De Revisor, nr 4

Romanschrijver Bert Natter is een schrapper: ook de mooie zinnen moeten er bij hem aan geloven.

DE REVISOR, NR 4

Querido; 111 pagina's; € 19,95.


Alvorens een roman te publiceren, herleest Bert Natter wat hij heeft geschreven. 'Ik let bij het herlezen niet alleen op de lelijke zinnen, maar ook op de mooie', zegt de auteur in een interview in De Revisor. En dan komt het: 'Die schrap ik ook.'


Geen man die van half werk houdt, dat is duidelijk. Zijn methode roept weleen gevaar op: dat hij hierna óók nog op de doorsnee-zinnen gaat letten. Dan houden we geen Bert Natter meer over.


Redacteur Jan van Mersbergen (die een groot succes boekte met zijn zesde roman Naar de overkant van de nacht) overziet zijn oeuvre, en laat tegelijk op aanstekelijke wijze zien door wie hij is gevormd: T.S. Eliot, Hugo Claus, en het hallucinerend ritmische proza van William Faulkner uit The Sound and The Fury. 'Proza van een dichter. Proza waarbij het in feite weinig uitmaakt waar je in de alinea begint te lezen.'


Faulkner gebruikt geen interpunctie of hoofdletters, en dat is belangrijk, want op die manier geeft hij de mensen een stem, schrijft de in Gorinchem geboren en getogen Van Mersbergen: 'Ik ken ze uit mijn dorpje, de mensen die achter elkaar door praten zonder veel te zeggen, maar wel met het specifieke ritme, het praten zonder adem te halen, zonder komma's te plaatsen. Dat wilde ik ook, op papier.


Bijzonder is het proza van Eva Meijer, die vorig jaar debuteerde met de roman Het schuwste dier, en die in vier pagina's een dag oproept door het licht boven en in een stad te volgen; mens, dier, natuur en architectuur zijn decor en figurant in een permanente beweging van licht. Tot de dag voorbij is: 'Het is nu donker. De achterdeur wordt op slot gedaan. De kraaien verbergen zich. We naderen de stilte.'


San Bos (1965) lijkt daar op te antwoorden met de verhaaltitel 'Vandaag geen zon'. Bos opent met drie zinnen die direct intrigeren: 'Hij zet het mesje op zijn keel iets boven de adamsappel. Een moment van aarzeling, dan trekt hij in één baan het witte schuim van zijn huid. Gisteren zag hij Peter Kloek fietsen.'