De reis naar Ithaka

Ligt het geluk in een klein hoekje? Of slaat het als een wervelwind toe? Een speurtocht naar de bronnen van het welbehagen....

'Het gaat niet om geluk', zegt Theodor als ik met een nieuw six-pack uit de keuken kom, 'het gaat om de rechtvaardiging van je bestaan. Dat kan weleens rechtstreeks tegen het geluk ingaan, maar ik denk dat het veel beter is te zoeken naar wat je bestaan rechtvaardigt dan om te zoeken naar geluk.'

Het is drie uur in de nacht. We drinken en nemen het leven door. Vooral het onze. Hebben wij een gelukkig leven? Dat zal wel niet, want alle levens zijn - lees er elke biografie maar op na - tragisch en triest. Onze levens moeten dat dus ook zijn en ga maar na: waar kunnen we ons op beroemen? We zijn geen van beiden goede vaders geweest voor onze dochters, en als journalist en schrijver hebben we het ook niet zo heel ver geschopt. Maar we zijn het wel, journalist en schrijver, en dat stemt tot een zekere tevredenheid.

'Het is het mooiste vak dat er is', zegt Theodor. 'Je weet iets niet en je belt en je leest en je onderzoekt en je weet het wel. Dat is rijkdom. Wij doen altijd vondsten, ontdekken altijd iets. We hebben altijd onze eigen primeur. Die dragen wij met ons mee, omdat dat een mentaliteit is. Dus we hebben altijd goud. Daarom is dit het mooiste vak dat er is.'

Het heeft zijn prettige kanten, geef ik toe, maar je moet er wat voor opgeven. Want niemand wil eigenlijk dat je schrijft. Je moet je afzonderen om te kunnen schrijven en dat vindt je omgeving niet altijd goed, je moet gezellig meedoen en net zo zijn als de anderen.

'Slijmballen is altijd een kort leven beschoren', zegt hij. 'NSB'ers worden opgepakt en moeten naar kamp Amersfoort. Dat is nou eenmaal zo, daar geloof ik heilig in: slijmballen en meelopers krijgen straf, dat weet ik zeker. Je moet eigenwijs zijn en denken: ik heb alleen maar een dak boven mijn hoofd nodig en te eten - een gebakken ei en een boterham -, dan kan je risico's nemen. Je moet trots zijn op je eigenwijsheid en dat is moeilijk omdat dat betekent dat je ook vijanden gaat krijgen en niet iedereen van je kan houden. Ik ben helemaal niet moedig, dat is eigen aan Indische mensen. Ik heb negen jaar lesgegeven een anderstaligen en die liegen en bedriegen en, echt, elk vooroordeel dat je hebt klopt wat dat soort mensen betreft, want ik ben ook zo. Dat komt omdat zij alle mogelijke moeite doen om zich te verbergen en afzijdig te houden. Ik heb dat ook van huis uit meegekregen, want mijn vader was heel erg Indisch en dan is de wet: je moet je aanpassen. Dat hebben buitenlanders ook. Je komt in een samenleving die je niet kent. Je bent anders, je weet dat je anders bent, en je weet niet hoe je je moet gedragen, want je weet niet wat de normen zijn. Je doet al het mogelijke om je aan te passen en dat is een vorm van je verbergen, een schutkleur aannemen: niemand ziet mij. Dus ik val niet op, maar ik wil me wel onderscheiden en in je verzet tegen je milieu ga je dan overcompenseren. Die jongens moeten daarom grote messen trekken, maar vroeger waren de Indische jongens vervelend.'

Ik krijg een sik, zeg ik, van mensen die zo'n punt maken van hoe ze er uitzien. Wat een Indische jongen of een Surinaamse jongen hier meemaakt, is hoogstens een verhevigde vorm van wat elk mens meemaakt die zich een plaats moet bevechten in een per definitie vreemde samenleving. We zijn allemaal vreemden op aarde. Theodor is het met me eens dat een beroep op uiterlijk en vreemdelingschap al gauw tot kitsch kan ontaarden en onder luid gelach nemen we een paar media-carrières door die vooral daarop zijn gebaseerd: 'Altijd een masker ophouden. Net als die Chinese en Japanse toneelspelers die altijd achter maskers spelen, wat ik zo mooi vind. Die maskers zijn uitdrukkingsloos omdat je dan je eigen emoties daarin kan leggen. Het is een soort projectiescherm voor de emoties van het publiek en daar spelen buitenlanders ook mee.'

Omdat ze gelukkig willen zijn, zeg ik.

Dat is een verkeerd streven van ze, zegt Theodor, want waar het om gaat in het leven is dat je je bestaan rechtvaardigt.

'Mijn ouders', zegt hij, 'waren toch tamelijk intellectuele mensen. Mijn vader werd, toen hij in Nederland was, voorzitter van het Humanistisch Verbond in Amsterdam. Ze waren toch in de weer, hoewel ze oerburgerlijk waren, met Sartre en wat is de zin van het leven. Ik heb voor mezelf toen bedacht dat elk leven dat je archiveert, op de een of andere manier vastlegt, per definitie zinvol is. Dus als je schildert, muziek maakt, verhalen en gedichten schrijft of journalistiek bedrijft, is dat zinvol leven. Gewoon het vastleggen van het leven maakt elk leven zinvol. Daar ben ik echt diep van doordrongen en daarom zal ik ook altijd over mezelf schrijven of over wat mij bezighoudt. Daarom zal ik ook altijd schrijven wat mijn woede is. Ik ben erg kwaad, maar ik weet niet op wie en ik heb ook het gevoel dat de mensen op mij kwaad zijn, en ik vind dat terecht, maar ik weet niet waarom. Dat zijn dingen van waaruit je op een bepaald moment lust hebt om de zaken vorm te geven. Want zeggen: ik ben kwaad, heeft geen zin, maar de vormgeving daarvan rechtvaardigt het en dan wordt je woede ook zinvol, dan weet je op wie je kwaad bent, waarom je kwaad bent en dat vertelt je ook waarom het goed is om kwaad te zijn. Dat is ook waarom je leven zinvol wordt, kort samengevat, daarom kunnen we als we iets gedaan hebben rustig sterven. Ik weet nog wel dat ik vroeger dacht: als ik maar een boek heb geschreven in mijn leven, dan zou ik al blij zijn. Nu heb ik er achttien of zoiets, maar toch, dat denk je toch? Als mensen iets in eigen beheer uitgeven vind ik dat altijd sympathiek, ook al is het rotzooi. Mensen die een dagboek bijhouden, altijd leuk, mensen die archiveren, schitterend is dat.'

Het moet dus, vraag ik, altijd over jezelf gaan?

'Ik heb geen fantasie. Ik weet ook niet wat fantasie is. Maar dat doet ook niet terzake. Alles moet per definitie uit je eigen leven voortkomen, dan is het mooi. Anders is het onzin. Daarom is de verslaggeverij voor mij ook niets. Hoewel ik het prachtig vind. Ik heb het twee jaar gedaan, enig, ik heb er ook enorm veel respect voor. Verslaggever vind ik een mooier beroep dan journalist. Verslaggever is een eretitel. Maar dat kan ik niet. Ik kan niet goed werken in onderwerpen die niet de mijne zijn.'

Elk onderwerp kun je naar je hand zetten, zeg ik.

'Dat wel. Dat heb ik ook altijd gedaan. Maar ik kan niet naar Washington om daar correspondent te worden. Daar is niks aan en dat kan ik ook niet goed. Ik heb altijd de behoefte om het naar me toe te trekken en daar meteen een mening over te hebben, want we blijven onderwijzer. Wat ik de mensen met wie ik werk, dat is ook dat onderwijzerachtige in mij, voorhoud is: wees raar. En ze moeten natuurlijk ook weten wat er staat in dat prachtige gedicht Ithaka van Kavafis.'

Dat gedicht staat mij niet meteen meer zo voor ogen. Ik pak de bundel uit de boekenkast en lees (in de vertaling van Mario Molengraaf en Hans Warren):

Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka

wens dat de weg lang mag zijn,

vol avonturen, vol ervaringen.

(...)

Houdt Ithaka wel altijd in gedachten.

Daar aan te komen is je doel.

Maar overhaast de reis in geen geval.

't Is beter dat die vele jaren duurt,

zodat je als oude man pas bij het eiland

het anker uitwerpt, rijk aan wat je onderweg verwierf,

zonder te hopen dat Ithaka je rijkdom schenken zal.

Ithaka gaf je de mooie reis.

Was het er niet, dan was je nooit vertrokken,

verder heeft het je niets te bieden meer.

'Daar gaat het om', zegt Theodor. 'Ithaka is dat droombeeld, de mooie stad waar iedereen naar verlangt. Maar het gaat over die tocht, het proces, het doen an sich. Het gaat niet om het artikel dat uiteindelijk in de krant komt, maar het gaat om het bedenken en schrijven van dat stuk. Dat moet leuk zijn. Het interview moet leuk zijn en het uitwerken daarvan moet leuk zijn en wat in de krant komt is eigenlijk van minder belang of dat je er geld voor krijgt. Die weg erheen, dat proces, moet leuk zijn. Ik ben blij met die boeken die er van mij zijn, maar het schrijven is natuurlijk het leukste ervan. Dat is voor mij Ithaka. Dat heb ik echt moeten leren. Daarmee voorkom je ook teleurstellingen als iets niet besproken wordt of als je gekraakt wordt. Omdat het gaat om het archiveren. Dat is belangrijk en je eigenwijsheid, dat je daar trots op bent en dat je dat consequent blijft doorzetten, tegen beter weten in.'

Dat, vraag ik, is jouw geluk?

'Nee', zegt Theodor, 'dat is de rechtvaardiging van mijn bestaan en dat is belangrijker. Je kan natuurlijk zeggen: ik wil gelukkig zijn, en ik denk dat dat het misverstand is van veel junks. Die denken: ik wil geluk, ik wil gewoon geluk, en wat is er makkelijker dan dat te halen uit een pilletje of uit een poedertje of uit een injectienaald? Maar ze hebben geen rechtvaardiging van dat geluk. Ze willen meteen in Ithaka zijn en zijn niet bereid die reis daarheen te maken. Integendeel. Ze willen meteen een enkele reis Ithaka.'

Hij stommelt de trap af, ik ruim de lege bierblikjes op en herlees het gedicht over Ithaka:

En vind je er het wat pover, Ithaka bedroog je niet.

Zo wijs geworden, met zoveel ervaring, zul je al

begrepen hebben wat Ithaka's beduiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden