bouwt voor 340 miljoen een Chinees boeddhamuseum (mét kogelvrije ramen)

De 90-jarige Li Ka-shing mag zich met een vermogen van zo’n 30 miljard euro de rijkste man van Hongkong noemen. Zijn zakenimperium beslaat vele sectoren, waaronder transport en vastgoed. Toch draait het leven daar volgens Li uiteindelijk niet om. In de herfst van zijn leven opent Li het eerste boeddhistische museum in Hongkong, dat de pracht en praal van het Chinese boeddhisme moet uitstralen.

Het beeld van godin Kwun Yum torent uit over het klooster in Tai Po. Beeld Tsz Shan Monastery

‘Al het waarneembare is uiteindelijk een droom en een illusie’, zei Li vorige week tijdens de openingsceremonie van het museum, dat in mei voor het grote publiek opengaat. De filantroop trok 340 miljoen euro uit voor een collectie van honderd Boeddhabeelden, vele schilderingen en oude manuscripten.

‘Met dit project krijgt hij heel veel goodwill’, zegt Paul van der Velde, hoogleraar Aziatische religies aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Het levert in het boeddhisme positieve karma op als je anderen de gelegenheid biedt kennis te nemen van de boeddhistische leer. De collectie ziet er ook schitterend uit. Het zou voor mij wel een reden zijn om naar Hongkong te gaan.’

Het museum bevindt zich op het kloostercomplex Tsz Shan, dat Li eerder al voor 1,2 miljard euro neerzette. In het bosrijke heuvellandschap van Tai Po worden bezoekers opgewacht door een reusachtig witbronzen beeld van Guanyin, de Chinese boeddhistische godin van de compassie. Vermoedelijk is dit het enige boeddhistische klooster ter wereld met kogelvrije ramen. Zodat ook leden van het Thaise koningshuis er rustig kunnen overnachten.

Nieuwe klimaat

Het complex van Li is tekenend voor een nieuwe bloeiperiode van het Chinese boeddhisme in Azië. Lange tijd heeft dat in de luwte moeten opereren. Tijdens de Chinese communistische revolutie van 1949 vluchtten vele boeddhisten naar Hongkong, Taiwan en Zuidoost-Azië. Kloosters werden in eigen land aan gort geslagen, monniken vervolgd. Religie was een vijand voor het communistische regime.

Hoewel de communisten in China nog steeds uiterst sceptisch staan tegenover religie, is de strategie gewijzigd. China beschouwt het boeddhisme nu als potentieel bindmiddel om meer invloed mee te verwerven in Azië. ‘Zolang de overheid maar niet het gevoel heeft dat er vanuit de kloosters staatsgevaarlijke activiteiten worden ondernomen’, zegt Van der Velde. ‘Niets mag de Volksrepubliek ondermijnen.’

Het land van Boeddha

De afgelopen jaren investeerde China 3 miljard dollar in de opbouw van de Nepalese plaats Lumbini, de vermeende geboorteplaats van Boeddha. In Sri Lanka, waar de scepsis onder de bevolking tegenover Beijing groot is, wordt gewerkt aan een 350 meter hoge Chinese lotustoren. Zo krijgt de uitbreiding van de zijderoute een wat prettiger aangezicht: China is niet alleen een economisch monster, het is óók het land van Boeddha.

In Hongkong en Taiwan probeert China steun te verkrijgen door Boeddhabeelden en relikwieën te schenken. De boeddhistische gemeenschap in Hongkong is grotendeels pro-Beijing geworden. Li durfde het aan de regio zijn eerste boeddhistische museum te verschaffen, een waarneembaar monument van een nieuw klimaat. Illusie of niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden