De Renner keert terug

Tim Krabbé's wielerroman De Renner is voor sommige hardfietsende amateurs belangrijker dan de bijbel. Het lag dus in de lijn dat Krabbé's route 25 jaar na de verschijning van het boek nog eens werd nagekoerst....

Achttien renners verlaten dinsdagmorgen Anduze en hun pelotonnetje lijkt meteen in zijn natuurlijke plooi te vallen. De marathonschaatser geeft het tempo aan, dan de cyclosportieve mannetjesputters van Le Champion. De Volkskrant zit achterin. De anderen zullen wel denken: let op die linkebal.

'Goede renners hebben kenmerkende hoofden en slechte renners hebben kenmerkende hoofden - maar dat geldt alleen voor renners die je al kent.'

Bij het eerste klimmetje valt er een gat. Nieuwe Niedorp, die reuma, twee kunstheupen en een aangepaste fiets heeft, kan het tempo van de marathonschaatser niet volgen. De Volkskrant schuift attent naar voren. Goed gedaan.

Maar dan: gat in de weg. Lekke band. Arnhem, Stein, Brugge en Algemeen Dagblad knijpen solidair in de remmen. Bandje verwisselen, bandje oppompen, weer vertrekken. Fietspompje klettert op asfalt. Verdomme!

'Daar staat Reilhan in zijn groene trui. Vorige week zat ik met hem in de kopgroep. Hij deed zijn drie trapjes op kop, maar daar was alles mee gezegd. Ha die Reilhan. Wieltjeszuiger.'

Onbaatzuchtige Stein wacht de Volkskrant op en neemt hem op sleeptouw. Brugge, Arnhem en Algemeen Dagblad worden weer stippen. In een gedurfde afdaling komt Volkskrant opeens uit het wiel van Stein en denkt het gat in één keer te dichten. Ha die Volkskrant. Wieltjeszuiger.

Het lukt niet. Brugge, Arnhem en Algemeen Dagblad worden weer stipjes. Stein dendert langs en gebaart: aanpikken. Van de Cevennen, hier weids en groen, blijft niets anders over dan het achterwiel van Stein. Wie niet aanpikt, is reddeloos verloren. Er zit niets anders op dan te sterven in een achterwiel. Het is dertig graden en de Volkskrant heeft kippenvel op de benen.

Na 45 kilometer, net voorbij Dions, is het sterven opeens gedaan. Het lichaam besluit dat het mooi is geweest en de geest is allang blij dat iemand anders die beslissing heeft genomen. De Volkskrant is de fietser die hij altijd al was. Batüwü Griekgriek.

'Ik heb mezelf een keer de opdracht gegeven een willekeurig woord te bedenken. Volstrekt willekeurig, kan dat? Daar was het al: Batüwü Griekgriek.'

Maandagmorgen, Tweede Pinksterdag, verzamelen we om zes uur op Schiphol om een jongensdroom in vervulling te doen gaan. Aldus Gert Spijker uit Arnhem, de grootste romanticus onder ons. We gaan De Renner nadoen. Dit meesterwerkje van Tim Krabbé viert dit jaar zijn zilveren jubileum. Bij verschijning werd De Renner door Nico Scheepmaker betiteld als een literair meesterwerk én het beste sportboek. Daarmee deed hij De Renner te kort. De Renner is een magisch boek. Het is Kees de Jongen voor gevorderde jongens.

Een paar dertigers, een enkele zestigplusser, maar vooral veertigers en vijftigers laten op maandagmorgen het vehikel van hun dromen achter in een busje. Allemaal mannen die in 1978 nog best hadden kunnen beginnen aan een wielercarrière, zoals beschreven door Krabbé, maar dat om onduidelijke redenen niet hebben gedaan. Deze week gaan we het goedmaken.

Zelf reizen we per trein naar Nîmes om in Anduze weer herenigd te worden met de racefiets. De anderen, die met de eigen auto reisden, zijn er al. In totaal zeventien mensen. Vijftien mannen, twee vrouwen. 'We staan aan de vooravond ven een prachtig evenement', zegt Gerrit Slingerland uit Warmond bij ontvangst.

Slingerland is zo'n kilometervreter voor wie afzien alleen maar lijkt bij te dragen aan een beter humeur. De bedenker van De Ronde van Tim Krabbé is verknocht aan de Cevennen ('Je kunt hier nog fietsen en urenlang geen auto tegenkomen') en aan De Renner ('Toen ik het las, werden opeens zoveel dingen van mijn fietsen opeens benoembaar.')

Voor de organisatie deed hij een beroep op het bureau PRO Image dat er een 'hooggeplaatst evenement' van heeft willen maken. Dat betekent volgens Pascal Vergeer: goede hotels, goede verzorging, goede begeleiding, maar ook een behoorlijke prijs. Wellicht heeft dat een aantal geïnteresseerden afgeschrikt. De animo was aanvankelijk zo gering dat de organisatie er even om heeft gehangen.

Maar Slingerland en Vergeer zijn blij dat ze uiteindelijk toch hebben doorgezet. Zo'n eerste keer is een mooie test voor het waarschijnlijke vervolg en zo'n kleine club verhoogt de saamhorigheid. Bovendien heeft Vergeer met De Ronde van Tim Krabbé meteen een trainingskamp voor de schaatsers die hij begeleidt: Rozendaal, Van der Veen en Veldkamp.

De eerste dagen zijn bedoeld om te genieten van de Cevennen en te wennen aan de onbedaarlijke hitte. Zaterdag staat de Ronde van Mont Aigoual op het programma. Mont Aigoual betekent letterlijk waterberg, want is het eerste obstakel voor neerslag van de Middellandse Zee. Tweehonderd dagen per jaar regen naar het schijnt. De Ronde van Mont Aigoual is het spannende decor van Tim Krabbé's wording als renner.

'Mijn sportcarrière, 1973: ik zat in Anduze in een café en las de Midi Libre. Op de regionale pagina's werd een wielerwedstrijd aangekondigd met start en finish in Anduze zelf. Plotseling voelde ik dat het nu of nooit was.'

Woensdagmiddag keert Tim Krabbé terug in het dorp dat de poort van de Cevennen wordt genoemd. Woensdagavond spreekt hij op het terras het peloton, zijn peloton, voor de eerste keer toe. Hij heeft het wielershirt aangetrokken dat speciaal voor dit evenement is gemaakt. Boven hem schijnt de maan. Op zijn rug schijnt, strakgespannen, de zon.

Wielrennen doet de 60-jarige Krabbé alleen nog maar als er niemand kijkt. In 1980 zette hij een punt achter zijn loopbaan en vijftien jaar geleden heeft hij voor de laatste keer op een racefiets de top van de Aigoual bereikt. Maar Anduze is hem nog steeds dierbaar.'Als ik in Frankrijk ben, rijd ik er graag een stukje voor om.'

In het begin van de jaren zeventig had Krabbé hier een appartement om als late twintiger zijn liefde voor de wielersport aan de praktijk te toetsen. 'Qua kracht was ik er zeker geschikt voor, maar wat nog belangrijker is: ik kan me goed verliezen in abstracte bezigheden zoals het wielrennen toch is.' Volgens Gerrie Knetemann is er een behoorlijke prof aan Tim Krabbé verloren gegaan.

De dagelijkse trainingsritten door de Cevennen waren in theorie bedoeld om inspiratie op te doen voor verhalen, maar in werkelijkheid kwam daar niets van. 'Je bewustzijn is klein op een fiets.'

Niettemin resulteerde een en ander tot het 'heilige schrift', zoals Jarich Renema uit Utrecht dat noemt. Geen trouwere lezers dan de lezers van De Renner. Meindert Brugman uit Nieuwe Niedorp was de eerste die zich aanmeldde. 'Dit is zo mooi om mee te maken.' Brugman zou vanwege zijn reuma beter kunnen zwemmen, maar de fiets is zijn lust en zijn leven. Hij heeft er een hoog stuur op laten monteren, legt eenzaam in de achterhoede zijn kilometers af en is zonder twijfel de kranigste van ons allemaal.

Tim Krabbé kan alleen maar buitengewoon vereerd zijn met deze schare trouwe volgelingen. 'Dit is de droom van elke schrijver', zegt hij. De afgelopen decennia ontving hij elk jaar wel zes of zeven brieven van lezers die zijn kruisweg over de Causse Méjean en de Causse Noir nadeden, maar wat Slingerland heeft bedacht, is de allerhoogste eer die een renner met zo'n bescheiden status kan wensen.

'Langzamerhand vind ik een cadans. Klimmen is een ritme, een roes, je moet de protesten van je organen in slaap wiegen.'

Zestien renners en één fietser vertrekken wonsdagmorgen voor de elfcollentocht (130 kilometer) en de zevencollentocht (100 kilometer). De schaatsers zullen later volgen. Kwestie van d'r op en d'r over. De Volkskrant zit achterin. De anderen zullen wel denken: hoe zal het hem vandaag vergaan?

Niet slecht. Het klimmen is nog geen roes, maar al wel een ritme. Op de Col de Bane laat de Volkskrant Veenendaal achter zich en probeert het wiel van Walick Riethoven te houden, maar dat is te hoog gegrepen. Walick Riethoven vlindert verontwaardigd weg. De Col de l'Asclier is vandaag met 905 meter het dak van de rit en volgens Krabbé de lastigste klim van de Cévennes.

'Ik bezichtig mijn polsen die rechtuit voor me liggen als latten naar het stuur. Ze zijn zo bruin geworden, in de plooien bijna zwart. De haartjes liggen in natte banen naast elkaar in de rijrichting. Ik vind mijn polsen ontzettend mooi'.

De zonnecrème wordt door het zweet weer naar de oppervlakte gedreven. De polsen van de Volkskrant liggen als yoghurt naar het stuur. Wat eens een achterwerk was, hangt nu als dood vlees op het zadel. Heeg en Wassenaar peddelen voorbij, maar Veenendaal blijft een gepasseerd station. Niet slecht. Genoeg lucht in elk geval voor de vergezichten.

Na de lunch, een Nederlandse campinghouder voedt ons onder een partyluifel op de Col de Bes, vertrekken Arnhem, Heeg en Volkskrant als eersten. Volkskrant neemt in afdaling voorsprong, wordt op de Col de Pierre Levée bijgehaald door Heeg.

'Wielrennen imiteert het leven, zoals het zou zijn zonder de corrumperende invloed van de beschaving.'

Heeg staat te voet op de D153 om de juiste richting te bepalen. Hij wijst net naar rechts als de Volkskrant komt aanzoeven. Alleen op kop in de zevencollentocht, 11 juni 2003. Een fietser waant zich de renner.

Batüwü Griekgriek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden