Aanalyse

De rechtbank zit met een lastige jihadistenpuzzel

Abou Moussa bedolf de rechter onder woorden om aan te tonen dat hij een gewone moslim is met een analytische inslag, maar zeker geen ronselaar. Hem veroordeeld krijgen is nog niet vanzelfsprekend.

Abou Moussa aan het woord op een demonstratie in de Haagse Schilderswijk, juli vorig jaar. Beeld .
Abou Moussa aan het woord op een demonstratie in de Haagse Schilderswijk, juli vorig jaar.Beeld .

Burgers zijn voor Azzedine C. (33), alias Abou Moussa, nooit en te nimmer een legitiem doelwit voor welk leger dan ook. Dit wil de hoofdverdachte van het grote jihadproces graag genoteerd zien. Dus als hij gruwelfimpjes van IS aanprijst met de opmerking 'mooie video', is hij heus niet bezig dat geweld goed te praten of Nederlandse jongeren te verleiden in Syrië te gaan strijden.

Hij heeft het dan over de technische kwaliteiten van de video. Overal ter wereld wordt het vakmanschap van de IS-video's geroemd. Dus waarom mag hij dat dan niet doen?

Dat de rechter hem met opgetrokken wenkbrauw wegzet als 'filmrecensent' vindt Abou Moussa niet eerlijk. Hij is 'een analyticus die altijd diepgang zoekt'. Hij wil ook de laatste twee minuten niet bagatelliseren van het IS-filmpje dat in de rechtszaal wordt besproken. Die hebben veel weg van The Killing Fields, een Amerikaanse film uit 1984 over de Cambodjaanse oorlog.

Op het filmpje is te zien hoe vluchtende burgers in hun auto's worden beschoten, uit hun auto worden getrokken, nekschoten krijgen en dat hoofden worden afgehakt. Abou Moussa: 'Afschuwelijk. Maar ik heb ook de gevolgen gezien van Amerikaanse drones. Hoe ouders het vel van hun eigen kinderen uit bomen moeten halen. Het gerichte IS-geweld is beter dan zo'n drone-aanval.'

Burgers of vermomde Assad-militairen

Hij zegt dat hij als analyticus bezig was de twee vormen van geweld met elkaar te vergelijken. Hij wil ook weten hoe de rechter er zo zeker van kan zijn dat de vluchters burgers waren en geen vermomde Assad-militairen.

Abou Moussa begint dan over mobiele Sharia-rechtbanken en IS-strijders die 'constant rechters inschakelen voordat ze gaan executeren'. Geïrriteerd kapt rechtbankvoorzitter René Elkerbout hem af. 'Dit is geen tentamen oorlogsrecht.'

Drie volle werkdagen duurde het verhoor vorige week van Abou Moussa, die wordt verdacht van opruien, haat zaaien, ronselen voor de gewelddadige jihad en deelname aan een organisatie met terroristische oogmerk. Vanmiddag hoopt de rechtbank de inhoudelijk behandeling van zijn zaak eindelijk te kunnen afronden.

Abou Moussa's advocaat André Seebregts zal dan zeker vragen om schorsing van de voorlopige hechtenis van zijn cliënt. Verdachte Rudolph H. (25) is vorige week, onder strikte voorwaarden, vrijgekomen. Seebregts denkt dat zijn cliënt ook kans maakt het vonnis (verwacht op 3 december) in vrijheid te mogen afwachten. Hij heeft, meent Seebregts,veel kunnen weerleggen.

Na ruim veertien maanden te hebben vastgezeten op de terroristische afdeling van de gevangenis in Vught, kon Abou Moussa vorige week eindelijk losgaan. Hij heeft alle tijd gehad het strafdossier te bestuderen, kent het op zijn duimpje. Tijdens het verhoor is hij een nauwelijks te stoppen spraakwaterval, die - zoals met het IS-filmpje - amechtig probeert zijn 'analyses' in een historische of actuele context te plaatsen.

Gemiddeld

Abou Moussa, geboren in het Marokkaanse Fez, omschrijft zichzelf als een gemiddelde moslim. Hij is zeker geen ultraorthodoxe salafist, zegt hij. Eerder een 'theocraat' die op 'theoretische gronden' een islamitische staat verkiest boven de democratie. In 1987 kwam hij met zijn moeder, drie broers en vijf zussen naar Nederland. Op school had hij concentratieproblemen en moeite gezag te aanvaarden. Hij volgde een opleiding voor sportinstructeur aan het CIOS en vindt het heerlijk om met kinderen en 'broeders' te sporten.

Dat voetbalwedstrijden op Haagse pleintjes (gedecoreerd met IS-vlaggen) en survivaltripjes naar de Ardennen door het Openbaar Ministerie (OM) in de context van opruien of 'voorbereidingen treffen voor de jihad' worden gezet, vindt Abou Moussa kwalijk. Het OM is volgens hem in al zijn uitingen op Facebook, Twitter, de webkrant De Ware Religie en andere 'jihadsites', selectief 'aan het shoppen geweest'.

Lastig vindt Abou Moussa dat hij moet vechten tegen verkeerde beeldvorming. 'Ik ben haatbaard genoemd, de kalief van de Sharia Driehoek, ik zou vier vrouwen hebben. Allemaal leugens. Ik ben een nieuwsjager die altijd op zoek gaat naar de historische bronnen.'

Geregeld loopt hij vast in zijn verweer. Soms verspreekt hij zich en zegt hij 'emir' (Arabisch voor commandant, aanvoerder, vorst, prins) tegen de rechtbankvoorzitter, of noemt hij PVV-leider Geert Wilders Hitler. Als hij er helemaal niet meer uitkomt, neemt hij afstand van zijn oude ik.

Kat-en-muisspel

Zijn anti-Joodse leuzen tijdens twee demonstraties in juli 2014 in de Haagse Schilderswijk moet de rechtbank in de context zien van de Gaza-oorlog en politierepressie. 'Het was een kat-en-muisspel met de politie. De repressie heeft me bijna tot waanzin gedreven.'

Abou Moussa heeft niets tegen Joden. Met het scanderen van 'dood aan alle Joden' is hij te ver gegaan, weet hij nu. Dat zoiets kan worden gezien als een oproep tot geweld tegen die bevolkingsgroep heeft hij zich nooit gerealiseerd. 'Als synagogen worden aangevallen, ben ik de eerste die me als beveiliger zal melden.'

Hoewel hij in de redactie zat van de jihadsite Shaam al-Ghareeba vindt hij zichzelf niet verantwoordelijk voor dubieuze beelden en teksten die daar zijn geplaatst. Hij was daar geen hoofdredacteur. Dat daarop foto's stonden zoals die van een hand met kogels en de haatzaaiende tekst 'het beste medicijn tegen het sji'isme', is Abou Moussa ontgaan.

Op zijn zwijgrecht beroept hij zich slechts als hij geen uitweg meer ziet. Zo is hij in maart 2013 aangehouden door de Griekse politie. Samen met medeverdachte Soufian Z., alias The Fighting Journalist, die vermoedelijk is omgekomen in Syrië. Het duo bevond zich op verboden militair terrein aan de Turkse grens en had navigatiemateriaal en duizenden euro's op zak. Was hij op weg naar Syrië? Hij was op vakantie, zegt Abou Moussa, die verder niets wil toelichten.

Ouders en broers van Syriëgangers hebben tegen Abou Moussa aangifte gedaan wegens ronselen. Maar direct bewijs ontbreekt. De familieleden hoorden op straat en in de moskee dat Abou Moussa de man is die jongeren richting Syrië stuurt. Uit taps blijkt dat hij drie keer telefonisch contact had met Syriëgangers, vlak voordat ze vertrokken. Waarover die gesprekken gingen is niet duidelijk.

Waarom hij gezien werd als ronselaar? Abou Moussa. 'Ik was een beetje een bekende Nederlander geworden. Werd door vreemden benaderd alsof ik een soort airline had.'

Advies

Vanwaar dan de volgende boodschap die hij in december 2013 online zette? 'Mijn broederlijke advies aan de reizigers is om geen bewijzen bij je te hebben, of te praten via internet over waar je naar toe gaat of bij wie jij je gaat aansluiten. Als je opgepakt wordt, praat je niet totdat zij de aanklacht hebben voorgelezen en jij eerst met je advocaat hebt gesproken!...Wees dus slimmer dan deze dieren! En... nog een prettige reis bij het uitreizen naar Syrië.'

Dit kan niet worden gezien als aanmoediging, vindt Abou Moussa. Hij gaf slechts juridisch advies.

Aan de aanklacht opruien lijkt Abou Moussa moeilijk te kunnen ontkomen. Bewijzen dat hij ronselde en lid was van een terreurorganisatie ligt ingewikkelder.

Bij de rechters op tafel ligt een complexe puzzel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden