De rijksbouwmeester ontwerpt niet meer, hij dirigeert Kees Rijnboutt kijkt terug, Wytze Patijn vooruit: over de rol van het rijk bij het bouwen in vol Nederland

Wat kan en mag de rijksbouwmeester nog in Nederland? De tijd van de monumentale bouwprojecten is voorbij. De overheid bouwt niet langer, maar lààt bouwen en least die gebouwen vervolgens van projectontwikkelaars....

HET belangrijkste verschil tussen de scheidende en de komende rijksbouwmeester is voorlopig de wijze van transport. Bij Kees Rijnboutt in Muiden staat om half acht 's ochtends de dienstauto met chauffeur voor de deur, die hem verrast met zo'n flinke koffer met post dat hij tussen Muiden en Den Haag even de wereld uit het oog verliest. Wytze Patijn is treinreiziger èn gebruikt een opvouwbare fiets.

Gaandeweg het gesprek leggen de twee ook uiteenlopende accenten. De extraverte Rijnboutt heeft, gedwongen door de omstandigheden, de monumentale bouwprojecten omarmd, terwijl de bedachtzame Patijn eerder belangstelling lijkt te hebben voor milieuvraagstukken (waterhuishouding, energie en duurzaam bouwen) en regelgeving. 'Een eenvoudige woningbouwjongen', noemt hij zich.

Rijnboutt: 'Als het ambt van rijksbouwmeester me ergens in is tegengevallen is het de omvang. Het is ontzèttend veel. Soms lees je je scheef. Er is maar een redding: selectief lezen. Maar als je je bezig moet houden met een politiebureau in Noord-Holland en anderzijds een 500 miljoen gulden-project op de Kop van Zuid in Rotterdam, ontkom je er niet aan. En die auto is nodig om al die afstanden te overbruggen: ik reis van Delfzijl naar Eijsden en van Zierikzee naar Nijmegen.'

Ik zie Patijn ineens zorgelijk kijken.

Rijnboutt: 'Ja, dit heb ik hem ook niet verteld.'

Patijn, berustend: 'Nou, die stukken lees ik dan wel in de trein.'

Rijksbouwmeester Kees Rijnboutt trekt op 31 augustus definitief de deur achter zich dicht, maar Wytze Patijn loopt zich al een dag per week warm in de 'VROM-volière' waar de Rijksgebouwendienst (Rgd) is gehuisvest. Rijnboutt is op verzoek van oud-minister Alders langer aangebleven, omdat de wisseling van de wacht anders zou samenvallen met het aantreden van het nieuwe kabinet. Bovendien was een besluit tot verzelfstandiging van de Rgd niet uitgesloten.

In principe bestiert de rijksbouwmeester 's lands bouwdivisie gedurende vijf jaar; aan die termijn heeft alleen Wim Quist zich gehouden. Zijn opvolger Tjeerd Dijkstra bleef twee jaar langer op de post, Frans van Gool, ná hem, hield het krap twee jaar vol. Een oersaaie hondebaan?

Rijnboutt: 'Nee, nee, het is de leukste baan van Nederland. Echt waar. Je zit in de navel van het land. Ik heb ongeveer tweehonderd voordrachten gedaan voor architecten, en bijna vijfhonderd voor beeldend kunstenaars. Ik stond aan de wieg van zulke omvangrijke projecten als de Kop van Zuid, de Resident en Grotiusplaats in Den Haag, het Enschedé-terrein in Haarlem en het Cascade-project in Groningen. Je hebt ineens het gevoel dat je aan de knoppen mag zitten en zo is het ook. Dat is tegelijk link, want je hebt macht, en macht corrumpeert als je niet oppast.'

Patijn: 'Wat mij aanspreekt is de variëteit aan opgaven, van heel klein tot heel groot, van politiebureaus tot musea, van nieuwbouw tot restauratie.' Wat de restauratie betreft, heeft Patijn zijn sporen verdiend met het herstel van de Kiefhoek van J. Oud in Rotterdam, een blokje volkswoningen dat te boek staat als toonbeeld van het Nieuwe Bouwen. Momenteel reconstrueert Patijn het Mercatorplein van Berlage in Amsterdam-West.

Hoe word je rijksbouwmeester?

Patijn: 'De minister heeft mij officieel gevraagd, na een bedenktijd van vier weken om er over te denken. Je kunt dan geen nee meer zeggen, dat is duidelijk.'

Rijnboutt: 'Ik weet nog dat de directeur-generaal Frans Evers me opbelde met de vraag of hij met mij niet eens van gedachten kon wisselen over het rijksbouwmeesterschap. Ik had nooit iets met de Rgd te maken gehad en ik dacht dat hij van mij namen van kandidaten wilde. Wie ik zou kunnen aanbevelen. Na dertig seconden bleek dat hij mij op het oog had. Nee, ik beveel niet mijn opvolger aan, dat doet Evers zelf.

'Waar ik me in heb vergist, was de gedachte dat het een solitaire functie zou zijn. Dat is het allesbehalve. Je moet goed kunnen functioneren in het netwerk, in het beleidsoverleg met de Rgd bijvoorbeeld. Dat zag ik met angst en beven tegemoet, want dat is zo'n directievergadering van vijftien man. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik dat altijd ontzettend leuk heb gevonden.'

Voor en vlak na de oorlog was het de Rijksbouwmeester die zelf achter de tekentafel stond en daar overheidsgebouwen ontwierp. Zo kleeft aan de naam van Friedhoff een regiment belastingkantoren die na de oorlog verrezen, met opvallend verticale accenten, want de overheid moest en zou zich in zijn gebouwen manifesteren. De huidige rijksbouwmeester is meer een dirigent van een groot symfonie-orkest waarin niet alleen architecten een partijtje meeblazen maar ook 'de marktpartijen' en 'lagere overheden'. Of zoals Rijnboutt zegt: 'andere overheden'.

Onder Rijnboutt veranderde de positie van de Rgd ingrijpend. De overheid bouwt niet langer, maar laat bouwen en least die gebouwen vervolgens van de institutionele beleggers. Heeft de Rgd zich daarmee niet uitgeleverd aan de projectontwikkelaars, met alle gevolgen vandien voor de kwaliteit?

Rijnboutt veert op. 'Dat bestrijd ik voor honderd procent. We doen geen zaken met projectontwikkelaars, van wie we geen garantie krijgen. Het is niet zo dat we zo graag en bij voorkeur leasen; het kan nu eenmaal niet anders omdat de rijksoverheid een tekort aan geld heeft en toch gebouwen wil voortbrengen. De rechtbanken die we nu bouwen, van die van Cor Kalfsbeek in Almelo tot die van Hubert Jan Henket in Middelburg, zijn allemaal geleased, maar gaan in mijn ogen niet gekweld door het leven. We zijn ook nooit door de projectontwikkelaars getriggered om rechtbanken zo efficiënt en zo flexibel te maken dat ze later weer aan anderen verhuurd kunnen worden. Trouwens, met een uitdijende bevolking zie ik dat ook niet gebeuren.'

'Van al die mammoetprojecten als Grotiusplaats en Resident in Den Haag huren we slechts een fractie - bij Grotius het paleis van justitie, bij de Resident het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Toch hebben we daarvoor Joan Busquets als stedebouwkundige kunnen voordragen, en dat is de beste man in deze tak van sport, zou ik mogen denken.

Hetzelfde geldt voor de architecten die er gaan bouwen. Dat kan alleen dank zij een convenant, dank zij een duidelijk omschreven doel en een bepaalde ambitie. Alsof trouwens alles wat het rijk doet welgedaan is en wat de markt doet, per definitie niet. Ik ben zo hoogmoedig te geloven dat we de projectontwikkelaars naar een ander niveau trekken.'

Spreekt die samenwerking met de markt u aan?

Patijn: 'Het is de realiteit. Als je het proces maar kunt sturen door voorwaarden te stellen. Het is trouwens zo geregeld dat Rijnboutt die grote projecten ook na zijn vertrek verder begeleidt.'

Wat blijft er dan nog aan grote klussen over? Het rijk heeft een massa rechtbanken, gevangenissen en politiebureaus over Nederland uitgeschud.

Rijnboutt: 'Ja kijk, alles wat gebouwd is, kan niet meer gebouwd worden. Er ontbreken nog een paar rechtbanken, zoals die van Zwolle, Groningen en Den Bosch. Toen ik hier binnenkwam dacht ik dat ik het licht moest uitdoen. Ik had absoluut niks. Het JR-programma (de justitiële bouwopgave) bestond helemaal niet, van die gevangenissen was geen sprake. Dijkstra had net een generatie gevangenissen voltooid.

'Meer dan ooit heb ik geprobeerd die gebouwen in een context aan de orde te stellen en niet als incidentele objecten te beschouwen. Daar zijn we nog maar net mee begonnen. Over de context in dit land gesproken: dat wordt met de uitbreidingslokaties in de Vinex-gebieden rondom het Groene Hart een belangrijke discussie. Ik heb daar voor mijn gevoel te weinig aan gedaan.'

Is het Groene Hart voor u heilig?

Patijn: 'Nou niet heilig, maar wel heel belangrijk. In de Vinex-problematiek ben ik echt geïnteresseerd. Daar hoop ik me ook mee in te laten, bijvoorbeeld in het onderzoek naar de dichtheid van bouwen en naar de kwaliteit van het landschap. Duurzaamheid en het milieu, dat zijn ook de thema's die wezenlijk zijn voor de komende jaren. In Duitsland is men op dat gebied al een stuk verder. We moeten ook iets doen aan de strenge regelgeving. In het jongste bouwbesluit is opgenomen dat er nergens meer portiek-etagewoningen gebouwd mogen worden omdat de brandweer niet overal in het land over ladderwagens beschikt, Dat heeft enorme consequenties gehad. Het betekent vooral in de steden een typologische verarming.

'Bij de Vinex-lokaties zie ik voor de rijksbouwmeester een belangrijke rol weggelegd. De marktsector richt zich eenzijdig op de huisvesting van jonge gezinnen, waardoor de gemeenten en corporaties voor de vraag komen te staan hoe die gebieden te bebouwen zijn zonder in het corset te kruipen van ''twee onder een kap''. En wat doe je met de stadsranden waar nu grote, vaak schreeuwende gebouwen worden geplaatst? Waarschijnlijk hoort het bij deze tijd waarin architectuur tot een soort design is opgepept. Maar het is nog niet duidelijk hoe je dat inpast in een stedelijke structuur.

'En als je door de buitenwijken loopt word je toch doodongelukkig als je die overkill aan randjes, gootjes en stukken trespa ziet! Het wordt nooit die rust die je van de wijken uit de jaren vijftig kent. Ik zeg wel eens gekscherend: je moet het als architect in een laagbouwwijk wel heel slecht doen wil je het verliezen van het groen. Zelfs wijken met zo'n bloedeloze verkaveling als Ommoord in Rotterdam leven op dank zij het groen. Daarmee relativeer ik het belang van architectuur en vooral van hoogstandjes in de architectuur.'

Rijnboutt heeft als rijksbouwmeester zelf ook gebouwd, de rechtbank in Zutphen. Vindt u dat dat kan?

Rijnboutt: 'Ik was door de directeur-generaal gevraagd. Een aantal rijksbouwmeesters heeft niet gebouwd. Ik vind dat rijksbouwmeesters moeten bouwen. Tja, d'r is natuurlijk wel een band maar. . . het helpt je de macht te slechten, nederig te blijven.'

Tegen die rechtbank in Zutphen is de burgerij te hoop gelopen.

Rijnboutt: 'De tegenstand was niet erger dan bij andere projecten. Ik kom uit de tijd dat de stadsvernieuwing net begon. Nieuwmarkt. Bickerseiland in Amsterdam. Maakte bijvoorbeeld mee dat de Hoptille in de Bijlmermeer al na drie jaar in brand stond en opnieuw moest worden ingericht. Je kunt stellen dat ik gepokt en gemazeld ben.'

Als u zo hamert op gebouwen in hun context, waarom bedenkt u dan dat zo'n reusachtige rechtbank in zo'n kleine binnenstad als die van Zutphen moet staan?

'Dat kan nimmer het bezwaar zijn. Wie Zutphen kent en andere binnensteden, zoals Haarlem, weet dat daar reusachtige gebouwen staan waar de rechtbank qua maat en schaal niet mee concurreert. De geplande rechtbank in Haarlem is lager, korter, bescheidener en minder uitbundig dan de Bavo ernaast. In Zutphen past de rechtbank vijf keer in de Walburg. De renaissance-steden in Nederland kennen het fenomeen van grote gebouwen, beroemdste voorbeeld is toch wel het Paleis op de Dam. Psychologen moeten mij maar eens verklaren waar die tegenstand op berust.'

Patijn: 'Het zijn over het algemeen de meer behoudende krachten die dit soort ingrepen als een probleem beschouwen. Ik heb dat bij de Kiefhoek ook ondervonden.'

Rijnboutt: 'In Zutphen hadden de gemeente en de gekozen vertegenwoordigers geen bezwaren. De stad is nu eenmaal een concentratie van recht met zijn gevangenis, rechtbank, opleidingsinstituut. Ik beschouw de protesten als een debat, waar ik nooit met een bezwaard gemoed naar toe ga. Ik heb nu zo'n debat met een mijnheer die als laatste bezwaarde tegen de verbouwing van het Pesthuis in Leiden is overgebleven. Dat gaat tot aan de Raad van State.

'Hoewel ik dat niet leuk vind, heb ik daar als burger geen bezwaar tegen, ook al duurt het langer en kost het geld. Het betekent renteverlies. We moeten dat debat voeren. Anders eindigt het ermee dat de overheid gebouwen implanteert, en we hebben bij de Nieuwmarkt gezien waar dat toe leidt.'

Zou u zo'n rechtbank gebouwd hebben als rijksbouwmeester?

Patijn: 'Nee, ik zou het scheiden. Ik heb een klein bureau waarvoor ik anderhalve dag blijf werken. Je moet het vak blijven uitoefenen, omdat dat je fris houdt. Die invloeden uit de praktijk zijn nodig.'

Rijnboutt: 'Ik moet er niet aan denken dat een rijksbouwmeester niet zelf bouwt. Het is een levensvoorwaarde. Het heeft ook te maken met prestige. Tegen een architect die niet bouwt, kijken collega's anders aan.'

Wat vindt u van de kwaliteit van de rijksgebouwen?

Patijn: 'Dit ministerie van VROM, waarin we nu zitten, is een van de boeiendste gebouwen. Uit de publikaties maak ik op dat er geen echte overheidsstijl bestaat; ik ben verrast over de diversiteit. In het totale beeld zie je dat ze boven het gemiddelde uitkomen, ook de kleintjes. Het type makelaarskantoren en snelwegarchitectuur ontbreekt gelukkig.

'Of er namen moeten worden toegevoegd? Aldo van Eyck bouwt nu eindelijk voor het eerst in opdracht van het rijk: de Algemene Rekenkamer. Rem Koolhaas? Ik ben van de Kunsthal onder de indruk, hij is een van de groten. Het is niet uitgesloten dat ik hem vraag. De organische bouw van Alberts en Van Huut is een genre dat ook op de lijst ontbreekt. Als ik de ING-bank zie, denk ik dat dat zou moeten kunnen.

'Ik wil in elk geval jong talent stimuleren. Er is meer in Nederland dan je denkt. Ben ook zeer geïnteresseerd in de beeldende kunst. Ik sta open voor nieuwe ontwikkelingen. Autonome kunst is te lang niet aan de orde geweest. De Rgd is per slot van rekening de grootste opdrachtgever in de beeldende kunst, dat moeten we uitbuiten.

'Kijken, veel zien, vragen, zo kom ik er, denk ik, wel achter. Hoewel je dan als architect niet actief bent, zit je wel aan de knoppen. En iedere architect heeft toch de neiging de wereld te maken zoals hij denkt dat het goed is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden