De revanche van de antiracismewetenschap

Antiracismewetenschappers Gloria Wekker en Philomena Essed, die Nederland waren ontvlucht, zijn herontdekt.

Philomena Essed en Gloria Wekker omhelzen elkaar onder toeziend oog van Nancy Jouwe. Beeld Twitter

Judriënne krijgt begin juni een mailtje binnen. De 26-jarige Surinaams-Nederlandse studente heeft even daarvoor een medewerker van hogeschool Inholland per mail gevraagd of ze van InHolland Haarlem kan overstappen naar InHolland Amsterdam. Dat kan, mailt de medewerker terug, maar houd er wel rekening mee dat InHolland Amsterdam meer allochtone studenten telt dan InHolland Haarlem. Judriënne 'schrikt' van het antwoord. Een schermafbeelding van het mailtje gaat het internet over en InHolland wordt beticht van racistische praktijken. Om de lucht te klaren nodigt InHolland Judriënne vervolgens uit voor een gesprek. Bij dat gesprek wordt ze bijgestaan door de Surinaams-Nederlandse antiracisme-activist en sociaal ondernemer Mitchell Esajas (27).

Het was een prettige bijeenkomst, vertelt Esajas na afloop van de ontmoeting. Maar helemaal tevreden is hij niet. 'Die mevrouw van InHolland met wie we spraken zei dat de mail echt niet racistisch bedoeld was, ze wilden niet kwetsen.' Tegenover de Volkskrant verklaart InHolland dat de medewerker slechts een feitelijk verschil wilde aangeven tussen de studentenpopulatie in Haarlem en die in Amsterdam. Esajas: 'Dat zie je vaak in Nederland. Iemand zegt of doet iets kwetsends, bewust of onbewust, en zegt dan dat het absoluut niks met racisme te maken heeft. Dat komt allemaal voort uit witte onschuld.'

Mijn morele kompas lijkt te haperen

Volkskrant-redacteur Sander van Walsum (man, wit, 58) vraagt zich af waarom hij zoveel moeite heeft zich te verplaatsen in mensen die zich in Nederland slachtoffer voelen van racisme.

Witte onschuld

Witte onschuld. Esajas heeft de term niet zelf bedacht. Hij heeft deze van de Surinaams-Nederlandse antropologe Gloria Wekker (66) die eind april het boek White Innocence - Paradoxes of Colonialism and Race publiceerde. In dit academisch werk zet Wekker het mes in het Nederlands zelfbeeld als onschuldig aan racisme, terwijl ons verleden en heden van racisme doordrenkt zijn.

Kern in White Innocence is het begrip 'cultureel archief' waarmee Wekker de eeuwenoude racistische stereotypen bedoelt die onze blik op zwarte mensen hebben bepaald. Wekker geeft in het boek enkele voorbeelden van die historisch bepaalde blik, zoals Martin Bril die in De Wereld Draait Door grappend vertelt dat hij vreest dat zijn dochter ooit met een 'grote neger' thuiskomt. Wekker beschouwt de grap als het gevolg van een 'diepgeworteld patroon in het cultureel archief waarin zwarte mannen systematisch worden afgeschilderd als oversekst'.

Quincy Gario Beeld ANP

'Overal zie je ongelijkheid'

Esajas is een oud- student van Wekker; hij beschouwt haar als de onbetwiste autoriteit op het gebied van racisme. Hij is niet haar enige fan. Wekker geniet enorme populariteit onder jongeren die actief zijn in het antiracisme. Ze heeft er hernieuwde aandacht aan te danken, ook buiten die groep. Terwijl ze een tijd minder in de schijnwerpers stond. Haar theoretisch werk heeft deze generatie twintigers en dertigers de middelen gegeven waarmee ze Nederland met zijn racistische aspecten kan confronteren.

'Overal zie je ongelijkheid', zegt Esajas. 'In het onderwijs, op de arbeidsmarkt. Biculturele Nederlanders staan altijd onderaan. Wekker heeft daar een analyse van gemaakt. Het komt door wit superioriteitsdenken. Die analyse heeft mij de ogen geopend.'

Tweede leven

De jeugdige antiracisten hebben ook de terugkeer ingeluid van Philomena Essed (60), een antiracismewetenschapper die in de jaren tachtig en negentig lof én hoon oogstte met het begrip alledaags racisme - een term voor het bewust en onbewust racisme waar donkere mensen dagelijks mee te maken hebben.

In 2011 geeft het groeiend verzet tegen Zwarte Piet het startschot voor een antiracismegolf. Sociale media spelen daarbij een essentiële rol. Via Twitter, Facebook en blogs vragen jongeren als Esajas aandacht voor racisme in Nederland. Esajas en consorten worden social-mediapersoonlijkheden met een redelijk groot bereik. Onder hen is ook Quinsy Gario, eveneens een pupil van Wekker en Essed.

Esajas en Gario maken lawaai, uiten scherpe kritiek links en rechts, organiseren bijeenkomsten, en vragen aandacht voor hun mentoren Essed en Wekker en het wetenschappelijk werk dat beiden hebben verricht. De antiracismewetenschappers die in de vergetelheid dreigden te raken, wordt een tweede leven gegund. Esajas: 'Ik ben onderdeel van de generatie die Philomena Essed en Gloria Wekker herontdekt. Wij hebben de technologische middelen. Wij kunnen makkelijk mensen mobiliseren, demonstraties organiseren, instituten bekritiseren, informatie verspreiden.'

Portret van Philomena Essed door kunstenaar Patricia Kaersenhout.

Wekkers finest hour

Op een woensdagmiddag in juni is de Aula in het Academiegebouw aan het Domplein in Utrecht afgeladen met mensen. In deze statige zaal sluit Gloria Wekker haar dienstverband aan de Universiteit Utrecht af met een afscheidssymposium. De meerderheid van de aanwezigen is vrouw en jong. Philomena Essed, meer dan veertig jaar bevriend met Wekker, heeft een plek voorin in de Aula.

Dit is Wekkers finest hour. Een ongenaakbare uitdrukking op het gezicht, de dikke grijze dreads gebonden in een staart. De gespreksleider spreekt van een 'literaire roadshow' die is losgebroken na publicatie van White Innocence. Wekker was te gast in het tv-programma Buitenhof om te praten over haar boek. Een paar dagen later sierde een foto van Wekker de cover van Vrij Nederland. Beide keren werd ze druk besproken op Twitter. Vooral haar jonge (zwarte) fans lieten flink van zich horen en probeerden Wekker onder nog bredere aandacht te brengen met de hashtag #MaakGloriaWekkerZomergast.

Wekker is nu de gevierde autoriteit, maar tijdens het symposium haalt ze ook de tijd aan waarin die erkenning en populariteit haar en andere antiracismewetenschappers minder gegund werden. Hoewel de jaren tachtig gelden als de periode van de eerste antiracismegolf, ging dat gunstige klimaat volgens Wekker desondanks hand in hand met een hardnekkig geloof in de eigen witte onschuld. Wekker: 'In die tijd ging ik als kersvers afgestudeerde antropologe aan de slag voor de Amsterdamse gemeente. Ik schreef een antiracismenota waarmee gemeentelijke diensten aan de slag konden in hun contact met minderheden. Het deed direct veel stof opwaaien. Ik kreeg per telefoon verwensingen en zelfs doodsbedreigingen. Dat was heftig en eng.'

In 1987 begon Wekker aan een Amerikaanse universiteit aan een promotieonderzoek naar Surinaamse vrouwen. De Amerikaanse academische wereld ervoer ze als een verademing; een debat over racisme zonder de reacties die ze uit Nederland kende was daar wel mogelijk.

'Pretentieus warhoofd'

Ook Essed heeft een grote persoonlijke en professionele prijs moeten betalen voor haar antiracistisch werk. Haar eerste boek, Alledaags racisme, verscheen in 1984 bij de feministische uitgeverij Sara. 'Nederland is een racistische samenleving', staat al op pagina 17. Dat oordeel baseert ze op interviews met veertien Surinaamse vrouwen die in het boek vertellen over de grote en kleine schofferingen die ze dagelijks te verduren hebben van blanke Nederlanders. Essed laat overtuigend zien dat het meer is dan alleen incidentele lompheid - het is structureel racisme dat breed gedeeld wordt en een lange geschiedenis kent.

De ontvangst van Alledaags racisme was over het algemeen welwillend. Bij de presentatie werd zelfs een exemplaar overhandigd aan prinses Irene die Esseds kritiek op Nederland onderschreef.

Anders was dat in de jaren negentig, toen een handelseditie van Esseds promotieonderzoek Inzicht in alledaags racisme (1991) verscheen. Dit was een theoretische verdieping van Alledaags racisme en werd gedragen door nog meer interviews met zwarte vrouwen. De doodssteek verscheen in NRC Handelsblad onder de titel 'Het onvermogen van de antiracistische wetenschap'. 'Haar boek staat bol van de tendentieuze uitspraken die in vage beschuldigingen uitmonden', schreef de recensent, die aan het eind van de bespreking Essed een 'pretentieus warhoofd' noemt. Publicist Herman Vuijsje deed Essed in zijn boek Correct af als een 'schuld-en-boeteprediker' en publiciste Bernadette de Wit had het in de Volkskrant over 'philomeens' denken als synoniem voor 'slachtofferdenken'.

De coverillustratie van Alledaags racisme van Philomena Essed.

'Kuddementaliteit'

In andere media was men vriendelijker over Inzicht in alledaags racisme, maar later blikten enkele van deze besprekers terug op de ontvangst van Esseds boek in het artikel 'Vormen van zelfcensuur' dat verscheen in De Groene Amsterdammer. Daarin beweerden ze dat ze niet kritisch durfden te zijn over Inzicht in alledaags racisme uit politieke correctheid. In internationale wetenschappelijke kringen werd Essed daarentegen met lof overladen.

Het is na Inzicht in alledaags racisme niet meer goed gekomen tussen Essed en de Nederlandse culturele elite die haar conclusies, objectiviteit en wetenschappelijke methodes in twijfel trok.

'De reacties hebben er zeker aan bijgedragen dat ik minder in het Nederlands ben gaan schrijven en mij meer ben gaan richten op de internationale academische wereld', zegt Essed, die in 2005 de 'lafheid' en de 'kuddementaliteit' in Nederland definitief inruilde voor Amerika. Essed: 'De traditionele media waren de enige media die we destijds hadden. Als je daar een flink negatief artikel krijgt dan beïnvloedt dat heel erg de publieke opinie.'

Sylvana Simons

Na 9/11 leek het helemaal gedaan met Esseds rol in Nederland. Politieke correctheid werd voorgoed voorbij verklaard - antiracisme moest in het publieke debat pas op de plaats maken. Inmiddels is alledaags racisme een ingeburgerde term waar nauwelijks nog iemand aanstoot aan neemt. Toen afgelopen mei Sylvana Simons overladen werd met racistische drek op internet, ruimde Het Parool de voorpagina in voor een analyse onder de kop 'Alledaags racisme vervuilt het debat'.

'Ik was te vroeg', zegt Essed. 'Zodra je kritiek uit op een samenleving zal dat je nooit in dank afgenomen worden. En hoe hoger je opklimt als vrouw van kleur, hoe venijniger de uitsluiting.'

Sylvana Simons Beeld anp

Sfeer van genoegdoening

Het boek White Innocence is iets meer dan twee maanden oud. Opmerkelijk genoeg zijn er nog geen kritische besprekingen verschenen. Duidelijk is wel dat de term witte onschuld de potentie heeft om de term alledaags racisme achterna te gaan en zich voorgoed te nestelen in het Nederlandse racismedebat. Het is in ieder geval het buzzwoord van de laatste weken.

'White Innocence gaat nog heel lang besproken en bestudeerd worden', zegt Essed op Wekkers afscheidssymposium. Daarna vallen Essed en Wekker elkaar in de armen. Uit het publiek klinkt luid gejoel en applaus. Er hangt een sfeer van genoegdoening, van revanche zou je bijna kunnen zeggen. De antiracismewetenschap vindt weer gehoor bij meer mensen.

Waardigheid

Een dag na het symposium van Wekker houdt Essed een lezing aan de Universiteit van Amsterdam: 'Everyday racism and the future of the university'. Ruim tweehonderd jonge mensen vullen de zaal. Wekker is ook van de partij. 'In the presence of giants', twittert een jonge fan. Op een groot scherm verschijnt de Engelstalige typering van alledaags racisme: dagelijkse aanvallen op de waardigheid van etnische minderheden op school, op het werk, in de media, tijdens het winkelen, in de wijk - er is geen ontsnappen aan. Het jonge, kleurrijke publiek wordt een term aangereikt, een theoretisch kader, waarmee ze eindelijk een naam kunnen geven aan iets wat ze herkennen, maar nog niet wisten te omschrijven.

Essed: 'Ik heb ontzettend veel ontzag voor deze jonge mensen. Jarenlang kon je in Nederland van alles zeggen over minderheden, de meest beschamende dingen. Maar deze generatie is het zat. Ze hebben een mentaliteit van 'ga toch fietsen, ik pik dit niet meer.' Ik heb daar bewondering voor.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.