De rat rukt op en hij is niet van plan snel te verdwijnen. 'Die beestjes vinden ons leuk, zijn graag bij ons'

Gemeenten hebben hulp van inwoners hard nodig

Steeds meer steden melden een rattenplaag. Hoewel cijfers ontbreken, heeft het er alle schijn van het dier in steeds grotere getale tot ons komt. En niets helpt. Een rattenvanger van Hamelen misschien? Gif is taboe, dus wordt ingezet op communicatie.

Een ratje komt uit het riool. Beeld Frans Lemmens

'Dit is een paradijs voor ratten', zegt Edward Bronts (65), al 37 jaar werkzaam bij de gemeente Amsterdam als adviseur voor de afdeling Dierplaagbeheersing. Hij wijst op een weelderig stuk struikgewas, dat de drukke Weesperstraat scheidt van de grachten in de oude binnenstad. Wie beter kijkt, ziet behalve wat rondslingerend vuil ook gaten in de grond. 'Gangenstelsels', verklaart Bronts. 'Hier zit een hele kolonie. Mensen die om 7 uur 's ochtends vanuit de metro naar hun werk gaan, zien de ratten gewoon lopen.'

De rat rukt op. Althans, daar lijkt het op. De afgelopen maanden buitelden de nieuwsberichten over elkaar heen: niet alleen in de Randstad zou het wemelen van het ongedierte, ook in Hengelo, Enschede, Eindhoven, Deventer en Waspik was sprake van 'een ware plaag'. In Amsterdam-Zuidoost, beter bekend als de Bijlmer, hingen inwoners uit protest zelfs dode ratten met hun staarten aan de bomen. Doordat de gemeente bezuinigde op de stadsreiniging, zo klaagden inwoners, belandden ratten 'zo groot als katten' via de uitpuilende vuilnishopen bij mensen in de keukenkastjes.

Maar de vraag of het aantal ratten in Nederland inderdaad is toegenomen, blijkt lastig te beantwoorden. Los van het feit dat ratten zich lastig laten tellen, ligt de regie over de rattenproblematiek sinds de decentralisatie van het Rijk bij de gemeenten. En die houden er hun eigen aanpak op na. Het landelijke tellingssysteem van het Kennis- en Adviescentrum Knaagdieren, tot eind jaren negentig nog een overheidsinstantie, is vervangen door meldpunten van gemeenten.

Hoeveel ratten er in Nederland zijn? Dat weten we niet

Een poging van onderzoeksinstituut RIVM om in kaart te brengen hoeveel ratten Nederland telt, levert geen eenduidig beeld op. 'Bij sommige gemeenten neemt de overlast toe, bij andere af', aldus Miriam Maas van het RIVM, op basis van cijfers van twintig tot dertig gemeenten, die sinds 2014 zijn verzameld. Later dit jaar zullen de resultaten worden gepresenteerd.

'In een jaar tijd zijn alleen al bij ons 25 tot 30 procent meer meldingen van ratten binnengekomen', zegt Richard Piké, directeur van het bedrijf Ongediertebestrijding Amsterdam (niet te verwarren met de Dierplaagbeheersing van de GGD-Amsterdam). Hij weet het zeker: de rattenpopulatie groeit, en snel ook. 'In sommige wijken is het echt niet meer te houden.'

De zachte winters en 'middeleeuwse toestanden' met vuilnis zijn volgens Piké niet de enige verklaringen. Sinds 1 januari 2017 gelden strengere regels voor het gebruik van rodenticiden in de buitenruimte. Dit rattengif mag pas worden ingezet als alle andere mogelijke maatregelen zijn genomen om de dieren te bestrijden. Denk aan: het plaatsen van afsluitbare afvalbakken (liefst onder de grond), het dichten van kieren in gebouwen en het uitdunnen van struikgewas. Als bewijs voor de getroffen maatregelen moet een dossier worden opgebouwd.

'De mensen zien ons al aankomen', moppert Piké. 'Eerst moeten alle bosjes tot enkelhoogte worden gesnoeid, zodat de rat geen schuilplaats meer heeft. Vervolgens wordt er een voederdepot met klem geplaatst. Zo'n rat wandelt daar echt niet zomaar naar binnen. Door de nieuwe regelgeving gaat er veel meer energie in de bestrijding zitten. En het kost meer geld.'

Een rat zwemt door de Amsterdamse grachten. Beeld Frans Lemmens

'Dan laat je zo'n beest onnodig lijden'

Volgens dierplagenadviseur Edward Bronts ligt het allemaal wat genuanceerder. Ja, de regels zijn aangescherpt en het aantal meldingen neemt toe - de GGD in Amsterdam ontving in drie jaar tijd 27,6 procent meer meldingen, vermoedelijk ook omdat het makkelijker is geworden overlast online te melden. Maar roekeloos met gif strooien, heeft volgens hem geen enkele zin. 'Als zo'n rat nou vijf dagen achter elkaar bestrijdingsmiddel eet, gaat ie wel dood. Maar een rat eet vandaag een beetje gif, morgen wat brood. Hij overleeft het mogelijk ook nog. Dan laat je zo'n beest onnodig lijden.'

De nieuwe regels zijn er bovendien niet voor niets, onderstreept Bronts: een uil die een vergiftigde rat opeet, gaat er zelf ook aan. Dit komt de biodiversiteit niet ten goede. Het probleem moet bij de wortel worden aangepakt, en dat is vaak bij de mensen thuis. Vandaar dat de gemeente eerst altijd een adviseur zoals Bronts op particulieren en bedrijven afstuurt.

Een foto van een rat in de film De Wilde Stad die op 1 maart uitkomt (in de Nederlandse bioscopen). Beeld Frans Lemmens/dewildestad.nl

'Een rat wil helemaal niet in huis. Maar als hij voedsel ruikt, dan belandt zo'n beest toch binnen'

'Mensen zeggen altijd: het komt bij de buren vandaan', zegt Bronts. 'Vervolgens zie ik dat er een roostertje scheef hangt. Of dat de deur naar de kelder, waar de vuilniszakken worden opgeslagen, openstaat. Een rat wil helemaal niet in huis. Maar als hij voedsel ruikt, dan belandt zo'n beest toch binnen. Dat moet je zien te voorkomen.'

Als de ratten na de opgevolgde raad van de adviseur van geen wijken willen weten, dan komt een bestrijder langs. Die plaatst klemmen. Als het echt niet anders kan, wordt gif ingezet. Binnenshuis zijn de regels minder streng dan in de openbare ruimte, maar ook hier geldt: gif mag alleen worden ingezet door gecertificeerde gebruikers en voor een maximale periode van zes weken.

Voor het gif is een andere bestrijdingsmiddel in de plaats gekomen: preventie. Via campagnes worden inwoners in de grote steden geïnformeerd over wat zij zelf kunnen doen om de overlast te voorkomen. De gemeente Rotterdam - 300 meer meldingen van ratten in 2017 dan het jaar daarvoor - verspreidt folders met het verzoek om stadsdieren zoals eenden niet te voeren.

Edward Bronts, ongedierte-inspecteur bij de GGD, schijnt zijn lantaarn op een rattenkistje in plantsoen Weesperplein. Beeld Guus Dubbelman/de Volkskrant

Brood op straat: de ratten snoepen mee

En in Den Haag werden vorig jaar broodcontainers geplaatst in wijken met veel islamitische bewoners. Die mogen namelijk volgens de Koran geen etensresten weggooien en dus belandt oud brood vaak op straat. Voor de vogeltjes, maar ondertussen snoepen de ratten mee.

'Je lost het probleem als gemeente niet alleen op', zegt Judith Wildbret van de gemeente Amsterdam. 'Voor een goeie leefomgeving heb je de inwoners echt nodig. Anders is het dweilen met de kraan open.' Amsterdam lanceert in maart van dit jaar voor het eerst een stadsbrede campagne, waarin inwoners door middel van flyers en informatieavonden tips krijgen over hoe ze ongedierte kunnen weren.

Ook de gemeente Deventer, waar al jarenlang sprake is van een toename in het aantal meldingen van ratten, gaat dit jaar 'beter met zijn inwoners communiceren', zegt woordvoerder Maarten Jan Stuurman. 'Maar daar verwachten we echt geen wonderen van.'

Beeld Colourbox

'Wat is het probleem? Verzoen je toch met de rat'

Als het aan Edward Bronts ligt, verzoent de mens zich wat meer met zijn ondergrondse stadsgenoten. 'Ik sprak laatst een mevrouw die naar de andere kant van de straat wees omdat ze daar ratten had gezien. 'Wat is het probleem?', vroeg ik. 'Mijn kleinkind speelt daar wel eens', antwoordde ze. Toen zei ik gekscherend: 'Daar heeft de rat geen last van hoor'.'

De rattenfobie van bepaalde inwoners, zo wil hij maar zeggen, neemt soms wel heel overdreven vormen aan. Zijn vinger priemt richting het struikgewas, waar een zwarte lokdoos nauwelijks zichtbaar op de donkerbruine aarde ligt. Die is nu nog leeg. Als de ratten eenmaal gewend zijn aan dit nieuwe stuk meubilair, kan er een val in worden geplaatst. 'Soms kom ik in zo'n doos een nestje tegen', zegt Bronts liefkozend. 'Die beestjes vinden ons leuk, ze zijn graag bij ons.'


Hoe vies is de rat nou echt?

Ze hebben een lange, kale staart. Hun tanden groeien altijd door en het zijn ziekteverspreiders. Zomaar wat feitjes die de reputatie van de rat niet ten goede komen. Maar vraag bioloog Albert Weijman van het Kennis- en Adviescentrum Knaagdieren om zijn mening over dit stuk ongedierte en hij kan zijn enthousiasme nauwelijks bedwingen. 'Het zijn superdieren! Evolutiekampioenen! Ratten eten alles, ze kunnen onder allerlei omstandigheden overleven en vermenigvuldigen zich snel. Als ratten niet worden bestreden, dan zorgt één zwanger vrouwtje een jaar later voor duizend nakomelingen.'

In Nederland is de bruine rat de meest voorkomende rattensoort. Die houdt van vochtige ruimtes, zoals het riool en holen aan de waterkant. Met hun elastische lijven kunnen bruine ratten zich door gaatjes van anderhalve centimeter wurmen. Een kleine kier in de kruipruimte kan voor een rat voldoende zijn om binnenshuis te komen. De rat volgt daarbij zijn uitermate fijne neus, die altijd gespitst is op het vinden van voedsel. Kieskeurig is hij niet: vis, vlees, groenten en fruit - de rat eet wat er te eten valt. Ook kannibalisme is ratten niet vreemd.

Waar bruine ratten vooral in steden zitten, komen zwarte ratten - in de Middeleeuwen beducht vanwege het verspreiden van de pest - vooral in Zuid-Nederland voor. Ze verschuilen zich het liefst in havengebieden en boerderijen.

De intelligentie van ratten neemt soms macabere vormen aan

Zwarte ratten zijn een stuk slimmer dan hun bruine soortgenoten, en om die reden ook lastiger te bestrijden. Het intellect van de zwarte rat neemt soms macabere vormen aan: als hij voedsel niet vertrouwt, dan zet hij zijn jongen in als testpanel.

De rat kan veeziekten zoals de varkenspest verspreiden, maar voor de mens vormt hij geen groot gevaar. De pest bestaat in Nederland niet meer en de ziekte van Weil, die via een nier- of leverontsteking dodelijk kan zijn, levert enkele tientallen besmettingen per jaar op.

Tastbaarder is de economische schade die ratten aanrichten met hun geknaag aan leidingen, houten vloeren en isolatiematerialen. Graafpartijen van ratten kunnen bovendien verzakkingen in gebouwen veroorzaken. De mens mag de rat best dankbaar zijn, vindt bioloog Weijman. 'Als ratten niet als proefdieren zouden worden ingezet, dan hadden we nu heel veel medicijnen niet gehad.' Een ratvrije samenleving is volgens hem ondenkbaar. 'De rat hoort nou eenmaal bij de stad. Het is een cultuurvolger, al honderden jaren.'

Ratten in Amsterdam. Beeld Frans Lemmens
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.