De rebellen van Nottinghamshire

Willey Green klinkt misleidend rustiek. Maar Eastwood is helemaal niet groen. De geboorteplaats van D.H. Lawrence is een verzameling kleine, matig onderhouden arbeiderswoningen....

Stronteigenwijs, radicaal, tegendraads, soms een beetje gek, maar wel standvastig en moedig. Dat zijn, kort samengevat, de belangrijkste eigenschappen van de beroemdheden waarmee het Engelse graafschap Nottinghamshire zich graag associeert. De beroemdste van allen is zelfs zo tegendraads dat hij waarschijnlijk nooit heeft bestaan: Robin Hood, de held van Sherwood Forest. De legendes willen dat hij ten tijde van Richard Leeuwenhart, eind twaalfde eeuw, samen met zijn Merry Men, een flink deel van het graafschap onveilig maakte. Voor de rijken, tenminste.

Er bestaan oude geschriften waarin sprake is van een boef die afwisselend Robert Hod, Hobbehod of Robehod wordt genoemd. Maar of men aan deze historische figuur de vele heldendaden van Robin Hood mag toeschrijven, is zeer de vraag. Geeft niets. Robin Hood lééft in Nottingham. Hij heeft een standbeeld naast Nottingham Castle, er is een splinternieuw museum aan hem gewijd waar bezoekers via een spectaculair bombardement van beelden, geluiden en geuren de twaalfde eeuw worden ingesleurd, en er bestaat een compleet openluchtmuseum: The World of Robin Hood. En om het geheel te completeren: in Kirklees bevindt zich Robins graf, al is het onduidelijk wie daar precies onder de groene zoden ligt.

Nottinghamshire is trots op zijn rebellen. Op de Pilgrim Fathers, een religieuze beweging die haar herkomst vond in de dorpjes Babworth en Scrooby, en zozeer door koningin Elizabeth I werd vervolgd dat ze eerst naar Nederland vluchtte, en vervolgens met de Mayflower naar Amerika vertrok, om daar een kolonie te stichten die de basis werd voor de Verenigde Staten. Trots op William Booth, 'Wilful Wil', ook al een religieus bevlogene, die zich niet aan de heersende mores wenste te houden. Dus richtte hij van de weeromstuit het Leger des Heils op. En natuurlijk trots op zijn twee beroemdste schrijvers: D.H. Lawrence en George Gordon Lord Byron.

Een paar kilometer ten noordwesten van Nottingham ligt het onaantrekkelijke dorpje Eastwood, waar geen toerist uit vrije wil naar toe zou gaan als het niet toevallig de geboorteplaats was van D.H. Lawrence. Het dorp figureert in vele van zijn boeken; als Bestwood, Eberwich, Beldover, Woodhouse en zelfs als het misleidend rustiek klinkende Willey Green. Maar groen is Eastwood niet. Het is een verzameling kleine, matig onderhouden arbeiderswoningen. Men heeft het niet de moeite waard gevonden bomen te planten langs de smalle straatjes.

David Herbert Lawrence (1885-1930) was de zoon van een mijnwerker. Heel Eastwood draaide in zijn tijd om de nabijgelegen kolenmijn. Alle mannen werkten er, alle zoons hadden het vooruitzicht te zijner tijd ook de kost ondergronds te moeten verdienen. Sinds de mijn in de jaren vijftig werd gesloten, is het kolenstof uit het straatbeeld van Eastwood verdwenen. Maar de sjofele sfeer is gebleven.

Lawrence-fans kunnen een met blauwe verf op de straten en trottoirs aangegeven traject volgen, dat langs alle huizen voert waar de schrijver ooit heeft gewoond. Het geboortehuis is inmiddels omgebouwd tot een museum, inclusief een winkel, die vooral grossiert in speelgoedjes en hebbedingetjes die niets met de schrijver te maken hebben. Maar de rest van het huisje geeft aardige impressies van het bestaan van een mijnwerkersgezin in de late negentiende eeuw: iedereen droeg donkere kleding in verband met het onvermijdelijke kolengruis, pa boende zich elke avond af in een zinken teil voor het haardvuur, hij nam onbeboterd brood mee naar het werk, want de boter smolt toch maar door de hitte van de mijn, en dank zij de speciale moustache mug bleef zijn snor tijdens het theedrinken keurig droog. Aan de muren hangen afbeeldingen met vrome spreuken. Moeder Lawrence was een devote vrouw.

Het geboortehuis annex museum ligt aan Victoria Street 8A. Het zijstraatje heet Scargill Walk, maar heeft volgens de verkoopster in het Lawrence-winkeltje niets te maken met de beroemde en beruchte mijnwerkersleider Arthur Scargill. Scargill is weinig populair in Nottinghamshire. Tijdens de grote mijnstakingen van de jaren tachtig kwamen zijn mannen uit Yorkshire naar Nottinghamshire om daar de werkwillige mijnwerkers de toegang tot de mijnen te beletten. 'Wij kregen toen politie vanuit alle uithoeken van Groot-Brittannië in het dorp. Vreselijk.' Scargill Walk is genoemd naar een plaatselijke dominee.

In totaal kent Eastwood vier huizen waar de familie Lawrence heeft gewoond. Elke verhuizing vertegenwoordigde een klein stapje omhoog op de sociale ladder. Het tweede in de rij wordt wel Sons and Lovers cottage genoemd, omdat het figureert in de gelijknamige roman over Lawrence's jeugd. De literaire connecties van dit pand worden in ere gehouden: jonge schrijvers kunnen er overnachten voor de schappelijke prijs van een paar pond.

Een mooi dorp is Eastwood nooit geweest. Lawrence had het over 'those sordid and hideous squares'. Maar het gebied waarin het dorp is gelegen, is fraai genoeg, en daarvan was de jonge schrijver zich meer dan bewust. Misprijzende passages over de lelijkheid van het mijngebied worden in zijn werk dan ook afgewisseld met lofzangen op de natuur. In de brochures met D.H. Lawrence-wandelingen, die door plaatselijke bewonderaars van de schrijver zijn samengesteld, worden zowel welwillende als afkeurende citaten aangehaald.

DE OMGEVING van Eastwood is er sinds het sluiten van de mijn in de jaren vijftig alleen maar pastoraler op geworden. De voormalige heuvel van mijnafval is inmiddels met gras begroeid en de 'dark satanic mills' zijn weggehaald. Maar in het dorp ruikt het nog altijd naar steenkool. Vanouds kregen alle mijnwerkers een wekelijkse toelage aan kolen. Dat recht is na de sluiting van de mijn gebleven, en veel inwoners van Eastwood stoken nog altijd kolen.

Hoewel Eastwood zonder de Lawrence-connectie geen enkele claim to fame zou hebben, is het pas sinds zeer kort dat de schrijver in het voormalige mijnwerkersdorpje werkelijk waardering ten deel valt. Toen Anthony Burgess Eastwood vijftien jaar geleden bezocht in verband met zijn Lawrence-studie Flame Into Being, merkte hij in de plaatselijke pub dat de schrijver van Lady Chatterley's Lover geen geliefd gespreksonderwerp was. Een wijsneus, zo beweerden de ouderen zich hem te herinneren, en nog een moedersjochie ook. Over de authenticiteit van deze herinneringen kan men overigens zijn twijfels hebben, wanneer men nagaat dat Lawrence Eastwood voorgoed verliet in 1908.

Het is waar: de schrijver heeft er bij leven weinig aan gedaan om zich populair te maken bij de Eastwooders. Hij beschreef ze in zijn romans als primitieven, die een leven leidden dat weinig verheven was boven dat van dieren. Ook de wijze waarop hij over seksualiteit schreef, was niet aan zijn voormalige dorpsgenoten besteed. Dat hij trouwde met de vrouw van zijn hoogleraar, Frieda Weekley-Von Richthofen, nota bene een nicht van de Rode Baron Manfred von Richthofen, hielp evenmin. Temeer daar de regio haar eigen vliegende held had: Albert Ball, zoon van de burgemeester van Nottingham. Ball had 43 Duitse vliegtuigen neergehaald alvorens hijzelf, op zijn twintigste, uit de lucht werd geschoten. Naar verluidt door de Rode Baron zelf, maar dat is nooit bewezen.

Albert Ball is nog altijd een grote naam in Nottinghamshire, maar voorjaar 1995 richt de herinnering zich meer op de Tweede dan de Eerste Wereldoorlog, net als in Nederland. De vijftigste verjaardag van VE-Day nadert, en onder de noemer 'Home Front Nottinghamshire' wordt een reeks aan festiviteiten voorbereid. In de Sheriff's Lodge, normaal de locatie voor Robin Hood-manifestaties, zal het oorlogsvariëté It Ain't Half Nottingham de dagen van Meals on Wheels en Potato Pete in herinnering roepen.

BBC Radio Nottingham zendt live een kookwedstrijd uit, waarbij alleen ingrediënten mogen worden gebruikt zoals die tijdens de oorlog beschikbaar waren. En wie gratis naar een van de vele tentoonstellingen wil, kan meedoen aan een quiz met vragen als 'Welke Nottinghamse componist schreef The Dambuster's March?' Uit de 'Home Front Nottingham'-manifestatie lijkt een onmiskenbaar verschil met de Nederlandse oorlogsherinneringen te spreken. De oorlog is hier verbonden met een sfeer van knusheid. Verduistering, voedseldistributie, Londense kinderen die naar het platteland waren geëvacueerd en voor het eerst van hun leven koeien zagen. . . het hàd wel wat. En ondertussen stond Engeland zijn mannetje.

Nottinghamshire, Graafschap van Rebellen. Rovende rebellen, religieuze rebellen, intellectuele rebellen - en een wereldberoemde Romantische Rebel: George Gordon, de zesde Lord Byron, dichter, reiziger, Don Juan, feestvierder, vrijheidsstrijder en mankepoot. Dat laatste, gevolg van een horrelvoet, zou hem vooral in zijn jonge jaren parten spelen. 'Wat moet ik met dat lamme joch?', liet Byrons onbeantwoorde jeugdliefde Mary Chaworth zich ooit ontvallen.

George Gordon was de kleinzoon van Foul-weather Jack Byron, admiraal van de Britse marine, zoon van Mad Jack Byron en neef van Wicked Lord Byron. Van de laatste erfde hij in 1798, op tienjarige leeftijd, het landgoed Newstead Abbey, een voormalig Augustijnenklooster, dat in de zestiende eeuw was overgegaan in handen van de Byron-familie. Vol verwachting trokken Byron en zijn moeder naar Newstead, niet ver van Nottingham, om bij aankomst tot de ontdekking te komen dat de statige gebouwen goeddeels in puin lagen. Pas op zijn eenentwintigste kon Byron zijn intrek nemen in Newstead Abbey.

VANDAAG de dag is Newstead Abbey een geliefd oord voor dagjesmensen. Het landgoed heeft fraaie tuinen - waaronder een Japanse en een rozentuin - zwanenmeren, watervallen en een groot park. De waterpartijen werden door Byron en zijn vrienden gebruikt voor hun zogenaamde nautical sports. Die bestonden eruit dat men met kanonnen op elkaars bootjes schoot. In de gewelven van Newstead Abbey speelde zich menig immoreel festijn af, en beminde Byron menige maîtresse, onder wie vermoedelijk ook zijn halfzuster Augusta. Zijn reputatie werd zodanig, dat hij op een gegeven moment de wijk moest nemen naar het Europese vasteland. 'Byron was een beetje gek', weet een verwaaide man die in restaurant The White Lady aan de leek & potato soup zit. Het restaurant, gevestigd in een vleugel van Newstead Abbey, is vernoemd naar een bewonderaarster van de jonge dichter, die er echter nimmer in slaagde haar idool te ontmoeten. 'Gek, maar moedig en gezegend met een groot gevoel voor rechtvaardigheid', aldus de man, die zich voorstelt als Yannis, leraar Engels te Thessaloniki. Hij is op bedevaart. 'In de jaren twintig van de vorige eeuw streed Byron met de Grieken mee voor onafhankelijkheid van het Ottomaanse Rijk. Wij vereren hem nog steeds.'

Dat Byron nooit in de gelegenheid was ook maar één schot op de Turken te lossen, doet daarbij niet ter zake. Feit is dat de dichter met de horrelvoet in 1824, op zesendertigjarige leeftijd, in het Griekse Missolonghi, midden in zijn anti-Turkse campagne, aan koortsaanvallen overleed. Zijn volgens vrienden vrijwel onherkenbare, volkomen afgeleefde lichaam werd naar Engeland verscheept, maar mocht niet in poets corner van Westminster Abbey worden begraven, vanwege Byrons slechte reputatie. Nu ligt hij in het familiegraf in Hucknall Church, enkele kilometers buiten Nottingham. Newstead Abbey werd in 1931 opgekocht door een miljonair, die het aan de stad Nottingham schonk, om als museum te dienen. De Griekse premier kwam over om de opening bij te wonen.

De voormalige abdij bevat nog altijd een rijkdom aan Byroniaanse bezittingen, variërend van Byrons bed en bokshandschoenen tot originele brieven, manuscripten en schilderijen. Tot de collectie behoren ook Byroniaanse drinkbekers, vervaardigd uit de schedels van Augustijner monniken, zoals die soms door de dichter en zijn vrienden werden opgegraven. Maar misschien het meest treffend zijn de twee houten schoenleesten, vervaardigd voor de jonge, manke George, die later met zoveel verve de wereld in zou schrijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden