De rede is geen geloof

In Canada overweegt de overheid het islamitisch recht, de sharia, in te voeren. Niet voor alle burgers, wel te verstaan, maar voor in dat land woonachtige moslims....

Mocht het zover komen, dan keren in zekere zin koloniale tijden weer. In Nederlands-Indiing het ongeveer net zo toe. Terwijl Europeanen het voorrecht van het Burgerlijk Wetboek genoten, was er voor de inheemse bevolking de adat, het inheemse gewoonterecht. Na de onafhankelijkheid maakten Indonesische republikeinen korte metten met deze rechtsongelijkheid en voerden het Burgerlijk Wetboek in.

Erechtsruimte voor iedereen was een van de idealen van de Franse Revolutie. Bijna overal in Europa kregen e burgers gelijke rechten en maakte emancipatie een eind aan de juridische apartheid van standen en religieuze volksdelen, die kenmerkend was voor het ancien rme, de standenstaat.

Wat misschien in Canada staat te gebeuren, is voor sommigen de logische consequentie van het multiculturalisme. Nieuwe maatschappelijke realiteiten en voortschrijdend inzicht in wat rechtvaardigheid is, komen zo aan hun trekken. In dit multiculturalisme staan niet individuele rechten voorop, maar groepsrechten, waaronder het recht op een eigen cultuur.

Voor toegewijde multicultu ralisten is dit een wenkend perspectief, voor anderen een schrikbeeld. De nadruk op de groep is voor hen bedreigend, een ellendige achteruitgang ten opzichte van het klassieke emancipatiestreven. Individuen dreigen zo de gevangenen van hun groep te worden, met name vrouwen.

Ayaan Hirsi Ali's tomeloze strijd tegen laks, onnadenkend multiculturalisme laat zich uit die angst verklaren. Angst voor regressie, angst voor de lange arm van haar oude gemeenschap. Dacht je met de nachtmerries van je jeugd te hebben afgerekend, dreigen ze je in je nieuwe vaderland in te halen: het lijkt wel De tuinman en de dood. Daarbij komen nog boosheid en teleurstelling over de nieuwe gemeenschap, die wel ziende blind lijkt voor sluipende gevaren.

De Britse schrijver V.S. Naipaul, zoon van Indiase immigranten op Trinidad, heeft vaak minachtend en bitter gereageerd op het 'verraad' van westerse waarden - niet door immigranten, maar door het Westen zelf. Toen eindelijk ook mensen uit de vroegere kolonizich er konden vestigen, pleegde het Westen verraad aan zichzelf (en aan die nieuwkomers) door de spelregels te veranderen: iedereen mocht voortaan zomaar meedoen. Wat van verre een veeleisend, selectief gymnasium had geleken, bleek in werkelijkheid een armzalige middenschool, die iedereen toelaat - bekwaam of niet - en een diploma toestopt.

Het prijsgeven van moderniteit, universalisme en meritocratie, de knieval voor het multiculturalisme, het verraad dus van de rede, de vooruitgang en de traditionele Verlichtingsidealen, zijn kwesties die niet alleen aan de integratie van nieuwkomers raken. In de gezondheidszorg voerden zij bijvoorbeeld tot de - beschamende - offici erkenning van allerlei vormen van kwakzalverij en het vergoeden van niet aantoonbaar werkzame therapie

Dergelijk obscurantisme is - met permissie - vanouds rechts. Rechts stond voor geloof bijgeloof, voor gezagsbeginsel, voor traditie en overgeleverde waarheid, voor ongelijkheid en angst voor de vrijheid. Links stelde daar tegenover: de rede, Verlichting, wetenschap, antiklerikalisme, vrijheid, vooruitgang, gelijkheid.

Wat al te absolute en nae aanspraken van die oude linkse traditie kunnen op goede gronden gewantrouwd worden. Maar dat laat onverlet dat het om nastrevenswaardige zaken blijft gaan. De rede is een onvolmaakt instrument, maar toch altijd nog heel wat beter dan redeloosheid. Vooruitgang is bijna altijd dubbelzinnig, maar daarmee nog niet onwenselijk of alleen een hersenschim.

Er is dan ook geen goede reden om de traditionele linkse uitgangspunten en overtuigingen van de hand te wijzen. Toch is dat wat links de laatste jaren steeds vaker doet. Het bevolkt een nihilistisch universum en belijdt zijn afkeer van wat het - gemakzuchtig - 'Verlichtingsfundamentalisme' is gaan noemen. Het wil van geen kritiek op de islam weten, hoewel zoiets toch in een alleszins respectabele antiklerikale traditie zou staan. Het komt nog maar zwakjes op voor het principe van de vrijheid van meningsuiting. (De verkwikkende uitzondering in deze Cliteur-week was GroenLinks-leider Halsema, die opriep tot het bewaken van het vrije woord.) Het bespot wat het bij wijze van jijbak de 'rechtse kerk' noemt en stelt die gelijk met islamitisch fundamentalisme.

Dat alles getuigt meer van vijandschap tegenover de onverwachte aanwezigheid van intellectueel rechts dan van onderscheidingsvermogen. Er bestaan natuurlijk zeloten van de rede en zelfingenomen Verlichters. Niettemin houdt de 'kerk van de rede' er geen geopenbaarde waarheid op na. Dat is nou net het cruciale verschil met echte kerken en religies.

Geloof bedient zich van gezags argumenten en is in laatste instantie een daad van overgave. Voor de - feilbare - rede geldt daarentegen dat tegen alles wat zij te berde brengt in beginsel iets valt in te brengen. De rede bestaat bij de gratie van argumenten, kent geen Waarheid met hoofdletter. Alles is voorlopig, tot nader order. De rede erkent geen gezag buiten zichzelf, stelt zichzelf per definitie ter discussie. De rede is geen geloof en mag daar dus niet mee worden gelijkgesteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden