DE REVIVAL VAN HET STATION

'Stationsarchitectuur 1938-1998', samengesteld door de voormalige NS-bouwmeester C. Douma, is een overzicht met een soms barokke wederopbouw-architectuur, met de eenvormige voorstadshaltes uit de jaren zestig tot de 'high tech-paleizen' van nu....

WAT IN DE 19e eeuw de bloeiperiode van het station was, was het precies een eeuw later ook. Zelfs de dips vertonen parallellen. Waterstaat-stations naast de standaard-modellen uit de jaren zestig. Zo'n 19-eeuws hoogtepunt zou je Groningen kunnen noemen dat nu voor elf miljoen wordt gerestaureerd. Weggebroken worden de jaren zestig-wandjes, teruggehaald de ornamenten. Het is bij de NS wel eens anders geweest. Wat valt een eeuw later te vergelijken met Groningen? Amersfoort, denkt de voormalige bouwmeester van de Nederlandse Spoorwegen, Cees Douma.

Rond de Tweede Wereldoorlog is wat hem betreft het markantste station, Amsterdam-Amstel. 'Mooi voorbeeld van de integratie van verschillende vormen van openbaar vervoer.' De wederopbouwtijd kent haar bekroning in station Tilburg, dat een einde maakt aan de traditionele gesloten stationsgevel. Na 1965 is het armoe troef, eindeloze anonieme voorstadshaltes worden uit de grond gestampt.

Tot het jaar 1980, als de revival van het station zich aandient, met voor Douma als hoogtepunten de Amsterdamse stations Sloterdijk en Duivendrecht. Sloterdijk omdat het zo overzichtelijk is ondanks zijn ingenieuze kruising van spoor-, tram- en metrobanen, Duivendrecht vanwege de helderheid en de transparante overkapping. 'Eenvoud wordt gepaard aan logica. En de uitkomst is schoonheid', schrijft Douma in het boek dat hij vorige week aan Hedy d'Ancona, bestuursvoorzitter van het Nederlands Architectuurinstituut, overhandigde.

En nog is die bloeiperiode niet afgelopen. Douma die in 1997 gepensioneerd werd en nu van een afstand de ontwikkelingen bij de Spoorwegen volgt, put hoop uit de belangstelling bij de overheid voor goede architectuur. En ook de opsplitsing van de NS in bedrijfsonderdelen als NS Stations en NS Vastgoed hoeft geen nadeel te betekenen. Integendeel. Beide divisies proberen de potentie van het station uit te buiten, het is hèt visitekaartje waarmee handel gedreven kan worden.

Het station is niet langer de sluitpost die het 25 jaar geleden was, maar een commerciële 'melkkoe'. En Douma is de laatste die daartegen het vingertje zal opheffen. 'Hoe kun je dat goedkeuren, is me jaren geleden gevraagd? Maar de commercie is onontkoombaar. De NS moet zijn broek ophouden en als er dan veel loze vierkante meters zijn, die je kan uitbaten, zie ik niet in waarom je dat niet zou doen. Soms gebeurt het goed, zoals op station Alkmaar en soms slecht. Breda noem ik dan.'

Het station dat ook de rol van winkelcentrum op zich nam, dat deed zich voor het eerst voor tijdens zijn 37-jarig dienstverband. Op kleine schaal, lezen we in zijn overzicht Stationsarchitectuur 1938-1998, zoals in Heemskerk waar een huwelijk tussen kaartjesloket en supermarkt werd gesmeed, en op grote schaal, met Utrecht CS en Hoog Catharijne. Aan dat station, het belangrijkste knooppunt van Nederland, valt weinig eer te behalen. 'Dat was al zo in de vorige eeuw, er werd al in 1856 aan gelaboreerd. Je kunt het niet als een entiteit zien. Toch vind ik de laatste verbouwing, met de grote bogen die aansluiten op de perronoverkapping, geslaagd. En als stedenbouwkundige Riek Bakker er in slaagt bij de herinrichting van Hoog Catharijne het station onder een zelfstandige kap te plaatsen en een gezicht naar de stad te geven, zijn we weer een stap vooruit. Want dat was het belangrijkste euvel, dat het station niet herkenbaar was. Hoe vaak hoorde ik niet mensen klagen dat ze de ingang niet konden vinden.'

Utrecht CS zal zijn zoveelste verbouwing ondergaan. En verder staan op de nominatie om te verdwijnen of uitgebreid te worden: Rotterdam CS, Bijlmer, Amsterdam Zuid-WTC en Arnhem. Bijna allemaal potentiële HSL-haltes. Vooral de aanpassing van Rotterdam zou wel eens tot een spectaculair beeld kunnen leiden, de flitstrein die boven de hal in een etalage binnenrijdt en dan zichtbaar voor Rotterdam staat te schitteren.

VOOR HET EERST in de geschiedenis van de NS is een buitenlandse architect ingeschakeld: Nicolas Grimshaw werkt mee aan de verdubbeling van station Bijlmer. Grim-

shaw kan dan de kennis die hij opdeed bij de verbouwing van Waterloo in Londen tot TGV-eindstation opnieuw in praktijk brengen. Bijlmer wordt uitgerust met een imposante overkapping, een paraplu voor het amusement en het vervoer dat naast of in het station zijn plek vindt.

Over de verbouwing van Rotterdam CS is Douma het minst gerust. 'Dat is een van de modernste gebouwen van Van Ravesteyn die verder vooral in een soort neo-barok of Italiaanse stijl bouwde.' Natuurlijk mankeert er het nodige aan Rotterdam Centraal. Douma somt op: de lage en enge tunnel onder de perrons, de tekortschietende beschutting op de perrons zelf ('de regen valt in Nederland altijd in een hoek van 45 graden') en, opnieuw, de geringe ruimte voor commerciële nevenactiviteiten. 'Maar laten we alsjeblieft goed omspringen met de stations uit de wederopbouw. Die Soestdijk-achtige omarming met beelden en poorten, die moet je bewaren.' Station Rotterdam, zo lezen we in Douma's boek had hoger en volumineuzer moeten worden, een slotakkoord voor de Westersingel. Totdat de bezuinigingen architect Van Ravesteyn tot aanpassingen dwong. Hij werd ook gehinderd door de mentaliteit van de toenmalige president-directeur. 'We zijn vervoerders, geen horecaffers', zei hij en weggesneden werd de luxe uit het programma.

DOUMA'S TOCHT langs de stations is een tour van herkenning, waarbij gêne en opgetogenheid elkaar afwisselen. Meeslepend, die enorme luifel van station Venlo, uit 1958. Aandoenlijk die muurtjes van sierbakstenen (Wierden, Etten-Leur) en de realistische gevelmozaïeken (Rijswijk). 'Ach laat me niet achter op het station van Etten-Leur' is een cabarettekst die in het hoofd blijft zeuren, en dat gebeurt dan vooral bij die bungalowstijl die rond 1970 zijn dieptepunt bereikte. Kon het nog eenvoudiger, nog meer rudimentair? De stationschef was al afgeschaft, bijna nergens was nog een bagage-depot, en omdat de treinen vaker liepen, leek ook de wachtruimte niet meer ter zake.

Sommige haltes kregen het absolute minimum, het Leidse abri, en dat betekende een glazen kooi waar de wachtende treinreiziger wel werd geplaagd door tocht maar niet door de regen. Douma rekent het zelf tot de zwartste tijd bij de NS, die voorstadhaltes waar hij zelf aan mee tekende. 'Ik kon geen kant uit. We zaten in de rode cijfers.' Maar toen het tij eind jaren zeventig leek te keren, pakte hij het herlevende elan met beide handen aan. Hij nam zijn geliefkoosde rol op zich, die van aanjager. 'Van Douma naar trauma is het maar een kleine stap. We moeten af van dat standaardmodel, riep ik in de vergaderingen. Laten we overgaan naar stations met variatie op een thema.' De praktijk? Een boeket stations die in grote trekken op elkaar lijken maar elk iets eigens heeft. De 'glazen kathedraal' van Almere Centraal, het 'blokhutachtige' van Ede-Wageningen, het miniatuur Chrystal Palace van Heerenveen (dat een internationale onderscheiding kreeg) en het postmoderne buitenbeentje Assen.

Hadden de stations in de jaren vijftig nog de charme van een klokkentoren of carillon, die het platte silhouet van de gebouwen moesten compenseren, twintig jaar later kwam er een nieuw specimen bij: het station annex kantoor. Niet altijd naar tevredenheid. Douma noemt Den Haag Mariahoeve dat zich niet eens laat herkennen als station. 'Ik gebruik altijd als grapje Maria-ho eve: als de machinist niet oplet, is hij er zo voorbij.' En voor de reiziger zelf is het ook weinig uitnodigend: dat hij door een muizengaatje onder de kantoren door het perron moet bereiken.

Hij werd verweten een windvaan te zijn, eerst probeerde hij zo functioneel en zo zuinig mogelijk te bouwen met als consequentie dat de 19e-eeuwse waterstaat-stations bij bosjes vielen, naderhand liet hij restauratie en behoud wel toe. 'Ze noemen mij een bekeerling. Maar ik sta voor de ontwikkeling in de samenleving. Er was dertig jaar geleden enorm dédain voor de 19e eeuw, er ging in de steden van alles tegen de vlakte. Bij de NS was dat niet anders. Eigenlijk mochten alleen Haarlem en Amsterdam CS bewaard blijven. Wat ik betreur dat gesneuveld is? Het is een schande dat die prachtige wederopbouw-luifel van Schiedam is verdwenen. Zonder dat er een haan naar kraaide. Gorinchem is onterecht gesloopt. Maar ik ben al blij dat Wolvega behouden is, anders was er niets meer van de waterstaat-stijl over. In het boek houden de twee auteurs in het nawoord ook een pleidooi voor behoud van dat jaren zestig standaardmodel. Daar ben ik zelf nog niet aan toe.'

HIJ STELT nuchter vast dat er een nieuwe wind bij de NS waait. Dat je ineens oranje geschilderde locs ziet rijden, en dat de fastfood de weg naar de treinen zowat blokkeert. Toch is hij de man er niet naar om in nostalgie te zwelgen. Wijst het niet af dat in de prachtig gerestaureerde Eerste Klas Wachtkamer van het Centraal Station in Amsterdam uitgerekend een Burger King is neergestreken. 'Ik ben een voorstander van herbestemming. Wat heb je aan een lege wachtruimte? Als een MacDonald's zich vestigt in een 17-eeuws monument daar heb ik geen probleem mee.'

Dat heeft hij wel met de oprukkende commercie in de middentunnel van datzelfde Centraal Station. 'Hebben we die eind jaren zeventig voor 30 miljoen gulden verbreed en verdiept, laten ze het dichtkoeken. Dat was niet de bedoeling'

Maar ook voor CS breekt een nieuwe tijd aan. Opnieuw wordt er een laag onder het station weggegraven, dit keer voor de Noord-Zuidlijn. De gepensioneerde bouwmeester geniet bij voorbaat van die expansie. Dat er 24 uur leven in de brouwerij is, op verschillende lagen. Dat je overal kunt rondlopen. 'Het wordt een stad in de stad.'

Hoe het nu verder moet? Stations worden neutrale gebouwen, zeker als de NS zijn monopolie op het treinvervoer verder verliest. 'Rond 2010 zullen de stations niet meer het visitekaartje van de NS alleen zijn. Het is de realiteit met de komst van meer spelers op de markt.' En zo verandert het station opnieuw van gedaante, van een romantische vertrekhal in een doorgangshuis.

C. Douma, Stationsarchitectuur 1938-1998, uitgave Walburg Pers, * 99 gulden.

ISBN 9057300095.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden