De rare wereld in huis

Drie eeuwen geleden bouwden gegoede burgers collecties op van curieuze objecten uit verre landen, van dieren en mensen tot stenen en tooien....

ER STAAT EEN negertje aan het Spaarne in Haarlem, een negertje op sterk water. Het staat in een vitrine in Teylers Museum naast de fles met een ander kind: een indiaantje met een gouden halsketting om.

De kinderen zijn niet alleen. In dezelfde museumzaal is een zeldzaam vogelbekdier te zien en een Egyptische mummie. Er zijn maag-, nier- en galstenen, een indianentooi, een mammoetschedel, een stuk Koran op rijstpapier, en schelpen, veel schelpen.

Ze behoren allemaal tot één soort: die der curiosa. Vroeger werden die bij elkaar gezet in huizen en musea. Nu gaat dat niet meer zo; Het verdwenen museum heet dan ook de expositie in Haarlem waarin de objecten tijdelijk bijeen zijn gebracht. Daarnaast is een boek verschenen met eenzelfde titel.

Papegaaien, stenen, aapjes, tropische insecten, planten en menselijke lichaamsdelen konden driehonderd jaar geleden heel goed tot dezelfde verzameling behoren. Het was de tijd dat de wereld werd opengelegd en gegoede burgers belangstelling toonden voor alle rare dieren, planten, stenen en mensen die in den vreemde werden ontdekt. Reizigers brachten ze mee naar de Nederlanden, waar ze terechtkwamen in de statige grachtenhuizen van de geïnteresseerde rijkelui. Honderden van zulke huismusea waren er in die tijd.

Natuurlijk was dat vaak om te pronken, om te laten zien dat men een man van de wereld was. Maar de rijkste verzamelingen waren toch van burgers met grote belangstelling voor de ontluikende wetenschap. Zij legden niet zelden de basis voor de collecties van huidige musea als Teylers of Naturalis.

Of voor de ontluikende wetenschap zelf. Neem de Amsterdamse apotheker Albertus Seba die begin achttiende eeuw tot tweemaal toe een reusachtige verzameling curiosa opbouwde, vooral dode dieren. De eerste verkocht hij in 1716 aan tsaar Peter de Grote, de tweede werd in 1752 geveild, na Seba's dood, en raakte verspreid. Maar Seba had er wel voor gezorgd dat er een prachtig geïllustreerde catalogus van zijn collectie verscheen - de Thesaurus, waarvan onlangs een heruitgave uitkwam. Tot diep in de negentiende eeuw diende die onderwijs en onderzoek.

Een deel van Seba's tweede collectie werd opgekocht door een andere fameuze verzamelaar, Arnout Vosmaer. Volgens een beschrijving uit die tijd bezat deze Haagse koopman - onder veel meer - 'eene ongelooflijke meenigte van meest zeldzame viervoetige dieren, slangen, visschen en kruipende dieren in liquor', alsmede 'Mineraalen, gesteenten en verdere uitgegravene Delfstoffen en versteende zaken' plus 'eene overheerlijke collectie van zeehoornen en schulpen' en ook 'vogelnesten met hunne Eijeren'.

Diezelfde Vosmaer bracht zijn objecten onder in een van de eerste grote, openbare verzamelingen in Nederland, al was die maar vijf uur per week open: het Stadhouderlijk Kabinet in Den Haag. De Prins van Oranje heerste over een collectie van dieren - waaronder reusachtige koralen - mineralen, schelpen en oosterse kunstvoorwerpen. En 's prinsens kabinetsdirecteur, Vosmaer dus, pionierde in wat je de tweede fase zou kunnen noemen, vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw: het systematisch bijeenbrengen van curiosa voor een meer dan particuliere collectie. Zo stelde hij een formulier op voor de Nederlandse vestigingen overzee, waarin stond op welke zaken de stadhouder voor zijn openbare verzameling prijs stelde.

Toch was Vosmaer niet de enige die verzamelde voor een instelling. In 1752 was in Haarlem de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen opgericht, de oudste nog bestaande academie van wetenschappen in Nederland. De collectie van dit instituut, aanvankelijk kleiner dan menige particuliere verzameling in de stad, werd in 1759 ondergebracht in een Naturaliënkabinet, dat uiteindelijk in een pand aan het Spaarne terechtkwam.

Aan de andere kant van die rivier ontstond in 1784 ook een museum - opgericht uit de erfenis van koopman Pieter Teyler van der Hulst. Tientallen jaren lang werd aan beide zijden van het Spaarne professioneel ingezameld, uit schenkingen, aankopen en ruil. Het Naturaliënkabinet ging echter in 1866 voorgoed dicht wegens geldgebrek en verwaarlozing van de curiosa. Zodoende werd Teylers het oudste publieksmuseum dat Nederland nog heeft.

Maar niet alleen de oprichting van min of meer openbare musea leidde tot professionalisering, dat deed vooral de wetenschap zelf. De vaklieden werd het steeds duidelijker dat de natuur oneindig veel groter, ingewikkelder, soortenrijker in elkaar stak dan verlichte burgers uit de zeventiende en achttiende eeuw veronderstelden.

Specialisatie werd het motto; de wetenschap splitste zich in disciplines. Universele, vaak niet academische geleerden van het type Vosmaer werden vervangen door wetenschappers die hadden doorgeleerd in hun speciale disciplines en met die kennis ook werkten in de musea.

Intussen ging de institutionalisering door. Het behaagde koning Willem I in 1820 'S Rijks Museum van Natuurlijke Historie op te richten, waaruit veel later Naturalis ontstond. Er kwam een nationaal museum voor oudheden, ook in Leiden, een Rijksmuseum voor oude spullen en kunst in Amsterdam, musea voor tropische samenlevingen, enzovoorts. Het particulier verzamelen van curiosa was allang uit de mode geraakt.

Ook de musea specialiseerden zich dus. En toch, de huidige musea dragen nog steeds de sporen van de oude, universeel gerichte verzamelwoede. Naturalis bijvoorbeeld, met zijn stenen en fossielen naast de oneindige collectie overleden dieren. Of Boerhaave, ook in Leiden, met zijn schelpenverzamelingen naast de vele medische en andere instrumenten.

En Teylers zelf: fossielen en stenen naast instrumenten en ook kunst. Een grote collectie, maar minder gevarieerd dan de tijdelijke tentoonstelling die er nu is, met haar vele opgezette dieren, exotische gebruiksvoorwerpen, mooie oude boeken en verhalen over verzamelaars. En wilde kindertjes op sterk water.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden